De nacht is donkerrood door vlammen het vuur maait genadeloos om zich heen het gedonder van tanks trilt diep door de aarde er klinkt gekrijs ,gejammer van mensen, die beschutting zoeken in de chaos van de nacht, de chaos die geen weg meer kent. De kerken luiden de doodsklok de doden die gevallen zijn in een strijd van zinloze terreur, terreur die ze zelf niet wilden. De dageraad breekt aan afschrikkende beelden openbare zich van verkoolde huizen en lichamen. In de stilte klinken voetstappen een oude vrouw loopt met gebogen hoofd naar een bankje, zachtjes gaat ze zitten en sluit haar ogen. haar handen vouwen zich samen en haar lippen prevelen een gebed een gebed dat geen weg meer kent.
Een stukje binnenin mijzelf is vandaag gestorven Het ging heel plotselijng alsof het was bedorven Helen zal het niet meer daarvoor was de pijn te groot het is en blijft voor altijd dood Misschien dat ik er zelf om heb gevraagd maar onbewust, anders had ik mij er nimmer aan gewaagd.
Zoals een hond ,verdrinkend in zijn redders handen bijt beet mijn gevoel zich in de reddende gedachte dat het enkel maar een kwestie was van tijd van nog even moeten wachten.
En ik gebruikte die tijd met goed om me heen te kijken Steeds verder dreef ik van je af totdat jij mij niet meer kon bereiken.
Uit alle macht probeerde ik terug naar jou te roeien maar ,t was vergeefs onze liefde wou niet groeien
M,n eerste liefde eens zo mooi, helaas voorbij ik wrik, ik trek, ik ruk me los en eindelijk....ik ben vrij.
Beiden hebben we nu weer een plaatsje in ons hart voor elkaar gevonden Het is waar, nu geloof ik het tijd heelt alle wonden
Ik weet niet hoe je eruit ziet Ik weet niet wie jij bent en ik weet ook heel zeker dat jij mij nog niet kent Maar ik droom van je elke nacht weer Je loopt dan voor me uit en hoe ik ,t ook probeer Ik haal je niet in je loopt te hard en laat mij achter in mij smart Maar eens zal ik je ontmoeten waar je ook bent Eens zal ik je inhalen hoe hart je ook rent