
Hoe warm en teer toch zijn jou haren.
Hoe zacht en glad is toch jou huid
Hoe lief jou loop en jou gebaren
Ik hou het bijna niet meer uit
ik zou mijn ogen willen sluiten
me zachtjes vlijen in jou schoot
mijn liefde aan je willen uiten
want mijn genegenheid is groot
wie kan mijn zielepijn begrijpen?
wie kan er lezen in mijn hart?
wie o wie kent mijn verlangens?
wie ziet mijn stille, stille smart?
Ik kan en mag mijn weg niet von hart die duidelijk aan
ik kan en mag geen ander kwetsen
die voor mij door het vuur zou gaan
Ik mis de liefde in mijn leven
de warmte van geborgen zijn
iets wat hij mij niet kan geven
en dat doet mijn hart zo,n pijn
Ik kan hem daarom niet verlaten
want dan is hij heel alleen
Dus ga ik stil maar gelaten
met hem door het leven heen
Ik zie het als een opdracht
hou mijn gedachten stil voor mij
probeer mijn weg toch te vervolgen
want eens is alles toch voorbij.