ZONDAG 16 OKTOBER 2011
29ste ZONDAG A – 16 OKTOBER 2011
GEEF AAN GOD WAT AAN GOD TOEKOMT
Al enkele weke horen wij in het evangelie dat Jezus heftig tekeer gaat tegen de hogepriesters en de oudsten van het volk, kortom tegen de godsdienstige leiders van zijn tijd.
Ook vandaag is het zo in het evangelie. Zijn tegenstanders willen Hem in de val lokken, zij doen alsof zij een groot ontzag hebben voor Jezus, maar in werkelijkheid proberen ze Hem in de val te lokken.
Jezus antwoordt snedig en gevat, en toont dat Hij opkomt voor waarheid, oprechtheid, eerlijkheid, en het dispuut niet mijdt met deze godsdienstige leiders. Zo was het toen.
En nu?
Op zekere dag maakten de farizeeën plannenom Jezus in zijn woorden te strikken.Ze stuurden hun leerlingen op Hem af, samen met de Herodianen.
Die zeiden: `Meester, we weten dat U een waarheidlievend man benten naar waarheid onderricht geeft over de weg van God,en U door niemand laat beïnvloeden,want U ziet geen mens naar de ogen.Zeg ons dan wat U hiervan vindt:mag men belasting betalen aan de keizer of niet?'
Maar Jezus, die hun kwalijke opzet doorzag, zei: `Waarom stelt u Me op de proef, huichelaars?Laat Mij eens een belastingmunt zien.'
Ze gaven Hem een denarie.Hij zei hun: `Van wie is die afbeelding en het opschrift?'Ze zeiden hem: `Van de keizer.'Daarop zei Hij tegen hen: ‘Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.’
Matteüs 22,15-21
EERLIJK VAN BINNEN, VROEGER EN NU!
Dit stukje evangelie toont veel kwade wil: de tegenstanders van Jezus willen Hem vangen in zijn eigen woorden, en zijn geloofwaardigheid wegnemen. Ze beginnen vleiend, en dan stellen ze een vraag, die gezichtsverlies moet meebrengen. Elk antwoord van Jezus zal wel verkeerd uitgelegd worden.
Maar Jezus doorziet hun valsheid en noemt hen op de man af: ‘huichelaars’. Toch zoekt Hij niet te ontsnappen, Hij geeft een antwoord, dat eigenlijk zeer duidelijk is: ‘Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt, en geef aan God wat aan God toekomt’. Jezus wijst zo op de rol van ons eigen geweten in onze dagelijkse handelingen.
De keizer staat voor de burgerlijke overheid: wat mogen gezagsdragers eisen? Jezus zegt ons zonder omwegen om een eerlijke houding aan te nemen in politieke zaken. Waar het onrecht manifest is, in eigen land, of op wereldvlak, mag ons dat niet koud laten. Als de groten der aarde misbruik maken, mensen uitbuiten, en evidente mensenrechten schenden, mogen wij niet onverschillig blijven.
Maar geef ook aan God wat aan God toekomt. God vraagt dat wij, naar best vermogen, voor iedereen betrachten wat rechtmatig is, dicht bij ons maar ook op wereldvlak. In eigen land en in de wereld moet elke vorm van uitbuiting ‘diefstal’ genoemd worden.
Als Kerk moeten wij geen wereldse macht vormen. Maar wij moeten wel de politieke machthebbers durven beoordelen vanuit de persoon van Jezus. Geen partijpolitiek maar een persoonlijke opdracht in geweten: met woord en daad opkomen voor waarheid en rechtvaardigheid, en ook de moed hebben om uitbuiting, misbruiken en onrecht aan te klagen.
Als we dit ernstig nemen, zullen we wel eens meer tegenstroom moeten roeien. We zullen ook botsen en tegenkanting ondervinden. Maar zo is het nu eenmaal: ‘Jezus heeft ons geen gemakkelijke weg, maar wel een behouden thuiskomst beloofd.’
Een morgengebed
Een nieuwe dag, hier ben ik weer.
Het is nog vroeg, het is nog stil.
Buig U naar mij voorover, Heer,
en zeg me wat God wil.
U die een mens de waarheid zegt
en ieder in zijn waarde laat,
u die ronduit bent en oprecht,
zeg mij waar het op staat.
Zeg mij op deze morgen wat
ik heb te doen en waar en hoe
en maak, o Heer en meester, dat
ik dat van harte doe.
Dat ik mijn naasten om mij heen
van hoog tot laag het hunne geef;
dat ik niet voor mijzelf alleen
mijn aardse leven leef.
Maak mij vandaag dan welgezind
en doe mij door uw ogen zien
hoe ik in keizer en in kind
mijn God en schepper dien.
Michel van der Plas





