Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

GEDICHT VAN DE WEEK

DE ZACHTE DINGEN

 

De zachte dingen blijven toch bestaan

hoe hard en ruig de wereld wordt daarbuiten

ik zie de sterren blinken op de ruiten

ik hoor de voeten van de herders gaan

         

ik zie de lichtgrot van de nieuwe maan

ik hoor de engelen toch vrede zingen

ik zie de wijzen en hun volgelingen

ik hoor de wind zijn vleugels openslaan

            

ik zie de den die wij vol blijdschap haalden

zo glanzend groen in onze kamer staan

ik hoor Maria's moederlijk vermaan

als korrels sneeuw neerruisen uit zijn naalden

         

de winter sluit ons in

maar voor een nieuw begin

een jonger jaar gaat open

met hunkeren en hopen

met vragen en met wensen

van heil voor alle mensen!

      

anton van wilderode

EEN ZALIG EN GELUKKIG 

NIEUW JAAR 

MET GODS ZEGEN 

omer       



2204519-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2204519-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2204519-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 07:47 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ZONDAG 29 DECEMBER 2018

FEEST VAN DE HEILIGE FAMILIE

30 DECEMBER 2018

 

De omstandigheden, en ook wel de gebeurtenissen zelf, waren wel heel ongewoon, maar in Bethlehem, en later in Nazareth,  zien we eigenlijk een gewoon gezin samen: moeder Maria, vader Jozef en 't kindje Jezus. Vorige dinsdag vierden wij zo dat God – door en door – als mens tussen ons wilde leven: Jezus werd als een kindje geboren in een gezin als alle andere.

God zelf wil tussen gewone mensen wonen, en meeleven met hun zorgen, met hun vreugden. In dat kader wordt vandaag weer een gewone gebeurtenis met heel ongewone kantjes verteld. Zoals zovele Joodse gezinnen in die tijd gingen Maria en Jozef met het kind Jezus naar de tempel, en in het licht van zijn heel uitzonderlijke toekomst blijft dit kind reeds achter in de tempel en gaat daar in discussie met de ‘theologen’ van zijn tijd, allicht om hen op hun foutieve denkbeelden te wijzen, die meer hun eigenbelang dan Gods eigen Woord dienen.

Laten wij dankbaar en ontroerd dit mooie feest vieren!

 

Bekleed u,

als Gods heilige en geliefde uitverkorenen,

met tedere ontferming,

goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar,

als de een tegen de ander een grief heeft.

Zoals de Heer u vergeven heeft,

zo moet ook u vergeven.

(Kolossenzen 3,12-13)

 

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan.

Zijn moeder zei:

`Kind, hoe kon je ons dit aandoen?

Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.'

Hij zei tegen hen:

`Waarom hebben jullie mij gezocht?

Wisten jullie niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?'

(Lucas 2,48-49)

 

‘HIJ WAS TOEN AMPER TWAALF’

Het evangelie vertelt ons weinig over de kindertijd van Jezus: allicht heeft Hij die jaren doorgebracht als elke andere jongen in zijn land en in zijn tijd. Maar Lucas en Matteüs vertellen enkele heerlijke anekdotes. Zo zijn er ook nu een paar zinnetjes, die meer betekenis krijgen door zijn latere leven.

Het verhaal begint nog heel gewoon: zoals vrome mensen wel meer deden, ging ook dit gezin uit Nazareth Pasen vieren in Jerusalem. Eerst verloopt alles heel normaal, de heenreis, het Paasfeest zelf, en dan vatten ze de terugtocht aan. De avond van de eerste dag al is er onrust: het kind van twaalf is niet bij de groep. Is hij verloren gelopen? Werd hij ontvoerd? Het is een angst en een verdriet, die ook vandaag bestaan: de zoektocht, het opsporingsbericht, niet zelden een tragische afloop. Hier is de afloop anders: Jezus is achtergebleven in de tempel en is volop met de rabbi’s in gesprek. We verstaan de vrees van Maria: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen?’ Het woord van Simeon komt al uit: het leven van Jezus zal als een zwaard haar moederhart doorsteken.

Het antwoord van Jezus was onbegrijpelijk voor hen: ‘Wisten jullie dan niet dat ik bij mijn Vader moest zijn?' Het eerste woord van Jezus wijst al naar zijn unieke verbondenheid met God, die Hij zonder enige schroom ‘mijn Vader’ noemt. Moeder Maria, die alles in haar hart bewaarde, kan dat niet begrepen hebben, zoals er later nog zoveel zou gebeuren, dat zij niet kon begrijpen, maar dat wel als een zwaard door haar moederhart ging.

De jaren nadien rijpt zijn roeping. Er worden ons geen details meer gegeven, maar Lucas schrijft wel: ‘Jezus werd een wijs en volwassen man, die steeds meer in de gunst kwam bij God en de mensen.’

De wondere jaren van later, waarover wij zoveel meer weten, waren toen nog veraf. Maar in dat ene zinnetje, dat een hele jeugd samenvat, vinden wij een oproep voor een leven lang. Mochten ook wij – ongeacht onze leeftijd – dag na dag nog groeien in wijsheid en in welgevalligheid bij God en bij de mensen.

 

Het lied van de ouders

 

Wij vonden hem temidden van

de leraren gezeten.

Hij redeneerde als een man.

Hij las uit de profeten.

 

Wij zagen het als vreemden aan.

Wij hebben hem geschrokken

en haastig uit de kring vandaan

en met ons mee getrokken.

 

Wij zijn op weg naar Nazareth,

ons huis, ons lieve leven,

maar dat is nu voor altijd met

Jeruzalem verweven.

 

En hij loopt weer tussen ons in,

maar toch al half ontkomen,

en hij ziet buiten ons gezin

de vader van zijn dromen.

 

Hij is er en hij is er niet.

Wij moeten hem al delen

met een noodzakelijk verschiet

waar God hem zal bevelen.

 

Wat is dat voortaan voor een zoon

wat krijgt hij nog te dragen,

wat is er voortaan nog gewoon

in onze levensdagen.

 

Michel van der Plas

 



2203866-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2203866-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2203866-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2203866-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:18 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

HET VERHAAL VAN DE TWEE WERELDEN

De wereld van de herberg...
De wereld van de stal...

 

Midden in de nacht – schrijven de evangelisten – 

is er een ster boven een stal. 

Een hut 

het verblijf bij uitstek voor wie niet meetelt 

en geen aanspraak kan maken op enig recht. 

Er was namelijk ‘geen plaats in de herberg’. 

Wie niets bezit, ogenschijnlijk niets te bieden heeft, 

krijgt ook geen plaats.

Er zijn twee werelden:

de wereld van de herberg

en de wereld van de stal.

 

De ene wereld is de plaats van het ‘goed volk’, 

je weet wel, 

zij die geluk hadden in het leven, 

degelijk werden opgevoed in een warme thuis, 

alle kansen hadden om te studeren

en daarna een goede baan vonden, 

mensen met een goede naam in de gemeenschap. 

Ze hebben het goed.

 

De stal is die andere wereld: 

miserie 

die kleine mensen 

van vader op zoon geërfd hebben: 

geen thuis, geen opvoeding, geen werk, 

geen zekerheid voor morgen. 

In de herberg worden zij 

os - en – ezel – mensen genoemd, 

schorriemorrie, 

verlopen lui, 

niet te vertrouwen, 

mensen met wie je beter niet omgaat, 

kinderen met wie je niet speelt, 

jongeren die voor niets goed zijn.

Voor de mensen van de stal 

blijft de herbergdeur 

potdicht.

 

Twee totaal aparte werelden.

De mensen van de stal 

zijn daar terecht gekomen omdat de herberg 

al ‘volzet’ was.

Armoede van velen ontstaat 

uit de opgepotte rijkdom van enkelen. 

Eenzaamheid 

is het bittere resultaat van de gesloten kring, 

van mensen die genoeg hebben aan elkaar. 

De verdoken armoede

van kleine mensen 

stelt mij onontkoombaar voor deze keuze: 

Gods liefde 

zichtbaar maken 

of verduisteren...

 

Wie op zoek gaat naar de stal 

vindt altijd wel een ster 

om de weg te vinden. 

En alleen wie kijkt als een herder 

herkent daar in die stal 

het kind van God.

 

(uit: 4ingen ‘Herders, hij is geboren’)



2203364-4cd29a1be96bfd359973fd89b1070756.jpg

2203364-a45374687b8eb42f2f8b1b0d01e8d796.JPG

2203364-e21bfc8dd502fee400f0115b1937443d.JPG

2203364-b2e55befc23f3ed696015b65fcc46396.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 20:18 Reageer op dit bericht

DE KAT EN DE DUIF

DE KAT EN DE DUIF –

EEN BETOVEREND KERSTVERHAAL

 

Jeugdauteur Sylvia Vanden Heede en illustrator Nilu Kuhpour creëerden voor Kerknet een uniek (voor-)leesmoment voor Kerstmis.

Jeugdauteur Sylvia Vanden Heede (°1961) is bij het grote publiek vooral bekend van haar Vos en Haas-reeks. Haar werk kreeg een lange reeks bekroningen, waaronder de Zilveren Griffel en de Gouden Uil Prijs van de Jonge Lezer. Ze woont en werkt in Brugge. 

Illustrator Nilu Kuhpour (°1985) studeerde grafisch design in Teheran en Antwerpen. Ze is freelance grafisch designer en werkt mee aan kinderboeken. De Perzische cultuur is een herkenbare inspiratiebron. Ze woont en werkt in Antwerpen. 

 

Het was nacht en stil. Kasper liep dicht tegen de huizen. Je zag hem bijna niet. Als hij plotseling tevoorschijn sprong, schrokken de mensen zich een ongeluk. Sommigen sloegen zelfs een kruis.

Om zulke dingen moesten zijn baasjes altijd lachen. Ze aaiden onbevreesd zijn zwarte glanzende vacht van kop naar staart en kop naar staart, nooit andersom. Een kater als Kasper streek je niet straffeloos tegen de haren in.

Meestal was Kasper tevreden over zijn baasjes, maar vanavond niet. Het was kerst. Dat betekende een dikke plak paté op een bordje met een gouden rand, versierd met een takje hulst. Het betekende glinsterende ballen en lichtjes in een boom waar je niet in mocht klimmen, en juist dat verbod verhoogde het plezier. Kerst, dat betekende ook bezoek dat heel lang kwam tafelen. Kasper hield niet van bezoek, al wilde hij dat op kerst nog wel verdragen.

Maar nu niet. Niet meer.

Kasper zweepte zijn kwaadheid op met een paar felle slagen van zijn staart. Hij kon het nog altijd niet geloven: hij was het huis uitgezet! Zijn eigen huis! Voor een van de gasten! Voor iemand die allergisch was aan kattenhaar!

Weer die staart die zwiepte. Kasper werd hoe langer hoe bozer.

~

In al zijn nijd was Kasper zonder doel blijven doorlopen en nu merkte hij dat hij zich op het kerkplein bevond. Er hingen lichtjes in de bomen. Het was zo stil dat er niets bewoog. Zelfs de lichtjes verpinkten niet. Ze straalden roerloos en koud als verre, ijzige sterren in een oneindig leeg heelal.

’s Zomers lag Kasper graag onder de struiken bij de kerk te loeren naar de duiven die uit de toren waren afgedaald. Hij hield van duiven. Vooral de sappige malse borst vond hij lekker.

Alsof Kaspers gedachten bij toverslag vlees en bloed geworden waren, tippelde daar ineens een dikke duif dwars over het plein. Zomaar een duif midden in de winternacht. Eén vleugel sleepte over de grond. Hoog zou die duif niet meer vliegen en ver evenmin.

Kasper aarzelde niet. Weg was zijn woede om het hem aangedane leed. Hij zag alleen nog maar de vleugellamme duif. Een vogel voor de kat. Hij spande zijn spieren, rende en sprong.

~

‘Céleste, pas op! Achter je!’

De duif schrok, keek om, maakte een rare fladdering en ontkwam. Kasper miste haar op een veertje na. Het beest fladderde al verder, zwalpend als een dronkaard..

‘Vlug! Hierheen!’

Weer die stem. Het was geen mens die riep. Daarvoor verstond Kasper het veel te goed. Van mensentaal begreep hij alleen de woorden die er toe doen, zoals ‘eten’ en ‘lieve poes.’ Toch klonk de stem ook niet als die van een kat. Maar wie sprak er dan? Beduusd keek Kasper om zich heen. In die ene tel verloor hij de duif uit het oog, en ze was verdwenen.

~

Midden op het plein stond een kerststal waarvan de staartster op het dak als een lichtende pijl naar de ingang wees. Daar zou de duif wel heen zijn gevlucht. Alsof ze daar veilig zou zijn! Kasper trok zijn klauwen in en uit. Zijn maag kneep. Het werd tijd voor zijn kerstdiner.

~

Er brandde in de stal een heel zwak lichtje. Dat lichtje scheen op een starre, glimmende pop in een bak vol stro. In de schemering aan weerszijden van de bak stonden twee rare figuren naar die pop te staren. Ze schonken geen aandacht aan Kasper. Na enige tijd begreep hij dat ze ook een soort poppen waren, en hij ontspande.

Waar zat die duif?

Hij hoorde iets ritselen. Ze was er dus wel. Hij hoorde echter ook nog iets anders: de zware ademhaling van een wezen dat veel groter was dan hijzelf.

De haren van Kasper gingen recht overeind staan. Hij kromde zijn rug en maakte zijn staart zo dik als een plumeau.

‘Ik ben een zwarte kat en ik breng ongeluk!’ siste hij met ogen die gloeiden als vuur. ‘Kom op als je durft!’

Iemand lachte in het donker: ‘Hèhèhè!’

Een ander zei: ‘Het is kerstnacht. Vrede op aarde.’

Kasper herkende de stem die hij daarnet al had gehoord.

‘Katten kennen geen vrede’, koerde een derde droevig boven zijn hoofd.

Het kon niet anders of dat was de duif.

Kasper tuurde omhoog. Hij kon haar vaag zien zitten op de lage balk in de nok. Gemakkelijk te pakken.

‘Een sprekende duif!’ mompelde hij vol verbazing. ‘Daar geloof ik niet in!’

‘Alsof ik in een sprekende kat geloof’, zei de tweede stem. ‘En toch hoor ik je. Je praat als een ezel.’

Het was ook werkelijk een ezel die nu uit de duisternis tevoorschijn trad. Naast hem verscheen een schaap. De twee dieren stonden in een deel van de stal dat van de rest was afgescheiden door een hek van hout.

‘Hèhèhè’, bleef het schaap maar lachen. ‘Kijk toch eens hoe hij kijkt, Manu. Alsof dit zijn eerste kerstnacht is! Alsof hij niet weet dat in deze heilige nacht de dieren spreken!’

‘En er wordt geen bloed vergoten!’ waarschuwde de duif.

~

Kasper schudde zijn kop om wakker te worden. Dit kon niets anders zijn dan een bizarre droom. Maar hoe hij ook schudde, de dieren zwegen niet, integendeel, nu begonnen ze pas goed.

‘Dit is al het vijfde jaar dat ik hier sta’, babbelde Manu de ezel. ‘En voor Noëlla is het de tweede keer. Eigenlijk hoort er ook een os bij, maar die zijn moeilijk te vinden.’

‘Ossen zijn zo uit de tijd’, blaatte Noëlla.

‘Pastoors hebben ze ook tekort’, verzuchtte Manu. ‘Vroeger had je hier tenminste nog een middernachtmis en die zat bomvol. Maar kijk nu eens: de kerk is dicht en dood.’

Hij liet zijn oren en zijn onderlip hangen.

‘In de stad is er vannacht een mis’, probeerde Noëlla hem op te monteren. ‘Nietwaar, Céleste?’

‘Roekoe’, knikte de duif.

‘Niets hebben wij daaraan’, mompelde Manu mistroostig. ‘Niemand zal komen kijken naar hoe goed wij de wacht houden bij het Godd’lijk Kind.’

~

Kasper slaakte een kreet van afkeer en spot.

‘Het Godd’lijk Kind? Bedoel je dat ding daar in die bak? Het is nep! Een pop!’

‘Oh!’ fladderde Céleste geschokt.

Er dwarrelde een grijs veertje naar beneden.

‘Natuurlijk is het nep’, zei Manu zuur. ‘Wij spelen iets na dat lang geleden is gebeurd. Straks om middernacht knielen wij bij de kribbe neer met onze koppen naar het oosten. En dan is het weer voor een jaar voorbij.’

‘We knielen om de Heiland te eren’, legde Noëlla schaapachtig uit.

‘Met Kerst vieren we de geboorte van de Redder!’ knikte Céleste vol ijver.

Ze trippelde op de balk heen en weer. Het water kwam Kasper in de bek. Hij moest aan zijn goudomrande bordje denken en aan het takje hulst.

~

‘Weet je, ik stam af van de schapen van Bethlehem’, vertrouwde Noëlla de anderen plotseling vol trots toe. ‘Mijn voorouders hebben de engelen horen zingen.’

‘Ik stam af van de ezel van Bileam’, probeerde Manu haar te overtroeven. ‘Die kon engelen zién.’

‘En ik, ik ben verre familie van de engelen!’ riep Céleste daar bovenuit. ‘Want ik heb vleugels net als zij!’

Ze sloeg ze open en dicht. Nog meer veertjes dansten sierlijk naar omlaag.

‘O ja? Ben je dan toevallig ook het zusje van de Heilige Geest?’ vroeg Noëlla venijnig.

Céleste fladderde gekwetst.

‘Hoe durf je! Jij… Jij onnozel schaap!’ riep ze uit.

‘Hoor wie het zegt. Simpele duif!’

‘Zwijg, stomme ezel!’

Het werd me daar een gekrakeel in die stal, in die stille nacht, bij dat Heilig Kind. Het schaap en de ezel en de duif kibbelden zo erg over wie van hen nu het belangrijkste was, dat ze er Kasper bij vergaten. Die was op een strobaal gesprongen en begon aan zijn sluwe klim naar de balk waarop Céleste zat. Het was een kwestie van ogenblikken. Onder hem lag de pop te blinken in zijn bak. Eens zien of de Redder de duif kan redden, dacht Kasper nog.

~

Toen luidden, ver weg maar toch hoorbaar, de klokken voor de nachtmis in de nabijgelegen stad. Tegelijkertijd klonk er ook iets anders, een oeroud geluid en toch elke keer nieuw, het mooiste, het allermooiste geluid dat er in de hele schepping te horen valt: de eerste schreeuw van een pasgeboren kind.

~

Kasper schrok en tuimelde van de balk. In zijn vliegensvlugge draai om op zijn vier poten terecht te komen, zag hij in een flits een zuigeling in het stro. De oogjes dichtgeknepen, het mondje vertrokken in een kreet. Twee handjes graaiden in het ijle. Een moeder boog zich over hem heen. Ze zong, ze suste. Een vader greep haar hand.

~

‘Glori-ia! Glori-ia!’ balkte de ezel en het schaap blaatte ‘in excelsis!’ en de duif, die recht omhoog klapwiekte met merkwaardig witte vleugels in de zwarte nacht, koerde: ‘Ho- ho- sanna!’

Het klonk als roe-koe-koe.

Maar Kasper wist wel beter.

 

Sylvia Vanden Heede, in: ‘KerkNet Nieuwsbrief, maandag 24 december 2018’



2203057-ccf19a4123f6137b3cd2ba9c3d1abe14.jpg

2203057-6d40b8a1c8233444264383bdebbeb01a.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 09:42 Reageer op dit bericht

ZALIG KERSTMIS !

HET EERSTE KERSTVERHAAL


In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk.Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was. Allen gingen op reis, ieder naar zijn eigen stad om zich te laten inschrijven. Ook Jozef trok op en omdat hij behoorde tot het huis en geslacht van David, ging hij van Galilea uit de stad Nazaret naar Judea, naar de stad van David, Betlehem geheten, om zich te laten inschrijven, samen met Maria, zijn verloofde, die zwanger was. Terwijl zij daar verbleven, brak het uur aan waarop zij moeder zou worden; zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe,  omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

In de omgeving bevonden zich herders die in het open veld gedurende de nacht hun kudde bewaakten. Plotseling stond een engel des Heren voor hen en zij werden omstraald door de glorie des Heren, zodat zij door grote vrees werden bevangen. Maar de engel sprak tot hen: 'Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.' 

Opeens voegde zich bij de engel een hemelse heerschare; zij verheerlijkten God met de woorden: 'Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.' 

Zodra de engelen weer van hen waren heengegaan naar de hemel, zeiden de herders tot elkaar: 'Komt, laten we naar Betlehem gaan om te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons heeft bekend gemaakt.' Ze haastten zich er heen en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind, dat in de kribbe lag.

Toen ze dit gezien hadden, maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was.  Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. 

De herders keerden terug, terwijl zij God verheerlijkten en loofden om alles wat zij gehoord en gezien hadden; het was juist zoals hun gezegd was.

 

Kerstnacht

 

Kerstnacht – het woord is als een lafenis,

een koele sneeuw, glanzend onder het zachte

stralen der sterren – op de landen is

het weerloos stil, een ongerept verwachten.

 

Kerstnacht – het eenzaam zwerven der gedachten

rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken

verlangen naar het helder zingen in de nacht en het

opgaan van de ster, een lichtend teken.

 

Kerstnacht – het sneeuwt op uw geschonden aarde,

dun en verstuivend dekt een huivering

van ijle val, een lichte zuivering

het vragen, dat wij ongestild bewaarden.

 

Ida Gerhardt



2203048-a3bd63bb606d759d9fcfb3adcaa196da.jpg

2203048-f64c295f773ced1b055ba8aecc216863.jpg

2203048-2c5985a143396b1e02b6e93454e97b43.jpg

2203048-58026fcc901e62723f48d3ed6b7ee646.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:11 Reageer op dit bericht

ZONDAG 23 DECEMBER 2018

ZONDAG 23 DECEMBER 2018

4de ZONDAG VAN DE ADVENT

 

In die dagen

reisde Maria in grote haast naar het bergland,

naar een stad in Juda, 

waar ze het huis van Zacharias binnenging

en Elisabeth begroette. 

---

Elisabeth werd vervuld van de Heilige Geest

en zei tot Maria:

‘Zalig is zij

die geloofd heeft

dat de woorden van de Heer

in vervulling zullen gaan.’

(Lucas 1,39 en 45)

 

Enkele dagen voor Kerstmis gaan onze gedachten  speciaal uit naar Moeder Maria. Het evangelie zegt niet veel over haar, maar vandaag horen we een mooi verhaal: zij gaat in alle nederigheid naar haar nicht Elisabeth. Hoewel zij de moeder van Jezus zal worden, blijft zij de kleine, nederige vrouw die haar leven ten dienste van anderen wil stellen.

Dit evangelie sluit aan bij dat andere verhaal, waarin de engel aan Maria vraagt om de moeder van Jezus te worden. Wij kennen haar angst bij dat vreemde bezoek. We kennen ook het woord van de engel: ‘Vrees niet, Maria’. ‘Vrees niet’: zo dikwijls staat het in het evangelie, dat we hier bij de kern zijn. Wat er ook gebeurt, als je wereld lijkt in te storten, is er dat ‘Vrees niet’. De eeuwen door heeft God zijn mensen bemoedigd. ‘Wees toch niet bang, jij wormpje, Israël’, zegt Jesaja. De jaren lang, dat Jezus optrok met zijn vrienden, herhaalde Hij voortdurend: ‘Vrees niet’. Ook toen hun schip kapseisde in de storm. En die generaties van mensen, die naar Jezus keken, en aangevreten werden door twijfel, omdat hun leven bijwijlen ook een storm leek. En telkens weer datzelfde: ‘Wees niet bang, vrees niet, Ik ben er.’ Altijd weer hebben gelovigen dat gelezen, dat gehoord, dat geloofd: ‘Vrees niet’. En wij: geloven wij?

Bij het bezoek van de engel is Maria de vrouw die ja zegt tot God. Vandaag gaat het verder: haar geloof is geen lege lippendienst, maar kleurt haar hele leven. Maria zegt nu ook ja aan de mensen, aan die éne concrete mens in nood: Elisabeth. Toen zeker geen vrouw, die in aanzien stond: in het volkse geloof was zij door God zelf afgewezen, omdat zij kinderloos zou blijven. Zij hoorde bij de minderen, de marginalen. Uitgerekend naar zo iemand gaat Maria, zij, die door God zelf was uitgekozen. En wij, gaan wij naar hen die uitgestoten zijn?

Lieve Moeder Maria, ontdoe ons van onze eigenwaan en leer ons de nederigheid, die u eigen was. 

HET BEZOEK

 

Op tijd en stond vallen machtigen neer,

dictators moeten vluchten.

presidenten vallen in ongenade bij het volk.

ministers en generaals moeten rekenschap geven.

 

Kleine mensen hebben niets te verliezen.

Op tijd en stond worden ze uitgekozen

en zij, die het nooit hadden verwacht,

worden van ‘tussen de kudde’ gehaald.

 

Ze staan in dienst van het volk,

bekommerd om vrede,

ze hebben het immers zelf ondervonden,

wat het is, verdrukt te worden en te lijden.

 

Maria’s eerste vredeswerk is.

de 'vredevorst' groot brengen

in het kleine nest van Nazareth, in het verborgen

en daar toekomst open trekken.

 

Dat wil ze gaan vertellen aan Elisabeth.

Vredeswerk is geen één-vrouws-werk.

Samen willen ze er wat gaan aan doen,

al lijkt hun inzet voor de wereld

niet groter dan een mosterdzaadje.

 

Maar God is er ook mee gemoeid.

Is het bij ons ook niet zo,

dat het bij Hem begon?

 

Roland Van Rostenberge

 



2202230-c35ea5b12fc2bc0281b45fa9cd703f71.JPG

2202230-2a3ca4012edacc461000f2dac809661d.JPG

2202230-46e3a811d01c8a5015ccffe9e49e534d.JPG

2202230-bcb4b70d3311db177df644bb09a7cf42.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:19 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ADVENT

 

Als met een mensenkind

uit liefde geboren

zo lang verwacht

het leven niet herbegint

als licht in de nacht

zijn wij verloren.

 

Als alle armoede en verdriet

in het achterhuis verborgen

en machteloos geslagen

toch weer Gods zegen ziet

en nieuwe hoop begint te dagen

zijn wij geborgen.

 

Als oorlog en geweld

wapens en stormgedruis

mensen op de vlucht doen slaan

strompelend door het veld

en ergens een ster blijft staan

zijn wij weer thuis.

 

Als water, bos en lucht

door vuilnis en vergif belaagd

mens en dier verstoren

de aarde kreunt en zucht

en Gij U toch aan deze wereld waagt

zijn wij herboren.

 

Marcel Verhelst

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 18:02 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ZOEKEN IN HET DONKER
                     

De Heer verlicht de weg?
Maar donker zijn de paden
en duister al mijn daden.
Al wat ik doe en zeg
is van het licht verstoken,
het licht in mij gebroken.
Ik weet hier heg noch steg.

                   
De Heer verlicht de weg?
De winter is gekomen
in 't land van onze dromen.
Het licht vriest uit ons weg; 
een koud bevroren wachten
nog langer dan wij dachten.
De dood achter de heg.

              
De Heer verlicht de weg?
O, God, hoe moet ik lopen,
hoe kan ik blijven hopen?
Uw licht is zo ver weg.
Ik vrees dat het zal doven
als het teert op mijn geloven.
Maar neem het toch niet weg!

               
O Heer, verlicht mijn weg!
Stuur op mijn pad nieuw leven,
een Kind om naam te geven,
aan wie ik eerlijk zeg:
‘Ik kan alleen niet verder.
Wees, Christuskind, mijn herder,
licht op mijn levensweg!’

             

Joke Verweerd

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 20:13 Reageer op dit bericht

ZONDAG 16 DECEMBER 2018

ZONDAG 16 DECEMBER 2018

 

3de ZONDAG VAN DE ADVENT

 

Zusters en Broeders,

Verheugt u in de Heer te allen tijde. 

Nog eens: verheugt u! 

Uw vriendelijkheid

moet bij alle mensen bekend zijn.

De Heer is nabij. 

(Brief aan de christenen van Filippi 4,4-5)

--- 

Eens vroegen de mensen aan Johannes de Doper:

'Wat moeten wij dan doen?’

...

Zo en op vele andere manieren

verkondigde hij met klem aan het volk

de goede boodschap.

(Lucas 3,10 en 18)

 

Lied voor de Advent

 

Ik heb mijn hart tot U geheven,

Heer, al mijn hoop zijt Gij.

Ik weet: Gij zult mij niet begeven;

mijn Heiland is nabij.

 

Al ligt de wereld diep verduisterd,

al drukt de grauwe tijd,

mijn hart heeft met geloof geluisterd,

mijn hart heeft zekerheid.

 

Mijn hart weet dat ons oud verlangen

weldra vervulling vindt.

Het eeuwig Licht is reeds ontvangen,

de maagd verwacht haar Kind.

 

Vergeef, Heer, al mijn slechte daden,

zet recht mijn dwarse voet

en leer mij lopen langs uw paden

mijn Heiland tegemoet.

 

Gerard Wijdeveld



2200576-7dba964a361ac14b35e946c47d567063.JPG

2200576-abc5bc5c6ab54b9885583345b7b37a5c.JPG

2200576-1759a4f9011c5171da2d97014f3c526d.JPG

2200576-4f5d90372b71cb251ba473c82d6a2b8e.JPG

2200576-c6253f2886a5a3928f5668f7bbc668bd.JPG

2200576-1aa805aafba0b8abaea2d42adf900a0f.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

DUBBEL VERBORGEN

 

Bij Matteüs 1,18-25

 

In het kerstverhaal stuurt God aan Jozef in een droom een engel om hem de weg te wijzen. Gods hints zijn nogal verborgen: via een engel, in een droom. Hoe zit dat in mijn leven?, vraagt Marga Haas zich af. Hoe zorg je ervoor dat je zijn subtiele hints niet misloopt?  

 

Hoe vaak loop ik God mis? Die vraag komt bij me op als ik het begin van het kerstverhaal in Matteüs lees. Maria is zwanger, maar niet van Jozef. Hij overweegt haar te verstoten, maar in een droom zegt een engel van God hem om haar juist tot vrouw te nemen. En dat doet hij ook.

Ik heb het zo vaak gelezen of gehoord, dat ik de woorden kritiekloos naar binnen laat glijden. Maar als ik erover nadenk, is het eigenlijk maar vreemd. Jozef worstelt met een kanjer van een probleem. Het gaat hier om een zaak die je eigen levensloop en die van een ander bepaalt. Bovendien spelen, naar ik aanneem, gekwetstheid, pijn, teleurstelling en onbegrip een rol. Dit is echt een kwestie waarvan je hoopt dat je er in je leven niet al te veel van zult tegenkomen.

Dan stuurt God een engel om Jozef de weg te wijzen. Maar die komt niet op klaarlichte dag, zodat Jozef zeker weet en niet kan ontkennen dat hij hier werkelijk met een engel Gods van doen heeft. Nee, de engel verschijnt hem in een droom. God wijst Jozef de weg, maar verbergt zich op eminente wijze. Dubbel. Achter de engel, die ook nog eens in de versluierdheid van een droom langskomt.

Als God in dit verhaal al zo dubbel verborgen optreedt, hoe verstopt Hij zich dan in mijn leven? Waar en hoe en door wie is Hij voor mij tegenwoordig? Hoe wijst Hij mij de weg? Hoe zorg ik ervoor dat ik zijn subtiele hinten niet meer mis?

 

Marga Haas, www.debezieling.nl

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 20:40 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

MIJMERING BIJ DE ADVENT 

'HERFST'

Ik ben een herfstlijke boom, verdord,
bewonderd om zijn vruchteloze kleuren;
wil deze schijnbloei van mijn takken scheuren
en maak het najaar van mijn schande kort.

Hoor het gebed, dat in mijn takken mort,
hoe ik begeer te bloeien en te geuren,
hoe ik verlang het hangend fruit te beuren,
dat ik ontvanklijk voor het leven word!

Kom met uw wind de dorre blaren dunnen
en let niet op het schreiende geluid
van blaren die toch niet meer groenen kunnen.

Schud met uw wind de dode blaren uit
en wil mij toch uw nieuwe leven gunnen,
vruchtbaarder, bloeiender, met blad en fruit.

Piet Penning de Vries S.J.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 14:54 Reageer op dit bericht

ZONDAG 9 DECEMBER 2018

ZONDAG 9 DECEMBER 2018

2de ZONDAG VAN DE ADVENT

 

Een stem roept in de woestijn: 

Bereid de weg van de Heer, 

maak zijn paden recht; 

elk dal moet opgevuld worden, 

elke berg en heuvel geslecht; 

kronkelpaden moeten recht

en ruwe wegen effen worden.

 

En alle mensen zullen de redding zien

die van God komt. 

(Lucas 3,4-6)

 

KEER JE LEVEN OM

 

We horen het roepen

 van Johannes de Doper in de woestijn.

 

Keer je leven om, zegt hij.

Keer elk leven om

dat gebouwd is op het zand

van elk-voor-zich

en waarbij de kleine mens

over het hoofd wordt gezien:

overtollig, overbodig, te veel.

 

Keer je leven om,

zoals men de grond omkeert

in de lente,

om het zaad- en plantgoed

kans tot kiemen te geven.

 

Keer je leven om.

Elke heuvel moet geslecht,

elke bocht moet recht.

Gedempt moet elke kuil en elke voor.

 

Pak het leven anders aan.

Bekijk het eens vanuit de bril

van mensen in de schaduw,

en zet stappen

die hen in het licht brengen.

 

Keer je leven om.

Geef kleur aan solidariteit.

Deze oproep van de profeet Johannes

vormt de ouverture van heel het evangelie.

Als deze oproep niet wordt gehoord en beantwoord

kan er van de rest van het evangelie

maar nauwelijks iets terecht komen…

 

(Welzijnszorg Adventsactie 2000)



2198952-f0a2d90380014a61a42e18b58060eafd.JPG

2198952-d631365135186b6eb41c7ca3de81ac5f.JPG

2198952-aef6bf2781859d9477581c1dcb27960e.JPG

2198952-197eefa008b53bc01f4abfc40fa1a54c.JPG

2198952-b3be0a7dd0cd6415174685fb2b917b2e.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

Wachten

 

Wachten is uit de mode. Wij willen liever alles meteen. In de advent kunnen we dus veel leren. 

De advent is een tijd van wachten en uitkijken naar. We steken een eerste kaars aan, en pas een week later een tweede, enzovoort.

Een ongewoon tempo voor onze tijd.

Maar dit wachten is anders dan het wachten op de trein. We zitten niet van binnen te foeteren als er een paar minuten vertraging is. Het is ook anders dan het ongeduldige wachten bij het uitpakken van een verrassingscadeautje. In de advent weten we wat er komt, en wanneer. Kerstmis komt nooit onverwacht. En we weten al eeuwenlang wat er dan zal gebeuren. Een echte verrassing is het niet meer.

Het is misschien vooral tijdens het wachten dat er iets moet gebeuren.

Dat we oog kunnen krijgen voor mensen en dingen waar we anders aan voorbijlopen. Dat we iedereen erbij laten horen. Dat we onze binnenkant koesteren. Zodat wij en de wereld klaar zijn voor Kerstmis, toen God zo dichtbij kwam als nooit tevoren.

Daar hebben we groene takken, rode linten en kaarsen voor nodig. Om de hoop en de liefde levend te houden. Om het licht in ons te wekken en te laten groeien. Elke week een lichtje meer.

Kolet Janssen, KerkNet Nieuwsbrief,  zaterdag 1 december 2018 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:50 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Laat warm en stil de kaarsen branden heden,

die Gij hier in ons duister hebt gebracht,

breng als het kan ons samen, geef ons vrede.

Wij weten het, uw licht schijnt in de nacht.

 

Valt om ons heen steeds meer het diepe zwijgen,

de eenzaamheid, die nergens uitkomst ziet,

laat ons dan allerwege horen stijgen

tot lof van U het wereldwijde lied.

 

In goede machten liefderijk geborgen

verwachten wij getrouw wat komen mag.

God is met ons des avonds en des morgens,

is zeker met ons elke nieuwe dag.

 

Dietrich Bonnhoeffer 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 11:20 Reageer op dit bericht

ZONDAG 2 DECEMBER 2018

EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT

2 DECEMBER 2018

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:

‘Er zullen tekenen zijn

aan zon, maan en sterren.

En op aarde zullen de volken sidderen van angst

voor het gebulder en het geweld van de zee;

de mensen worden onmachtig van angst

voor wat er met de wereld zal gebeuren.

Wanneer dat alles staat te gebeuren,

richt je dan op en hef je hoofd,

want jullie verlossing is nabij!’

(Lucas 21,25.26 en 28)

 

ALLES BLIJFT WACHTEN

 

De stille godsverwachting

die wij advent noemen

leert je anders kijken,

voelen, spreken, handelen.

 

Want niets is onomkeerbaar

of voorgoed verloren.

 

Alles blijft wachten

in zijn diepste kern

op – God weet –

een bewogen menselijke hand

waarmee al het gekneusde en vertrapte

weer kan worden aangeraakt

en in het licht getild;

om onaantastbaar

als een ster te schijnen.

 

De stille godsverwachting

brengt je in een sterke tegenstroom,

vandaag, in deze wereld.

 

Van hoop ondanks het onheil.

Van recht doen onvoorwaardelijk.

Van zachte kracht

als antwoord op geweld.

 

Van mildheid en van mededogen.

 

(Kris Gelaude)



2196863-b18454cf0820ad8c702cba8d7e1c0abe.JPG

2196863-b6dc38e773533345180e027caee9f756.JPG

2196863-589c3f6bd167c102074b68aab8a69482.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Omer om 09:21 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

UIT HET GEZICHTSVELD VERDWENEN

 

Ik sta aan de rand van het strand.

In de ochtendbries

glijdt een zeilboot naar de oceaan.

Hij is schoonheid, hij is leven.

Ik kijk hem na

tot hij aan de horizon verdwijnt.

 

Naast mij zegt iemand: 'Hij is weg'.

Waarheen?

Uit mijn gezichtsveld verdwenen.

Dat is alles.

 

Hij draagt zijn mast even hoog

en zijn romp heeft nog altijd de kracht

om z'n menselijke lading te dragen.

 

Zijn verdwijning uit mijn gezichtsveld

is iets in mij, niet in hem.

 

En net op het ogenblik

dat iemand naast mij zegt:

'hij is weg'

zijn er anderen die hem

aan de horizon zien verschijnen

en naar hen toe glijden,

en die vol vreugde roepen:

'Daar is hij!'

 

Dat is de dood.

 

William Blake, Engels schrijver (1757-1827)

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Omer om 11:56 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Polder met jouw witte wegen

En jouw sloten aan de kant,

Met jouw wijde, allerzijde

Vredig bloeiend waterland,

Met de dromerige zegen 

Van jouw welig zachte vee,

Voel ik mij jouw ziel genegen,

Deelt hij zich de mijne mee.

Polder met jou ben 'k verwant:

Wij zijn dingen van een land! 

 

Polder – van de duinen dalen

Weer mijn voeten naar jouw kant –

Ach, wat restte mij ten leste

Dan jouw kleine waterland!

Dan te dromen en te dwalen 

Door de bloemen van jouw wei,

Dan te leven en te stralen –

En te sterven zoals zij!

Polder, met jou ben 'k verwant:

Ziel van 't eigen lieve land! 

 

Carel Steven Adama van Scheltema

 



2195822-b5306b6909d58e2b25cd2947cbcd7edb.JPG

2195822-6f38b537217c32a07f5ab1d3d78d1959.JPG

2195822-02c5ee2168acfdcfcbe635924fbb53e9.JPG

2195822-9e971d9d284818af3694b74eaad3d90f.JPG

2195822-4858e6038accac6beea1a22e1773675a.JPG

2195822-7271e2fd0fc07bb30f40ed4083b2c650.JPG

2195822-5148c81bcddebf8dd4ad789119955eaa.JPG

2195822-eed38754b052f177868252e3505bafea.JPG

2195822-5ec7a790612d9a3dde0b5cc1d0550f91.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Omer om 09:45 Reageer op dit bericht

ZONDAG 25 NOVEMBER 2018

(Vandaag is de eucharistie enigszins anders. Destijds op mijn parochie werden maandelijks ‘kindvriendelijke vieringen’ gehouden. Hieronder geef ik de viering van ‘Christus Koning’, zoals we die met een werkgroep van jonge ouders hadden voorbereid, in november 2002, een hele poos geleden ondertussen, maar de boodschap blijft waardevol omdat ze tijdloos is.)

ZONDAG 25 NOVEMBER 2018 – FEEST VAN CHRISTUS KONING

Een raar feest vandaag, lieve mensen. Jezus, een koning? Hoe kan dat nu? Hij woonde niet in een paleis. Hij had geen kroon op, en Hij had ook geen deftige koningsmantel aan. Hij liep gewoon op straat, en Hij deelde zijn leven met armen en kinderen.

En toch een koning? Ja, maar dan anders dan de meeste andere koningen. Een koning is bedoeld om te zorgen voor de armen in zijn land. Zo staat het in de heilige boeken van de Bijbel. Een koning is bedoeld om ervoor te zorgen dat iedereen meetelt, en dat niemand iets tekort komt.

Zo’n koning was Jezus en dat mogen we samen vieren.

 

EERSTE LEZING: DE PARABEL VAN DE TROONOPVOLGER

(toneeltje uitgebeeld door kinderen)

Lang geleden, in een land hier ver vandaan, regeerde Koning Goedheid. Hij werd oud en moe en voelde dat hij niet zo lang meer zou leven. Omdat hij geen kinderen had, maakte hij zich zorgen wie de troonopvolger zou worden.

Daarom liet hij in het hele land het bericht verspreiden dat er een opvolger voor de koning gezocht werd: iedereen die zichzelf geschikt vond om koning te worden, mocht zich aanbieden op het paleis om zich te komen voorstellen.

En dus nam de koning, samen met enkele ministers plaats in de grote troonzaal, en liet de kandidaten één voor één binnenkomen.

Als eerste kwam er een bankdirecteur binnen die een heel duur maatpak droeg en een dikke sigaar rookte.

Hij zei: ‘Beste Koning Goedheid. Ik heb veel geld. Ik kan er voor zorgen dat het koninkrijk zijn bezittingen kan uitbreiden, en zo dus veel rijker kan worden. Dus ik ben de meest geschikte kandidaat.’

De ministers knikten goedkeurend, maar de koning had zo zijn twijfels.

Daarop kwam een generaal binnen. Hij droeg een schitterend uniform met blinkende knopen, en een hele reeks decoraties op zijn borst .

Hij sprak: ‘Ik voer het bevel over vele soldaten, en ik heb een heel arsenaal krachtige wapens. Daarmee ben ik in staat om het land perfect te verdedigen tegen vijandelijke aanvallen. Bovendien kan ik zo ook de orde en rust bewaren, én … ik zou er zelfs kunnen voor zorgen dat we meer land kunnen veroveren, en zo het koninkrijk uitbreiden! Dus, Koning Goedheid, ik ben de meest geschikte kandidaat.’

De ministers waren enthousiast, maar de koning keek bedenkelijk.

Vervolgens kwam een belangrijke diplomate binnen. Zij had een aangenaam verfijnd parfum op, gaf iedereen met een brede glimlach een hand, en deelde haar visitekaartjes uit.

Toen zei zij: ‘Ik heb heel veel relaties, en ik ken alle ministers in de landen rondom ons. Daardoor kan ik er voor zorgen dat ons land het machtigste wordt van allemaal! Daarom ben ik de beste kandidaat.’

De ministers waren opgetogen, maar de koning schudde het hoofd.

Toen kwam een professor binnen in een lange toga, met een heleboel diploma’s onder zijn arm.

Hij fronste bedachtzaam zijn voorhoofd en sprak: ‘Regeren is een ernstige en moeilijke taak, die veel verstand vereist. Ik heb jarenlang gestudeerd, en nu heb ik genoeg kennis om het land goed te kunnen besturen. Ik kan er voor zorgen dat er geen fouten gemaakt worden in het regeringswerk, dus ben ik de perfecte kandidaat.’

De ministers juichten, maar de koning had tranen in de ogen.

Tenslotte kwam een jongeman binnen. Hij was doodgewoon gekleed en had een hoed aan en een fluit bij zich. Hij bleef eerbiedig op een afstand staan en zei: ‘Ik ben maar een eenvoudige herder, maar ik ben met mijn kudde schapen door heel het land getrokken. Zo heb ik de mensen leren kennen, en daardoor weet ik wat hun zorgen zijn en wat hen blij maakt. Ik houd van de mensen en ik zou graag hun problemen oplossen. Ik ben niet zo lang naar school geweest en dus zal ik dat niet alleen kunnen, maar met de hulp van de ministers ben ik er zeker van dat het lukt.’

Toen zei Koning Goedheid blij: ‘Dit is de kandidaat  die ik zoek!’

Maar de ministers zeiden: ‘Maar Sire, deze jongen is maar doodgewoon. Hij heeft niet zoveel opleiding en geen speciale vaardigheden voor deze zware taak!’

En de koning antwoordde: ‘Jullie hebben gelijk als je zegt dat hij niet veel boekenkennis heeft, of veel geld, of krachtige wapens, of veel relaties. Maar hij heeft veel belangrijkere kwaliteiten. Een land besturen is in de eerste plaats omgaan met mensen. En deze jongeman kent de mensen en wat hen zoal bezighoudt. Bovendien is hij een  herder die goed voor zijn kudde zorgt. Hij gaat opgewekt door het leven want hij speelt af en toe een deuntje op zijn fluit. Hij is ook niet ijdel of te trots om toe te geven dat hij hulp zal kunnen gebruiken. Maar het allerbelangrijkste is, dat hij van de mensen houdt. En dat is wat we écht nodig hebben: een koning met een hart.’

Toen knikten de ministers instemmend; en samen met Koning Goedheid kozen ze allemaal de eenvoudige herder met het goede hart als troonopvolger.

 

EVANGELIE

Aan het einde van de tijd zal Jezus terugkomen naar deze wereld. Hij zal dan aangeven, wie er goed en wie er niet goed geleefd heeft. Als een koning zal Hij dan oordelen.

En tot de mensen, die goed geleefd hebben, zal Hij zeggen: ‘Echte naastenliefde bestaat niet uit grote daden, maar in eenvoudig volbrengen van de alledaagse plicht. Kom en wees deelgenoot in mijn leven, want jij hebt mij ontmoet en bemind in alles en in allen.

Ik was in nood en jij had de tijd om mij te onthalen in het drukste van je werk.

Ik werd uitgestoten en jij kwam mij vinden.

Ik benadeelde je en jij vergaf me en hield geen wrok in je hart.

Ik was ziek en jij luisterde naar mij met je bloemen en je warme lach.

Ik stond alleen, en jij stond op en kwam naar me als een echte vriend.

Ik werd geminacht en jij bleef me liefhebben, in heel mijn persoon zoals ik was.

Toen dwaalde ik af en jij kwam me vinden met je oprechte liefde van elke dag.

Kom en wees deelgenoot in mijn leven, want jij hebt mij ontmoet en bemind in alles en in allen.

(Vrij naar Mattheus 25, 35-40)

 

HOMILIE

EEN KONING NAAR GODS HART

Wie heeft er nooit eens van gedroomd koning te zijn? En te heersen over een groot land; en wonen in een groot paleis met prachtige kamers en grote vijvers in de tuin, en wel honderd lakeien die je op je wenken bedienen. Ja, zo stellen wij het ons voor dat het moet zijn om koning te zijn: heel rijk, machtig en onoverwinnelijk. Iemand naar wie iedereen opkijkt.

Vandaag hebben we het in de kerk ook over een koning. We vieren vandaag het feest van Christus Koning. We weten dat Jezus ook een koning is, maar dat heeft Hij pas op het einde van zijn leven gezegd, toen Hij oog in oog stond met Pilatus. Hij zei er wel onmiddellijk bij, dat hij geen Koning is zoals we hier koningen kennen! En dat hebben we wel kunnen merken tijdens het laatste avondmaal. Welke koning wast nu de voeten van zijn leerlingen? Jezus! En hiermee geeft hij ons de belangrijkste les van Zijn boodschap: nl. dat wij elkaar moeten dienen.

Als Hij, die de machtigste koning van alles is, zich als een dienaar gedraagt, wil hij daarmee zeggen dat zelfs koningen hun onderdanen moeten dienen. We hoorden dit in het verhaal. Wie werd gekozen als koning? Niet de rijke bankdirecteur, of de machtige generaal met de vele wapens, of de slimme professor, nee, het is de herder die de problemen van de mensen wil helpen oplossen, die zelf zegt dat hij maar eenvoudig is, die wordt gekozen door koning Goedheid om hem op te volgen. En de ministers die zich eerst lieten verblinden door het geld en de macht en de relaties van de mooi uitgedoste kandidaten, beseffen pas dat de herder inderdaad de beste kandidaat is, als koning Goedheid uitlegt hoe een goede koning echt moet zijn. Hij heeft natuurlijk de ervaring om een kudde te leiden, en heeft laten zien dat hij bezorgd is om de mensen.

En wij? Zijn wij ook niet een beetje zoals de ministers? Kijken wij ook niet  van jongs af aan te veel naar de buitenkant? De klasgenoten die een boekentas dragen van K3, of een pennenzak van Plop kunnen altijd op veel bewondering rekenen. En wie de laatste nieuwtjes kent over Harry Potter is altijd heel populair. En we denken dat deze kinderen, omdat ze zoveel weten of zoveel hebben, ook veel gelukkiger zijn dan wij.

Maar dit is niet echt waar. En omdat we dit zouden beseffen hebben we een leider nodig, een herder die ons de weg wijst; een koning waar we kunnen naar opkijken en die ons laat zien hoe we écht gelukkig kunnen worden, want uiterlijke schoonheid of rijkdom of macht geven alleen maar kortstondig plezier.

In verschillende middelbare scholen wordt sinds enkele jaren een zogenaamde sociale stage opgelegd. Dit betekent dat alle leerlingen enkele dagen gaan helpen in een bejaardentehuis of bij geesteszieken. Op het moment dat dit aan de leerlingen wordt meegedeeld zijn de meeste helemaal niet geïnteresseerd, want in zo’n tehuis helpen, dat is toch helemaal niet stoer?

De jongeren vertrekken dan ook schoorvoetend, maar achteraf zijn ze laaiend enthousiast. Waarom? Wel, ze krijgen veel meer dan ze verwachten. Het bezorgt hen niet alleen plezier dat van voorbijgaande aard is. Het schenkt hen ook en vooral  vreugde, en dat zit veel dieper. Het geeft hen het gevoel van geluk om te kunnen geven, gratis en voor niks, en dat kenden ze nog niet.

Door deze stage leren de jongeren dat ze zelf, in hun eigen omgeving en op hun eigen manier kunnen zorgen voor anderen; dat ze echt iets kunnen betekenen voor iemand anders, dat ze op een eenvoudige manier anderen kunnen helpen hun problemen op te lossen, al was het alleen maar door eens te luisteren. Maar we hoeven zelfs niet naar een ziekenhuis te gaan. We kunnen ook helpen in onze eigen kring: thuis, in de klas, op het werk, bij onze vrienden. Voor anderen zorgen, anderen helpen en ondersteunen, dat vraagt tijd en inspanning, maar het geeft wel echte, duurzame vreugde, en daarin ligt het echte geluk. En dat is precies de weg die Jezus ons wijst, want Hij is bezorgd om ons, en wil iedereen echt gelukkig maken. Als wij Zijn weg volgen, worden we ook echt gelukkig. En daarom is Jezus onze Koning; onze Koning met een hart.

 

Christus-Koning

 

Dat Hij koning is, is niet van gisteren.

Het stond reeds op zijn executiepaal.

Als reden? Als spot?

Wie zal het zeggen?

 

Dat Hij koning is, heeft Hijzelf beaamd,

maar onmiddellijk eraan toegevoegd:

pas op,

ik heb geen paleis, geen troon,

geen kroon tenzij een doornenkroon.

Mijn koninkrijk ligt elders,

het kent geen rijksgebied of grens,

maar ligt in de grenzeloze liefde

waardoor mensen voor elkaar

volop mens kunnen zijn,

mensen met een warm hart.

 

Dat koninkrijk – van onze Harten-Koning –

is ons menselijk avontuur van goed en kwaad,

van licht en donker,

van zoveel vrijheid en verslaving.

Dat menselijk avontuur van groot verlangen en verdriet

om al wat schoon en goed is

en tegelijk zo tijdelijk en begrensd.

In zijn koninkrijk

opent Hij voor elke mens

een nieuwe horizon.

Ons thuisland is zijn hart,

zijn liefde die geen grenzen kent.

 

Dat Hij koning is, is niet van gisteren.

Maar dat Hij ook vandaag 

koning wil zijn in ons leven,

dat is het wonder dat ons helpt

om volop en volledig

mens te worden voor eeuwig.

 

naar Manu Verhulst



2195027-874e99ae29f20492ba9cc858ecfea1e0.JPG

2195027-f3ccdd27d2000e3f9255a7e3e2c48800.jpg

2195027-012ae3eb978d88f7452f4ae1ceba436f.JPG

2195027-ea27357de32d39e8d33891ff63f99075.jpg
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Omer om 09:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

EEN BEELD VAN GOD

We dragen beelden bij ons van onze familieleden, vrienden, collega’s. Die beelden kunnen gaan verschuiven naar gelang onze ervaringen met hen; ze zijn niet statisch. Ook van God hebben wij ons een beeld gevormd. Maar nieuwe gebeurtenissen en situaties kunnen ons ook nieuwe, onvermoede kanten van God laten zien. God blijkt nooit te passen in onze beelden van Hem.

In het leven van Jezus komen ook verschillende godservaringen naar voren. Het duidelijkst blijkt dat uit twee uitroepen van Jezus aan het kruis: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ en ‘Vader, aan uw handen vertrouw Ik mij toe.’ Deze voorbeelden kunnen ons helpen open te staan voor de grote verscheidenheid aan ervaringen van God.

(‘Een Richting te gaan. Werkboek voor Ignatiaanse Spiritualiteit’, p.89.)



2194234-a18c3f1c2b68a4c530c38f3349af2b64.JPG

2194234-5bc731569c737e86668b233179aeaf1b.JPG

2194234-a06e10a20cf57a831196f97efd271496.JPG
Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Omer om 10:58 1 reactie Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

AFSCHEID OP DE VLUCHTSTROOK

 

November is het en de dagen

schreeuwen om veel meer licht

en veel meer wereld.

 

Want alles is kleiner nu.

Ook U

verdween als muziek

op dit eeuwig zinkend schip.

 

Van alle vrienden

zocht alleen de nacht u op,

walsend door de kamer, zingend

in gedachten: ga mee.

 

Lang hebt u gezwegen, gewacht

zonder te bewegen

op een verse lading licht.

 

En toch:

eenzaamheid maakt weerloos.

 

Dus zei u laatst tot de nacht:

‘Kom, blijf nog even,

we hebben alle tijd.’

 

Jan Aelberts

voor mevrouw N. H., 28 november 2012

(bij een uitvaart zonder nabestaanden)



2193800-415233f15b2701b261d9ca86cd4a6758.JPG

2193800-3a60603cc13c221f38a4cd65bd81b505.JPG
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 14:32 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten