Donderdag 14 oktober 2010
DE VLAAMSE LEEUW. Zij zullen hem niet temmen, De fiere Vlaamse Leeuw. Al dreigen zij zijn vrijheid, Met kluisters en geschreeuw. Zij zullen …
DE VLAAMSE LEEUW.
Zij zullen hem niet temmen,
De fiere Vlaamse Leeuw.
Al dreigen zij zijn vrijheid,
Met kluisters en geschreeuw.
Zij zullen hem niet temmen
Zolang één Vlaming leeft.
Zolang de leeuw kan klauwen,
Zolang hij tanden heeft.
Refrein
Zij zullen hem niet temmen,
Zolang één Vlaming leeft,
Zolang de Leeuw kan klauwen,
Zolang hij tanden heeft.
De tijd verslindt de steden,
Geen tronen blijven staan.
De legerbenden sneven,
Een volk zal nooit vergaan.
De vijand trekt te velde,
Omringd van doodsgevaar.
Wij lachen met zijn woede,
De Vlaamse Leeuw is daar.
Hij strijdt nu duizend jaren,
Voor vrijheid, land en God (voor Vlaandrens dierbaar lot)
En nog zijn zijne krachten,
In al haar jeugdgenot.
Als zij hem machtloos denken,
En tergen met een schop.
Dan richt hij zich bedreigend,
En vrees'lijk voor hem op.
Wee hem, die onbezonnen,
Die vals en vol verraad.
De Vlaamse Leeuw komt strelen,
En trouweloos hem slaat.
Geen enkele handbeweging,
Die hij uit 'oog verliest.
En voelt hij zich getroffen,
Hij stelt zijn maan en briest.
Het vraaksein is gegeven,
Hij is hun tergen moe,
Met vuur in 't oog
Met woede springt hij de vijand toe.
Hij scheurt, vernielt, verplettert,
Bedekt met bloed en slijk.
En zegepralend grijnst hij,
Op 's vijands trillend lijk.
De wereld is een vieze zaak, Waar ik niet goed uit wijs geraak Van klein en groten, Al kan hij nauwelijks op een bank Of is hij twee meters …
De wereld is een vieze zaak,
Waar ik niet goed uit wijs geraak
Van klein en groten,
Al kan hij nauwelijks op een bank
Of is hij twee meters lang
Spreek van zijn kloten.
In de stad Antwerpen werkt men druk
Niet altijd zonder ongeluk
Aan grote boten
Zo brak het scheepstouw ook eens los
De meestergast die kreeg den tros
Vlak op zijn kloten.
Zo was ik eens naar 't bal gegaan
'k Had mij een moksken opgedaan
Ze was van Schoten
Maar toen het bal was kant en klaar,
De muzikanten stonden daar
'k Had z' aan mijn kloten.
Zo reed ik eens in ene gracht
Met ene overladen vracht
'k Vroeg om te stoten.
Nen dikke luierik die daar lag
En die al mijn miserie zag
Zei : "KUST MIJN KLOTEN "
Een knecht had mij een dienst besteld
'k Gaf hem daarvoor ne frank drinkgeld
't Was toch ne loden
Hij wierp hem nijdig op de grond
terwijl hij erbij voegde terstond
" Hangt hem aan uw kloten ! "
Zo had ik ook eens grote zeer
' k Ging daarvoor bij een geneesheer
'k Moest mij ontbloten.
Maar hoe hij mij ook onderzocht
En wat hij aan mij vinden mocht
' t Was van mijn kloten.
Ik was al 16 - 17 jaar
Ik werd vantijd al iet gewaar
' k Was al ne groten.
' k Ging bij mijn allerliefste griet
Ze zei : "UWEN HARING BRAADT HIER NIET "
Loop naar de kloten.
Maar later als ik dood zal zijn,
Begraven op het kerkhofplein
Den hoop vergroten.
Zal ieder die voorbij zal gaan,
Op mijn graf zien te lezen staan
HIJ IS NAAR DE KLOTEN.
Woensdag 22 september 2010
Op het schiereiland van Scandinavië Oladie-Oladio Daar zat een bladluis voor de venster Oladie-Oladio En die bladlui…
Op het schiereiland van Scandinavië
Oladie-Oladio
Daar zat een bladluis voor de venster
Oladie-Oladio
En die bladluis die zat te kijken
Oladie-Oladio
Al naar een olifant die stond te zijken
Oladie-Oladio
En die vuile lompen donder
Oladie-Oladio
Die zijkten heel da boelken onder
Oladie-Oladio
En ik ging in onze kelder
Oladie-Oladio
Tussen de porei en tussen de selder
Oladie-Oladio
Waar is die bladluis nu gebleven
Oladie-Oladio
Z'is met de zijkstroom meegedreven
Oladie-Oladio.