Mijn requiem top-10:
Requiem Gabriel Fauré Ein deutsches Requiem Johannes Brahms Requiem for a friend Zbigniew Preisner Messe de requiem Joao Domingos Bomtempo Déploration sur la mort d'Ockeghem Josquin Desprez Requiem Wolfgang Amadeus Mozart Cadman requiem Gavin Bryars Requiem Peter Benoit Requiem Mikis Theodorakis Requiem Giuseppe Verdi
tijden hardlopen 15.09.06 start van s2r 25.02.07 midwinter run kiewit 10km 1.03' 10.06.07 m. mooiste maastricht 5km 28'37 12.10.08 dwars door hasselt 15km 1u48
Op mijn nachtkastje
Psychosynthese Roberto Assagioli
De mens en zijn symbolen Carl Jung
Een beknopte geschiedenis van alles Ken Wilber
Op zoek naar Shambhala Edwin Bernbaum
Psychosynthese en eeuwige wijsheid Ben Bos
Vipassana mediatatie William Hart
Een geschiedenis van God Karen Armstrong
Zeven wegen naar het zelf Piero Ferrucci
Meister Eckhart Meester van het niet-wetende weten Marcel Braekers
Het mysterie van de hersenstam Tjeu van den Berk
Je bent het zelf Ben Bos
Psychosynthese Will Parfitt
Wegen naar het paradijs Thomas Merton
Waarop wachten wij Notker Wolf
Ik ben de poort Bhagwan Shree Rajneesh
Laat heb ik je liefgehad Boris Todoroff
Levenswijsheid met een glimlach Lin Yutang
Mythen en bewustzijn Joseph Campbell
Het pad is het doel Chögyam Trungpa
Maria Magdalena Guido Kindt
Gij zult zijn als goden Erich Fromm
En naast mijn nachtkastje:
Jonathan Livingston Richard Bach
De alchemist Paulo Coelho
Zonder grenzen Ken Wilber
Het onbeschreven blad Steven Pinker
De schepping Franco Ferrucci
De kabbalist Geert Kimpen
Het numineuze Tjeu van den Berk Kluizenaars avonturen van eenzaamheid Freddy Derwahl
Zen, hier, nu Ruud van der Ham
Geheim India Paul Brunton
Zen therapie Davir Brazier
Vrede aanraken Thich Nhat Hanh
De schaduw van de wind Carlos Ruiz Zafón
Mystagogie inwijding in het symbolisch bewustzijn Tjeu van den Berk
De eenvoud van Zijn Ken Wilber
Ontmoeting met je schaduw Conny Zweig
Familieopstellingen Indra Torsten Preiss
Boek van levenskunst Anselm Grün
Het onzegbare en het onuitsprekelijke Ronald Commers
Over de wil Roberto Assagioli
Het directe pad Andrew Harvey
Wijsheid uit een leeg hoofd Jacob Liberman
Spirituele renaissance Victor Bulthuis
Vrouwelijke mystici Anne Bancroft
Oneindig dichtbij Matthieu Ricard & Trinh Xuan Thuan
Heel je leven Piero Ferrucci Sprekende stilte Han van den Boogaard
Variations sauvages Hélène Grimaud Oscar et la dame rose Eric-Emmanuel Schmitt
Hoe heb ik je lief Piet Weisfelt
Be as you are David Godman
Filosoferen over emoties Miriam van Reyen
Non-dualisme Philip Renard
Boeddhistische geesteshouding Alan Wallace
De ge-heel-de mens Raf Mertens
The eternal Pilgrim Ripley Webb
Awareness Osho Tau Teh Tsjing Lau-Tze
Et toi mon coeur pourquoi bats-tu? Jean d'Ormesson Zinvol toeval Frank Joseph
Het boeddhisme Edward Conze
Is God dood? Ulrich Libbrecht
Synchroniciteit Joseph Jaworski
Een ongewoon gesprek met God Neale Donald Walsch
Vita Pauli Hieronymus
Vipassana meditatie William Hart
Over levenskunst Joep Dohmen
De profeet Khalil Gibran
Zoeken in blog
jovo
een verkenning inspirerende, spirituele gedichten om rustig tegen de nacht aan te leunen...
17-11-2009
judith herzberg
... er is in ieder deel een deel van het ondeelbare geheel,
gelijk in elke kus, hoe kort, het hele leven meegegeven wordt.
laat er een tuin zijn waar de bladeren heel traag vallen, menigmaal hun laatste landingsplaats bepalen, alvorens de aarde te raken waar ze ligt in het verlengde van hun vrije val.
laat het mijn tuin zijn waar de wereld eeuwig blijft haperen tussen zomer en herfst tussen vallen en opstaan.
ik heb vandaag je borst tien keer niet aangeraakt, lieve woorden niet gezegd, gedacht aan je nagels in mijn rug die een eeuwigheid achter mij ligt en waaruit ik vanmorgen ben opgestaan als uit een bed
ik geloof niet dat ik het kan: niet van je houden. drinken en je niet kunnen vergeten, dat kan ik. en iedere dag een beetje sterven, zodat het tenslotte slechts een koud kunstje wordt.
de meeste mensen die mijn naakte lichaam hebben gezien, hebben het aangeraakt zonder enige begeerte.
ze hebben het behandeld, doorzocht, geopereerd. het leven van een zieke laten zien: wat is daar nog choquerend aan? je hele bestaan is besmet door de onzedigheid die de ziekte je opdringt. een lichaam dat meermaals open en dicht is gedaan laat je zien zonder er nog warm of koud van te worden.
je geeft de illusie van bedekt en beschermd vlees op. je lichaam is alleen nog maar een ding waar ze in binnendringen, waar ze dwars doorheen gaan zonder dat het hen raakt. mijn lichaam is geen heiligdom, het is niet van mij, ik heb er geen zeggenschap over en geen recht op.
privacy is niet voor zieken. dat is een ervaring waar je niet ongehavend uit komt. wie erover vertelt doet zichzelf niet echt geweld aan, het kwaad is al geschied....
ineens was ik het vermogen om warmte vast te houden verloren. nu de kinderen het huis uit zijn, snoof ik, ja, ja. ik kroop onder steeds meer dekens. de kachel loeide. de warmste van ons tweeën kon mij niet meer verhitten. ik rilde en huiverde alsof ik oog in oog stond met de dood.
wat ook zo was. de dood en ik stonden op een dijk. tussen ons was niets dan een aanzienlijke afstand.
rustig maar. ik doe gewoon mijn werk. da’s al. meer is er niet. iedereen doet zijn werk. jij, ik, hij, zij, wij allemaal doen ons werk. hetgeen waar we voor weggelegd zijn. dat maakt ons niet altijd gelukkig. nee, helemaal niet. niet helemaal, nee. maakt het jou gelukkig?
when we get out of the glass bottles of our ego, and when we escape like squirrels turning in the cages of our personality and get into the forests again, we shall shiver with cold and fright but things will happen to us so that we don't know ourselves.
cool, unlying life will rush in, and passion will make our bodies taut with power, we shall stamp our feet with new power and old things will fall down, we shall laugh, and institutions will curl up like burnt paper.
als ik kijk naar de kristalmaan, de rode tak van trage herfst bij mijn raam, als ik, bij het vuur gezeten, de ongrijpbare as neem of rimpelig lijf van brandhout, weet je, dat alles mij tot jou voert, alsof alles wat bestaat, geuren, licht, metalen, scheepjes zijn die varen naar jouw eilanden die me verwachten.
welnu dan, als beetje bij beetje jouw liefde voor mij minder wordt, zal beetje bij beetje mijn liefde voor jou minder worden.
als je me plotseling vergeet, zoek me niet, want ik zal je reeds vergeten zijn.
als je de wind van vlaggen die door mijn leven waait waanzinnig en lang vindt, en je besluit me aan de oever te laten van het hart waarin ik wortel bedenk dat op die dag, op dat uur, ik mijn armen op zal heffen, dat mijn wortels naar buiten komen om andere grond te zoeken.
maar als je dag na dag, uur na uur, voelt - onverzoenlijk lief - dat je voor mij bestemd bent, als, dag na dag, een bloem aan je lippen ontstijgt om mij te zoeken, ach dan, allerliefste, komt dat vuur weer in mij op, in mij blust niets of wordt vergeten, mijn liefde voedt zich aan jouw liefde:
zolang je leeft zal mijn liefde in jouw armen zijn zonder mijn armen te verlaten.
ay amor mío, ay mía, en mí todo ese fuego se repite, en mí nada se apaga ni se olvida, mi amor se nutre de tu amor, amada, y mientras vivas estará en tus brazos sin salir de los míos.
quand tu caresses ma fourrure est-ce que tu m'entends ron ron? je sais que je ne suis qu'un châton rousse je veux être une femme mes petits yeux sont bleu chinois ils voient avec tristesse la main qui me caresse une main d'un autre espace j'aimerais être aimée mais les dieux ordonnent tu es femme et moi petit châton
in mij is een jonger vrouw dan ik met lichter ogen en smaller handen.
zij staat op kleine gespitste voeten door mijn ogen naar buiten te zien, zij kijkt naar de dagen, naar licht en naar kleuren, ziet alles verwonderd, ziet alles heel schoon.
beiden verlangen we, dat zij kon spreken, dat zij kon bewegen en leven en breken de donkere, die om haar woont.
you, whom I do not tell that all night long i lie weeping, whose very being makes me feel wanting like a cradle.
you, who do not tell me, that you lie awake thinking of me:-- what, if we carried all these longings within us without ever being overwhelmed by them, letting them pass?
look at these lovers, tormented by love, when first they begin confessing, how soon they lie!
you make me feel alone. i try imagining: one moment it is you, then it's the soaring wind; a fragrance comes and goes but never lasts.
oh, within my arms i lost all whom i loved! only you remain, always reborn again. for since I never held you, i hold you fast.
"nee..! niet over liefde…!" riep iedereen en iedereen ging weg of sloeg haar neer, en de dood keek door een raam: "over liefde…? belachelijk…!"
en zij trok vleugels aan, gelijk die van een lijster, maar groter en radelozer, en weg vloog ze en zong over de liefde en de liefde zong over haar, ruiste over haar
nooit zo verdrietig ging slapen deze vrouw op deze achteloze aarde.
to the soft power of the feminine gently stroking all closed hearts to yield, to care for water’s sweet taste for breezes’ balmy caress for grasses’ willowy waving for fire’s radiant glowing for all sentient beings’ cooing, laughing, peeping, crying.
to the tough power of the feminine firmly cutting to the heart of all hearts to reveal and to acknowledge the water’s wild flowing the wind’s fierce howling the earth’s wounded body the fire’s uncontrollable devouring.
to the soft, tough power of the feminine to proclaim and to honor truth’s exposing light suffering’s raw flesh living’s pulsing blood dying’s sweet, fearful, sad yearning.
may this soft, tough, invisible, invincible power give birth to all the love all the peace all the truth all the beauty all the richness all the abundance that exists already in our heavens may it all come down to earth.
don't go far off, not even for a day, because -- because -- I don't know how to say it: a day is long and I will be waiting for you, as in an empty station when the trains are parked off somewhere else, asleep.
don't leave me, even for an hour, because then the little drops of anguish will all run together, the smoke that roams looking for a home will drift into me, choking my lost heart.
oh, may your silhouette never dissolve on the beach; may your eyelids never flutter into the empty distance. don't leave me for a second, my dearest,
because in that moment you'll have gone so far I'll wander mazily over all the earth, asking, will you come back? will you leave me here, dying?
I am much too alone in this world, yet not alone enough to truly consecrate the hour. I am much too small in this world, yet not small enough to be to you just object and thing, dark and smart.
I want my free will and want it accompanying the path which leads to action; and want during times that beg questions, where something is up, to be among those in the know, or else be alone.
I want to mirror your image to its fullest perfection, never be blind or too old to uphold your weighty wavering reflection. I want to unfold.
nowhere I wish to stay crooked, bent; for there I would be dishonest, untrue. I want my conscience to be true before you; want to describe myself like a picture I observed for a long time, one close up, like a new word I learned and embraced, like the everday jug, like my mother's face, like a ship that carried me along through the deadliest storm.
hoe heerlijk is het om absoluut alleen te zijn, gekoesterd door die wonderlijke, ondoorgrondelijke en volmaakt onschuldige taal, de meest vertroostende taal van de hele wereld, het praatje dat de regen met zichzelf houdt over alle heuvelruggen, het klaterende praatje van water dat neerstroomt in alle holen!
niemand is ermee begonnen en niemand zal het doen ophouden. de regen blijft maar doorpraten zolang hij dat zelf wil. en zo lang hij spreekt, zal ik luisteren.
zoenen is onverbiddelijk er is weinig dat zo nauw luistert lippen zijn de gevoeligste oren die we hebben en een tong kan eindeloos liegen, maar niet tijdens de zoen...
de wind was traag. pas vandaag dwarrelde jouw brief binnen tussen de takken van m'n zolderkamer. ik vermoed dat hij een omweggetje maakte want hij geurde nog naar rode aarde. en als ik heel stil ben dan hoor ik zelfs de zee. in de lege omslag. toen ik 'm openmaakte vielen er zandkorrels op de grond. ik weet dat die niet van jou komen. want bij jou geurt het steeds naar beukenhonig en soms ook naar berkenschors. ik zou je graag schrijven wat ik voel. maar ik durf niet. doch ik weet dat jij verdriet en vreugde herkent aan de geur van geschreven woorden. wil je nu even diep ademhalen. en?
op weg naar zegbaarheid maar net ontheven en zo nauwelijks rakend begeeft het teken zich naar de verte waar het van overvaart tot overoever stilhoudt
het zicht op rivieren is hier eindstation van een droom het schamele het luttele het gemalen zand spreekt zijn korrels gedrenkt in inkt voor nieuw vertrek naar de verlaten wenkende overkant terug
’t begon op een zomernacht, bijna toevallig: terwijl zij zich aan het venster koelde, droomde haar lieveling bang en woelde zich bloot. zij vond haar, omziend, bevallig:
de handen naast ’t hoofd geperst in ’t kussen, ’t dek afgegleden, de knieën hoog en zelve in zachte boog. zij wilde kussen, zacht, dat ze niet ontwaakte, maar ze bewoog
toch, en kreunde als in een droom gevallen, ontstellender nog; zij heeft haar toen gewekt, en de leden die zij lijden zag in felle angst met haar groter lichaam toegedekt.
’t was niet haar schuld, zij had het niet bedoeld. wanhopige verrukkingen ontstonden. zij wist niet meer hoe ze vroeger bestonden, zo dicht bijeen. had geen dit ooit gevoeld ? nu werden ze anderen in één hevige stonde.
zij voelden zich ineengevlijd, een kus, en tegelijk geschokt in bevredigd snikken. vergeefs hielden zij een sluier tussen beiden, in te overstelpende ogenblikken.
in ’t licht, vervreemd, zag zij haar lievling weer: zij lag achterover en sloeg haar gade, die overeind stond, mijmerend na de eerste nacht, de armen hoog, ’t hoofdje beschouwend neer.
want wat moet een kat in een lege woning beginnen.
tegen de muren op lopen. langs de meubels wrijven. zogenaamd niets veranderd, maar alles toch anders. zogenaamd niets verplaatst, maar toch alles opzij geschoven. en 's avonds schijnt de lamp niet meer.
stappen op de trap, maar niet die stappen. de hand die de vis op het bordje legt is ook niet de hand die dat deed.
iets begint hier niet om zijn gewone tijd. iets gaat hier niet zo als het moet. iemand was hier steeds, verdween toen plotseling en blijft koppig weg.
in alle kasten gekeken. alle planken afgerend. onder het kleed gekropen en gecontroleerd. zelfs het verbod getrotseerd en de papieren rondgestrooid. wat is er meer te doen. slapen en wachten.
als zij nou toch terugkomt, zich nou vertoont, dan zal zij het weten: zo ga je niet met een kat om. naar haar toe lopen als met de grootste tegenzin, op het dooie gemak, op diep beledigde poten. en om te beginnen niks geen gespring en gepiep.
"si tu chantes la beauté, même dans la solitude du désert, tu trouveras une oreille attentive", lisait khalil gibran dans le sable du désert et des secrets de sa faune,
tandis que le jour se lève à l’odeur du thé à la menthe, réveillant les touareg et les vies se tapissant sous l’or du sable et du soleil
sachant que dieu a créé des contrées pour vivre et a établi le désert pour méditer et écouter son silence....
the night, it is deserted from the mountains to the sea. but I, the one who rocks you, I am not alone! the sky, it is deserted for the moon falls to the sea. but I, the one who holds you, I am not alone !
the world, it is deserted. all flesh is sad you see. but I, the one who hugs you, I am not alone!
op dit grote lege vel wit papier een enkele letter zijn, een vlugge kleine krulstreep, bijvoorbeeld een e, - en plotseling een onmetelijk veld van ongeweten mogelijkheden, gegevens tussen hemel en hel, of soms eenvoudig niet meer dan alleen maar: en..., met een kleine, bedeesde leegte erachter of een tot de uiterste verten voldragen slotwoord: ik ben.
een enkele letter, alsof een even in de hoge nacht aangestipte ster naar alle kanten vonken schiet, een nieuwe melkweg wordt geboren, een heelal van nooit geleefde woorden, een borst vol vonken of onverhoeds dichte, langzaam dalende sneeuw van zwevend ongeschonden licht, waarin alle dingen aandachtig tot zichzelf komen en zeggen: wij zijn.
een enkele letter, - overal verten ongekend, want ook hetzelfde is altijd anders, als mensen zijn, anders gesproken, verzwegen, gegild, gefluisterd, gespuwd, gekust, maar ongemerkt als de bladeren aan een boom, niet te onderscheiden, schaduw van gevaar, maar vol even trillende, dichte oogleden over een ritselend binnenlicht, een geheimzinnige geborgenheid voor kleine vogels en voor alles wat voorzichtig zegt: ik mag zijn.
een enkele letter: en niet weten door wie geschreven, maar wel weten hoe een grote hand iets begonnen is dat een woord moet worden, dat geboren wordt naar een nog ongeweten, wijde verte van levend spreken waarin alles opengaat naar samen, waar het woord terzelfder tijd zijn enige, eigen antwoord krijgt: je bent, omdat wij zijn.
we, unaccustomed to courage exiles from delight live coiled in shells of loneliness until love leaves its high holy temple and comes into our sight to liberate us into life.
love arrives and in its train come ecstasies old memories of pleasure ancient histories of pain.
yet if we are bold, love strikes away the chains of fear from our souls. we are weaned from our timidity in the flush of love's light we dare be brave and suddenly we see that love costs all we are and will ever be.
then there is the two of us - this word is far too short for us, it has only four letters, too sparse to fill those deep bare vacuums between the stars that press on us with their deafness.
it's not love we don't wish to fall into, but that fear. this word is not enough but it will have to do. it's a single vowel in this metallic silence, a mouth that says oh again and again in wonder and pain, a breath, a finger grip on a cliffside.
there is such a friendship which without words speaks volumes, shares joys and sorrows from the heart, and reassures us with tender closeness in spite of being far apart!
but silence is impossible silence screams silence is a message, just as doing nothing is an act.
let who you are ring out and resonate in every word and every deed yes, become who you are there is no sidestepping your own being or your own responsibility.
what you do is who you are you are your own comeuppance you become your own message.
you are the message.
may the great spirit make sunrise in your heart . . . hoka hey!
4 er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. 5 er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. 6 er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien. 7 er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
alle merken weemoed specialiteit heimwee keurige verpakking filialen over de wereld bezorgt niet aan huis
uit onze voorraad: eenzaamheden voor dag en nacht keuze uit verjaarde paspoorten ramen met uitzicht op verten unieke verzameling doodsberichten onopengesneden verzenbundels zakken voor lege handen handschriften van homerus in braille bladeren van de boom der kennis bezoek onze stand curiosa:
de testikels van abelard de oorschelp van beethoven de haarlok van samson de vleugels van ikaros de laatste der mohikanen het geweten van de paus de achterkant van de maan de achterkant van venus de vlag van de wereldrepubliek
korting voor wezen, treurwilgen en zelfmoordenaars bij kontante betaling als korting een traanklier men zegge het voort.
kom, vertel me, leg eens uit wat er in je omgaat. want anders als je ziel alleen is, zal je ziel huilen. men moet de dingen naar buiten brengen, net als de lente. niemand wil, dat er vanbinnen dingen dood gaan.
praten, terwijl we elkaar in de ogen kijken, naar buiten brengen zoveel we kunnen. zodat er binnen weer ruimte ontstaat en nieuwe dingen geboren kunnen worden.
it climbs toward evening from the ocean plains; from flat places, rolling and remote, it climbs to heaven, which is its old abode - and only when leaving heaven drops upon the city.
it rains down on us in those twittering hours when the streets turn their faces to the dawn, and when two bodies who have found nothing, disappointed and depressed, roll over; and when two people who despise each other have to sleep together in one bed -
that is when loneliness receives the rivers... and why i am happy to sleep alone.
life doesn't give you the people you want, life gives you the people you need! to help you, to hurt you, to leave you, to love you and to make you into the person you were meant to be
de paden op! welja, dat ene pad dat heel de tuin bestrijkt: het rondje binnendoor. diagonale bielzen hogen hier en daar wat op. en dat is dat.
wat heb je met me voor dat wij hier gaan? een achtertuin van zes bij acht, een spoor van slakken, minder dan een blokje om.
jij zegt: ‘dit is het binnenpad.’ volstaat het schijnbaar vierkant van een streepje grond of zoek je van de cirkel het kwadraat?
eens ging de ondergang met paard en kar de wereld rond; dat hebben we gehad, nu blijf ik vlak bij huis, en noem je schat.
dit is het. naar bielzen draait het pad licht omhoog. daar blijft de zon wat langer voor hij ondergaat. ik heb je lief, zo lief. in ’t groen draagt dit de waarde van een daad.
we waren elkaars toevertrouwden we waren niet eensgezind gelijk we waren vervoegend verschillend in ons samenstromen waren we elkaars berustende beweging soms botsend en brekend waren we onszelf overgestoken naar elkaar
we waren niet altijd wat we voor elkaar wilden zijn
onder en boven, je bent om me heen, ik in je, je weet van mij alles. dat je me omringt, vooruit, me doordringt, alles weet uit hoofde van jij, nou ja, maar dat je daar ook nog op uit bent! geen plaats van je is er die, wil hij, niet ziet mij, die niet in zich heeft mij. ver weg of dichtbij, in de kraag pak je me; geen kant kan ik op, in zolder niet en nergens - licht is er niets bij. niet raak ik me ergens in kwijt en niet in de tijd; wat ik ook maar van plan ben, waar en wanneer, je wist allang dat ik toen dat en dat - dat ik knap in elkaar, heb je wel voor gezorgd.
gebonden zijn, gekend, in iemand - erg is het, maar niet is nog erger misschien. en hoe dan ook, altijd, ik denk aan je, op de gekste momenten en nooit niet eens niet. het moet wel dat ik van je hou, de pest heb aan wie dat aan jou. ken me dan maar, weet wie ik ben en doe maar.
uit: met flinke pas (2003) uitgever: meulenhoff, amsterdam
met zoveel liefde heb 'k van je gehouden dat, nu ik bijna je vergeten ben zelfs 't zeggen van je naam mij is gebleven een liefkozing, waar 'k dagen op kan leven.
slechts een herinnering is mij behouden: hoe op het plein, bij 't honinglied der linden vanuit de schaduw over witte straten je aan kwam lopen. speelse zomerwinden
sloegen de zijde van je lichte gele kleed tegen het ranke lichaam, en je ogen waren van heimwee raadselig verwijd. hoevele zomers zijn sindsdien vervlogen...
met zoveel liefde heb 'k van je gehouden dat, nu ik bijna je vergeten ben 't een liefkozing der lippen is gebleven je naam te zeggen als ik eenzaam ben.
dit leven als een dag, een resumé het openbloeien van de dageraad, het festijn van kracht in de middag de zachte glorie in schemer, die vleug melancholie in avondval dan pas de duisternis
wanneer er stilte is, vindt er een omkering plaats van de alledaagse situatie
meestal ben je naar buiten gekeerd, ben je gericht op allerlei zaken die je belangrijk vindt en die anderen belangrijk vinden - steeds is er een gerichtheid van binnen naar buiten - vanuit het centrum worden allerlei lijntjes met haakjes uitgegooid naar de wereld - zo kom je vast te zitten
luister naar de stilte en wees bewust van je zelfgevoel - ga met dit gevoel dichter naar de stilte toe, ga die stilte binnen en los erin op - dan ervaar je dat je zelf stilte bent
misschien is er eerst nog een beperking, maar dan is er het onbeperkte stille zelf-zijn - stilte laat je op alle niveaus tot jezelf komen stilte laat alles tot zichzelf komen -
you have to create and maintain it and repair it, when this is necessary
if passion fades a bit, you’ve got to recreate it - to enter a relationship you should recognize that the commitment must include the mutual creation of its continued existence.
So discovering your vocation is finding out how you are created to love best. Each of us needs the right environment for our form of loving to unfold. It’s like plants.
Some plants need an acidic soil and protection from the wind; others need an alkaline soil otherwise they die. Some plants flourish in a rain forest and others in the desert.
We must discover what sort of environment we need for our capacity to love to flower. Every vocation has its place within the ecology of love. None is better than another. But we need to know which is ours. It is no good pretending to be a palm tree when you are actually a rhododendron! So be brave. Find the soil in which you can flourish as a loving person.
liever is het mij te dwalen door het dal van diepe duisternis, in mijzelf verward en vrezend alle kwaad, verlangend naar wie ik ontvlucht ben, dan dat ik het moet meemaken dat je me weervindt, weerloos en met horens verstrikt in de struiken natuurlijk
en dat je mij dan dragen zou en terug zou voeren naar de grote kudde waarvan jij altijd al wist dat ik daarvan een heel, een heel klein schaapje was, natuurlijk
nee spaar mij de ontferming van die reddende armen van jou.
Weemoed is een foto van voor 20 jaar. Familie, nog samen, nog gezond. Is toen. Met een lijst van nu errond. Het nu houdt het verleden bij elkaar. En omgekeerd. Want nu is maar even. Is opschrikken en vragen: waar waren we gebleven? Bij jou. In Die Dagen. Alles is ver. En de liefste dingen nog verder. Maar door het verleden wordt het bij elkaar gehouden, als schapen door een herder.
namen in het witte zand figuren op verse ademdamp boodschappen in luchtbellen geblazen echo's met de wind verder gedragen kwetsbaar, uitwisbaar in hun bestaan
dagen en nachten op het ritme van de zee waarin wij ons blijvend herhalen als eb en vloed van wel en wee als komen en gaan in ons bestaan
verlangens als zandkorrels omkneld ontglippen onze neiging tot behoud verzoeken onherroepelijk tot loslaten op weg naar een nieuw zelfbestaan
liefdevol houd ik me al die tijd met je bezig, op wezenlijke, ongemerkte, naakte en eenvoudige manier, door liefdevolle blikken, zuchten, uitingen, en door eenvoudige gesprekken, eenvoudig en vurig van vorm die me geheel en al meeslepen in m'n liefde
de oneindigheid van de gewone waarnemingswereld wordt vervangen door een oneindigheid van de tweede of soms van de derde macht
terzelfdertijd vult zich deze oneindigheid der oneindigheden meer en meer met een stilte, die niet een afwezigheid van geluid is, maar het voorwerp van een positieve gewaarwording, veel positiever dan die van een geluid
de geluiden - zo zij er zijn - bereiken mij slechts dan ná die stilte te hebben doorkruist.
want tijdens elke liefdes- of wilsdaad - en uiteindelijk zijn liefde en wil in elke echte daad aanwezig - vormen we tegelijkertijd onszelf en onze wereld
van ons? verbaasd keek zij mij aan. wie van ons zit er dan in de onderwereld?
ik lachte en nam zwijgend haar hand. jij, dacht ik. jij zit in de onderwereld, want je bent een schim – niet van een gestorvene, maar van een ongeborene.
in contact staan: bezinning op wie ik ben; het in twijfel trekken van mijn kijk op de wereld, van mijn plaats in deze wereld en vooral: het besef van de volheid van elk moment in dit leven
Love is the capacity to take care, to protect, to nourish.
if you are not capable of generating that kind of energy toward yourself – if you are not capable of taking care of yourself, of nourishing yourself, of protecting yourself – it is very difficult to take care of another person.
ce n'est qu'un point de poésie dans le ciel des matins de pluie le satin rose de ta peau que je caresse avec des mots c'est un baiser un peu futile dans un tendre matin d'avril c'est une bouteille à la mer une oasis dans le désert...
dit is de nacht, dit is de stille nacht, dit is de averechtse tijd waarin de hemel zich verblijdt, terwijl de aarde op een teken wacht dat er al is, dat al gegeven is.
het teken van de moede vrouw die voortging en die baren zou en die men wegschoof in de duisternis.
de hemel weet, alleen de hemel weet dat vrede en welbehagen saam reikhalzen naar een nieuwe naam. aarde is als vanouds voor niets gereed.
al straalt de nacht, al straalt de heilge nacht veel klaarder dan de zon vermag, pas als het donker wordt bij dag, zal op de aarde alles zijn volbracht.
en toch - in een onbewaakt en aan mijzelf overgelaten moment lig ik opeens tegen de naakte borst van het leven en haar armen zijn zo zacht en zo beschuttend om me heen en hoe de klop van haar hart was kan ik nog niet eens beschrijven: zo langzaam en zo regelmatig en zo zacht, bijna gedempt, maar zo trouw, als nooit meer zullende ophouden, en ook zo goed en zo barmhartig.......
en dat wordt me steeds duidelijker: hoe het alles bij je leven hoort en niet ontkend mag worden: je treurigheid en vermoeidheid en ook je overmoedigheid en je vergissingen en je oppervlakkige momenten en de jalouzie, waartegen je vecht en innerlijke oneerlijkheid, die je herkent.
en je moedeloosheid en je overmoedigheid.
je draagt het allemaal samen met je mee, er is onderdak bij jou en ook begrip.