Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

EEN GEBED BIJ MISSIEZONDAG

EEN GEBED BIJ MISSIEZONDAG

 

Gezegend zij God,

de Heer van het Universum,

die ons heeft geschapen als volkeren en naties,

opdat we elkaar zouden kennen

en niet om elkaar te misprijzen.

Laten wij ons naar de vrede keren,

en op God vertrouwen,

want Hij is het die alles hoort en weet.

 

En onder de dienaren van God,

zijn zij het meest van genade vervuld,

die op aarde wandelen in nederigheid,

en die ons aanspreken met ‘Vrede zij u!’,

wanneer we naar hen toegaan.

Amen.

 

(Uit de traditie van de Islam)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:43 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

SANDALEN

 

Langs rijzende tarwevelden

Ging Jezus blootvoets door ’t zand

terwijl Hij de discipelen vertelde

Van de Vader en ’t andere land.

   
Door avondzon beschenen

Lag de landweg als een tapijt,

korrels kropen door de tenen

maar thuis stond koel water bereid.

     
Excellenties en doorluchtige heren

ziet men met muiltjes van brokaat.

Zalig de voeten van wie niet verleren

de ruwe weg die Jezus gaat.

 

Gery Helderenberg



2274138-041b0654e69ae17a4e0182c4f34d681d.JPG

2274138-1eb402b634c432db82931cfcafa7247a.JPG

2274138-6b9dc82ab5fa5f76945c1f7a83307b30.JPG

2274138-d2415311fd402c06169123dbfd6ef859.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:45 Reageer op dit bericht

ZONDAG 13 OKTOBER

28ste zondag C – 13 OKTOBER 2019

‘EEN WONDER VAN DANKBAARHEID’

De mirakels uit de Bijbel lijken op onze dagen zo veraf. Dat zijn verhaaltjes van vroeger, zoiets krijgen we toch niet meer te zien in onze tijd. Vandaag horen we nochtans tot tweemaal toe het verhaal van een mirakel, tweemaal een wonderbare genezing van melaatsheid.

De diepe betekenis is in beide gevallen: God is bekommerd om mensen. Ook al zegt zulk een wonderbare genezing van melaatsheid misschien niet zo veel meer aan de moderne mens, dat diepere geloof van Gods aanwezigheid in onze wereld blijft belangrijk voor altijd.

 

In die dagen ging de Syriër Naäman naar de Jordaan

en dompelde zich zevenmaal onder

zoals de man van God gezegd had.

Zijn huid werd weer als die van een klein kind

en hij was gereinigd.

(2de Boek Koningen 5,14)

 

Op zijn weg naar Jeruzalem

trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.

Toen Hij een dorp binnenging,

kwamen Hem tien melaatsen tegemoet.

Ze bleven op een afstand staan en riepen luidkeels:

‘Jezus, meester, heb medelijden met ons!’

Toen hij hen zag, zei hij tegen hen:

‘Ga u aan de priesters laten zien.’

Terwijl ze gingen werden ze gereinigd.

(Lucas 17,11-14)

 

‘DANKBAAR IN HET LEVEN STAAN’

Mirakelen! Dat er gebeurd zijn, en ook nu nog gebeuren, daarover bestaat geen twijfel. Vele wetenschappers hebben dit onderzocht en zijn het eens, en spreken van iets dat wetenschappelijk niet te verklaren is, en dat nooit op natuurlijke wijze zal verklaard worden. Maar die wonderen hebben steeds een diepere inhoud. Het feit is maar bijkomstig, het gaat om die inhoud. Daarom spreekt de evangelist Johannes liever van ‘tekenen’. Zulk een teken wil ons leren dat wij de vervulling van ons diepste verlangen niet zelf kunnen verwerven, op eigen houtje … maar dat het ultieme heil van God komt.

En dan staan we daar met dat vreemde woordje ‘heil’. In de gewone taal gebruiken wij andere woorden: redding, bevrijding, verlossing … en bij elk van die woorden hoort een situatie van ‘onheil’. We worden gered, bevrijd of verlost uit iets wat ons ongelukkig maakt of onvoldaan laat. Denk maar aan het oude gezegde: ‘Het zou nog eens oorlog moeten worden, dan zou je eens zien hoe rap de mensen weer naar de kerk zouden gaan.’

Nu zit ik niet elke avond te bidden: ‘Lieve Heerke, laat het nog eens oorlog worden’. Natuurlijk niet, en toch schuilt er in die naïeve uitspraak een diepe waarheid. Als we het woord ‘oorlog’ niet letterlijk, maar als een symbool gaan zien. Als een voorbeeld voor het ‘onheil’, dat wezenlijk verbonden is met ons mens-zijn. Als mens zijn wij, letterlijk ‘niet zelf-voldaan’, wij hebben niet genoeg aan onszelf. Een volkomen leven, een volmaakt geluk, ligt niet in onze eigen handen en is niet van deze aarde.

Mens zijn houdt altijd in: onvolkomen, onvoltooid zijn. En dat betekent het woordje onheil in zijn diepste inhoud: dat wij, als mens, met een onvervuld verlangen moeten leven. Het heil, dat ons door God geschonken kan worden, beleven wij nu nog als een belofte, en zal pas later voltooid worden. We horen dat in de woorden van Jezus: ‘Ik zeg U dit, opdat gij vreugde zoudt vinden, en opdat uw vreugde volkomen zou zijn’. Of in dat andere woord, van Petrus tot Jezus: ‘Heer, tot wie zouden wij gaan? Alleen Gij hebt woorden van eeuwig leven.’ Het heil van God verwachten veronderstelt dat we afstand doen van onze hoogmoed: dat wij zelf in staat zouden zijn onszelf te ‘redden’.

En daarom is ‘geloven’ geen kwestie van ‘moeten geloven’, maar veeleer van ‘mogen geloven’, ‘kunnen geloven’. Laten wij bidden dat die genade van het geloof ons gegeven mag zijn … zo niet vervalt ons leven in een voortdurend vluchten uit een zinloos bestaan, zoals wij maar al te goed merken.

 

De Heer is mijn herder

(Psalm 23)

 

De Heer is mijn herder, Hij gaat

mij voor naar velden vol dicht,

levend groen waar het heerlijk

weiden is, dankbaar staat

Hij achter mij als ik drink

van bronhelder water dat

mijn heetste dorst verslaat.

 

Hij wijst mij het veiligste pad

en zegt: 'Dit is mijn naam.'

Wordt het toch steil en glad,

dan is Hij mijn stok. Ben ik

terug in het dal waar alles

grauw is en kaal, de dood zelf,

dan staat Hij naast mij en zegt:

'Wees niet bang, hier is mijn hand.'

 

Sluiten mijn vijanden verwoed

mij in om mij uit te hongeren,

Hij geeft mij voedsel in overvloed.

Zorgzaam zalft Hij de brandende

wond van mijn hoofd met zachte

olie, geeft mij een beker te drinken

vol veerkracht en levensmoed.

 

Zijn heil, zijn stille goedheid

blijven mijn hele leven mij

volgen, Hij is mij een huis

dat nooit wordt weggebroken

of afgenomen en waar ik vrij,

gelukkig mag wonen tot in

lengte van dagen, altijd.

 

Gabriël Smit

---

Tien zijn er genezen,
één teruggekeerd
om God te danken.

   

Eén die meer ziet
dan zijn niet meer geschonden huid,
en weet dat echte genezing
onderhuids begint
in de bekering van het hart.

   

Eén die verder ziet
en oog krijgt voor de Bron,
voor Hem die kracht is,
die mensen doet beter worden.

   

Eén die op zijn stappen is teruggekeerd
en een begin maakt
van een nieuwe manier van leven
en kiest voor een leven
in verbondenheid
met de grote Genezer.

   

Eén die dankt
en niet meer normaal vindt
al het goede dat gebeurt.

   
Eén die dankt
om het wonder dat hij ziet
als mensen goed zijn voor elkaar.


Andreas Parochie - West Zeeuws-Vlaanderen



2273757-586e423ffc6adaae197c6843b47e3e89.JPG

2273757-03414c9beb64fd2edb204d3b769e4ae2.JPG

2273757-8c885b2bc1754bdad446b5c44b059116.JPG

2273757-9c102d2a580787c1f1db8ea0537c3836.JPG

2273757-c05b436c622d0447e61646047edef963.JPG

2273757-dcbc440efd156b04c568884a049311b1.JPG

2273757-75551a59fb30470d3cb1ec5521d1231c.JPG

2273757-4d56b5a6715a90ff59aa425b90f1de9d.jpg

2273757-30be8fe28b84e2920d3bb1f57465acce.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:37 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

De mistslierten van oktober rijgen

zich in het ochtendgloren aaneen lijk een paternoster.

Bijna zonder zichtbaar begin en einde…

een verbondenheid gestrekt over een ganse wereld.

 

Het is goed dat we even nadenkend verpozen

bij de schimmen van mensen,

gehuld in het nevelige bestaan van deze aarde

met zijn armoede, onderdrukking en toch ook hoop op:

“ooit zal het beter worden”.

 

Wat we voor deze mensen doen – hoe klein ook -

steeds worden de mistslierten wat meer opgelost

en schijnt de zon ook voor hen.

 

Zelfs door het kleinste venstertje

priemt een zonnestraal!

 

Misschien wel dank zij U.

 

Torre van Wynckel

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:59 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

heuvlen waarop de beuken kruiven

als golven waar het licht op spat,

een rood dak, een grijs dak, en duiven

toeren zich rond een Toren zat:

 

de ziel herkent in alle dingen

haar verholen betekenis,

't verdriet, 't verlangen, en haar zingen

soms, als de tijd gekomen is.

 

Als al wat komen moest, geschied is,

als alle onzuiverheid geboet,

gebeurt het wonder dat het lied is:

de ziel zet het heelal in gloed.

 

Hubert van Herreweghen

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:28 Reageer op dit bericht

ZONDAG 6 OKTOBER

27ste ZONDAG C – 6 OKTOBER 2019

‘HEER, GEEF ONS MEER GELOOF!’

 

Geloven in een God, die hier en nu begaan is met ons leven, is nooit vanzelfsprekend geweest. Vandaag horen we in het evangelie dat de apostelen aan Jezus de vraag stellen: ‘Heer, geef ons meer geloof!’

Het is ook onze vraag, maar dat geloof als gratis geschenk van God kan maar openbloeien wanneer we ons voelen als kleine mensen, klein en nederig onder elkaar en ook tegenover God; wanneer we ons voelen als een kind dat in vertrouwen leeft tegenover vader en moeder.

 

Hoelang moet ik nog roepen, Heer,

terwijl U maar niet luistert?

Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen,

terwijl U maar geen uitkomst brengt?

Waarom laat U mij onrecht lijden

en ziet U die ellende maar aan?

Waarom moet ik leven temidden van geweld en onderdrukking,

waarom is er ruzie en moet men lijden onder conflicten?

(Habakuk 1,2-3)

 

Op een dag zeiden de apostelen tegen de Heer:

‘Heer, geef ons meer geloof!’

…

Hetzelfde geldt voor jullie;

wanneer jullie alles gedaan hebben

wat jullie is opgedragen, zeg dan:

‘Wij zijn maar knechten,

we hebben enkel onze plicht gedaan.’’

(Lucas 17, 5 en10)

 

‘HEER, GEEF ONS MEER GELOOF!’

 

‘Heer, geef ons meer geloof’, vragen de leerlingen aan Jezus. En dat zou ook ons wel goed van pas komen: een beetje meer geloof. Maar dan moeten we dat geloven wel goed verstaan.

Geloven in God is meer dan een overtuiging of een reeks van waarheden, het is een ontmoeting met God. En dat schenkt ons vreugde, omdat we daardoor andere mensen worden: mensen met meer hoop en met meer liefde.

Als we in God geloven, staan we anders tegenover het kwaad en het leed dat ons wordt aangedaan. Dat leed blijft bestaan, maar ons geloof in God roept ons op om dat kwaad te vergeven. Het blijft niet levenslang op ons wegen en het roept ook niet op tot wraak.

Als we geloven in Jezus, die verrezen is en opnieuw tot leven kwam, mogen we ook aannemen dat er altijd toekomst en hoop is. En dat zelfs doodgaan niet het einde is.

Allemaal hebben wij onze kwetsuren en wonden. En allemaal lijden wij onder vele vormen van kwaad. Maar wie gelooft, weet dat alle wonden geheeld zullen worden en dat alle kwaad kan verdwijnen. Zo is de boodschap van Jezus bevrijdend.

Onze Paus, Franciscus, heeft dat heel mooi gezegd:

 

Met Jezus in ons hart 

dragen we vreugde en hoop uit

en kunnen we zelfs de duisternis

van onverschilligheid en ontgoochelingen verdragen.’

 

(deels geïnspireerd door gedachten van Manu Verhulst) 

 

Heer, ik ben enkel uw knecht,

een van uw lijfeigen mensen,

een die maar doet recht en slecht

wat U van hem maar moogt wensen.

 

Wijs me het werk van de dag,

leer me niet verder te vragen,

laat het mijn enig bejag

zijn om mijn Heer te behagen.

 

Zeg me wat ik heb te doen.

Spaar me opstandige dromen,

en een te groots visioen

waar ik aan toe heb te komen.

 

Wijs me het wat en het hoe;

geef me het goede vertrouwen,

als ik bezie wat ik doe,

dat het me nooit zal berouwen,

 

dat U mijn alles bent

en dat U mij zult regeren,

Heer, als een goed instrument,

U en uw Vader ter ere.

 

Laat wat uw knecht hier dan doet

leiden tot die ongeziene

tafel van overvloed

waar U mij zelf zult bedienen.

 

Michel van der Plas

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:27 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

OPENHEID

 

Heer, als ik verdriet heb

en gesloten en onverschillig dreig te worden

voor de mensen in mijn omgeving,

 

zorgt U dan dat ik openblijf

en niet in het egoïsme verval

waartoe verdrietige mensen zo geneigd zijn.

 

Zorg dat ik niet alleen aan mezelf denk.

 

Het is niet goed dat ik veeleisend ga worden,

anderen lastig val en hun plezier vergal,

omdat het mij niet goed gaat.

 

Laat mij hun kleine attenties zien,

ze waarderen en er dankbaar voor zijn.

 

Leer me voor de anderen iets te betekenen:

je komt het gemakkelijkst heen over je verdriet

als je jezelf vergeet door anderen te helpen.

 

Romano Guardini

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:37 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

FOTO

 

Weemoed is een foto van voor twintig jaar.

Familie, nog samen, nog gezond.

Is toen. Met een lijst van nu errond.

Het nu houdt het verleden bij elkaar.

                       

En omgekeerd. Want nu is maar even.   

Is opschrikken en vragen:

waar waren we gebleven?

Bij jou. In Die Dagen.

 

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.

Maar door het verleden wordt het bij elkaar

gehouden, als schapen door een herder.

 

Herman de Coninck

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 11:35 Reageer op dit bericht

ZONDAG 29 SEPTEMBER

‘De arme Lazarus van toen, van nu …’

Beste christenen, van harte welkom in onze kerk! Seizoenen volgen elkaar op. De herfsttijd is aangebroken. De aarde heeft haar vruchten voortgebracht. 

We komen samen bij de Heer. Hij verwacht ook van ons goede vruchten!

Net zoal vorige week gaat het daarbij om rechtvaardigheid, liefde, een eerlijke verdeling van de goederen tussen de mensen. De schandalige, mensonwaardige kloof tussen arm en rijk is er nog altijd, ook in de 21ste eeuw, hier en op wereldvlak. Lazarus sterft nog iedere dag, kunnen we zeggen met een verwijzing naar het evangelie van vandaag over 'Lazarus en de rijke vrek'.

 

Dit zegt de almachtige Heer:

Wee jullie, zorgelozen in Sion,

zelfverzekerden op de berg van Samaria,

leiders van dit uitverkoren volk,

tot wie de Israëlieten zich wenden!

Jullie liggen maar op je ivoren bedden,

hangen op je divans,

eten lammeren uit de kudde

en kalveren uit de stal.

… maar jullie lijden er niet onder

dat Jozefs volk ten onder gaat.

(Amos 6,1.4.6)

 

‘Er was eens een rijk man

die in purper en fijn linnen gekleed ging

en iedere dag uitbundig feest vierde,

terwijl een arme, die Lazarus heette,

met zweren overdekt voor de poort lag.

Hij verlangde ernaar zijn honger te stillen

met wat bij de rijkaard van de tafel viel.

Maar er kwamen alleen honden

die zijn zweren likten.

(Lucas 16,19-21)

 

‘PROFETEN VROEGER EN VANDAAG’

 

‘Als ze naar de profeten niet luisteren …’, een onopvallend zinnetje uit het evangelie. Niet alleen toen, ook nu nog zendt God zijn profeten! Cesar Maes was zo’n ongekende profeet. In 1970, hij was toen bijna 40, een prof met veel talent en aanzien, maar zijn hunker reikte verder: hij liet de wijsheid en de rijkdom van de wereld achter zich en vertrok als missionaris naar de armste Indianen van de parochie San José Ojètenam in Zuidwest Guatemala. In 2005 is hij daar, op 74-jarige leeftijd overleden. Aan hem is volgend tweevoudig ‘In Memoriam’ gewijd:

----

Beste vrienden,

Dat we mogen deelnemen aan dit dankoffer maakt ons blij. Moge deze viering voortzinderen als een orgelpunt dat voor altijd wordt geplaatst achter de levenssymfonie die Cesar gedurende 35 jaren heeft gecomponeerd en uitgevoerd.

De graankorrel die Cesar heeft geplant in de aarde van San José is gestorven maar de oogst is er des te rijper om en zal nog groter worden.

‘Geef de indianen eerst hun fierheid terug; pas daarna kunt ge binnen treden in hun ziel ‘: deze gedachte vertaalde Cesar in daden, elke dag opnieuw.

Hij was inderdaad gehard door het leven. Eenvoud en al die kleine gewone dingen die moeder aarde ons schenkt, tekenden hem zeer, zeer diep. Dit gaf hem die onweerstaanbare kracht om naar de kleinen toe te gaan en altijd mild te zijn voor de anderen.

Op 2 september laatstleden mochten we Cesar nogmaals ontmoeten in zijn warme familiekring te Overmere. We herkenden het brevier met psalmgebeden dat nooit ver van hem af lag als een trouwe compagnon: het lag ietwat beduimeld op het tafeltje in de kamer.

Hij sprak er niet veel over zichzelf, maar wel des te meer over zijn mensen in San José, over hun overvloedige forellenkweek, over de Prado – een vijver zo groot als een voetbalveld – over zijn opvolger Padre Saul , en … dat hij er aan dacht zich terug te trekken in de kalmte van de ‘choco casa’: zijn geliefde hut tegen de flank van een lang gedoofde vulkaan, en omgeven met vijvers en bloemen en kolibries.

Bij ’t afscheid beloofden we hem de volgende dag een brief achterna te sturen: ‘Zo vlug al?’ vroeg hij zeer gevat. Waarop we opperden dat die brief wel een hele tijd onderweg zou blijven. Een niet mis te verstane afspraak dus. Drie dagen later vloog hij voor goed terug naar Guatemala … en nog veel, veel verder …

Hij had er echter op aangedrongen – daar hijzelf nog wat moe was en veel moest rusten van de dokter – dat we toch nog eens naar die prachtige Donk van Overmere zouden gaan wandelen. En we dachten terug aan zijn laatste brief waarin hij in nota vermeldde dat het nog niet te laat was om hem te komen bezoeken in San José. En dat zijn mensen zo blij waren met de nieuwe zwemkom. En hij voegde er aan toe: ‘Afwachten wat de gezondheid zegt. We zijn ook niet meer van de jongsten. Maar voorlopig geen klagen.’ En hij besloot veelbetekenend: ‘Veel vrede en vreugde voor dit jaar... en alle jaren daarna…’ Dat was december 2004…

Maar keren we terug naar de parochie die hij heeft gesticht in 1970. Het bruiste er van leven en gezelligheid: zijn deur stond altijd open voor duizenden van zijn mensen. Er was trouwens geen bel.

Niet de minste moeite heeft hij gehad om zijn universitair diploma opzij te leggen, met veel plezier. Om met zijn handen en met zijn ziel iets te gaan doen voor die gewone Maya – indianen. Zoals in de Duitse uitgave van zijn geschriften getiteld stond: ‘Das Abenteuer nimmt seinen Lauf!’: het avontuur kon beginnen: en hij ging met zijn volk voor goed op weg.

Cesar was weliswaar geen klompenmaker, maar toch wel een ware stielman voor God. Hij was bijtijds verpleger, ambulancier, ontwerper van kacheltjes, molenaar, bakker, groenten- en fruitkweker, visser, bomenplanter. Hij kweekte waterlelies, oesterzwammen. Hij was onderwijzer, advocaat, boekenschrijver, catechist en peter, muzikant, bergbeklimmer. En bracht zijn mensen ertoe hetzelfde te doen. Met als enig doel zijn mensen warm te maken voor een volwaardig leven.

En ze klampten zich aan hem vast. Hij van zijn kant voelde zich tijdens de feestelijke zondagseucharistie als gedragen door een ‘nieuwe’ kerk: honderden van zijn mensen trokken er heen – vaak van uren ver en te voet over berg en dal om er de hele zondag door te brengen als een feest zonder einde. Tijdens de preken was de ene of andere gevatte opmerking van de mensen zeer welkom. En hij zegende velen en dikwijls.

Hij stond in pure bewondering voor het oneindig kleine en het ontzaglijk grote in de natuur. Onwillekeurig denken we hier terug aan het kleinste vogelnestje van de lang gebekte kolibrie dat hij ons aanwees, amper 2 cm groot. Evengoed ontplooide hij voor wie begrijpen wilde de immense sterrenhemel zoals we die in ons westen helemaal niet meer kunnen zien.

Vandaag staat het deurtje van de ‘choco casa’, die intieme houten blokhut, voor goed wijd open, met uitzicht op de Prado en San José: zijn land van belofte. Cesar wilde op het einde alleen zijn om zeer dicht bij die sterrenhemel te blijven: want hij ervoer er dwars doorheen een totaal andere en nieuwe dimensie: deze van zijn Schepper en Heer.

Over enkele dagen zullen de mensen van San José hun dierbare doden bezoeken: ze zullen de zerken wit en blauw schilderen, met bloemen en slingers versieren; ze zullen er samen eten, en praten tot hun dierbaren, wellicht ook bidden…

Want ooit schreef Cesar: ‘Ik durf hopen dat ooit een kind wat veldbloemen plant op mijn graf’. En hij voegde er fijntjes aan toe: ‘En dat mogen zelfs heel kleine zijn’. ‘Ik heb zo veel van de sterren gehouden dat ik geen nacht meer vrees.’ En ‘een glimlach is sterker dan een traan.’

Cesar wuifde alle negativisme weg en durfde uitroepen: ‘A Dios tristeza! Weg met al die droefheid! Leg al uw pijn in Gods handen!’. En op bladzijde 59 van zijn boek vinden we de foto van een Cesar met een peuter op de schoot: twee lachende figuren, waarbij hij met de vinger de kleine naar omhoog wijst..

Dank u Cesar, voor uw eeuwig aantrekkelijke glimlach. Die heeft vast iets met uw SCHEPPER, met onze God te maken.

Want er staat en blijft in reuze grote letters in de Prado geschilderd: TODO HABLA DE DIOS. Alle dingen en mensen zeggen zo veel over onze God. En Cesar voegt er aan toe op zijn Overmeres: ‘Als ge goe kijkt!’….

Dank voor dat alles, Cesar !!!

Claudine en Herman Kerkhove. Ronse.

 

---

 

ADIOS CESAR MAES


Dagelijks surf ik eventjes naar de katholieke nieuwssite Rorate (RKNieuws.net) op zoek naar de kerkelijke actualiteit. Maar dinsdag was het even schrikken. ‘Fidei-Donumpriester Cesar Maes in Guatemala overleden’.

Het bericht kwam dan toch nog – ondanks onze weet van zijn ziekte – als een verrassing. Cesar Maes…, Ronse mag hem gerust tot een van de zijnen rekenen. Ik heb hem van nabij meegemaakt toen hij leraar was in het Sint-Antoniuscollege. Uren heb ik – als jonge beginnende collega-germanist – met hem ‘gesleten en genoten’. En hij kon als geen ander vertellen: over zijn armoedige jeugd (hij werd geboren te Uitbergen in 1931, maar zijn kinderjaren bracht hij door te Overmere), zijn priesterroeping (hij werd in Gent tot priester gewijd in 1957), zijn vele vriendschappen, zijn beginjaren op het college. Over die laatste getuigde hij:’ Mijn benoeming (31 augustus 1961,) te Ronse had ik gevreesd: ik had daar voordien een niet volledig geslaagde interim. ’t Schijnt dat Cyriel Martens bij de superior Couvreur op mijn benoeming aandrong: er waren niet zoveel priestergermanisten beschikbaar en van mij wist men al ongeveer welk soort vlees men in de kuip kreeg. Van twee kwalen kon ik eventueel nog de kleinste zijn.’ 

Maar zijn diagnose was verkeerd. Hij werd een hoog gewaardeerde leraar Engels en Duits. Aan allerhande voorgekauwde didactiek had hij een broertje dood. Hij gaf les vanuit de buik – neen, ’t zat hoger – vanuit zijn hart! Grammatica en regeltjes waren hem er teveel aan. Hij trainde zijn leerlingen in de ‘communicatieve vaardigheden’ – pratend als de beste – lang voor de uitvinders van de didactische geheimtaal geboren waren. Met een bang hartje moest ik die man opvolgen. Die man, die aan het college mede zoveel glans gaf. Met zijn knapenkoor, de 'Vreugdezangertjes', mocht hij, aldus zijn getuigenis, ‘veel beleven. Wij zongen slordig maar wij zagen veel, ook bergen en edelweiss, met terloops een buitenlands optreden in de open lucht. Het was een aangename, jeugdige boel met kampen, uitstappen en romantiek. Ik was getekend door vele jaren activiteit in de jeugdbeweging. ‘Des vriends was ons belangrijker dan de kunst.’ Vele oud-leerlingen zullen het zich wel herinneren.

Veel muzikale bagage had hij van huis niet meegekregen. ‘Mijn opleiding begon in een klein huis. Onze ongeschoolde moeder zong graag en wij dus ook…’

Inderdaad, hij was niet te beroerd om zijn geringe afkomst te koesteren. Ooit schreef hij: ‘Mijn ‘curriculummeken’ begon nochtans met een meevaller. Ik mocht in een arme familie geboren worden, op een steenworp van een groot meer, vol aantrekkelijkheden. Vader was een klompenmaker en dat was geen indrukwekkende carrière. Hij maakte klompen en, met moeder, elf kinderen. Vier ervan waren mij voor bij de aankomst, ik hield er zes achter mij. Dat was veel volk voor een klein huis.’ Maar net die jeugdervaring deed hem de oren spitsen naar een tweede roeping: priester-missionaris worden bij de armste der armen. Hij aardde gewoon niet in de swinging sixties! Toen ‘…groeide echter de pijnlijke zekerheid dat er een onchristelijke kloof ligt tussen de theologie van de welgevoeden en de theologie van de opzij geduwden.’

Begin 1970 besloot hij als ‘Fidei Donum’-priester naar Guatemala te vertrekken. Hij werd er de eerste pastoor van San José Ojetenàm. Het dorp in Zuid-West-Guatemala, in de grensstreek met Mexico, ligt op 3.000 meter hoogte en telt ca. 12.000 inwoners.( De term ‘Fidei Donum’’ verwijst naar de gelijknamige encycliek van paus Pius XII uit 1957 waarin de paus zijn collega's-bisschoppen oproept om voor een bepaalde tijd priesters van hun bisdom te zenden naar bisdommen elders in de wereld om daar hun diensten aan te bieden aan de plaatselijke bisschop).

En hij bleef er… en leefde er temidden van de lokale arme indiaanse bevolking, hoog in de bergen. Hij richtte er een proefterrein op (met eigen gekweekte groenten en dieren), bouwde een kerkje (waarin de liturgie telkens vrolijk de muren uitbarstte), animeerde en organiseerde in een gerenoveerde zaal (‘Adios Tristeza’!) bonte avonden in de beste Vlaamse traditie (hij leerde de indianen ‘Op de purperen hei’!), en leidde catechisten op, bezocht oude en zieke mensen op de meest onmogelijke plekken… en overleed er. En terwijl ik laat in de avond dit allemaal neerschrijf, is aan de overkant zijn uitvaart bezig.

Die mag ik als gelovige – wat Cesar betreft – een welverdiende ‘invaart’ noemen naar het huis van de Vader. In 1994 schreef hij: ‘Ik zag ook enkele oudjes zingend sterven. Zo zou ik ook willen sterven, maar of ik, na de gelukkige jaren in dit paradijs van eenvoud, nog in aanmerking kom voor een hemel van langere duur hangt af van de voorwaarden van de Heer, de enige groothandelaar in geluk…’. Die voorwaarden zijn ruimschoots vervuld. Adios, Cesar!

Gaby Verzele

---

‘Als ze naar de profeten niet luisteren …’ zei Jezus in één van zijn mooiste parabels toen. Zou Hij vandaag andere woorden spreken, als Hij die talloze hongerlijders zou zien, aan de poort van de rijken?

---

ENKELE CITATEN UIT HET BOEK

‘ADIOS TRISTEZA’

‘Voorlopig huis ik nog in het primitieve hok. Ik gaf het een moderner uitzicht met een degelijke petroleumlamp, een paar planken voor de potten en de pannen en een reeks nagels voor de kopjes, want ik heb er nu al vijf. Een plastiekzak, waarin ooit een deken stak, is het venster. De WC, die honderd meter verder staat, kan nu eindelijk ook bij regenweer gebruikt worden.’

 ---

‘Ik kook zelf mijn potje. Ik ben helemaal geen sukkelaar. Men moet eerst honger hebben om te weten hoe lekker een schotel pakjessoep smaakt. Lekker zijn ook de bananen, de tomaten, de eieren, de aardappelen, al zijn er niet telkens alle ‘oogjes’ uit, en de ruwe lappen vlees. Men moet eerst door vlooien gebeten zijn om te weten hoe weldoend een zalfje kan zijn. Men moet eerst moe zijn om van rust te genieten. De nachten zijn heerlijk, ook zonder lakens, na een bezoek te paard aan een ver bergdorp. Men moet eerst heimwee hebben naar het oneindige en naar de mensen opdat elk woord van omhoog en elke groet van een vriend verrijkende vreugde kan geven.’

---

‘Dit heb ik nu al beter begrepen: dat er zonder behoeften geen voldoening kan zijn en dat wie sterren wil zien in de nacht moet gaan staan.’

--- 

‘Soms heb ik het gevoel dat ik mij vergist heb, dat ik allang hier had moeten zijn, dat ik deugden heb geleerd die hier niet passen. Stiptheid? Wat een gekke uitvinding is een uurwerk, dat ons steeds op de hielen zit en aanspoort om tijd te winnen, zonder te weten waarvoor. Een Indiaan weet beter en heeft tijd genoeg. Beleefdheid? Geef mij maar de warme, vuile hand van een Indiaanse boer en de glimlachende groet van ongewassen kinderen.’

 ---

Wij steken van wal met vertrouwen in de toekomst en met de hoop dat het getuigenis van ons geloof luid en oprecht mag klinken.

 ---

‘Terzelfdertijd groeide echter de pijnlijke zekerheid dat er een onchristelijke kloof ligt tussen de theologie van de welgevoeden en de theologie van de opzijgeduwden’.

---

‘Voor de zwijgzame Indianen is de glimlach de taal van hun vriendschap. Ze glimlachen voortdurend.’

---

 ‘Het ouder worden doet denken. Over de mooie, kleine dingen hier, die ik in België niet kon zien, omdat daar de huizen te hoog zijn.’

 ---

‘Eigenaardig hoe volle magen niet enkel stevige buiken maar ook slappe geesten kweken.’



2270452-fe48d225664ea206f8fed99ff116cc9e.JPG

2270452-53ff3230045ca59594c778ef0679d691.JPG

2270452-947f41a550c14824f2fbc8052d5b3b42.JPG

2270452-71e35a980010c42ac4a77c3f2aa36e98.JPG

2270452-7ba9097aff1ab1ca4cfb7fb95e4aeca6.JPG

2270452-54df2901f0915ae296e8ad0ed0aa33be.JPG

2270452-846d3c4888dbc1e5b5cb964e50a5197c.JPG

2270452-9431318134d4be9c8a2fac9301ddf01c.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 18:35 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE LAATSTE DAGEN


Een blauwe schotel bleef, met enkle vruchten, 
vannacht in het prieel op tafel staan, 
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd, 
een laatste straal van de verdoofde maan. 

         
Geen wind beweegt de donkre notelaren, 
rond zonnebloem en volle dahlia 
gonst geen insekt: 't is de volmaakte vrede 
die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna. 

        
O laatste, warme dagen van september, 
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij, 
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden 
naar dood en vrede, beiden zo nabij. 


Jan Van Nijlen 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 09:52 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten