Donderdag 29 april 2004
Van Ronda naar Jimena de la Frontera
We komen in Ronda aan. Deze stad is ons niet onbekend, want we zijn hier reeds in 1995 geweest. Het is er nog altijd druk. We wandelen door het stadje en doen onze inkopen. Daarna rijden we verder de A 369 op. Als we Ronda buiten rijden zie ik een tankstation maar ik denk dat ik nog wel genoeg diesel heb tot de volgende. Ik tank niet graag ziet ge, ik vind dat verloren tijd. We vervolgen dus onze weg,het baantje is smal en kronkelig. We rijden langs de Sierra Bermeja. Hier zijn veel bekende witte dorpjes. Maar het lampje van de diesel begint te branden. René heeft al een paar keer naar opzij gekeken en ik doe of mijn neus bloed en reageer niet. De opeenvolgende dorpjes zijn oud en mooi maar nergens een tankstation. Ik begin ook te panikeren want het wordt nipt. René vraagt hoelang nog voor dat hij te voet om een jerrycan diesel moet zoeken. Ik hou mij groot en zeg dat we nog voldoende diesel hebben. In Gaucin stop ik langs de baan en hij gaat aan een inwoner naar een tankstation vragen. De man praat met veel gebaren waaruit ik kan opmaken dat het nog veel verder is. René stapt in en inderdaad nog een 10 km verder. We houden beiden ons hart vast en hopen dat we er geraken. Op dit moment zien we niet zo veel van de omgeving maar bidden stil een wees gegroetje. En ja daar is het station gelukkig. We tanken 72 l diesel, en we hebben een tank van 75 l. Het is dus heel nipt geweest. Ik krijg nu van René een flinke uitbrander en hij heeft gelijk. Ik ga in het vervolg vlugger stoppen om te tanken. We zijn in de buurt van Jimena de la Frontera en rijden daar van de baan om een overnachtingsplaats te zoeken. Die vinden we en we hebben zelfs een gebuur, een ezel die daar in de wei staat. Het dorp zelf is niet groot, er is maar één winkel waar ze toch vers brood verkopen. René koopt er wat bier en een fles rode wijn. We kopen steeds iets om de mensen wat te gunnen. We overnachten in of buiten hun dorp en hebben dan ook nooit problemen. René vraagt gewoonlijk of we daar kunnen blijven staan en hij krijgt altijd een vriendelijk "si si" als antwoord. De inwoners groeten ons en klaxoneren zelfs als ze ons passeren. Ik lees dat je van op Gaucin een prachtig zicht hebt op de Middellandse Zee, de Altantische Oceaan, de rots van Gibraltar en het Rifgebergte van Noord-Afrika. Dus rijden we morgen terug naar Gaucin.






































