FEEST VAN DE HEILIGE DRIE-EENHEID

FEEST VAN DE HEILIGE DRIE-EENHEID
Vandaag vieren we het feest van de H. Drie-eenheid. Het is een moeilijk feest omdat het een poging is om verstaanbaar te maken wat nu eenmaal onverstaanbaar is: het diepste Wezen van God.
In het kruisje dat we maken verwijzen we naar dit diepste Wezen:
- we mogen God Vader noemen;
- Jezus, die op onze aarde leefde en leed, gemarteld en gedood werd, is niet alleen een mensenkind maar ook de Zoon van God
- En als Goede, Heilige Geest leeft God ook in ons en om ons heen.
Zusters en broeders,
gerechtvaardigd door het geloof
leven wij IN VREDE MET GOD
DOOR JEZUS Christus onze Heer.
Hij is het die ons door het geloof
de toegang heeft ontsloten
tot die genade waarin wij staan;
door Hem ook mogen wij ons beroemen
op onze hoop op de heerlijkheid van God.
Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen,
in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,
volharding tot beproefde deugd
en die weer tot hoop.
En de hoop wordt niet teleurgesteld,
want Gods liefde is in ons hart uitgestort
DOOR DE HEILIGE GEEST
die ons werd geschonken.
(Romeinen 5,1-5)
Een Naam voor God
De Heilige Drievuldigheid, een moeilijk woord, dat we als kind van buiten leerden, zonder er iets van te begrijpen. Het was goed bedoeld: laat de kinderen maar van buiten leren. Want als zij de echte waarheid kennen, dan komt alles wel goed. Zo is het helaas niet verlopen: velen haakten af, om vele redenen, maar toch ook wel omdat de kilte van het denken zo veraf staat van de warmte van het hart, dat ontroerd wordt door de ontmoeting met God.
Hoe God door theologen gedacht wordt – één in drie personen – dat gaat ons petje te boven, en dat is zelfs niet eens zo erg. Wat belangrijk is, is dat we zien hoe God zichzelf geleidelijk aan noemt. En dan moeten we luisteren naar de bronnen van ons geloof, die een veel eenvoudiger taal spreken.
Eén belangrijke bron vinden we al in het O.T. Mozes laat de kudden grazen, en de Heer verschijnt hem in een brandende struik. Mozes krijgt de opdracht om de Israëlieten uit het slavenhuis van Egypte weg te leiden. Maar hij zegt: ‘Als ik aan de Israëlieten zeg dat de God van hun vaderen mij gestuurd heeft, en ze vragen: ‘Wat is de naam van die God?’, wat moet ik dan zeggen?’ Toen antwoordde God hem: ‘Ik zal er zijn voor u’. ‘Ik zal er zijn voor u’, het is de eerste naam, die God aan zichzelf geeft.
Eeuwen later, bij Johannes, vinden we – in andere woorden – een zelfde naam voor God: ‘God is Liefde’. In deze namen, die God zichzelf toekent raken we zijn meest intieme ‘Ik’. Bovendien spreken deze Bijbelse namen, die God aan zichzelf toekent, onze hele persoon en niet enkel ons verstand aan.
We mogen geloven in een God, die Liefde is, in een God, die van zichzelf zegt: ‘Ik zal er zijn voor u.’
Zo wordt Hij ook het uiteindelijke rustpunt van ons leven en ons streven. Wij, rusteloze zoekers naar geluk, vinden slechts rust in de warme geborgenheid van de eeuwige Liefde, zoals wij God mogen noemen.
‘Onrustig blijft ons hart tot het rust vindt in U.’
Heilige Augustinus
---
Gij, eeuwige Drie-eenheid,
Gij zijt een zee zonder bodem,
hoe meer ik er in onder ga,
hoe dieper ik U vind
en hoe meer ik U vind,
hoe meer ik naar U zoek.
Van U kan niemand ooit zeggen: genoeg!
De ziel die zich van uw diepten verzadigt
hunkert naar U onophoudelijk,
want ze heeft steeds meer honger naar U,
eeuwige Drie-eenheid...
Zoals een hert
naar het water van de bron smacht,
zo smacht mijn ziel,
ze wil weg uit dit lichaam
om U te zien
naar waarheid.
Catharina van Siëna (14de eeuw)
Uit: 'Dialogen'.

















