WITTE DONDERDAG
Witte donderdag
stilte voor de storm
adembenemend
gespannen
afwachten
bang zijn
dicht bij elkaar zitten
en eten
brood en wijn
delen
krachten krijgen
om de reis
te maken
Aukje Wijma


WITTE DONDERDAGWitte donderdag
stilte voor de storm
adembenemend
gespannen
afwachten
bang zijn
dicht bij elkaar zitten
en eten
brood en wijn
delen
krachten krijgen
om de reis
te maken
Aukje Wijma


GOEDE WEEKDuldend moest ik leren
Het leed kwam telkens op mij aan.
Onmogelijk om het af te weren
Met geen tranen te bezweren
'k Had het anders lang gedaan.
Toen ging het boven op mij staan,
tot ik stil lag zonder wenen.
Duldend, wachtend moest ik leren
En toen eerst is het heengegaan.
Dat is nu al een poos gelêen.
Ik zie het nu van verre nog
En ik begrijp niet, waarom toch
Ik toen zo leed met veel geween.
Titus Brandsma
Doorgangskamp Amersfoort (1942)
GEDICHT VAN DE WEEKHet andere lied
Nog zong hij ‘t zorgeloos vogellied,
maar binnen ging die teêrheid niet.
Nog zong hij tot de nacht verdween,
maar iedereen liet hem alleen.
Hij zong veel harten van geluk,
maar ‘t zijne van verlangen stuk.
Toen zong een andre stem in hèm
en dreef hem naar Jeruzalem.
Waar kruisen op den heuvel staan
blinkt een gelaat en ziet hem aan,
Zet bleke lippen aan azijn
en krimpt in d’allerlaatste pijn.
Maar vóór Hij ‘t hoofd neigt nog één maal:
‘Ik ben, Ik ben uw nachtegaal
en nimmer kan Mijn lied vergaan,
al valt de zon, al valt de maan.’
O zorgeloze vogelkeel,
zwijg niet, maar ken uw deel:
een wereld vol van duisternis,
waar ook in lijden luister is -
en schoner waanzin vindt geen lied
dan aan de kruisbalk is geschied.
Jan Engelman
PALMZONDAG
PALMZONDAG – 13 APRIL 2014
MAAR ZULLEN ZIJ GELOVEN?
Het is een oude traditie om op Palmzondag palmtakjes te zegenen en ze dan mee te nemen naar huis of naar onze kamer om ze daar een plaatsje te geven achter het kruisbeeld. Deze simpele takjes verwijzen naar de vreugde omdat we in Jezus de Messias mochten ontmoeten, Hij die ons leven zin en toekomst geeft.
Maar tegelijk herinneren deze takjes ons aan de tragiek en het onbegrip, de pijn en het lijden die Jezus moest doorstaan, en die zoveel mensen nog steeds moeten doorstaan omwille van hun geloof en hun inzet voor een rechtvaardiger en liefdevolle wereld.
Evangelie van de palmprocessie: Matteüs 21,1-11
De groep naderde Jeruzalem en kwam in Betfage op de Olijfberg. Daar stuurde Jezus twee leerlingen eropuit met de opdracht: ‘Ga naar het dorp daar vlak voor je. Jullie zullen er meteen een ezelin vinden die vastgebonden staat en een veulen bij zich heeft. Maak ze los en breng ze bij Me. En als iemand jullie iets zegt, zeg dan: 'De Heer heeft ze nodig, maar Hij stuurt ze meteen terug.'
Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden wat bij monde van de profeet gezegd is:
Zeg tegen de dochter Sion:
zie, uw koning komt naar u toe,
zachtmoedig en zittend op een ezel,
op een veulen, het jong van een lastdier.
De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had. Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen, en Hij ging erop zitten.
Zeer veel mensen spreidden hun kleren op de weg, anderen sneden takken van de bomen en legden die op de weg.
Zowel de menigte die voor Hem uitging als die welke Hem volgde, schreeuwde: ‘Hosanna, de Zoon van David. Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hoogste hemel.’
Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was, kwam de hele stad in beweging en ze vroegen: ‘Wie is dat?’ De mensen zeiden: ‘Dat is de profeet, Jezus uit Nazareth in Galilea.’
Lezing uit de brief aan de christenen in Filippi 2,6-11
Laat u leiden door het voorbeeld van Christus: Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen gelijk aan God te zijn.Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenenheeft Hij zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis.
Daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen staat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde,en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader:de Heer, dat is Jezus Christus.
OVERWEGING BIJ PALMZONDAG
Hij was maar een man op een ezel,
eenvoudig en zonder aanzien.
Zonder grote parade, zonder lijfwachten,
geen speciale veiligheidsmaatregelen,
geen afrasteringen,
geen geblokkeerde wegen.
Hij was maar een man op een ezel,
de koning der armen,
de Messias van dienst.
Zonder troon,
zonder plechtige ontvangst van de overheid,
zonder diplomatieke aanwezigheid.
Hij was maar een man op een ezel,
vol aandacht voor de minstbedeelden,
vol zorg voor de uitgestotenen
en toch in verzet
tegen uitbuiting en onrechtvaardigheid.
Bron: Zondagsvieringen Dominicanen



CAPPADOCIË 3MEVLANAMUSEUM
Tijdens onze trip van Antalya naar Nevsehir, op 27 maart 2014, werd regelmatig halt gehouden en kregen we de gelegenheid om bijzondere plaatsen te bezichtigen. Meest opmerkelijk daarbij was ongetwijfeld het MEVLANAMUSEUM in Konya. Goede, leerrijke informatie over dit museum is te vinden op de site: http://www.turkije-info-site.nl/konya-turkije.html
Naast gegevens over het leven van Mevlana, voor Turken wellicht de belangrijkste profeet en ‘heilige’ – na DE profeet, Mohammed – kan je in het museum ook heel wat opsteken over de orde van de derwisjen, die omwille van hun heel bijzondere vorm van meditatie niet zelden de ‘dansende derwisjen’ genoemd worden. Verklaring van deze vreemde benaming vind je o.m. op hogergenoemde site: door hun wervelende bewegingen tijdens dit mediterende dansen trachten zij contact te leggen tussen de Almachtige en de mensen. Daartoe houden zij hun rechterhand naar boven, omdat zij de gaven van de Almachtige van boven ontvangen, terwijl zij de linkerhand naar beneden houden, als teken dat zij deze gaven doorgeven aan de mensen op aarde.
Onze groep genoot ten volle van het bezoek. Voor mij persoonlijk waren – behoudens de waardevolle informatie over de geschiedenis en de godsdienst van Turkije – ook enkele ontmoetingen zeer verheugend – ontmoetingen waartoe ik nooit zelf het initiatief had durven nemen.
Zo werd ik achtereenvolgens aangesproken door twee Iraanse gezinnen, die met een groep op bedevaart waren gekomen naar Konya, de meest religieuze stad van Turkije. Daarnaast mocht ik de vreugde kennen van ‘een dialoog in gebarentaal’ met enkele Turkse vrouwen, die in de tuin van het museum aan het werk waren, en – meest van al verheugend – was er een ontmoeting met een mama met baby, waarbij ook de oma aanwezig was. Alle foto’s waarop deze mensen zichtbaar zijn, werden vanzelfsprekend genomen met hun instemming.
CAPPADOCIË 2TAURUSGEBERGTE
De tweede dag van ons verblijf in Turkije reden we via het indrukwekkende Taurusgebergte van Antalya naar Konya, het voormalige Ikonium. De rit voerde ons over de Alacabelpas, op een hoogte van 1825 meter.
In het voormalige Ikonium stichtten de Apostel Paulus en de H. Barnabas, reeds in de eerste eeuw, een van de grootste christelijke gemeenten, zoals in Handelingen vermeld wordt.
Zo is de voormalige Seltsjoekse hoofdstad – Konya – thans een bezienswaardigheid voor mensen uit de hele wereld, vanwege zijn christelijke en islamitische voorgeschiedenis.
Na Konya ging de rit verder tot Nevsehir, het meest aangewezen uitgangspunt voor een bezoek aan Cappadocië.
Totale afstand van de rit: tussen 550 en 600 km, doorheen een prachtig landschap. De foto’s werden genomen op 27 maart en geven een beeld van de rit door het Taurusgebergte.
CAPPADOCIË 1Vorige week had ik de gelegenheid om een reis te maken naar Cappadocië, Turkije. In de mate van het mogelijke – lees: de beschikbare tijd – zal de volgende dagen een fotoverslag van deze reis, met korte toelichting, gegeven worden op deze blog.
Cappadocië (een gebied van circa 4000 km2 in Centraal- en Oost-Anatolië, Turkije) kent een bijzonder landschap. Wat je ziet is het resultaat van een vulkaanuitbarsting, regen en wind deden de rest. Een bijzondere plek waar al duizenden jaren mensen wonen.
Cappadocië heeft een van de meest imponerende landschappen ter wereld. Extreme erosie zorgt voor allerlei vreemde vormen, waaronder de beroemde kegels. Deze 'feeënschoorstenen' ontstaan door de werking van regenwater op de diverse steensoorten. Hier vind je zachte tufsteen met daar boven op harde kalksteen. In dit extreme sprookjesdecor wonen al duizenden jaren mensen. Letterlijk er in. Hier zie je grotwoningen, grotkerken en zelfs complete dorpen onder de grond. Met opvallend veel kunstwerken van de toenmalige bewoners.
Wie hier rond loopt zal verbaasd om zich heen kijken. Het landschap is kaal, wild en kleurrijk tegelijk. En het telt talloze vormen die onnatuurlijk lijken. In dit verhaal speelt water een sleutelrol, zowel voor het landschap als de mensen hier. Dit is een plek waar je opvallend ver kunt kijken in het ruige binnenland van Turkije. En waar je een kijkje kunt nemen in het verleden van dit opmerkelijke gebied.
( Bron: http://www.droomplekken.nl )
De foto’s werden genomen tijdens een ballonvlucht op 28 maart 2014.
ZONDAG 6 APRIL 2014
5de VASTENZONDAG A – 6 APRIL 2014
‘LAZARUS, KOM NAAR BUITEN’
In de Bijbel ontmoeten we een God, die ons niet verloren laat gaan, maar die ons opricht uit duisternis en onmacht en die nieuw leven schenkt aan wat verdord, ontgoocheld of totaal terneergeslagen is.
Zo horen we vandaag het verhaal van Lazarus, die uit de dood wordt opgewekt. Het is al een voorafbeelding van Pasen: dan wordt de steen weggerold van het graf, de doeken worden afgelegd en de vrouwen verstaan als eersten wat er gebeurt:
het geloof in de verrezen Christus
schenkt een nieuw, volkomen leven.
Eerste Lezing uit de profeet Ezechiël 37,12-14
Dit zegt God, de HEER:
‘Mijn volk, ik zal jullie graven openen, ik laat jullie uit je graven komen en ik zal jullie terugbrengen naar het land van Israël.
Ik zal jullie mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen, ik zal jullie terugbrengen naar je land, en jullie zullen beseffen dat ik de HEER ben.
Wat ik gezegd heb, zal ik doen’ – zo spreekt de HEER.
Evangelie: Johannes 11,1-45
Martha zei tot Jezus: ‘Heer, als Gij hier waart geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.’ Jezus zei tot haar: ‘Uw broer zal verrijzen.’ Martha antwoordde: ‘Ik weet dat hij zal verrijzen bij de opstanding op de laatste dag.’ Jezus zei haar: ‘Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?’
Na deze woorden riep Hij met luide stem: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels gebonden en met een zweetdoek om zijn gezicht. Jezus beval hun: ‘Maakt hem los en laat hem gaan.’
Vele Joden, die naar Martha en Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had, geloofden in Hem.
Dan blijven alleen nog geloof en vertrouwen
Nergens zegt Jezus: 'uw gevoel heeft u gered', of 'uw verstand heeft u gered'. Altijd zegt Hij: 'uw geloof heeft u gered'. De diepste dingen zijn onzichtbaar voor onze ogen, onvatbaar voor ons verstand. Dan blijven alleen geloof en vertrouwen … Ten overvloede heeft Jezus getoond dat Hij ons geloof en ons vertrouwen waard is.
Geloof en vertrouwen! Allereerst zijn dat pure gaven. We kunnen ze niet zelf veroveren. Gelukkig maar, want anders zou ook hier het recht van de sterkste spelen, en zouden de machtigen het nog maar eens halen. We kunnen deze gaven alleen maar ontvangen: ‘Wij staan voor U met lege handen!’
Van onze kant vraagt dit evenwel een nederig hart, dat arm geworden is, een hart, dat bereid is om zich toe te vertrouwen. Aan zulke arme, leeg geworden mensen kan de Heer zijn gaven van geloof en vertrouwen schenken. Enkel in zulke mensen kan Hij zijn Geest leggen.
En dan kunnen we, eerlijk en oprecht, bidden:
Heer, God van levenden,
wij geloven dat leven en dood
in uw handen liggen.
Die gedachte geeft ons hoop.
Als we iemand verliezen die ons dierbaar is,
weten wij zelf geen raad of antwoord.
Leer ons dan ook,
Gij, God van levenden,
in volle overgave
ons leven in uw handen leggen
en leer ons telkens weer
– vol vertrouwen en geloof –
‘Uw wil geschiede’ zeggen.
Amen.
(Gebed geïnspireerd door Toon Hermans)
De wereld van het kind
mag nergens donker zijn,
want donker is oneindig groot,
en kinderen zijn klein.
De wereld van het kind
mag nimmer droefheid zijn,
want droefheid is ondenkbaar diep,
en kinderen zijn klein.
De wereld van het kind
moet pure liefde zijn,
want liefde is het hart van God
dat bij een kind wil zijn.
(Auteur onbekend)




GEDICHT VAN DE WEEKWat zij bedoelen
Schilders schilderen wanneer zij ‘t kunnen
‘t engelgezicht van die zij beminnen
maar ik die niet schilder
wat moet ik beginnen
In lied en muziek klinken tonen van liefde
die ‘t luisterend oor van beminden bekoren
maar ik die niet speel
kan mij niet laten horen
Anderen zijn er die fijn kunnen spreken
en schalks en levendig wat zij bedoelen
kunnen vertellen
ik kan ‘t alleen voelen
Want mij werd tot nu toe het lot slechts beschoren
om ver van je weg en in somber verlangen
met onzichtbare draden
aan je beeltenis te hangen
Jan Hanlo
DOORDENKEN OP DONDERDAGmeestal lijken kinderen
op hun ouders
en die lijken wéér op hún ouders
Mama, waar was ik toen ik nog niet geboren was?
Ja, kind, waar was jij toen?
Waar waren de sterren, toen ze er nog niet waren?
Waar waren de zandkorrels van de woestijnen,
toen er nog geen woestijnen waren?
Maak ik het te ingewikkeld, en denk je dat ik dit zeg
omdat ik het antwoord op jouw vraag niet ken?
Daar kan je wel heel groot gelijk in hebben, kind,
want ik weet niet waar je was voor je er was.
Diep in mijn gedachten misschien?
Soms, kind, is het net alsof ik jou altijd gekend heb,
je bent alleen op een dag
gewoon tevoorschijn gekomen,
maar ik kende je.
Ik kende je!
Dus moet je er toch al geweest zijn.
Ik denk daar soms aan,
terwijl je slaapt, en ik naar de sterren kijk.
Je weet toch dat we vanaf de aarde
sterren kunnen zien die er al lang niet meer zijn?
Het licht is nog onderweg naar ons toe,
maar zelf zijn ze allang gedoofd.
Soms denk ik: zal ik er voor jou nog zijn als ik weg ben?
Ja, ik bedoel: dood en begraven.
Zal er nog een straaltje licht op jou toe komen als ik weg ben?
Misschien is het een pover straaltje licht als van een zaklantaarn.
Je moet af en toe maar goed kijken,
’s nachts als het helledonker is,
als alle neonlichten en straatlantaarns gedoofd zijn.
Misschien zie je me dan wel.
Jaak Dreesen: ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’
GEDICHT VAN DE WEEKWees gegroet
Een somber, moe en angstig man,
zo simpel als hij bidden kan:
Maria, wees gegroet.
Gij glimlacht, daar ge in licht gewaad
in felle zon te glanzen staat
want gij zijt mild en goed.
En ‘k glimlach naar het ogenlicht
dat teer maakt uw verdroomd gezicht
en mij vertrouwen doet.
Glimlachend zien we elkander aan,
geef dat ik zó voor u mag staan,
eens en voorgoed.
Maria, wees gegroet.
Hubert van Herreweghen
ZONDAG 23 MAART
3de VASTENZONDAG A – 23 MAART 2014
‘BRON VAN LEVEN’
Vandaag en de volgende zondagen horen we in het evangelie zeer diepgaande lezingen, die volop naar de kern van ons geloof gaan. Het gaat hierbij niet om grote woorden of ingewikkelde theorieën – ook al is het taalgebruik soms moeilijk voor ons – maar om onze dagelijkse beleving: dáár gaat het om als wij proberen dagdagelijks als gelovigen te leven: de verbondenheid met Jezus, soms in stil gebed, dan weer in de gewone dingen van alledag.
Straks is er de dialoog van Jezus met een Samaritaanse vrouw. Het is een gesprek met een dubbele bodem: de vrouw denkt alleen aan gewoon water, om de dorst te lessen; Jezus echter spreekt over iets heel anders: het water is een beeld voor het volkomen leven, dat Hij ons aanreikt.
Eerste Lezing: uit het boek Exodus 17, 3-7
Daar, in de woestijn van Sion, leden de mensen hevige dorst; zij bleven almaar tegen Mozes mopperen en morren: ‘Waarom hebt u ons weggevoerd uit Egypte als we toch met kinderen en vee van de dorst moeten sterven?’
Mozes klaagde zijn nood bij de HEER: ‘Wat moet ik toch doen met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen.’
De HEER antwoordde Mozes: Sla op die rots. Er zal water uit stromen zodat de mensen kunnen drinken.’
Evangelie: Johannes 4,5-42
Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: ‘Geef Mij wat te drinken.’ De Samaritaanse vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?’
Jezus antwoordde: ‘Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’
‘EEN BRON DIE LEVEN GEEFT’
Het tafereeltje, dat we zonet hoorden, speelt zich niet af in ons land, waar we doorgaans niet te klagen hebben over regen of tekort aan water. Het speelt zich af in een dor gebied, nog net geen woestijn, en de watervoorziening is er een dagelijkse nood. Als de regen maanden uitblijft, gaat de natuur ten onder. Je ziet het soms in de subtropen, en het is een zielig zicht, dat zelfs cactussen kunnen afsterven door de maandenlange droogte. Het gras op de weiden wordt ros, er komen kale plekken tussen, met zand dat al even ros is. De dieren kwijnen weg, gieren cirkelen in de lucht en af en toe ligt er een kadaver. Ook mensen lijden en verzwakken onder droogte en hitte.
In deze context spreekt Jezus: zoals water leven geeft aan plant en dier en mens, zo is Hij zelf bron van een volkomen Leven. Alleen bij Hem vinden wij het volle Leven, zonder Hem is ons leven maar een schaduw en kwijnen wij weg. Het gaat hier niet om mystiekers of grote heiligen: Jezus spreekt voor gewone mensen, zoals wij. We moeten ook niet denken aan uitzonderlijke praktijken, waarin die eenheid met Hem beleefd wordt. In ons dagelijkse leven kan Hij tot ons komen, en kunnen wij bij Hem zijn: door een stil gebed of een simpele gedachte tijdens de dag kan ons leven intenser worden. Kleine, doodgewone dingen krijgen dan een diepgang, die we ook in zijn leven vinden. Zoals Hij geleden heeft, kunnen ook wij te lijden hebben. En zoals Hij verrezen is, mogen ook wij opstanding verhopen. Ons eigen, kleine leven is in miniatuur een afspiegeling van zijn grote leven: zo is Hij ons ten volle voorgegaan, in leven en lijden, in dood en opstanding.
Daarom is het belangrijk dat we met Hem verbonden blijven doorheen de dag. Dan worden gewone dingen ongewoon omdat zij dieper worden. Onze vreugde wordt een geschenk uit zijn hand; en zelfs het leed, dat ons drukt, wordt genade, omdat we deel hebben aan zijn Lijden.
Zelden komt Hij tot ons op spectaculaire wijze, maar Hij is altijd bij ons in dagelijkse dingen. Laten wij Hem daar – in dat gewone leven van alledag – dan ook de Bron zijn die ons leven geeft.
Bij de bron
Heer, kom in de middaghitte
van de rode zomerzon
vol erbarmen bij mij zitten
en vertel mij van uw bron.
Enkel al als u gaat spreken,
wordt het helder, wordt het fris.
Kom en wees het hemels teken
van volmaakte lafenis.
En vertel mij van uw water,
levend in zijn klare val,
dat de dorst van nu en later
eeuwigdurend lessen zal.
Was mij, meester vol genade,
in het leven dat gij zijt.
Laat mij in de waarheid baden
die mij van het kwaad bevrijdt.
Laat mij zo gezuiverd komen
tot de eeuwige fontein,
die van alle mensendromen
de voleindiging zal zijn.
Michel van der Plas







DOORDENKEN OP DONDERDAGDe zorg voor morgen …
… komt altijd een dag te vroeg!
We kunnen met een bestendig gevoel
van onzekerheid leven
en heel bang zijn voor wat de toekomst
ons brengt aan narigheden en pijn.
Intussen verheugen we ons zelden
over wat ons gegeven is,
want eerst met onze dood
valt de laatste zorg voor ons weg.
Het is naïef te denken
dat een zorgeloos leven ons ooit te beurt valt.
We hebben nood
aan een goede levensfilosofie
die ons niet stoïcijns ongevoelig maakt,
maar een stevig evenwicht geeft.
We dekken onze zorgen niet toe
want in ons onderbewustzijn
blijven ze kankeren
en tasten onze gemoedsrust aan.
En het is gevaarlijk voor hinderlagen
de ogen te sluiten;
struisvogelpolitiek kan zelfs dodelijk zijn.
Eén voor één ontleden we
de dingen die we vrezen:
gaat het om echte
of om papieren tijgers?
Wat kan het ergste zijn wat ons overkomt?
Meestal constateren we
dat we ons nodeloos druk maken:
‘Een mens leeft hoogstens 100 jaar
en hij maakt zich zorgen
alsof hij 1000 jaar zal worden.’
Gaat het om reële bedreigingen,
dan denken we rustig na
hoe we ons teweer stellen.
Onze kans op een goed verloop
wordt veel groter
dan wanneer we tijd en energie verliezen
door te vechten tegen windmolens.
Voor het overige beloven we onszelf
het beste te maken
van wat ons overkomt.
En…, als de hemel invalt
zijn alle mussen dood’.
Valeer Deschacht
GEDICHT VAN DE WEEKMeidag in maart
Ik dacht wel, dat zij komen zou
lang voor het iemand wist,
en hebben we ons niet werkelijk
een maand of wat vergist?
Wij dachten ons de winter nog
ternauwernood voorbij
en vinden de verwachting al
rondom ons in de velden, de
verwachting van de Mei!
De traag ontwaakte hazelaar,
die ’t niet vermoeden kon,
staat nu in al zijn schamelheid
beteuterd in de zon.
Maar ‘k zie de bomen dichter zich
verdringen om ’t gehucht
en als de frisse daken, die
er nu al zomer maken en
die blinken in de lucht.
Nu hebben al de meisjes ook
geen manteltjes meer aan,
maar heldere japonnetjes,
die wel zo aardig staan.
De zon vond bij zijn binnenkomst
de meisjes kant en klaar:
de meisjes zonder manteltjes, -
en met de blonde kleuren van
die Ridder in het haar.
Jan Prins
ZONDAG 16 MAART 2014
2de VASTENZONDAG A – 16 MAART 2014
‘ZIEN … SOMS … EVEN …’
Ook op deze tweede vastenzondag raken de lezingen de diepe kern van ons leven. ‘Trek weg uit uw land’, zegt God tot Abram …. Laat achter wat je voorheen gevangen hield, en ga op tocht naar een nieuw land, een nieuw en ander leven.
Eeuwen later mogen drie leerlingen op de berg Tabor, een glimp opvangen van de beloofde heerlijkheid in dit nieuwe land. ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn, ik zal hier drie tenten opslaan’, is de spontane verzuchting van Petrus: ‘Laten wij hier blijven in dit nieuwe land.’
Maar even later is dit visioen van licht alweer verdwenen …
Eerste Lezing: uit het boek Genesis 12,1-4a
De HEER zei tegen Abram: ‘Trek weg uit uw land, uw stam en ouderlijk huis, naar het land dat Ik u zal aanwijzen.
Ik zal een groot volk van u maken.
Toen ging Abram weg, zoals de HEER hem had opgedragen.
Evangelie: Matteüs 17,1-9
In die tijd nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee, een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht.
De schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’
'ONDERWEG ... EVEN UW HEERLIJKHEID ZIEN'
Abram en de eerste leerlingen leren veel over onszelf. 1800 voor Christus. Abram leeft zijn veilig leventje, thuis bij vader en moeder. Zijn familie heeft het goed en hij zal zelf zijn toekomst ook wel maken, met macht en geld en aanzien. Men zal met ontzag over hem spreken. Hij heeft Gods roep nog niet gehoord en is nog niet wakker geschud. Alles draait nog rond zijn eigen ikje. God heeft nog niet gesproken.
En dan is er die stem van God ‘Trek weg uit uw land’. Laat alles achter waar je vroeger voor leefde en zoek een hoger doel. Een horizon, die weidser is, ligt voor jou open. God wenkt met zijn belofte, en Abram trekt op weg. Zo ging het ook met de eerste leerlingen: een simpel woord van Jezus: ‘Volg mij’, en ook zij trokken op weg.
Abram, de leerlingen en zoveel mensen zijn ooit op weg gegaan, alleen gesteund door Gods belofte, alleen gevoed door Hem, in de stilte van hun gebed. Wittebroodsweken leken het eerst. Pas later kwam de loden hitte van de middag, het leed, het onbegrip, de tegenstand, de eenzaamheid.
Elk ideaal eist zijn tol en kost zijn prijs. Zo was het voor Abram, zo was het voor de leerlingen, zo is het voor elke mens, die luistert naar Gods lokroep. Zo was het zelfs voor Jezus zelf: ook Hij zegt dat Hij veel zal moeten lijden.
En soms is er een glimp van de beloofde zaligheid, een adempauze die in staat stelt om vol te houden. Even vertoef je op de berg, waar je graag zou blijven: ’Heer, het is goed dat wij hier zijn. Ik zal hier drie tenten opslaan.’
Maar de weg loopt verder door het dal, het beloofde land verdwijnt weer achter de einder: ‘Ze keken op en zagen niemand meer.’ Mozes en Elia en Jezus in stralende gedaante, ze zijn uit het gezicht verdwenen.
Nog jaren duurden de omzwervingen van Abram naar het beloofde land, nog maanden ook was Jezus met zijn leerlingen op weg naar Jeruzalem, en ook zo lang kan onze eigen tocht nog lijken. Wij blijven altijd mensen onderweg, altijd op weg naar de volkomen vervulling van een levenslange hoop.
De trouw aan een ideaal is zelden lichtlopend. Meestal groeit zij moeizaam, in de stilte van een soms vertwijfelde ontmoeting met God. Bidden wij daarom met Kardinaal Newman: ‘Richt gij mijn schreden, Heer, ik vraag u niet de horizon te zien: één stap is mij genoeg.’
Als de twijfel en de angst ons leven aanvreten,
en de moed ontbreekt om door te gaan,
toon ons dan de weg naar de berg.
Die plek van stilte om even met U alleen te zijn,
om kwaad en zorgen af te geven
aan U, die onze grote Drager bent.
Zet ons dan op het spoor
van Mozes, Elia en Jezus,
die ook hun angst en twijfel hebben gekend
en toch hun keuze trouw gebleven zijn,
en zo dragers zijn geworden van uw Licht.
Leer ons
ons te spiegelen aan hen,
die zo dicht met U verbonden waren,
zo intens vanuit U leefden,
dat zij uw licht, uw naam uitstraalden,
en alles in hen sprak van
‘Ik zal er zijn voor u’.
Doe ons weten dat Gij in hen te vinden zijt,
en ook in ons te zien zult zijn
als wij verder gaan op hun weg.
Geef ons nu en dan, en soms heel even,
zo’n moment van licht in uw stilte,
in het weten dat wij door U bemind zijn,
en toon ons dan de weg naar de vlakte,
naar het dagelijkse leven,
om met uw kracht uw weg verder te gaan.
Carlos Desoete




DOORDENKEN OP DONDERDAG'Vertel me eens wat een sneeuwvlok weegt', vroeg een koolmees aan een duif. 'Niets, helemaal niets', was het antwoord.
'In dat geval moet ik je een wonderlijk verhaal vertellen', zei de koolmees. 'Ik zat eens op de tak van een dennenboom, vlakbij de stam, toen het begon te sneeuwen. Niet hevig. Geen razende sneeuwstorm, nee, gewoon, zoals in een droom, zonder enig geweld.
Daar ik toch niets beters te doen had, begon ik de sneeuwvlokken die op de naalden en twijgjes van mijn tak neerdaalden te tellen. Ik was precies bij nummer 3.742.952, toen de 3.742.953ste sneeuwvlok op die tak viel – niets, helemaal niets, zeg je, maar de tak brak af.
Na dat verhaal te hebben verteld, vloog de koolmees weg.
De duif, sinds de tijd van Noach, een autoriteit op het vlak van vredeszaken, dacht een tijdje over het verhaal na en zei tenslotte in zichzelf: ‘Misschien ontbreekt er nog maar de stem van één mens om tot vrede in de wereld te komen’.
Joseph Jaworski: ‘Synchroniciteit’
GEDICHT VAN DE WEEKGenadige maart
Men had gezeid, o maart, dat gij zoudt kruien
dreigende wolkgevaarten door de lucht,
en dat ge de aarde, voor uw toorn beducht,
gingt geselen met slag van schuine buien!
En zie! Het gouden haantje kijkt in ’t zuien.
Er ritselt nauw een schichtig windgerucht.
Het laatste wolkje is uit het blauw gevlucht.
Zeg, wrede maart, wat moet dat àl beduien?
Zijn het de lentebotten, die het hout
bespikken met ontelbare knopjes goud,
wier teder oog uw strengheid heeft verbeden?
Of liet ge u door de vleitaal overreden
der loze vinkjes, die ik overal,
u groetend, hoor met kwetterend geschal?
Hilarion Thans
ZONDAG 9 MAART 20141ste VASTENZONDAG A – 9 MAART 2014
’40 DAGEN IN DE WOESTIJN’
Op deze eerste zondag van de Veertigdagentijd – onze jaarlijkse tocht naar Pasen – worden we geconfronteerd met de verlatenheid van de woestijn. Helemaal alleen gaat Jezus er de strijd aan met negatieve krachten. Die strijd resulteert in een definitieve levenskeuze: Hij wil zijn leven ten dienste stellen van de mensen, van God.
Zijn dorre woestijnervaring is een leidraad voor ons leven: elke vasten roept ons op om in geestelijke vrijheid uit te groeien tot de mens, die God voor ogen had, toen Hij ons schiep naar zijn beeld en gelijkenis, los van alles wat ons dag aan dag gevangen houdt, los van al wat ballast is voor een schoonmenselijke ontplooiing.
Eerste Lezing uit het boek Genesis: 2,7-9 en 3,1-7
‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ zei de vrouw, ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’
‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
Evangelie: Matteüs 4,1-11
In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gebracht om door de duivel op de proef gesteld te worden.
De beproever kwam naar Hem toe en zei: `Als U de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen brood worden.'
Toen nam de duivel Hem mee naar de heilige stad, zette Hem op de rand van de tempel, en zei: `Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden.
Weer nam de duivel Hem mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij liet Hem alle koninkrijken van de wereld zien met al hun pracht, en zei: `Dit alles zal ik U geven, als U voor mij in aanbidding neervalt.'
DOOR DE WOESTIJN NAAR JERUZALEM
Matteüs heeft dit verhaal opgetekend, vele jaren na de kruisdood van Jezus, en met een grote genegenheid. Jezus wordt door de Geest naar de woestijn geleid om er te vasten en te bidden. Daar word je beproefd: de weg zoeken, met risico’s leren leven. Je moet vooruitziend zijn en toch rekenen op genade. Soms een hele tijd lang.
De overeenkomsten met de ‘exodus’, de uittocht van het Joodse volk uit Egypte liggen voor de hand: het getal 40 om een lange tijd aan te duiden; de bekoringen doen denken aan de aanbidding van het gouden kalf, en vooral de antwoorden van Jezus zijn genomen uit de woorden van Mozes.
Met deze antwoorden aan de duivel, vat Jezus zijn eigen uittocht aan, zoals het Joodse volk eeuwen tevoren is weggegaan uit Egypte. En net zoals Mozes, net zoals het Joodse volk van eeuwen tevoren, kiest Jezus bewust voor zijn levensweg, voor zijn uittocht:
- ‘een mens leeft niet van brood alleen’
- ‘de Heer, uw God, alleen zult ge aanbidden’
- ‘ge zult uw God niet op de proef stellen.’
Jezus zal door deze uittocht in Jeruzalem komen, waar Hij zal moeten lijden, sterven en op de derde dag verrijzen. De bekoringen in de woestijn, leren ons dat Jezus daarvoor kiest: bewust, weldoordacht, goed overwogen.
Zo was het lang geleden; zo is het ook op onze eigen levensweg: wij kennen diezelfde bekoringen en moeten ons leven lang dezelfde keuzen maken: waaraan geven wij voorrang, welke God of afgod willen wij dienen of aanbidden, waarvoor willen wij leven?
Zo is het ook in onze mensengeschiedenis. Volkeren in het Zuiden hebben voor hun idealen vaak een hoge prijs betaald, en betalen die nog. Bevrijdingsbewegingen en verzet tegen onrecht kostten bloed, tranen en ontzaglijk veel leed. En dikwijls mondden ze uit in nieuwe tijden van verdrukking, waar vroegere bevrijders genadeloze heersers werden. Uit die lange en vaak tragische geschiedenissen groeit soms de gevoeligheid voor het ‘woord van God’. Ons geloof als christenen kon in vele gevallen slechts ingang vinden bij de mensen van Latijns-Amerika en Afrika, wanneer zij hun eigen geschiedenis herkenden in de Bijbelse geschiedenis.
En een stapje verder: misschien maakt ons geloof in het westen een crisis door, omdat wij opnieuw naar ons eigen Egypte van materialisme en onechte levensdoelen zijn teruggekeerd. Zo roepen de verhalen van vandaag ons op om altijd opnieuw, hoopvol, te blijven kiezen voor de levensweg of de uittocht naar de echte bevrijding, los van valse bespiegelingen.
Weg uit de slavernij…
Sporen naar de bron
Wie ogen heeft om te zien
en oren om te horen,
ontdekt onweerlegbare tekens van hoop.
De zwakken ontdekken
dat ze sterk worden
en onoverwinnelijk,
in de mate
dat ze elkaar vinden en één worden,
niet om de rechten van de anderen
met voeten te treden,
maar om te verhinderen
dat men hún fundamentele rechten
met de voeten treedt,
rechten die een geschenk zijn
van hun Schepper en Vader
Hoe kan je verklaren
dat ook aan de kant
van de geïndustrialiseerde en rijke landen
altijd meer, altijd talrijker
groepen ontstaan,
met allerlei namen,
met allerlei vormen van leiderschap,
met specifieke doelstellingen,
maar allen met éénzelfde en duidelijke
gemeenschappelijke noemer:
de vaste wil
om een wereld te helpen geboren worden,
waar mensen vrij kunnen ademen,
een rechtvaardiger en een menselijker wereld!?
Het is de Geest van de Heer die waait.
(Naar Dom Helder Câmara)
DOORDENKEN OP DONDERDAGVeertig dagen
met die vreemde man naar Emmaüs
Veertig dagen
loopt de weg
naar huis,
zij aan zij
met die vreemde man.
Hinderlijk soms
in het luisteren
naar zijn vragen,
zijn verwijten.
Veertig dagen omgaan
met een vreemde man
die zonder dak en
zonder één papier
toch luidop droomt
van een wereld
die nog niet bestaat.
Veertig dagen
loopt die weg naar huis.
De vreemde man
vertelt de oude verhalen
met een nieuw accent.
Hij verwarmt ons hart,
doet onze ogen stralen.
Ga niet verder,
vreemde man,
de avond valt
en ‘t donker komt dichtbij.
Kom bij ons,
wij delen ’t brood
en ruimen plaats aan tafel.
Veertig dagen
loopt de weg,
veertig dagen
om naar Emmaüs te gaan,
om Hem te herkennen,
verrezen onder ons,
zo ver weg en toch
ook zo nabij.
Vrij naar Manu Verhulst
GEDICHT VAN DE WEEKAswoensdag
een kruis van wat gewijde as
door priesterhanden neergeschreven
als teken van vergankelijkheid
en het onsterfelijke leven
kortstondig is het aards bestaan
wat stof is zal tot stof verteren
en deze stille priesterdaad
wil ons dit deze woensdag leren
een kruis van wat gewijde as
door takken van de palm verkregen
na vastenavond het symbool
dat ons herinnert aan de zegen
toen onze God ons eenmaal riep
de weg te gaan naar eeuwig leven
Hij, die eens aard en hemel schiep
wil ons Zijn hemelwoning geven
een kruis van wat gewijde as
hoe kort is wat wij hier aanschouwen
en hoe bestendig is het huis
waaraan wij in dit heden bouwen
besef toch dat dit kruis van as
ons duidelijk wil laten merken
hoe tijdelijk de reis slechts is
wij zullen aan de toekomst werken!
Frits Deubel