Russula

Russula
Berkenzwam
Van boven
Pauwen
Pauwen
Hetta maakt de gordijntjes
De Pagodetent
De pagodetent
De pagodetent
De nieuwe buitenkeuken
Alleen maar in deze stoel.
Koninginnepage

Een knoepert, gezien in Oerle.
Koninginnepage (Papilio machaon)
In Nederland komt deze prachtige vlinder vooral in Zuid-Limburg voor, maar worden in het hele land soms zwervers gezien.
http://www.vlindervaria.nl/default.asp
De schapenteek

De schapenteek (Ixodes ricinus) is in Nederland de meest voorkomende teek die zich niet alleen op schapen maar op veel meer zoogdieren en de mens voedt. Onterecht wordt hij soms ook wel hondenteek genoemd. De teek is vooral ook bekend als overbrenger van de Lyme-ziekte in Nederland.
De teek vervelt driemaal en moet voor iedere vervelling een bloedmaaltijd gebruiken, die meestal van drie verschillende gastheren zal komen. De kans dat een enkele tekenlarve zijn ontwikkeling afmaakt is dan ook niet zo groot; het vrouwtje compenseert voor deze kleine kans door duizenden eitjes te leggen.
Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder eten. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door geurdetectie.
De schapenteek komt vooral in vochtige gebieden met ruige begroeiing voor, meestal op zandgrond. Duin en heide met vochtige plekken zijn een ideaal leefgebied voor deze teken.
Teken

Teken zijn zeer gespecialiseerde eters: ze leven parasitair, van bloed en lichaamsvloeistoffen van gewervelde gastheren. Voor hun ontwikkeling hebben zij drie bloedmaaltijden nodig van een of meer gastheren; vooral in het geval van meer dan één gastheer is er veel potentieel risico op het overbrengen van ziekten aanwezig. Harde teken ondergaan tijdens hun leven twee vervellingen; het hangt ervan af of ze deze op de gastheer of op de grond doormaken hoeveel gastheren ze meestal hebben. De indeling kan dan verder gemaakt worden in eengastherig (alle vervellingen op gastheer), tweegastherig (één vervelling op de grond) en driegastherig (beide vervellingen op de grond). Lederteken kunnen meer vervellingen doormaken.
Verreweg de meeste soorten harde teken (Ixodidae) (ca. 600, = 90%) hebben drie gastheren. Alle drie stadia (larve, nimf en adult) parasiteren. In hun speeksel zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich onmerkbaar ergens neerzetten. Sommige teken (niet in de Benelux) hebben speeksel met een gif dat bij de gebetene tot verlammingsverschijnselen kan leiden. Harde teken scheiden na zich in de huid te hebben geboord een aparte kitstof uit waarmee ze zich zeer goed vastzetten.
Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelfde gastheer blijven zitten. Het vrouwtje zet na haar volwassen bloedmaaltijd een aanzienlijk percentage van haar lichaamsgewicht (50% of meer) in eieren om voor zij sterft en produceert dan honderden tot enige duizenden eieren. Uit de eieren komen larfjes die in hun eerste stadium geen acht, maar zes poten hebben. Alle stadia kunnen lang zonder voedsel: De ontwikkelingscyclus van Ixodes ricinus kan, afhankelijk van de omstandigheden, tussen 1,5 en 7 jaar duren.
Een teek kan sterk groeien door het opzuigen van bloed.De teken zitten te wachten tot een gastheer langskomt in struikgewas, maar ook op grassprieten. Teken gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder voedsel. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door geurdetectie. Op hun eerste potenpaar zit dicht bij het uiteinde het orgaan van Haller dat hierbij een rol speelt maar waarvan de werking nog niet geheel begrepen wordt. Ze kunnen via de benen van de gastheer omhoog klimmen en nestelen zich bij voorkeur in huidplooien, maar ook wel gewoon op een been of arm. Een teek wandelt meestal enige minuten rond op zoek naar een optimale plaats alvorens zich in de huid vast te bijten. Naast in het wild voorkomende zoogdieren, worden vooral honden, katten en mensen gebeten.
Een niet met bloed volgezogen teek is slechts een paar millimeter groot. Als ze zich helemaal volgezogen heeft met bloed, kan ze meer dan een centimeter groot worden. De bekendste Europese soort, die dan ook de Lyme-ziekte overbrengt, is Ixodes ricinus of schapenteek, een parasiet op vogels en zoogdieren.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Teek
De Daas

De Daas

Vooral de Regendaas kiest domicilie in Oerle
Een daas (ook wel brems of steekvlieg) is een lid van de familie van de Tabanidae, tot de vliegen behorende bloedzuigende insecten. De familie is wereldwijd verspreid; er zijn vermoedelijk ongeveer 8000 soorten. Ze hebben grote ogen, bij veel soorten met een fraai kleurenpatroon, dat na de dood echter snel vervaagt. Het zijn over het algemeen forse, stevig gebouwde vliegen.
Ze zijn verder herkenbaar aan de antennes met drie segmenten waarvan de meest distale vaak een ringvormig patroon heeft maar geen arista. De kop is van achteren recht afgeknot en steekt aan de zijkant wat naast de thorax. De R4 en R3-venen op hun vleugels lopen uit elkaar en omvatten de vleugeltop. De monddelen bestaan uit een krachtige steeksnuit met labrum, hypopharynx, gepaarde mandibels en maxillen. De steekborstels worden van achteren door het labium omsloten, deze zijn relatief dik wat de steek zo pijnlijk maakt. Ze ontwikkelen zich langzaam (ongeveer 1 generatie per jaar, univoltien) maar de volwassen vliegen (imagines) komen vaak tegelijk uit zodat plagen kunnen optreden.
Ze strijken snel neer en bijten dan vrijwel onmiddellijk, wat meestal goed te voelen is. Naast deze korte pijnlijke ervaring is er ook het gevaar van bacteriële infecties die meestal goed te behandelen zijn met antibiotica.
Na een beet kunnen steekvliegen niet snel wegvliegen, zodat men hen met een welgemikte klap kan doodslaan; dan heeft men de beet echter al te pakken, die meestal tot een fikse jeukbult leidt. Alleen de vrouwtjesdazen steken, om voldoende energie te verkrijgen om hun eieren te kunnen leggen. Met name vee kan zeer veel hinder van dazen hebben. Ze komen vooral voor op iets vochtige plaatsen die naast zon ook wat schaduw bieden. De larven ontwikkelen zich in water, modder, moeras, of rottende plantendelen. Ze leven vaak van andere insecten. Er zijn meestal 8 of 9 larvestadia, met een diapauze in de winter. In vrijwel alle geslachten (behalve een paar primitieve die vooral in de tropen voorkomen) voeden de volwassen vrouwtjes zich met bloed; de mannetjes bijna altijd met nectar of plantensap. In Nederland komen een 35-tal soorten dazen voor.
In vroeger tijden
In vroeger tijden
In vroeger tijden
In vroeger tijden