Mallen

Mallen
Mallen
In streken met professionele mandenmakers vondt je meestal ook wel een houtbewerker die die zich toelegde op produkten voor de vlechterij; zoals onderstellen voor wiegen, wieltjes voor speelgoedpoppenwagentjes, houten bodems, maar ook mallen.
Mallen
In de mandenvlechterij werden vroeger veel mallen gebruikt bij kleinere mandjes die mooi moesten ogen of die een vorm hadden die moeilijk uit de hand te maken was.
Hengel
Een hengel bestaat uit een dikke onderhengel die omwikkeld en vastgezet wordt. Hiervoor zijn weer verschillende mogelijkheden met al dan niet getorste wissen.
Oren
Om het dragen van de mand te vergemakkelijken worden er een hengel of oren aangezet.
Voetje
Als de boord af is draait men de mand ondersteboven en steekt naast de staken van de wand, nieuwe staken in. Men gebruikt hiervoor dikwijls de afknipsels van de boord.
Boord
Boorden kunnen op verschillende wijzen gemaakt worden naar sterkte of elegantie.
Volvlechten wand
Als de mand opgestaakt is beslist men of er al dan niet een voetje ondergezet wordt en kan er aan de wand begonnen worden.
opstaken
Als de bodem klaar is dan kunnen de staken geplaatst worden.
Staken insteken
Naast iedere bodemstok worden twee aangescherpte staken ingestoken.
ronde bodem
ronde bodem
Ronde bodems begint men met een kruis.
ronde bodem materiaal

Naar gelang de grootte van de bodem neemt men meer of minder bodemstaken., Een grote bodem natuurlijk meer dan een kleine.
Klassiek heeft een ronde mand meestal 6 bodemstaken tot maximum 30 centimeter doormeter. Is de bodem groter dan voorziet men meer staken; 7, 8, 9, 10 enz.
Maak een bodem zo zwaar mogelijk. Hij wordt het meeste belast en alles wordt er aan opgebouwd.
bodems
Men kan op verschillende wijzen bodems maken:
Gereedschap
het weken

Droge wissen worden slechts buigzaam na weken.
Brute wissen dienen al naargelang de dikte, de soort en de temperatuur een week tot veertien dagen in water te liggen Aan dit water wordt niets toegevoegd. Ze zijn dan enige dagen verwerkbaar.
Geschilde wissen hebben genoeg aan een paar uur water. Ze worden best s’avonds geweekt en nachts afgedekt in het gras of de dauw gelegd. Beschikt men niet over een waterbak dan volstaat een avondlijke begieting op gras soms ook wel. Ze dienen spoedig verwerkt te worden omdat ze zeer vlug terug uitdrogen en dan hun buigzaamheid verliezen.
Vandaar dat een witvlechter niet buiten werkt. Hij verkiest een eerder vochtige omgeving. Soms werkte men zelfs in kelders.
Oude foto's tonen dikwijls witvlechters buiten aan het werk. Dit zijn geposeerde opnamen die omwille van belichting enkel buiten konden doorgaan
geschilde wissen
natuurlijk materiaal

Wissen: verschillende soorten ongeschild wilg (foto)
Daarnaast heeft men ook geschilde, ontschorste, wissen. Deze zijn wit-gelig van kleur of licht roodbruin. De rood-bruine kleur wordt bekomen door het materiaal te koken alvorens te schillen. De kleurstoffen die in de schors zitten gaan door het koken, het hout wat natuurlijk wit uitziet bruinig kleuren.
Andere materialen
-hazelaar
-rotan, pietriet
-kornoelje
-lindescheuten
atelier met manden
De teelt

De teelt
geschiedt op vruchtbare, vochthoudende bodem, dikwijls alluviale gronden langs rivieren:
Schelde, Bornem, Weert
Maas; Stokkem, Hoei.
Durme; Waasland Eksaarde.
De stekken worden op rijen geplant; Naargelang de soort variëren de tussen afstanden van 30 tot 60 cm en in de rij van 2O tot 30 cm. De ene soort groeit dikker en langer een andere korter en dunner. Hierop kan men inspelen door de plantafstand aan te passen.
Door dit dicht plantverband schieten de twijgen hoog op. Zij rekken zich als het ware naar het licht toe. Aldus bekomt men materiaal van grotere lengte dat niet te vlug van dikte verloopt en dat eventueel in het tweede groeiseizoen weinig zijtakken vormt. Op de plaats waar een zijtak ontspringt is de rechtlijnige structuur van het hout gestoord. De teen gaat bij verwerking op deze plaats breken.
Om ze klein en fijn te houden worden ze dikwijls, na het uitschieten eind mei terug afgemaaid.
Vroeger werden wissen geteeld op lage knotten. Dit bemoeilijkt mechanisatie. Deze teeltwijze is dan ook zo goed als verdwenen.
De Wissenteelt is een specialiteit op zich, net als fruit- of groenteteelt.
Boeren hadden vroeger dikwijls op een verloren hoekje wat lage knotjes staan voor eigen gebruik. Fijn werk werd daar niet van gemaakt.