Naar de inhoud

oerle

akke.beakke.be

Lekker dier

 

Ja, ze komen   regelmatig op de wei grazen.

In de week   van 17 tot 23 september hebben ze de moes en plantentuin bezocht.

De   heesters kaalgevreten, de bloemen, de aardbeiplanten, de paprika de kiwi etc.

1246700-0218c43480a727444b016053742a02cc.jpg

1246700-6ec839698db4017d86fe7b58fb28a06d.jpg

1246700-396b8d3b5cda9dcab0605ed4b716af54.jpg

1246700-c73d6325517df1fa4f5fbec4e3031a33.jpg

1246700-460dc5c049a7850f33562ae3430ffe34.jpg

1246700-271b9f4f46d57a5fbecb1dddf8fdeb3b.jpg

1246700-62963fbaca5f6f8468c9f11bed874a47.jpg

1246700-c4894d29742e4d043387f3d15159e92f.jpg

1246700-65acdb7e5af0680ec538fdd9dc07623d.jpg

1246700-27efcd283c632a70fb709bbcd06bd04c.jpg

Reerug heel lekker.

Reageer op dit bericht Stuur door

De Hoornaar








Behalve door zijn afmeting valt de hoornaar op door zijn roodachtige borststuk en zijn felle geluid. Hij komt niet veel voor in België en Nederland, maar is ook geen zeldzaamheid. Hoewel de hoornaar meer dan twee keer zo groot is als de gewone wesp, is hij beduidend minder agressief ten opzichte van de mens. Als hij steekt is dit wel pijnlijker dan bij een gewone wesp of bij, maar hij steekt minder snel - al kan de hoornaar wel erg weerbaar zijn als het erop aankomt een nest verdedigen. Werksters zijn 18-25 mm, koninginnen 25-35 mm en mannetjes tot 28 mm lang.

 

In de volksmond doen fabels de ronde dat een paar steken al voldoende zouden zijn een mens of paard te doden. Voorzover die persoon niet toevallig één van de twee tot drie procent mensen betreft met een allergie tegen de steken is dit echter volstrekte onzin. Het gif is vergelijkbaar met dat van bijen en andere wespen, maar niet exact hetzelfde - het bevat een relatief grote hoeveelheid van de neurotransmitter acetylcholine, waardoor het sterker een branderig gevoel opwekt. Net als bij gewone wespen zijn voor een niet-allergische mens circa 500-1000 steken nodig om dodelijk te zijn en aangezien nesten zelden zo groot zijn en slechts één op de tien dieren uit het nest zullen steken is de kans verwaarloosbaar klein. Dat de dieren desondanks killer wasp (moordenaarswesp) genoemd worden zal eerder samenhangen met de manier waarop zij andere insecten jagen en verorberen - voor die dieren is de hoornaar inderdaad een geduchte moordenaar.


http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoornaar_(insect)

In de loop van de afgelopen jaren werd ons regelmatig gemeld dat de Hoornaar terug in onze regio werd opgemerkt.

Tijdens de warme zomer van 2003 werden op verschillende plaatsen in Kalmthout dieren waargenomen.

In 2002 verschenen zelfs alarmerende berichten in de pers als zou deze grote wesp aan een spectaculaire opmars toe zijn en dat ze zeer gevaarlijk zijn voor mens en dier.

Een korte bijdrage om dat toch even te relativeren.

http://www.noorderkempen.be/insecten/tekst/hoornaar02.htm
http://www.noorderkempen.be/mainframe.htm


http://www.vespa-crabro.com/

Reageer op dit bericht Stuur door

De schapenteek















De schapenteek (Ixodes ricinus) is in Nederland de meest voorkomende teek die zich niet alleen op schapen maar op veel meer zoogdieren en de mens voedt. Onterecht wordt hij soms ook wel hondenteek genoemd. De teek is vooral ook bekend als overbrenger van de Lyme-ziekte in Nederland.

 

De teek vervelt driemaal en moet voor iedere vervelling een bloedmaaltijd gebruiken, die meestal van drie verschillende gastheren zal komen. De kans dat een enkele tekenlarve zijn ontwikkeling afmaakt is dan ook niet zo groot; het vrouwtje compenseert voor deze kleine kans door duizenden eitjes te leggen.

 

Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder eten. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door geurdetectie.

 

De schapenteek komt vooral in vochtige gebieden met ruige begroeiing voor, meestal op zandgrond. Duin en heide met vochtige plekken zijn een ideaal leefgebied voor deze teken.

 



http://nl.wikipedia.org/wiki/Teek


Reageer op dit bericht Stuur door

Teken





Gewone teek, volgezogen nymfestadium, na verwijdering. Lengte ca. 3 mm






Teken zijn zeer gespecialiseerde eters: ze leven parasitair, van bloed en lichaamsvloeistoffen van gewervelde gastheren. Voor hun ontwikkeling hebben zij drie bloedmaaltijden nodig van een of meer gastheren; vooral in het geval van meer dan één gastheer is er veel potentieel risico op het overbrengen van ziekten aanwezig. Harde teken ondergaan tijdens hun leven twee vervellingen; het hangt ervan af of ze deze op de gastheer of op de grond doormaken hoeveel gastheren ze meestal hebben. De indeling kan dan verder gemaakt worden in eengastherig (alle vervellingen op gastheer), tweegastherig (één vervelling op de grond) en driegastherig (beide vervellingen op de grond). Lederteken kunnen meer vervellingen doormaken.

Verreweg de meeste soorten harde teken (Ixodidae) (ca. 600, = 90%) hebben drie gastheren. Alle drie stadia (larve, nimf en adult) parasiteren. In hun speeksel zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich onmerkbaar ergens neerzetten. Sommige teken (niet in de Benelux) hebben speeksel met een gif dat bij de gebetene tot verlammingsverschijnselen kan leiden. Harde teken scheiden na zich in de huid te hebben geboord een aparte kitstof uit waarmee ze zich zeer goed vastzetten.

Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelfde gastheer blijven zitten. Het vrouwtje zet na haar volwassen bloedmaaltijd een aanzienlijk percentage van haar lichaamsgewicht (50% of meer) in eieren om voor zij sterft en produceert dan honderden tot enige duizenden eieren. Uit de eieren komen larfjes die in hun eerste stadium geen acht, maar zes poten hebben. Alle stadia kunnen lang zonder voedsel: De ontwikkelingscyclus van Ixodes ricinus kan, afhankelijk van de omstandigheden, tussen 1,5 en 7 jaar duren.

Een teek kan sterk groeien door het opzuigen van bloed.De teken zitten te wachten tot een gastheer langskomt in struikgewas, maar ook op grassprieten. Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder voedsel. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door geurdetectie. Op hun eerste potenpaar zit dicht bij het uiteinde het orgaan van Haller dat hierbij een rol speelt maar waarvan de werking nog niet geheel begrepen wordt. Ze kunnen via de benen van de gastheer omhoog klimmen en nestelen zich bij voorkeur in huidplooien, maar ook wel gewoon op een been of arm. Een teek wandelt meestal enige minuten rond op zoek naar een optimale plaats alvorens zich in de huid vast te bijten. Naast in het wild voorkomende zoogdieren, worden vooral honden, katten en mensen gebeten.

Een niet met bloed volgezogen teek is slechts een paar millimeter groot. Als ze zich helemaal volgezogen heeft met bloed, kan ze meer dan een centimeter groot worden. De bekendste Europese soort, die dan ook de Lyme-ziekte overbrengt, is Ixodes ricinus of schapenteek, een parasiet op vogels en zoogdieren.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Teek

Reageer op dit bericht Stuur door

De Daas





Vooral de Regendaas kiest domicilie in Oerle




Een daas (ook wel brems of steekvlieg) is een lid van de familie van de Tabanidae, tot de vliegen behorende bloedzuigende insecten. De familie is wereldwijd verspreid; er zijn vermoedelijk ongeveer 8000 soorten. Ze hebben grote ogen, bij veel soorten met een fraai kleurenpatroon, dat na de dood echter snel vervaagt. Het zijn over het algemeen forse, stevig gebouwde vliegen.

Ze zijn verder herkenbaar aan de antennes met drie segmenten waarvan de meest distale vaak een ringvormig patroon heeft maar geen arista. De kop is van achteren recht afgeknot en steekt aan de zijkant wat naast de thorax. De R4 en R3-venen op hun vleugels lopen uit elkaar en omvatten de vleugeltop. De monddelen bestaan uit een krachtige steeksnuit met labrum, hypopharynx, gepaarde mandibels en maxillen. De steekborstels worden van achteren door het labium omsloten, deze zijn relatief dik wat de steek zo pijnlijk maakt. Ze ontwikkelen zich langzaam (ongeveer 1 generatie per jaar, univoltien) maar de volwassen vliegen (imagines) komen vaak tegelijk uit zodat plagen kunnen optreden.

Ze strijken snel neer en bijten dan vrijwel onmiddellijk, wat meestal goed te voelen is. Naast deze korte pijnlijke ervaring is er ook het gevaar van bacteriële infecties die meestal goed te behandelen zijn met antibiotica.

Na een beet kunnen steekvliegen niet snel wegvliegen, zodat men hen met een welgemikte klap kan doodslaan; dan heeft men de beet echter al te pakken, die meestal tot een fikse jeukbult leidt. Alleen de vrouwtjesdazen steken, om voldoende energie te verkrijgen om hun eieren te kunnen leggen. Met name vee kan zeer veel hinder van dazen hebben. Ze komen vooral voor op iets vochtige plaatsen die naast zon ook wat schaduw bieden. De larven ontwikkelen zich in water, modder, moeras, of rottende plantendelen. Ze leven vaak van andere insecten. Er zijn meestal 8 of 9 larvestadia, met een diapauze in de winter. In vrijwel alle geslachten (behalve een paar primitieve die vooral in de tropen voorkomen) voeden de volwassen vrouwtjes zich met bloed; de mannetjes bijna altijd met nectar of plantensap. In Nederland komen een 35-tal soorten dazen voor.



http://nl.wikipedia.org/wiki/Daas

Reageer op dit bericht Stuur door

1. Verslag van de werkzaamheden in Oerle.

1. Verslag van de werkzaamheden in Oerle.

Nadat besloten was domein Oerle weer in gebruik te nemen, is er hard gewerkt om de boel weer op orde te brengen.
Gawalo (Maarten) zorgde voor water gas en licht.
Dat begon met het opsporen van een vermeend lek in de waterleiding bij Hans onder de verharding. Keien werden gelicht en een gat gegraven.
De grond ter plekke was behoorlijk hard, maar na het nodige gezwoeg kwam de waterleiding in zicht, waar op het eerste gezicht niets aan mankeerde.
We zouden dus verder moeten graven. Maar voordat we daartoe overgingen, ging er bij Maarten een lampje branden. Bij controle bleek de watermeter volledig stil te staan.
Vals alarm dus. Gwan heeft de boel weer vakkundig dichtgemaakt.
Met waterdruk op de wagens bleek er nog een lek op het toilet te zijn.
Toen dat verholpen was en Gawalo de koppelingen van de warmwaterslang en de boiler in weer op orde had gebracht, bleek er nog een lekje in de kraan bij het aanrecht. Na het nodige gepruts kreeg Gawalo dat ook voor elkaar en we hadden water.
Ook gas en licht werden deskundig op orde gebracht en de barbecue natuurlijk.
Een heel lastig karwei was het vrijmaken van de badmintonbaan van struiken en onkruid.
Ook een lastig karwei was het vervangen van de goten van de wagen door een zelfbedachte waterafvoer. Daarmee bleek een niet te traceren lek in de wagen voorgoed verleden tijd.
Intussen was er al flink gesnoeid en de berg takken groeide elke week.
Al gauw werd er een grasmaaier aangeschaft, met een donatie van Hetta.
Er werd erg veel van gevraagd, maar het ding werkt nog prima.
Zodra de wildernis helemaal onder controle is zullen de messen wel geslepen moeten worden.

Reageer op dit bericht Stuur door

Nog maar wat





Jawel het is uiteindelijk toch gelukt. Maar het had heel wat voeten in de aarde eer de stronk het begaf. Ooit ter plekke opgehoogd met aarde, had het ding een dubbel wortelstelsel.
foto 06-08-2006
Reageer op dit bericht Stuur door

Bloesem van de Trompetboom




Foto Maarten v.d. Heijden
Oerle zomer 2006
De Catalpa bignonioides (Trompetboom) in Oerle

________________________________________

Catalpa bignonioides (bot.)

Indian bean tree (Eng.)

Catalpa commun (Frans)

Trompetenbaum, Zigarrenbaum (Duits)

Bignoniaceae – trompetboomfamilie

Ik kijk ieder jaar weer vol verbazing naar de Trompetboom die aan het begin van de zomer bloeit wanneer de meeste bomen en struiken eromheen al lang uitgebloeid zijn. Hij is dan feestelijk getooid met grote witgele bloemen.

Van de lange bruine peulen die door de herfststormen al gauw afgerukt en rondgestrooid worden kun je een bundeltje als decoratie in je huiskamer of serre hangen.

Deze bijzondere, bladverliezende loofboom vind je bij ons meestal in plantsoenen of grote privé-tuinen. De trompetboom kan, bij gunstige standplaats en verzorging, en wanneer hij niet gesnoeid wordt, wel 18 m hoog en 10 m breed worden. Bij ons planten mensen een trompetboom meestal om het decoratieve hartvormige lichtgroene, gele of rode blad of omdat ze een bolcatalpa mooi vinden. Op gesnoeide bomen zullen er geen bloemen verschijnen.

Dat is jammer, want als we de trompetboom zijn gang laten gaan, verschijnen er eind juni indrukwekkende witte bloemtrossen die geel en purperen getekend zijn.

Herkomst

De meeste leden van de familie van Bigoniaceae groeien in de (sub) tropen. Inheems is de Trompetboom in de gematigde streken van Noord-Amerika en Oost-Azië. Hij werd via Engeland uit China ingevoerd.

Naamgeving

Als je één bloem apart bekijkt, ontdek je dat deze de vorm van een trompet heeft. Vandaar de naam ‘Trompetboom’. Het woord catalpa is afgeleid van indiaanse naam catawba. De Indianen gebruikten delen van deze boom als geneesmiddel. Bignonioides duidt erop dat deze boom lijkt op een familie van tropische bomen

Plantkundige kenmerken

De bladeren zijn tegenoverstaand of in 3-tallige kransen en zeer groot, eivormig en met een hartvormige voet. De top is spits. Aan de onderzijde zijn de bladeren zacht behaard. Ze beginnen vanaf april uit te lopen. Bij wrijving geuren zij onaangenaam. De bloemen verschijnen in rechtopstaande, breed kegelvormige pluimen die tweeslachtig zijn. Ze zijn 3-5 cm groot. De kleur is wit, de binnenzijde geel gestreept en violet gevlekt. Ze geuren licht en lijken op orchideeën. De stamper is bruin van kleur. De vruchten zijn dunwandige peulen met kleine, spitse zaden en behaarde vleugels. Zij blijven tot in het voorjaar aan de boom. De schors is grijsbruin.

De vrij dikke twijgen van de Trompetboom zijn breekbaar en bezitten een opvallend groot, licht gekleurd merg. Tijdens een zacht najaar groeien de toppen lang door. Daardoor bestaat kans op vorstschade. Desondanks loopt de boom in het voorjaar zonder problemen weer uit.

Soorten

Er zijn soorten met groene en goudgele bladeren.

Catalpa b. ‘Aurea’ wordt ca. 12 m hoog. Zijn bladeren zijn bij het uitlopen goudgeel. Catalpa b. ‘Nana’ is een klein blijvende boom die hooguit 4,5 m hoog wordt. De bladeren zijn frisgroen. Een klein blijvende boom of struik met een brede, eironde kroon en witte bloemen is Catalpa bungei. Catalpa speciosa groeit als struik schermvormig op. De schors wil nog wel eens barsten door vorst. De bloemen zijn wit zonder gele en paarse vlekken.

Catalpa ovata is een grote boom die 12 m hoog en 18 m breed kan worden. De bladeren hebben opvallende oranje strepen. De zwartbruine vruchten hangen in de late zomer als peulen aan de boom. Zijn bloemen zijn geelachtig wit.

Aanbeveling:

Als je een trompetboom in uw voor - of achtertuin wilt planten, kies dan een bolvorm, tenzij je een grote tuin hebt waar hij tot zijn natuurlijke, weelderige grootte uit kan groeien!

Standplaats en planten

De trompetboom houdt van iets lemige, voedselrijke, vochthoudende grond en vraagt om een zonnige plek om te kunnen bloeien. Hij is ook tevreden met halfschaduw. Hij kan hitte goed verdragen en is meestal winterhard. In het begin groeit hij snel, maar met het ouder worden gaat het wat langzamer.

Hij staat het mooist als imposante solitair op een groot gazon. De kroonomvang kan bij vrije uitgroei 15-20 m worden.

Snoeien.

De trompetboom hoeft eigenlijk niet gesnoeid te worden. Het is wel aan te bevelen om regelmatig dode en oude takken te verwijderen. Als er weinig ruimte is in de tuin, kan hij eind januari heel kort teruggesnoeid (geknot) en zelfs afgezaagd worden. Hij zal beslist opnieuw uitlopen, ook duurt het zo lang, dat je denkt: die heeft het loodje gelegd! Dat heeft die zeker niet, want hij loopt altijd laat in het voorjaar uit en verliest vroeg in de herfst zijn blad.

Ziektes en ongedierte

Helaas is ook deze boom vatbaar voor vraatzuchtige insecten en schimmels.

Zo kan de larve van de catalpa sphinx mot grote hoeveelheden blad verorberen. De rups is geel met zwarte stipjes.

Een andere boosdoener is meeldauw, te herkennen aan bruine vlekken op het blad, dat na een tijdje afvalt. Dit heeft te maken met vochtig warm weer en tast de conditie van de boom niet erg aan.

Erger is de verwelkingsziekte die bij Catalpa vrij vaak voorkomt. Bij deze verwelkingsziekte zal het blad opkrullen en verdrogen. Doordat een schimmel de vaatbundels doet dicht slippen kan de trompetboom er zelfs aan ten onder gaan. Deze schimmelziekte kun je bestrijden met een aftreksel van mos uit je tuin dat je 24 uur in water hebt laten weken.

Toepassing als geneesmiddel

Thee bereid van de gemalen schors, werkt antiseptisch, laxerend, kalmerend, wormafdrijvend en wordt gebruikt tegen slangenbeten.

De gekneusde bladeren helpen bij de behandeling van wonden en kneuzingen.

Thee bereid van de zaden, worden gegeven bij astma en bronchitis.

Het sap van de zaden, vermengd met dat van de planten ogentroost (Euphrasia officinalis) en wijnruit (Ruta graveolens) is een lotion tegen vermoeide ogen en oogziektes.

Een bijzondere eigenschap van de Trompetboom is dat hij muggen en vliegen op een afstand houdt.

Auteur: Brigit Kahlert

http://www.tuinclub.be/tuinartikels/trompetboom.htm

Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van oerle

↑ Terug naar de berichten