Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

LA SAINTE-BAUME

RELAAS VAN EEN REIS 2

 

HET MASSIEF VAN LA-SAINTE-BAUME

 

In Zuid-Frankrijk, zowat 50 km ten Noorden van Marseille, ligt het massief van ‘La Sainte-Baume’, hoogste punt 1147 meter. Daar, hoog in de bergen, bevindt zich de grot waar volgens een overlevering Maria Magdalena dertig jaar woonde en ook begraven is, nadat zij, omwille van de vervolgingen, uit het Heilig Land gevlucht was over de Middellandse Zee. Of dit historisch zeker is, valt moeilijk te zeggen, maar het is minstens een heel mooie legende. Engelen brachten haar zeven keer per dag naar de top van de berg, waar ze in extase raakte. Op de top van die berg staat nu de kapel van de Saint Pilon. De naam van het massief, ‘La Sainte-Baume’ houdt trouwens verband met dit mooie – al dan niet historisch correcte – verhaal, want het woord ‘Baume’ is ontleend aan het oud-Provençaalse of Occitaanse ‘Baumo’, dat ‘grot’ betekent.

Ongeveer dertig kilometer meer naar het Noorden, in Saint- Maximin-la-Sainte Baume staat een grote gotische basiliek, die eveneens aan Maria Magdalena gewijd is.



2268304-156005c5baf40ff51a327f1c34f2975b.jpg

2268304-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2268304-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2268304-fe5df232cafa4c4e0f1a0294418e5660.jpg

2268304-8cda81fc7ad906927144235dda5fdf15.jpg

2268304-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG

2268304-57973ccb4dd5ed4c08947b6ee25f0cfb.JPG

2268304-8df7b73a7820f4aef47864f2a6c5fccf.jpg

2268304-f1a752cbf8a1477a4149bca779848064.JPG

2268304-db3a17f7bcac837ecc1fe2bc630a5473.jpg

2268304-85b6f89b41cae26786ac72365fff771b.jpg

2268304-64b8299d1597b8a5c7b9cb9c88642f6c.jpg

2268304-a269962fe1424e1ca3e68c328b9fed61.jpg

2268304-e89666feb714ab9c3946f28f00c5d8c4.jpg

2268304-ca538c343179bf0fbdfab6cd10469afd.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 16:14 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

MIJN GEBOORTEDATUM

 

Mijn geboortedatum werd
geschreven in een dorp
dat rook naar hooi
en paardenhaar: het was
acht uur in de morgen
en de zon, als een
complimenteuze fotograaf,
stond het landschap
te bekijken van
ademloze september.

In mijn spaarpot viel
de eerste zilveren gulden,
in mijn ogen was nog geen
licht, maar wel een
begin zichtbaar van
glimmende stuiter
en mijn stem hinkte
ook nog maar op
éen gedachte: lucht.
Adem van september.

 

Mijn wieg knikkebolde
bij het slaan van de klok
– paukenslag in de diepte –
en de tijd bouwde mij
langzaam op, trok aan mijn
haar, gaf mij een schooltas
en begon een heel dorp
met zoemende boomgaarden
en kleurige of vinnige
mensen rond mij op te zetten.

 

Toen ik negen jaar was
sloop er een fout in de
geschiedenis, die niemand
meer uit zou kunnen gummen.
Met hartstocht ging een geweer
af en nog éen, en toen vlogen
honderd zware roofvogels
opeens laag over de grond
en zaaiden pitten van dood
in mensen en dieren die ik kende.

 

Ik was plotseling uit mijn kracht
gegroeid en stond te trillen
op mijn benen, te jong om te vechten,
te goud van Hollands zonlicht
om mijn vleugels te sluiten.
Met tussen mijn ribben
een tandrad van angst
leefde ik verder met
ondergedoken ouders,
verborgen als een
speld in een hooiberg.

 

Jaap Harten (1931-2017)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:07 Reageer op dit bericht

LA SALETTE

RELAAS VAN EEN REIS 1

 

LA SALETTE

 

Op 15 augustus jongstleden waren we even te gast bij Moeder Maria in La Salette. Dit bedevaartsoord werd reeds uitvoerig belicht op 21 juni en 15 augustus van 2013, nog steeds te vinden op deze blog; ook toen werden reeds foto’s gegeven.

Vandaag zijn tekst en foto’s volledig nieuw.

---

La Salette is een onooglijk alpendorpje op 1800 meter hoogte, gelegen in de Franse Alpen, zowat 75 km ten zuidoosten van Grenoble. Het natuurschoon is er overweldigend, woest en groots. `s Ochtends is de vallei vaak één wolkenpracht. Men raakt er in de ban van Gods grootsheid.

In 1830 verscheen de Heilige Maagd een eerste keer, in Parijs. Zij gaf aan de novice Catherine Labouré een paar instructies en een ‘wonderdadige medaille’. Maar ondanks deze tussenkomst duurt het kwaad voort. Op 19 september 1846, het feest van Onze Lieve Vrouwe van Smarten, verschijnt de Maagd Maria echter opnieuw; nu in La Salette.

 

De zieners zijn:

 

Maximin Giraud, 11 jaar. Zijn vader was wagenmaker. Zijn moeder stierf toen hijzelf nog in de wieg lag. Toen zijn vader hertrouwde kreeg Maximin een harteloze stiefmoeder, die hem vaak zonder eten de straat opjoeg. De vader hield van dit kind uit zijn eerste huwelijk, maar was te zwak om het te verdedigen, en zocht dan troost in de drank. Maximin was één pak zenuwen, onbezonnen van natuur. Hij haalde liever kattenkwaad uit dan naar de H. Mis te gaan.

 

Melanie Calvat, bijgenaamd Mathieu, bijna 15 jaar. Tenger en schuchter, zag ze er nauwelijks 11 jaar uit. De vader, Pierre Calvat, is een armoedzaaier. Naargelang hij werk vindt, is hij metselaar of houtzager en is soms lang afwezig. Melanie bedelde langs de straten. Van haar 8 jaar af werd ze uitbesteed om bij de boeren schapen te hoeden. Zo belandde ze in de lente van 1846 bij de boerderij van Baptiste Pra in het gehucht Les Ablandins. Het meisje was ongeletterd en traag van geest. Bidden kon ze amper.

Op deze bewuste dag van 19 september 1846 vervangt de wispelturige Maximin de ziek geworden herder van boer Pierre Selme. Zo ontmoet de gelegenheidsherder Maximin het beroepsherderinnetje Melanie hoog in de bergen tussen de grazende koeien.

Opeens ziet Melanie een schitterende vuurbol. Ze roept Maximin erbij. Ze zien beiden de vuurbol die zich traag opent en ze bemerken een wonderschone Dame, omgeven door zonlicht. Ze zit op een rots en weent naast een uitgedroogde bron, de ellebogen steunend op haar knieën, het hoofd verborgen in haar handen.

Melanie laat verschrikt haar herdersstok vallen. Maximin integendeel zegt: ‘Melanie, neem uw stok, ik houd de mijne gereed. Ik zal het een harde slag geven als het ons iets durft doen’.

De wenende Dame in haar wit zijden kleed, richt zich dan langzaam op en kruist plechtig haar handen over de borst. Een zachte, weemoedige stem weerklinkt: ‘Komt nader, mijn kinderen, wees niet bang. Ik ben hier om u groot nieuws te brengen’.

Alle angst is ineens verdwenen. Maximin, Melanie en hun herdershond Loulou komen bij de Dame staan. Melanie ziet duidelijk alle details van deze droevige maar majestueuze Dame. Maximin is eerder verblind door het schitterend licht. De hond slaapt in. De mooie Dame spreekt de kinderen aan, met betraande ogen, in zuiver Frans, onverstaanbaar voor deze dorpskinderen, die alleen hun dialect kennen. Later zullen ze duizenden malen deze woorden herhalen, zonder de inhoud te begrijpen: ‘Indien mijn volk zich niet wil onderwerpen, dan ben ik genoodzaakt de arm van mijn Zoon te laten vallen. Hij is zo zwaar dat ik hem niet langer meer kan tegenhouden’.

Maximin denkt diep na; hij veronderstelt dat die Zoon zijn Moeder wil slaan en balt zijn vuisten, klaar om de mooie Dame te verdedigen. De hemelse stem vervolgt: ‘Al zo lang lijd ik voor u. Zo ik wil dat mijn Zoon u niet verlaat, moet ik onophoudelijk voor u bidden, en gij hecht er geen belang aan. Hoe vurig gij ook bidt, wat gij ook doet, nooit zult ge mij de moeite kunnen vergoeden die ik mij voor u heb getroost’.

De Dame spreekt zowel in de eerste als in de derde persoon, als wil ze haar medewerking onderlijnen in het werk van de schepping en verlossing. Ze vervolgt: ‘Ik heb u zes dagen verleend om te werken, de zevende dag heb ik mij voorbehouden, en men wil hem me niet geven. Dat maakt de arm van mijn Zoon zo zwaar.’

Later zullen de godgeleerden de twee kinderen voorhouden: ‘De Dame zal zeker gezegd hebben: ‘Mijn Zoon heeft u gegeven, en niet ik heb u gegeven’. De twee kinderen blijven bij hun eerste getuigenis. Maria spreekt dus in naam van haar Zoon.

Ze vervolgt: ‘Zij die met karren rijden, doen niets dan vloeken en misbruiken de naam van mijn Zoon. Dat zijn twee zaken die de arm van mijn Zoon zo zwaar maken’. Miskenning van de zondagsrust en godslastering.

De gevolgen hiervan worden vervolgens door de Dame geschilderd: ‘Indien de oogst bederft, is het alleen door uw schuld. Verleden jaar heb ik hevige schade toegebracht aan de aardappelen, om u de ogen te openen. Gij hebt er u niet het minst om bekommerd. Integendeel, wanneer gij rotte aardappelen vond, toen vloekte gij en onteerde de naam van mijn Zoon. Dit jaar zullen ze verder rotten en met Kerstmis zullen er geen meer zijn.’

(Deze tekst werd ontleend aan de ‘MaryPages’, waarvoor dank)

---

Vermits op de eerder vermelde data van 21 juni en 15 augustus reeds tal van foto’s van het bedevaartsoord en het beeld van Onze Lieve Vrouw gegeven werden, beperk ik mij hier tot het natuurschoon en de eucharistie van 15 augustus dit jaar. Prettig detail: de vrouw die op de mondharmonica speelt, Henriette, woont in La Salette en is 91 jaar. De andere foto’s zijn nog steeds op deze blog te vinden. 



2267316-308f74651969115fd3f093a1c6a630d8.JPG

2267316-b342ea94465a3b68063c088103ddb665.JPG

2267316-89c20537807761f8ab4225fb1e1a4fc7.JPG

2267316-82ed035a33290343dc00156eba977f3b.JPG

2267316-348d432c9fd145222a27ba92d6ba8c08.JPG

2267316-3bcbeb4bc278cc4c54b4b0eed0f7c091.JPG

2267316-1560375a1618b8fa66bed6ffffdc8503.jpg

2267316-173633c8baf427aa10e43c134d857f90.jpg

2267316-2447cd44c8d3ebc7dc9baf20b06f4a5f.jpg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:31 Reageer op dit bericht

VERHALEN UIT DE SERTÃO

VERHALEN UIT DE SERTÃO 9

 

KANANAS

 

‘Kanana.....kanana...’ roept hij enthousiast. Veel kananas ... lekker... Hij poogt zonder veel succes een banaan uit de tros te wringen. Diep verongelijkt kijkt hij mij aan. Geen ‘kananas’ voor hem deze middag. De bananen moeten nog enkele dagen rijpen. Ik heb de tros nog maar pas geoogst. De ‘bananas’ zijn nog te groen.

Woedend grijpt hij naar mijn machete. Hij wil de nog groene bananen in mootjes hakken. Ik ruk het mes uit zijn handen en presenteer hem een rijpe mango. Dat helpt. Hij bekoelt. Zijn driftbui ebt weg. Genietend van zijn mango drentelt hij onder de bananenplanten. Hij wijst alle bananentrossen aan... ‘Kanana...kanana.. weldra hopen kananas...’. Hij glundert bij dit heerlijk vooruitzicht.

Hij heet Bruno maar Avani, zijn dove moeder, noemt hem ‘Popó’. Daar zijn verschillende redenen voor. Vooreerst is het voor een dove persoon moeilijk om de letter ‘ b’ uit te spreken. Bruno  zou door Avani  ‘Pruno’ genoemd worden. Dat klinkt nogal gek ... ‘ Pruno’...

Niemand vroeg haar mening bij de geboorte van haar zoontje. De ‘stomme‘ had daar immers geen verstand van. Haar zoontje zou ‘Bruno’ heten. Zo had de familie beslist, zonder inspraak van de ‘stomme’.

Avani nam dat niet. Ze bedacht zó een nieuwe naam. Bruno zou ‘ Popó ‘ heten. Popó is de meest geduchte bokser van Bahia, een onbetwiste wereldkampioen. Zijn tegenstrevers houden het nooit langer dan een minuut uit. Steevast knock-out binnen de minuut.

Avani liet zich niet inpeperen. Popó was haar lichtend voorbeeld. Avani vond Popó bovendien een mooie jongen. En zodoende werd Bruno ineens Popó. Pest Bruno-Popó  niet want dan krijg je zo een dreun. Tweeënhalf jaar, een duim hoog maar al te duchten...

In de peutertuin baarden de eerste educatieve stappen van Popó nogal wat zorgen.           ‘ Dat kind van die ‘stomme’ mept er maar op los. Die ‘stomme’ heeft geen verstand van opvoeden. Trouwens waar is de vader van dat kind?' 

Popó was niet de enige die van zich afbeet. In de crèche van de gemeente waren er maar drie personeelsleden voor meer dan honderd peuters. Alle kinderen van de koffieplukkers werden  vroeg in de morgen in  de crèche ‘Tante Clarice’  gedumpt.

Tante Clarice kon deze kinderweelde niet aan. Het merendeel van haar beschermelingen was ondervoed en permanent verkouden. Omdat de gemeente niet meer in Tante Clarice kon investeren was de vermoeide Tante alleen een uitkomst  voor de allerarmsten van de stad, voor de koffieplukkers die nog geen 2 euro per dag verdienden. Popó werkte op de zenuwen van het schaarse personeel. Dat kind van die ‘stomme’  was onhandelbaar. Het liet niemand met rust.

Popó had ervaren dat je aan een dove moeder moet rukken om haar aandacht te trekken. Dus rammelde Popó alle peuters dooreen,  om contact te zoeken. Dat veroorzaakte lawaai en tranen. Hij werd verdacht van een sterk aangeboren agressiviteit.

Om zich uit de brand te redden verkoos Popó in de clandestiniteit te verdwijnen. Hij dook onder. Een uur na het sluitingsduur van de crèche werd hij door het radeloze personeel eindelijk teruggevonden. Hij had zich rustig te slapen gelegd onder de stapel vaatdoeken in de keuken. De vredige aanblik van de slapende peuter kon Tante Clarice niet vermurwen. Popó kon beter thuisblijven. Hij was nog niet schoolrijp.

Popó werd dus al na enkele dagen uit het educatief bestel van Brasil verwijderd. Nochtans pleit het Ministerie van Onderwijs voor de radicale integratie van gehandicapte kinderen in het gewoon onderwijs. Popó was niet gehandicapt, zijn moeder wel. Dat volstond dus al om verbannen te worden.

De ballingschap was van korte duur. De private peutertuin ‘De Regenboog’ opende onmiddellijk haar poorten om de banneling in haar rangen op te nemen, mits een maandelijks bedrag van vijfendertig Real (18,5 euro) plus de kosten voor maaltijden, schooluniform, tandpasta, kleurpotloden, zeep en toiletpapier ...  Zou de Regenboog meer licht doen stralen voor Popó dan de afgeleefde Tante Clarice?

Wellicht wel, want ieder klasje van de Regenboog bestond slechts uit achttien peuters,  uit beter gesitueerde middens. De kandidatuur van Popó gaf wel enige opschudding want kinderen van koffieplukkers horen niet onder de Regenboog ! Ze moeten naar Tante Clarice.

Wel waren er verzachtende omstandigheden. Punt één: de  moeder van Popó, alhoewel doof en berooid, werkte als huishoudster bij de Padre. Dat kan tellen. Punt twee: daar de moeder werkte bij de Padre zouden de vijfendertig Real en de kosten voor zeep, kleurpotloden en toiletpapier wel beschikbaar zijn. De centen waren er. Popó zou een betrouwbare belegging zijn voor de private peutertuin.

De vriendelijke peuterleidsters waren  bereid Popó te begeleiden bij zijn taalontwikkeling. Popó sprak nogal verward omdat hij met zijn dove moeder Avani communiceerde in LIBRAS, De Braziliaanse gebarentaal.  De peuterleidster zou bijzondere aandacht besteden aan de verbale ontwikkeling van Popó.

Bovendien zou de professora ook  de gebarentaal inoefenen  opdat Popó contact zou blijven houden met zijn dove moeder. De professora voelde zich vereerd met deze wel heel bijzondere opdracht : een tweetalige kleuter, Libras en Portugees, een rariteit in Tapiramutá! En zo kon het geschieden dat Popó plechtig zijn intrede deed in de Regenboog, met een gloednieuwe boekentas, een schooluniform en met vijfendertig Real....

De verwachtingen waren hoog gespannen. Popó zou de letters ‘b’ en ‘p’ behoorlijk leren uitspreken. De schooljuffrouw had daarvoor speciaal getelefoneerd met haar vriendin, logopediste in Salvador. Het kon niet misgaan. Zonder b’s en p’s is het leven  van een peuter ingewikkeld.  Brood (pão)  wordt dan (kão)  en ‘kão’  is een gevaarlijke en vieze hond. Een ‘kão’ is niet te vreten! Zonder p blijft een peuter op zijn honger. Zonder b geen bananen!

Avani was niet te houden. Willen of niet,  ik moest mee tot aan de schoolpoort om de intens studerende peuter af te halen. Ik voelde mij wel wat onwennig tussen de dertig  goedgeklede dames uit de betere kringen van Tapiramutá, de zogeheten ‘madaamies’. Was het wel verstandig om Popó uit zijn volks milieu weg te halen? Wellicht niet, maar er was geen andere keuze. Bij Tante Clarice zou de taalachterstand van Popó alleen maar groter worden.

Een school loopt sneller leeg dan vol. Reeds van ver stormt Popó op mij af, zotkontent. De peuterleidster geeft enige uitleg. Het is gelukt, Popó heeft de ploffers leren uitspreken. P’s en b’s liggen nu binnen bereik. De Regenboog opent nieuwe horizonten.

Terug thuis rent Popó dadelijk naar de bananenplanten. En weer glundert hij naar de rijpende bananen. ‘Nananas, Nananas’ ....  roept hij nu met volle overtuiging. Gedaan met de ‘Kananas’. We hebben nu ganse trossen ‘Nananas’, honderden ‘Nananas’. Er is toekomst in dit land, zonder p’s en b’s … maar met n’en van bananas.

(Frans Verhelle)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 19:01 Reageer op dit bericht

ZONDAG 11 AUGUSTUS 2019

19de ZONDAG C – 11 AUGUSTUS 2019

DE WAARHEID VAN WAT WE NIET ZIEN

 

‘De waarheid van wat we niet zien …’, het zinnetje klinkt wat vreemd wellicht, maar het komt letterlijk uit de eerste lezing vandaag, een stukje uit de brief aan de Joodse christenen. Voorbeelden uit de Joodse geschiedenis – Abraham, Sarah, Mozes … – tonen hoe mensen in beweging gezet werden door de beloften, die God hun gedaan had.

God houdt een toekomst voor, verder dan zij kunnen zien en vermoeden, en zij gaan op weg, enkel gedreven door hun geloof in Gods Woord. Zo leren zij ons onvoorwaardelijk te vertrouwen op Gods beloften, als wij onze weg gaan doorheen de dagen van ons leven.

 

Zusters en broeders,

HET GELOOF legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. OM HUN GELOOF werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.

DOOR ZIJN GELOOF ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. DOOR ZIJN GELOOF trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde. Samen met Isaak en Jakob, woonde hij daar in tenten omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.

DOOR HAAR GELOOF ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken, en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan. Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, zoveel nakomelingen voort als er sterren aan de hemel staan, ontelbaar als zandkorrels op het strand langs de zee.

Zij allen zijn IN GELOOF gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten. Zo lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een ander vaderland. En daarmee bedoelden ze niet het land waaruit ze weggetrokken waren. Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter, hemels vaderland. Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden en heeft hij voor hen een stad gereedgemaakt.

DOOR ZIJN GELOOF kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.

( Hebreeën 11,12.8-19)

 

GOD GAF ZIJN WOORD EN ZIJ GINGEN OP WEG

Ieder mens is op zoek naar geluk, naar ‘zijn beloofde land’. Abraham ging op weg, zonder te weten waar hij zou uitkomen. Mozes trok met zijn volk door de woestijn, naar dat beloofde land ‘dat overvloeit van melk en honing’.

De eeuwen door waren er mensen, die GELOOFDEN in een toekomst waar ze alles voor over hadden. Ze ontvingen een belofte van Godswege en lieten alles achter. Ze keerden ook niet terug op hun stappen: hun verlangen naar de toekomst, die God voorhield, was sterker dan het heimwee, naar het land dat ze achterlieten. Ze bleven verder gaan omdat ze GELOOFDEN dat ze dat land, dat God had toegezegd, eens zouden bereiken. Die belofte hield hen gaande. God gaf zijn Woord, en zij gingen op weg.

Wij zijn voor altijd ‘mensen onderweg’. God blijft nog altijd zijn beloften doen, en de verlangens, die Hij wekt, kunnen ook ons op weg zetten, op de paden van ons leven. Letterlijk spreekt Hij niet meer tot ons, zoals verteld wordt van onze voorvaderen, maar Hij blijft ons aanspreken, door zijn Woord, dat opgetekend werd, en door dagelijkse dingen op onze weg: ‘Hij komt tot ons, gans onverwacht, in duizend, duizend dingen’. Hij blijft spreken. Aan ons om OPMERKZAAM EN GE-HOOR-ZAAM te zijn. Altijd luisterbereid, altijd weer bereid om verder te gaan, verder op weg, op grond van zijn beloften.

Als het ene doel bereikt is, wenkt een andere belofte. God roept altijd verder en langs heel menselijke gebeurtenissen gaan wij nieuwe einders tegemoet. Zo verloopt ons leven. De ene stap na de andere op een weg waarvan we het einde niet weten. Maar de brief aan de Joodse christenen geeft ons einddoel wel een naam:

 ‘ZE KEKEN REIKHALZEND UIT

NAAR EEN BETER, HEMELS VADERLAND’

Een hemels vaderland, dat hier zijn aanloop kent maar slechts voltooid zal worden bij God, in zijn thuishaven. Het is een honger, die nooit gestild wordt, een verlangen, dat nooit tot rust komt, maar ons altijd voortdrijft. Levenslang. Daarom moet dat woord van Augustinus altijd in ons achterhoofd blijven klinken: ‘Onrustig blijft ons hart, tot het – uiteindelijk – zijn rust vindt in God’.

(vrij naar ‘Levensecht’, nr. 19, p. 254)

 

GEDICHT

Woorden van innigheid
wil ik als broden voor je breken

woorden voorbij ons daagse denken
voorbij de klanken van een kort gedicht

want er is méér
tussen morgenrood en avondgloren
méér dan van woordenspel het kort bekoren

méér dan jouw hand in mijn hand gelegd
méér dan eeuwen uit de tijd geboren

maar de diepste dingen
kunnen niet gezegd...

Emmy Swerts

---

HET LIED VAN HET EEUWIGE LEVEN

 

Ik geloof in een God van verrijzenis,

ik geloof in een God van vergeven,

en dat mijn geluk ook het zijne is.

Ik geloof in het eeuwige leven.

 

Waar Abraham, Isaäk en Jakob zijn,

bij God, in zijn glorie verheven.

Ik geloof in het erven van zijn domein,

ik geloof in het eeuwige leven.

 

En dat Hij mij vurig verlangt in zijn land

en dat hij mijn naam heeft geschreven

voor nu en altijd, in de palm van zijn hand.

Ik geloof in het eeuwige leven.

 

Ik geloof in een rijk dat voor mij bestaat

en dat het de dood zal beschamen.

Ik geloof in een liefde die nooit vergaat

en het eeuwige leven amen.

 

Michel van der Plas

 



2259073-9c07e59c7a79993eda73ad20e586c6f1.JPG

2259073-ef0a0f9d20d6b694262006cd11a4a370.JPG

2259073-1946848f22035cf5e572152e0e5b0f04.JPG

2259073-37534fc58effdfbeaaabb3d152401b6a.JPG

2259073-af4a9d48844ff7c5010ac5a5a97b4858.JPG

2259073-9c2fac78fc4e161b415dd58735c190c5.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:38 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

VERDRIET

                  

Weet je wat verdriet is? Dikwijls, zo dicht

bij je ogen dat ik je ziel haast zie,

red ik een kleine bange vogel die

fladderend in een vijver tranen ligt;

                     

maar als ik hem een huis geef in mijn hand

en daarin warmte van vriendschap en brood

van zachte woorden, vind ik hem al dood

eer ik in mijn eigen ziel ben beland.

                      

Als ik iets van je denk te hebben dat

misschien eens je eerlijkste ik verried,

is het over, ben je weg, mag het niet.

           

En als ik alleen maar zou weten wat

die vogels doet komen, – liefste, dan had

je mij nooit te vragen: heb je verdriet?

             

Michel van der Plas

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:40 Reageer op dit bericht

ZONDAG 4 AUGUSTUS 2019

18de ZONDAG C – 4 AUGUSTUS 2019

‘OVER GELD EN MACHT EN ZO …’

 

Vorige week leerde Jezus ons bij monde van de evangelist Lucas hoe wij moeten bidden. Vandaag leert Hij ons omgaan met bezit.

Aan de hand van de gelijkenis van de hebzuchtige boer laat Hij ons zien dat geen enkel bezit ons leven kan veilig stellen. ‘Al heeft een mens nog zo veel, zijn leven bezit hij niet’, waarschuwt het evangelie.

Ja, we beamen dit wel, maar in ons dagelijks leven duwen beslommeringen en materiële zorgen dit advies naar de achtergrond.

(Bron: Dominicanen)

 

 

IJl en ijdel, zegt Prediker,

ijl en ijdel, alles is ijdel.

Wat heeft een mens dan aan zijn harde werken,

aan al zijn zorgen en tobben onder de zon?

 (Prediker 1,2 en 2,22)

 

Op zekere dag zei Jezus:

`Pas op voor iedere vorm van hebzucht!

Ook al heeft een mens nog zo veel,

zijn leven bezit hij niet.'

 (Lucas 12,15)

 

IJDELHEID DER IJDELHEDEN

EN ALLES IS IJDELHEID

Zusters en broeders, we horen Prediker slechts één keer om de drie jaar, maar het is er niet naast. Wat hij zegt klinkt bijzonder pessimistisch, zelfs cynisch. En hoewel het boek 2300 jaar geleden geschreven werd, klinkt het heel hedendaags.

Want kenmerkend voor de wereld van vandaag is de ziekelijke arrogantie waarmee presidenten en andere  heersers in de Verenigde Staten, Rusland, China, Turkije, Groot-Brittannië, Iran en nog zoveel andere landen zichzelf promoveren als de onmisbare godheid van hun land, en zelfverheerlijking, racisme, haat en tweedracht, leugen en bedrog, corruptie en cynisme hun slogan en hun zending vormen. Wat Prediker zoveel jaren geleden al zei, klopt dus: alles is ijdelheid. Maar het blijft daar niet bij, want hij zegt ook: ‘Er zijn mensen die zich aftobben met inspanningen vol zakengeest en inzicht, maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen die zich niet inspannen.’ Vandaag hebben die mensen een naam gekregen: ze heten Bangladesh, Indië, Indonesië, Ethiopië en nog zoveel andere Afrikaanse en Aziatische landen met schandalige hongerlonen en nog schandaligere kinderarbeid. Landen waar keihard gewerkt moet worden, maar waar aan die arbeid niets wordt overgehouden, want de klanten in de rijke landen moeten goedkoop kunnen leven. ‘Dat is grote onrechtvaardigheid’, zegt Prediker, en dat is heel vriendelijk uitgedrukt, want de werkelijkheid is veel erger.

Het sluit allemaal goed aan bij de parabel van de rijke man in het evangelie. Ook hij past helemaal in onze wereld. Een wereld waarin de acht rijkste mensen evenveel bezitten als de 3,6 miljard armste mensen – 8 verbijsterende rijken tegenover 3,6 miljard doodarmen: het is ondenkbaar, maar het is de keiharde werkelijkheid.  Zoals het ook de werkelijkheid is dat de één procent rijksten over vijftig procent van alle rijkdom beschikt. En de afstand tussen vreselijk arm en schandalig rijk wordt alsmaar groter. Waarom? Omdat de rijken doen en denken zoals de rijke in de parabel. Zijn velden hebben hem een abnormaal grote oogst opgeleverd, en hij denkt daarbij alleen aan zichzelf en zijn toekomst. Niet de toekomst van anderen, maar zijn toekomst. ‘Wat moet ik doen om de rest van mijn leven van die overvloed te genieten?’, vraagt hij zich af. Wat hij zich niet afvraagt, is of hij zijn arbeiders wel een eerlijk loon heeft uitbetaald. Die grote oogst heeft hij immers niet in zijn eentje verwezenlijkt. Daar had hij arbeiders voor nodig, maar heeft hij die wel genoeg betaald? Hij denkt dus zeker niet aan verbondenheid met zijn medemensen. En hij dankt God niet eens voor wat hij gekregen heeft. Nee, hij denkt alleen aan zijn toekomst vol overvloed. ‘Dwaas’, zegt God de Heer tegen hem, en waarom zegt Hij dat? Omdat de man helemaal geen rekening houdt met de realiteit. En dat is geen realiteit van een toekomst vol overvloed, maar een realiteit van ongelijkheid, van mensen in nood, van onderdrukking, van armoede. Een ondraaglijke realiteit voor velen.

Die ondraaglijke realiteit is er ook vandaag, niet alleen voor de miljoenen mensen die leven in oorlog en burgeroorlog, in moordende bombardementen, in vluchtelingenkampen, in moslimterrorisme, in veel te kleine rubberbootjes in de Middellandse Zee. Ze is er ook voor zovelen die het leven in de rijke wereld niet meer aankunnen. Een leven van ‘je moet de beste zijn, je moet elke dag de juiste keuze maken, je moet jezelf manifesteren, je moet veel meer verdienen, je moet dit en je moet dat. Nooit waren er zoveel zelfmoorden als vandaag, nooit hadden zoveel mensen zware psychische problemen, nooit waren er zoveel burn-outs, nooit werd er zoveel medicatie geslikt.

Om dat alles noemt God de rijke man een dwaas. Het doel van het leven is immers niet rijk te worden, maar mee te werken aan het Koninkrijk van God, en dat kan je niet door op je rijkdom te gaan zitten, maar door te delen. Rijkdom en welvaart worden dus niet afgewezen door God en door Jezus. Wat wél afgewezen wordt zijn egoïsme, ikke en de rest kan stikken, zelfverheerlijking, corruptie, valsheid en meer van die vreselijke eigenschappen.

Zusters en broeders, waar doen we aan mee? Zijn we zoals die rijke man, en werken we dus mee aan de ijdelheid, het egoïsme en het cynisme waarover Prediker het heeft, of proberen we te leven in Gods Koninkrijk van liefde en vrede? Het is vakantie, dus hebben we tijd genoeg om ons daarover te bezinnen. Laten we dat dus zeker doen. Amen.

(Bron: Romain Debbaut)

 

Bezit en eigendom, macht en invloed,
winst en succes:
het blinkt als rinkelend geld.
Zonder zorgen vlieg je dan door 't leven!

 

Zie de vogels op het veld: 

ze zaaien niet, ze maaien niet, 

zorgeloos zijn ze, 

en ze leven, fluiten en tierelieren!

 

Hopen en verwachten, 

verlangen en uitzien,

wachten met open handen,

geven en teruggeven: 

de klank van de liefde.

Zo is de Openbaring van Jezus’ leven.

Belangloos
zomaar samen‑zijn,
luisteren, aanvaarden en danken,
tot elkaar ja‑zeggen,
leren leven voor elkaar:
schijnbaar lijkt het doelloos.
Zeker is het niet effectief voor een bankrekening.
Maar zó leven met en voor elkaar
is dubbel leven.
Leven bezit je niet.
Leven wordt je gegeven!

 

Bron: 4-ingen



2257498-e0351f80feb16b9412b1c90e6388d155.JPG

2257498-cbc899a93a7ded973ae98b27320cdcae.png

2257498-b37449cd9c3cb2d5a47dbe4ad95d2179.JPG

2257498-9c1dd5f57a3364083441ae5e7d40d5e8.JPG

2257498-a53887fd9dff3bfc1bcb8f7887d9aa19.JPG

2257498-065dedb988dd1b73343e12a01f986de5.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 11:30 Reageer op dit bericht

VERHALEN UIT DE SERTÃO 8

VERHALEN UIT DE SERTÃO 8

 

RAMON VANDERTANDEN

 

‘Ik heb tanden en die willen knabbelen, Padre’ ,zegt hij. Hij lacht als de volle maan ... een zwarte volle maan dan ... want zijn voorouders zijn jaren geleden uit Afrika naar hier gesleept om te werken in het suikerriet, in ruil voor honger en zweepslagen. Er is voor hem bitter weinig veranderd. De zweepslagen zijn sedert 1888 wel verdwenen maar de honger is gebleven. Tussen haakjes: 1888, officieel het einde van de slavernij in Brazilië … maar???  En in plaats van de zweep is het misprijzen en de marginalisatie van de zwarten gekomen …

Geschiedenis kent Vandertanden niet en het verleden zal hem ook worst wezen. De zwarte volle maan heeft honger en zijn tanden willen knabbelen. Wat doet de Padre dan, bij dergelijke vrijmoedige eerlijkheid? Een broodje smeren natuurlijk. Met kaas liefst, zegt Vandertanden, en hij glundert weer. Het broodje met kaas wordt snel verorberd. Tot ziens, en weg is de maan vol tanden.

De volgende dag verschijnen de tanden weer met enthousiast belgerinkel. Ik heb namelijk nog geen ontwikkelde elektrische bel en heb daarom iets in elkaar geknutseld dat rinkelt zonder energie. Als je aan een touwtje trekt gaan er keitjes tegen metalen staafjes tikken en dat geeft een vreemd maar opgewekt geluid. Het systeem is uiterst primitief en werkt met elastiekjes. Ik moet dit systeem trouwens zo vlug mogelijk verwijderen want de kinderen uit de straat rukken onophoudend aan het touwtje. Wat een mooi muziekje zeggen ze, tinkie, tonkie, tinkie ...

Vandertanden is dus terug. ‘Dag manneke’, zeg ik. Ik ben niet manneke, zegt Vandertanden, ik ben Ramon. Ik ben aangenaam verrast door zijn assertiviteit. Dat is een begrip dat in Europa furore maakt. Je moet assertief zijn, je mag niet op je kop laten zitten. Vandertanden weet helaas niet dat hij niet meetelt voor Europa. Europa weet niet dat Vandertanden meetelt. Voortaan krijg ik dus bezoek van Ramon Vandertanden.  

Ik leef op straat, zegt hij, en ik doe lekker alleen waar ik zin in heb. Ik moet naar niemand luisteren. En weer lacht hij onder zijn kroezelkop. Heb je dan geen thuis? Já, ik heb een papa, maar die ... Hij maakt afwerende gebaren. Niet over praten, dus. Zijn geheim. Hij wijst naar zijn tanden. Já, ik begrijp het al, knabbelen. Wat wil hij knabbelen? Om het even wat als het maar naar hier gaat. Hij heft zijn gerafeld T-shirt op en trekt zijn buikspieren in tot er een grote holte in zijn onderlijf komt. Naar hier moet het en daar kan veel in, is de boodschap.

Er komen er meer, wacht maar, waarschuwt Carmelinha, de buurvrouw. Begin daar niet mee, straks raak je hen niet meer kwijt. Ze gaan  je huis overhoop zetten. Afwachten, denk ik. Er komen er meer maar het is te doen.

Vandertanden heeft collega’s, João met kortgeknipt haar, kleine Pedro die er altijd wat beverig uitziet, Chico die  mankt omdat hij een etterende kwetsuur heeft onderaan zijn voet, José de enige witte tussen al die zwarte volle manen ... straatkinderen. Ze zijn niet opdringerig, wel luidruchtig en hongerig ... gewone kinderen dus die wat drukte en wat leven met zich meevoeren.   

Vandertanden is duidelijk de leider. Hij deelt de bevelen uit: ‘Wachten en geduldig wezen, de Padre maakt de broodjes nu klaar, dat duurt even. Hij kruist de armen en leunt afwachtend tegen het portaal. De anderen volgen zijn voorbeeld. Ontroerend is dat om zien, vijf haveloze  kinderen die met gekruiste armen moedig hun nijpende honger onderdrukken.

‘Blijf  van die deur Chico, daar mogen we niet binnen.‘ Als ik dan in het voorportaal verschijn met wat voedsel wordt er gejuicht. Er zijn sinaasappelen vandaag! Sinaasappelen zijn blijkbaar de topper.

Ze eten in het voorportaal. Ik wil niet dat de buren commentaar leveren op het menu. Dat geeft mij ook de gelegenheid om hen wat beter te leren kennen. Ze hebben geen slippers. De witte raaf in het gezelschap heeft dus ook zwarte voeten. Gescheurde en versleten T-shirts, bermuda’s die te groot of te klein zijn.  We dragen de kleren die ze ons willen geven. Eén ding hebben ze allemaal gemeen, over hun thuis wordt niet gesproken. Dat niet, dat blijft verholen in de mist.

 We willen wel naar school, zeggen ze, maar daar lachen ze ons uit. Hebben jullie geen kleren en geen schoenen? Wat een armoezaaiers ! Moest ik schoenen hebben dan ga ik alle dagen, zucht Ramon, want daar krijg je schoolmaaltijd. Er zijn daar bonen, weet Chico. En soms zelfs kip !! piept de kleine Pedro er met een hoog stemmetje doorheen. Het is duidelijk, ze voelen zich uitgesloten en verlangen om bij de anderen te zijn. De straat die ze zo leuk vinden is  hun bittere vrijheid. Hier leren we niets en worden we ook niets..

Na het verorberen der spijzen volgt er een wat vreemde ceremonie. De auto van de Padre krijgt een kus. Ramon altijd eerst voorop en dan de anderen. Hij verwijdert wel eerst even het slijk van de carrosserie, kwestie van persoonlijke hygiëne. Vanwaar dit vreemd gedrag?  Misschien is dit de affectie-overdracht van Freud of van een andere psychanalist.

Mijn pedagogische opleiding interfereert als stoorzender. Wat heb ik hier aan flarden halfvergeten academische theorie ? Maar jawel, na een zekere tijd verdwijnt de carrosserie-  ceremonie en krijg ik gewoon een knuffel van de kinderen.

---

Tinkie, tonkie, tinkie is weg en vervangen door een ordinaire elektrische dingdong ‘Schneider Indústria Brasileira’. Het touwtje van tinkie tonkie was afgebroken door de enthousiaste kinderen. Mijn huis wordt dus meer Braziliaans met Schneider. 

Een vreselijk gestommel aan mijn voordeur en ontdane Vandertanden-kinderen. We dachten al, hij is er niet meer, hij is er van onder, hij is weer naar zijn eigen land want tinkie tonkie is weg. Gelukkig ben je er nog. Ramon en alle Vandertandens zijn zichtbaar opgelucht. Vier volle zwarte manen en één volle witte maan lichten weer op. Hier valt nog te bikken. Tinkie tonkie bracht dus meer hoop in  Brazilië dan Schneider.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:33 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

LIEFDE

 

De dingen hebben soms eenzelfde naam :

een lichte kus, elkaar verwilderd bijten,

zacht mokken, blindelings met huisraad smijten,

vreemd, het valt alles onder liefde saam. 



Wie liefheeft en daar langzaam aan gewent,

ontdekt verbijsterd achter maan en rozen

het kleine strijdperk van twee tomelozen,

waar men elkaar om beurten tart en temt.

 

Eerst zacht van zin, later snel uitgestoeid,

elkander prikkelen, dan ronduit haten,

en ouder wordend: zacht weer en vermoeid. 



Zo gaat het ons, misschien in milder mate ...

Twee slingerplanten in één wilde groei,

die ondanks alles elkaar niet verlaten.

 

Max Dendermonde.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 20:27 Reageer op dit bericht

ZONDAG 28 JULI 2019

17de ZONDAG C – 28 JULI 2019

‘HEER, LEER ONS BIDDEN’

 

‘Heer, leer ons bidden …’ vragen de leerlingen aan Jezus.

Bidden is niet: onze wil opdringen aan God, maar vragen dat Hij ons beschikbaar maakt, bereid om mee te werken aan ZIJN KIJK op de wereld en de mensen.

Bidden is niet: God willen aanpassen aan onze plannen, maar vragen dat Hij ons verandert, dat Hij ons omvormt tot waarachtige kinderen van Hem, kinderen, die leven van zijn Geest. Zo staat  het in een gebed van de eerste christenen: ‘Uw Geest kome over ons en zuivere ons.’

 

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.’ 

Hij sprak tot hen: ‘Wanneer ge bidt, zegt dan: 

Vader, uw Naam worde geheiligd, 

uw Rijk kome. 

Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, 

en vergeef ons onze zonden, 

want ook wijzelf vergeven aan ieder

die ons iets schuldig is. 

En breng ons niet in beproeving.’ 

(Lucas 11,1-4)

 

HEER, LEER ONS LEVEN IN UW GEEST

 

Het gebed van Jezus wekt bij de leerlingen het verlangen om zelf te bidden. Zo zal het wel altijd zijn: wie voorbidt, thuis of in de kerk, nodigt meer uit door zelf te bidden dan door erover te spreken. Ook nu nog leeft het verlangen: 'Leer ons bidden!' Maar ‘zien’ wij dat verlangen? Horen wij die vraag? Staan wij open voor wat leeft in andere harten als wij zelf bidden in de stilte van ons eigen hart. Een drukke dag bij de mensen begint voor Jezus diep in de nacht op een eenzame plaats in gebed, in de stilte luisterend naar de VADER.

‘Vader, ONZE Vader!', het eerste woord van elk gebed. Ons diepste ‘ik’ komt open voor de ontmoeting met God die ons persoonlijk liefheeft. Wat kunnen wij beter vragen dan meer thuis te komen bij ‘Onze Vader’? En dat ZIJN Naam geloofd wordt en niet ons eigen kleine naampje. Door te bidden dat zijn Naam geheiligd wordt, vragen wij dat Hij meer in ons mag wonen. Evenzo vragen wij dat ZIJN Rijk van liefde in ons en in de wereld mag groeien. Zo krijgen wij de juiste KIJK en mogen wij vragen wat ons ter harte gaat: brood voor de dagen die komen, brood, rechtvaardig verdeeld tussen de mensen van deze wereld. Wij vragen om Gods barmhartigheid met de belofte om zelf barmhartig te zijn. Wij vragen dat de Vader ons door de beproevingen zou leiden zonder al te veel kleerscheuren. DAT is ons leven in Gods ogen: SAMEN het brood breken en het leven delen, SAMEN elkaar dragen dag aan dag en overeind blijven in de aanvechtingen van de tijd.

Jezus zegt om met aandrang te bidden. Niet in een handeltje! Maar om te zeggen aan de Vader, die ons liefheeft wat ons op het hart ligt. In het vertrouwen dat God uiteindelijk alles ten goede keert voor wie Hem oprecht liefhebben. Doorheen dit alles krijgen wij de hoogste gave: de heilige Geest, die de liefde in ons verdiept. Aan God die liefde is, vragen wij zijn gunsten. Maar hoe wij verhoord worden is niet altijd duidelijk. In groeiende mate, krijgen wij evenwel de gave van de Geest. Terwijl wij Gods aandacht vragen, krijgen wij zelf meer aandacht voor God en bloeit ons hart open in liefde en vreugde. Het Oude Testament spreekt van sensationele gunsten. Wij vragen en krijgen: KRACHT TEN LEVEN, LEVENSMOED. Ooit vroeg men God de vijand te verpletteren, nu vragen wij en krijgen wij: LIEFDE EN GEDULD, EN AL DIE ANDERE GAVEN VAN GODS GOEDE HEILIGE GEEST!

 

DE TROUWE BEZOEKER

 

Parijs. Elke dag op de middag komt een oude zwerver de kerk binnen en stapt een minuut later weer buiten. De koster vindt dit maar vreemd en vraagt de man wat hij komt doen.

- Ik kom goedendag zeggen tegen Jezus.

- Welk gebed bid je dan?

- Bidden kan ik niet. Ik zeg alleen: Jezus, hier is Jim.

 

Enkele jaren later wordt de zwerver ziek en hij wordt opgenomen in een tehuis voor daklozen. Hij weet de sfeer erin te houden en glimlacht altijd.

Een verpleegster vraagt hem op een keer:

- Hoe komt het dat je altijd zo glimlacht?

- Dat komt door het bezoek dat ik elke dag krijg.

- Bezoek? Maar om hoe laat dan?

- Elke dag op de middag.

- En wie bezoekt je dan? Je hebt me verteld dat je geen familie meer hebt.

- Dat is waar. Ik krijg bezoek van Jezus.

- En wat zegt Jezus dan tegen jou?

- Niet veel. Alleen maar: Jim, hier is Jezus.

 

Auteur onbekend

---

GEBED VAN EEN JONGETJE EN EEN GELEERDE 

Een geleerde man en een jongetje kwamen bij toeval in een kerk.

De geleerde begon te bidden:

Heer God, hier komen wat moeilijke woorden: progressief, conservatief, oecumene, vrijzinnig, orthodox. Die woorden hebben wij allemaal nodig om nog beter over U te denken.

Zo simpel bent U nu eenmaal niet. Binnenkort hoort U nog wel meer van ons.


Ook het kleine jongetje begon te bidden:

Lieve God, vorige week is het konijntje van mijn vriend gestorven, en nu is dat van mij ook niet goed. Wat hebt U eigenlijk tegen konijntjes?

 

En de geleerde man ging verder met zijn gebed:

Heer Jezus, hoe weinigen beseffen dat Uw koningschap niet van deze wereld is, en hoevelen eten en drinken zich tot hun veroordeling, en hoelang zal dat allemaal nog duren, Uw Komst op onze aarde, vandaag, morgen, overmorgen? Wanneer eigenlijk?

 

Ook het jongetje bad verder:

Hoelang het nog duren zal met mijn konijntje, weet ik niet, maar als het dan toch dood moet, laat het dan doodgaan met Pasen, dan kan het nog dienen voor ons Paasfeest.

Als het niet anders kan, is het zo ook goed. Amen.

 

Bron: ‘Levensecht, nummer 19, p. 241)



2255922-332303a62206d65a50c76e5c1c4b13fe.JPG

2255922-6071c888961ec21099f6456fae1df2f3.JPG

2255922-7987b78e11152b77082c894cf2bcded1.JPG

2255922-9c7e7919647638eab22ff3f5587b9a1b.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 20:15 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten