YES......

MAVAAL (Maria-Valentine-Aldegonde)

ik ben maar een stofje in de lucht...
niet beroemd of berucht...
een hoopje gevoelens...
een bergje gedachten...
een stukje leven...
een beetje verstand....






Ik bezit geen ik
Ik ben wat ik wil zijn
Mijn werkelijke IK is als ether voor u
Waar is het trouwens?
Zonder dat kan ik niet verder
Jij zou me kunnen doden!
MIJN GOD, MIJN GOD,
WAAR BEN IK?
Maar…
hoe zit dat eigenlijk met jou?
Ben je wel eerlijk tegen mij?
Bewijs het in een gevecht….
Eerst als lafaards,
dan als honden
Dan als wolven vechten zij.
Bereid zich te offeren
de doodsangst voorbij.
Ze klauwen los elkaars huiden
tot bloedend oud behang
GENOEG GENOEG
Hun lijven stinken, grommen,
trillen, leven.
“dus dit ben jij… dit ben ik dus.
ja, zuster, geen leugens meer…”




Zelfvertrouwen bestaat niet.
Het zelf bestaat uit talloze eigenschappen die ook nog eens heel veranderlijk kunnen zijn en die we nooit allemaal kunnen overzien...
Zelfkennis is daardoor onmogelijk en zelfvertouwen een onbruikbaar begrip...
Het lucht enorm op als je je dat realiseert.
Dan kun je nog steeds onzeker zijn over iets,
maar dat is veel minder zwaar en groot dan geen zelfvertrouwen hebben.






De boogschutter vindt het niet erg als zijn pijlen doel missen, want hij zal zijn houding, zijn boog, de pees en het doel pas goed kunnen taxeren, nadat hij zijn handelingen duizenden keren heeft herhaald, zonder angst om te missen.
Waarna het ogenblik komt dat hij niet meer hoeft na te denken bij wat hij doet. Vanaf dat moment is de boogschutter één met zijn boog, zijn pijl en zijn doelwit.
De pijl is de intentie die in de ruimte geprojecteerd wordt.
Als hij geschoten heeft, kan de boogschutter niets meer doen dan de vlucht van de pijl in de richting van de roos volgen. De spanning handhaven, die vereist was voor het schot, dat is niet langer nodig.
Dus volgt de schutter de pijl met zijn ogen, zijn hart rust uit, een glimlach verschijnt op zijn gezicht.
Op dat moment zal hij – als hij genoeg heeft getraind, als hij zijn intuïtie heeft kunnen ontwikkelen, als hij tijdens het hele proces van het schieten zijn elegantie en zijn concentratie heeft kunnen behouden – de aanwezigheid van het universum ervaren en zal hij zien dat zijn actie juist was en lonend.
Zijn techniek zorgt ervoor dat zijn handen klaar zijn voor het schot, dat zijn ademhaling nauwkeurig getimed is, dat zijn ogen de roos kunnen zien. De intuïtie zorgt ervoor dat het moment van het schot perfect is.
Wie de boogschutter ziet staan, met gespreide armen en een blik die de pijl vergezelt, zal denken dat er niets meer in hem gebeurt en het werk is gedaan. Maar zoals zijn zielsverwanten weten is de geest van iemand die net geschoten heeft een andere dimensie binnengegaan en staat hij nu in contact met het gehele universum: hij is nog steeds aan het werk, neemt alles wat dit schot aan positiefs bracht in zich op, corrigeert mogelijke fouten, verheugt zich over wat hij al heeft geleerd, wacht om te zien hoe het doel reageert als het wordt geraakt.
Als de boogschutter de pees naar achteren trekt, kan hij binnen zijn boog de hele wereld zien. Wanneer hij de vlucht van de pijl volgt, komt de wereld naar hem toe, streelt hem, en geeft hem het volmaakte gevoel dat de taak is volbracht.
Heeft een strijder van het licht eenmaal zijn taak volbracht en zijn intentie in daden omgezet, dan heeft hij verder niets meer te vrezen: hij heeft gedaan wat hij doen moest; hij heeft zich niet door angst laten verlammen – ook al treft de pijl geen doel, de strijder zal een nieuwe kans krijgen, omdat hij niet laf is geweest.