Even bezinnen
Zie de ziel en de goddelijkheid in iedereen.
Herken dat de andere jezelf is.
Even bezinnen
Marleen De Crée - HinkelspelOp zaterdag 11 oktober werd in de Zwarte Panter in Antwerpen de dichtbundel Hinkelspel van Marleen de Crée voorgesteld. Zeventien bundels lang bleef deze dichteres voor mij een grote onbekende. Voordeel is, dat ik deze bundel dan ook zonder voorkennis of vooringenomenheid kan benaderen.
De titel is alvast veelzeggend. Tegelijkertijd biedt hij een waaier aan mogelijkheden, maar roept ook veel vragen op. Het
hinkelspel is al heel oud. Zo wordt het spel onder andere afgebeeld op een schilderij van Breughel. Het komt er op aan, zo
snel mogelijk in het laatste vak aan te komen. De religieuze oorsprong van het spel verliest men tegenwoordig uit het oog.
De plattegrond namelijk heeft meestal de vorm van een kerk. Een van de hokken stelt de hel voor, een ander de hemel (rustplaats
en eindstation). Kom je in de hel, dan ben je af, en moet je opnieuw beginnen. Het is een spel waarbij het er ook op aan komt
je evenwicht te bewaren.
Hoe worden nu al deze facetten in deze gedichten verwerkt ?
Vormgeving
De bundel is ingedeeld in drie afdelingen; Spiegeldans, Schaduwspringen en In de schaduw van de spiegel.
Spiegeldans enSchaduwspringen bevatten alleen sonnetten (met een modern tintje) - een vorm waarin
Marleen zich helemaal thuis voelt en totaal niet als beperkend ervaart -. In de schaduw van de spiegel
daarentegen kent een wat vrijere vormgeving. Opvallend is het overvloedige gebruik van leestekens (punten en komma’s).
Vele verzen kennen zo wat halfweg één of meerdere rustpunten. Enerzijds krijgt men als het ware een tekstuele
visualisering
van het hinkelen (na elke sprong een kleine rust om het evenwicht te hervinden). Anderzijds levert dit schijnbaar ook een
aantal taalkundig onvolledige zinnen op, die de lezer tot (hernieuwde) aandacht oproept, maar deze zijn tevens terug te voeren
op eerdere versregels. Een voorbeeld :
door het raam slaan witte
scherven je hevig om de oren.
staan te praten. …
(Spiegelbeeld, blz. 6, verzen 3-5)
Een ander middel dat Marleen gebruikt bij het visualiseren van het hinkelen, is het gebruik van enjambementen.
ga voor de spiegel staan en
luister: …
(Spiegelbeeld , blz. 6, verzen 1-2)
Inhoud
De drie afdelingen worden telkens ingeleid door een houtskooltekening
en een motto.
De tekeningen tonen twee menselijke naaktfiguren. Zij lijken elkaar te ondersteunen in hun onstabiliteit.
Ook de motto’s (van Julio Cortazar, Amos Oz en Orhan Pamuk) verwijzen op de een of andere manier telkens weer naar een
zeker (on)evenwicht.
Bekijken wij de titels wat nauwkeuriger, dan lijkt de derde afdeling (schaduw en spiegel) een synthese van afdeling één
(spiegel) en twee (schaduw).
Een aantal van de gedichten heeft een titel in een andere taal (Engels, Frans, Latijn, Spaans). Ook zij weerspiegelen (net zoals de Nederlandse) een of ander evenwichtsaspect.
Het thema van deze bundel is de mens (Elcker-ik) en zijn zoektocht naar de zin van het leven. Ook de dood maakt hier deel van uit.
… adem
stokt. het leven gaat op slot.
(Geveld, blz. 15, verzen 13-14)
Deze zoektocht is er eentje van vallen en opstaan, van twijfel en zekerheden,
… hij weet,
zegt hij
niet meer of hij achter, of hij voor
de spiegel staat. …
(Velut umbra, blz. 44, verzen 6-9)
is het kompas zijn noorden kwijt.
(Splinters, blz. 32, vers 14)
waarbij algemeen aanvaarde waarheden op de helling gezet worden, of omgedraaid.
niet met pasen. niet dan
legt het ei de koekoek uit.
(I wonder why, blz. 8, verzen 1-2)
Het is een aan wetten gebonden zoektocht, die tegelijkertijd toch ook een opeenstapeling van onzekerheden is. En er is geen weg terug. Meedogenloos tikt de tijd.
tijd sijpelt tussen de tanden. over haar rug
trippelen de seconden. …
(Zo, zei ze, blz. 36, verzen 7-8 )
De twijfel komt onder meer tot uiting in het gebruik van een aantal werkwoorden, zoals zeggen, verklaren, denken, zwijgen, schijnen, blijken, zien … (zoals onder andere in de gedichten ‘Splinters’ en ‘Velut umbra’).
Kortom, leven en dood bestaan uit een hele reeks tegenpolen, zoals zij ook elkanders tegenpool zijn. En ook na de dood blijven
de tegenpolen bestaan, in hemel en hel. Het leven is een hinkelspel.
En zelfs al kijk je in een spiegel, dan nog lost de onduidelijkheid rond het bestaan niet op (Platoonse invloed ?).
je bent bijna vergeten, onduidelijk.
als je omkijkt staat de wereld daar.
(Spiegelbeeld, blz. 6, verzen 7-8 )
Marleen gebruikt vooral, maar niet uitsluitend, beelden uit de natuur, om onze zoektocht tot uitdrukking te brengen. Ook andere paradigma’s, zoals schrijven, de spiegel, muzikaliteit, de tijd, etc. dragen hun steentje bij.
Tot besluit
Alhoewel ik het hierboven had over het thema van deze bundel, zou ik dit toch willen relativeren. Er zijn zeker andere interpretaties mogelijk. Zelf dacht ik bij sommige gedichten eerder aan een poëtica. Het lijkt mij zeker de moeite waard om ook daar eens dieper op in te gaan. In ieder geval, deze eerste kennismaking met de gedichten van Marleen de Crée vraagt alvast om meer.
ISBN 978-90-79433-12-4, BLZ. 48, Uitgeverij P 2008
Het moet niet altijd ernstig zijn
Nieuwe bundel
Van binnen
Aangepaste vakanties bij het Rode Kruisaangepaste vakantie
de dagen zijn voorbijgevlogen,
de stroom is heengegaan,
die zeven snelle dagen.
vertrokken in een wolk vol regen,
verdwaald in de dokken wijd,
geen brandweerman, die ons helpen kon.
maar al gauw kwam de zon
om het hoekje piepen,
en werd de reis een vreugde
verdwenen was alle kwel en kommer.
gelukkig waren ze, de gasten
vanuit het Vlaamse land.
een Hollandse kapiteinse
bestuurde de boot met vaste hand.
lekkernijen allerhande
sierden de keuken,
ontspanning en speelse pret
vond men in de bar.
allen gelijk maakten van deze reis
een onvergetelijke week
met een glimlach en een bordje ijs.
Kleding
Religiositeit
Creativiteit
Respect
Leven
Weelde
Begrip
Vreugde
Ritme
Bachbloesemsvoetstappen,
zachtjes zwevend over een eenzame vloer,
een deur blijft op een kier.
nooit is het te laat,
nog is er een weg terug
uit een verleden
dat stilte heet.
laat ons delen
de gevoelens die ik nooit kon uiten.
Ik wil je nog altijd voelenlang heb ik gezwegen,
al te lang mijn gevoelens verborgen
onder de deken van de tijd.
gesloten bleef ik in stilte
een leven leiden, bang vermijdend
niet alleen elk woord
dat ruzie kon betekenen,
maar ook elk woord van genegenheid.
de angst te verliezen
werpt nog steeds haar schaduw.
Ja, ik wil haar nog horenzelden neem ik nu de pen ter hand,
terwijl toch mijn gevoelens turbulent zijn
als een wervelstorm,
duistere wolken wisselend met een warm
gevoel
van
zonneschijn.
een boek vol herinneringen draait
aan mijn oog voorbij, tastbaar als
ze waren.
verlangend naar een verleden
dat ik niet vergeten kan
groeit alles naar verandering,
tot een
nieuw begin voor allen.
Wijsheid
Leonard Nolens - Honing en as (recensie)Leonard Nolens – Honing en as
Inleiding
‘Honing en as’ is de eerste bundel van Leonard Nolens die ik gelezen heb, en ik was al dadelijk aangenaam verrast door de beelden- en vormenrijkdom ervan. De lezer krijgt hier een totaalbeeld van de dichter zelf voorgeschoteld, waarbij heel wat thema’s aan bod komen, en met elkaar verweven
worden : herkomst, jeugd en volwassenheid, de groei als mens en als dichter, het schrijven, de liefde en het lot. De tegenstellingen waaraan het leven zo rijk is, keren dikwijls terug in deze gedichten. Zowel mooie (‘honing’ - zoet) als minder mooie momenten (‘as’ – bitter, vergankelijkheid) komen hierbij aan bod. Men kan zich echter niet van de indruk ontdoen dat deze laatste overwegen.
De bundel bestaat uit vier delen : ‘Dagblind’, ‘Achttien’, ‘Etiquette’ en ‘Nachtzien’, waarbij het eerste en het vierde als omkadering van het geheel, in tegenstelling (dag / nacht, blind / zien) kunnen beschouwd worden.
Deel 1, 2 en 4 bevatten telkens 8 gedichten terwijl deel 3 uit 15 gedichten bestaat.
De vorm
Een blik volstaat om vast te stellen, dat de dichter veel aandacht besteed heeft aan de vormgeving. Deel 1, 3 en 4 sluiten heel goed bij elkaar aan, door het parallellisme in de strofebouw (hetzij door het gebruik van steeds hetzelfde aantal verzen, hetzij door de regelmatige afwisseling van verschillende aantallen verzen). Het rijm is hier niet alom tegenwoordig. Deel 3 en 4 bevatten ook enkele strofen van slechts 1 vers. Deel twee is een buitenbeentje. Het bevat allemaal sonnetten, met een strikt rijmschema : abab/aabc//cdcd/cdee/dcee//efg/eff/efe//fge/gfe/ggh.
De cyclus van het leven,
zo kan men deze dichtbundel het beste samenvatten. Of anders uitgedrukt, geboorte, groei naar volwassenheid en dood. Het zich herinneren speelt in deze (zich telkens weer herhalende) cyclus een belangrijke rol.
In ‘Dagblind’ lezen we, doorheen de jeugdherinneringen over familie, maar vooral over zichzelf, over de groei van geboorte tot dichter. Het laatste gedicht van dit deel draagt trouwens de veelzeggende naam ‘Dichterschap’. De groei, zowel psychisch als fysisch, staat symbool voor het scheppen van een kunstwerk, meer concreet een dichtwerk. Dit mondt uit in meesterschap, wanneer men zich dichter noemen mag. Termen uit de wereld van bevruchting, bevalling en familie zijn hierbij opvallend aanwezig :
Dat komen en gaan van de weeën (uit Bejamin, vers 2)
Rita de zachtste der zussen (uit Afscheid, vers 1)
Van vuur dat in mijn lenden circuleert (uit Brandbaar, vers 5)
Mijn afgezaagde geboorte (uit Dichterschap, vers 9)
Aan de overgang van tiener naar volwassene wordt een volledig deel gewijd : ‘Achttien’. Eigenlijk blijft de dichter zijn hele leven lang achttien,
Ik ben altijd achttien. (uit Keus, vers 1, herhaald in Zwart, vers 1)
maar is hij toch gegroeid naar volwassenheid :
En nadert de vijftig. (uit Dichterschap, vers 2)
Achttien is een leeftijd waarop men nog twijfelt, en de richting zoekt die men aan zijn leven wil geven. Anderzijds is men dan in de volle kracht van zijn leven.
En in die leeftijd van de twijfel zit mijn kracht.
(uit Zelfbeklag, vers 9)
Leven doet men niet alleen. Een leven in groep is geregeld, of, misschien wat soepeler uitgedrukt, maakt gebruik van richtlijnen of afspraken. Het sonnet is hiervan een literaire weerspiegeling, door de strikte vormgeving. ‘Achttien’ sluit af met een duidelijke verwijzing naar een groepsgeest, in het gedicht ‘Samenzang’, maar desondanks is daar ook weer de twijfel.
Ik hoor dat ik zijn toonaard niet kan zien, maar dat er
Samenzang bestaat … (uit Samenzang, vers 13-14)
Al hoewel hij nooit tegengehouden werd, heeft het lang geduurd, vooraleer de dichter een stap in de wereld zette. Voelde hij zich geremd ? Fragmenten uit het deel Etiquette wijzen alvast op het ervaren van een zekere nutteloosheid, een teleurgesteld zijn, misschien zelfs frustratie. De nutteloosheid en de banaliteit van het leven, de zinloosheid van en onverschilligheid tegenover geweld zijn belangrijke thema’s.
Hoe lang heb ik hier niet staan kloppen
Aan de deur van het leven,
(uit Deur, vers 3-4)
Was je .. (uit Voegen 1, vers 1, herhaald in Voegen 2 en 3)
Leven is tijdverlies … (uit Maar niet leven is geen winst, vers 1)
'Nachtzien’, letterlijk het tegendeel van ‘Dagblind’, is ook inhoudelijk het tegengestelde. Terwijl deel 1 herinneringen aan het verleden oproept, bevinden we ons in deel 4 in het nu. De dichter trekt zijn besluiten uit zijn leven tot hiertoe.
Zelfgesprek (blz. 53)
Straks (blz. 54)
De dichter
Het leven van Leonard Nolens staat voor een belangrijk deel in het teken van zijn kunstenaarschap. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hieraan ook in ‘Honing en as’ aandacht wordt besteed, en dit in alle delen van de bundel :
Dichterschap (blz. 16)
3.En was je tenslotte een dichter (blz. 32)
Beatrice, Laura, Diotima (blz. 36)
Dichterlijke vrijheid (blz. 37)
Nawoord
Ik zou het mij gemakkelijk kunnen maken, en gewoon citeren uit wat ik zo al kon lezen op de rug van deze bundel, maar ik geef de voorkeur aan enkele eigen woorden om deze bespreking af te sluiten. Wanneer men voor het eerst een dichtbundel van een auteur leest, weet men meestal nog niet echt waaraan men begint. Wel, in dit geval is dat enorm meegevallen, zoals ik ook al in de inleiding stelde. Dit is poëzie om je vingers aan af te likken. Bijna zonder nadenken heeft Leonard Nolens hier heel sterke gedichten neergezet, die mij alvast overtuigd hebben, een volgende bundel aan te pakken.
(c) Roger Pelgrims 2008