Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

VERHALEN UIT DE SERTÃO 7

VERHALEN UIT DE SERTÃO 7

 

PICOLÉ … PICOLÉ

 

Er wordt nadrukkelijk aan mijn broekspijpen getrokken. Dit is nogal hinderlijk want wegens vermageren schuift mijn broek zo naar beneden. Ik grijp in paniek naar mijn broeksriem om het gevaar te voorkomen. Een Padre met afgezakte broek verliest alle geloofwaardigheid.

De seingever blijkt grote ogen te hebben en hoofdzakelijk uit snot te bestaan. ‘Picolé’, lispelt hij, ‘picolé’. Picolé is waterijs op een stokje. Meer uitleg wordt door de seingever niet verstrekt. Picolé … Picolé …

Het is namelijk feest in Tapiramutá, feest van onze patroonheilige, met een processie, kraampjes vol heerlijkheden, een dansfeest op het dorpsplein onder de sterrenhemel die voor de gelegenheid met gekleurde lintjes wordt versierd en picolé-ijsjes voor alle kinderen.

Mijn seingever heeft het duidelijk moeilijk. Voor hem geen picolé want de zo nodige fondsen ontbreken. En een feest zonder picolé is voor mijn seingever een onoverkomelijke ramp, erger nog dan een afgerukte broek. ‘Tien’ zeggen zijn ogen ‘tien’.

Hij spreidt de vingers van beide kleverige handjes. ‘Tien centavos’, Padre’. Tien centavos heeft hij nodig voor zijn heerlijkheid, tien centavos zullen wanhoop in feest veranderen.

Ik tast in mijn broekzak naar mijn buisjesgeld. Ja, dat is speciaal geld, munten opgeborgen in een leeg plastieken buisje van medicamenten, een permanent noodfonds om rampen van kinderen te voorkomen.

Twee muntjes van vijf centavos en snot is weg. Even later is hij terug. ‘Dit is geen tien’, zegt hij wat verongelijkt. ‘Tien centavos is groter ‘ weet hij. Ik leg aan het snot uit dat twee muntjes van vijf samen net tien zijn.

Even licht het wantrouwen nog op. Is dit zaakje wel zeker? Ik knik nadrukkelijk en snot weer weg, overtuigd nu, hard rennend naar zijn feest. ‘ Picolé, picolé, picolé... ‘

De processie vertrekt. Hopen mensen devoot zingend. De patroonheilige voorop. Ik voel een kleverige hand in de mijne wringen. Snot is terug, stralend, zonder picolé. ‘Fluitje gekocht’, zegt hij vlak: ‘Beter dan picolé, gaat langer mee en ook tien centavos’.

En om zijn besluit kracht bij te zetten begint hij met bolle wangen op het ding te blazen. Het plastieken fluitje ziet er uit als een vogeltje. Als je het vult met water en aan een staafje trekt, borrelt en fluitert het ding net als een vogeltje.

Een moment van herkenning, zoiets heb ik ooit ook eens gekregen  toen het kermis was op onze Sint-Jansparochie. Ik glunder mee met snot. Het snot borrelt trouwens mee met het water uit het vogeltje, heel luid en opgewekt.

‘Doe hem toch in hemelsnaam ophouden, Padre, dit is niet te harden’, zuchten enkele oudere processiegangers. ‘Nee’ zeg ik beslist ‘Nee, want het is zo zijn manier van bidden’.

 ‘Dan is het goed ‘, beamen de vromen, berustend in het onheil. En we stappen verder, voor onze patroonheilige zingend, met het vogeltjesgekweel uit het vogelwaterfluitje van snot er schril doorheen. Tien centavos en de wereld is veranderd. Viva snot en onze patroonheilige.

 

Blijft snot nu voor altijd aan mij plakken? denk ik plots geamuseerd.

 

Frans Verhelle

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 18:26 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

1938

      

Ik wil je iets voorlezen uit Dik Trom.
Maar jij, over je avondblad gebogen,
slaat juist bezorgd een eigen bladzij om.
Je lijkt opeens veranderd; ingetogen. 

      

Als ik met Flipse op de proppen kom,
zou dat goed fout zijn, zie ik aan je ogen.
Dus houd ik me, net zoals jij, maar stom.
Ik zie nog net Brand staan en Synagogen. 

       

Er is een wereld waarin vaders zwijgen
en buigen voor een sterker, vreemd gezag,
en waar ik nog niet hoor. Er komt een dag
waar kranten lamp en kamer in bedreigen
en mensen buiten lange messen krijgen,
en waar een veldwachter niets meer vermag. 



Michel van der Plas (ter informatie: geboren in 1927)



2255094-beca471294307fcfe0aaafa4750254b9.JPG

2255094-7aea15a7d2b17d3bac08faeda72ed19c.JPG

2255094-d69b283031f3772093bb617eb739e910.JPG

2255094-15ff535a1ac3c31ec08c6c6f640fb4f7.JPG

2255094-092adaaaf17d9d152ca583547ec21474.JPG

2255094-54b656c8869d340574a9a9133abf306e.JPG

2255094-401b9cbb8d10db85aba48d4bc728f7d5.JPG

2255094-c9e3bda5bc2c58f2532e603d40a3b01f.JPG

2255094-b5b194a3a7866f09274a016bdb8115a3.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 17:12 Reageer op dit bericht

ZONDAG 21 JULI 2019

16de ZONDAG C –  21 JULI 2019

‘GASTVRIJ’

 

Kleine dingen kunnen al tonen of je ergens welkom bent of niet: een deur, die wijd open staat of juist niet, iemand, die toesnelt of lang laat wachten, een brede, open glimlach of een verplichte koele handdruk. Gastvrij ontvangen worden deed vroeger en doet ook vandaag zo deugd: vroeger, omdat reizen toen zo gevaarlijk was, vandaag, omdat vele mensen zo berekend zijn, en je misschien alleen maar uitgenodigd hebben omdat het nu eenmaal zo hoorde. Formalistische beleefdheid waarin geen hart steekt.

De manier waarop je iemand ontvangt toont je ware aard: of je belangeloos en goed bent van binnen, of alleen aan jezelf denkt. Niet je woorden maar je manier van doen, laat zien of je spontaan, open en hartelijk bent of alleen maar een koele berekenaar, die enkel met het eigen belang begaan is.

 

Op hun rondreis ging Jezus eens een dorp in.

Een vrouw, Martha genaamd, ontving Hem.

Zij had een zuster die Maria heette.

Die kwam aan de voeten van de Heer zitten

en luisterde naar zijn woorden.

Martha had het heel druk met bedienen.

Ze ging naar Jezus toe en vroeg:

`Heer, laat het U koud

dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?

Zeg haar dat ze mij komt helpen.'

De Heer gaf haar ten antwoord:

`Martha, Martha,

 je maakt je bezorgd en druk

over van alles,

maar slechts één ding is nodig.

Maria heeft het beste deel gekozen

en dat zal haar niet worden ontnomen.'

(Lucas 10,38-42)

 

TOEGANKELIJK

 

Maria die het beste deel heeft verkozen: het wuift de dienstbaarheid niet weg. De barmhartige Samaritaan van vorige week toonde ons nog die zelfvergeten toewijding als een warme weg naar eeuwig leven en volkomen vreugde. Bovendien wordt deze dienstbaarheid heel concreet in het gezinsleven, in de keuken. De grote Heilige Theresia zei: wie God niet vindt tussen potten en pannen, zal Hem nergens vinden!

De inhoud is dus subtieler en de goed bedoelde inzet van Martha wordt niet afgewezen. Maar Jezus wil een belangrijke klemtoon leggen: Martha ontving Jezus in haar huis, Maria liet Hem ook toe in haar hart. Eigenlijk zegt Jezus tegen Martha: ‘Loop niet verloren in je drukdoenerij, je zou het belangrijkste kunnen missen!’

De goede zorgen, de hartelijke ontvangst worden niet afgekeurd. Maar het vele werken mag geen obsessie worden: er moet tijd en ruimte blijven in ons hart om, altijd opnieuw, de boodschap van Jezus te ontvangen. Maar dit ‘beste deel’ maakt het andere deel niet overbodig.

We moeten niet kiezen tussen Martha of Maria. Tussen de gastvrijheid in het huis en de openheid van het hart. Tussen bidden of werken. Het is niet of-of maar wèl en-en. Jezus zegt niet dat Martha moet ophouden met bedienen, maar wel dat ze zich te 'druk' maakt. Voor haar is het bezoek belangrijker dan de bezoeker. Gastvrijheid laat de ander toe in je eigen leven. Je stelt beide open voor de ander: je huis en je hart. Je deelt en je luistert. Zo groeit ont-moeting: geen 'moeten' meer maar ongedwongen samen zijn. Hand en hart spreken eenzelfde taal. Geven en ontvangen, beide even belangrijk, het is het wezen van de liefde.

DIENST-BAAR-HEID en LUISTER-BEREIDHEID staan niet tegenover elkaar, ze vullen elkaar aan. Het zijn twee takken van eenzelfde levensboom, twee stromen uit eenzelfde bron, twee open armen van eenzelfde genegen hart: Gods eigen, goede, heilige Geest, die in ons midden woont en in onszelf. Kom, Heilige Geest, kom. Amen.

 

Gastvrijheid!

De luxe der armen en eenvoudigen. 

Gastvrij zijn voor iedere mens

die je op je weg ontmoet,

wil zeggen: 

je hart, je huis, je bezit openstellen,


maar zó dat de ander

het als iets vanzelfsprekends kan aanvaarden 

en er niet minder door wordt.


Niets mag geforceerd zijn,

alles moet spontaan gebeuren.


Gastvrijheid is niet iets aangeleerds.

Je haalt 't niet uit boeken. 

Het is een innerlijke houding

van openheid en mededeelzaamheid. 

Dit hoort tot het mysterie

van het echt mens-zijn!

 

Phil Bosmans

---

DE ZONDE VAN NALATIGHEID

Het is niet alles wat je doet,
Maar wat bleef ongedaan,
Waarvan je hartzeer hebt
Als je de zon ziet ondergaan.

Het niet gesproken tedere woord,
De brief die je toch had beloofd,
De bloem die je had kunnen geven,
Die spoken 's avonds door je hoofd.

De steen die je liet liggen
Midden op je broeders pad,
De welgemeende goede raad
Waar je geen tijd genoeg voor had.

De zachte nadruk van je hand,
Het vriendelijk, innemend woord,
Waar je niet aan hebt gedacht,
Want je eigen zorgen zijn zo groot.

De lieve kleine dingen
Die men zo makkelijk vergeet,
De kansen om te helpen
Waar je geen moeite voor deed.

Nee, het is niet alles wat je doet,
Maar wat bleef ongedaan,
Waarvan je hartzeer hebt,
Als je de zon ziet ondergaan.

 

(Margaret E. Sangster)

---

Het is van het allergrootste belang
dat mensen bij elkaar thuis mogen komen.
Het gevoel hebben dat je welkom bent,
geeft aan het leven zin en inhoud.
Je mag zijn wie je bent.
Er is ruimte voor je vreugde en verdriet.
Je ontmoet een luisterend oor.
Je deelt in elkaars leven.
Waar je gastvrij ontvangen wordt
of waar je je deur naar anderen openzet,
daar vind je geborgenheid en liefde.
Het geeft je alle kansen om een nieuwe mens te worden.
Er is geen sprake van ‘moeten’ maar van ‘mogen’.
Je hoeft geen stand op te houden,
omdat je je helemaal aanvaard weet.
Je voelt dat je elkaar op handen kunt dragen.
Je hoeft je niet te verliezen in zorgen en drukte,
want je bent er allereerst voor elkaar.
Je maakt daarin de naam van God waar,
de naam die luidt: Ik-zal-er-zijn-voor-jou.
Waar mensen elkaar echt ontmoeten,
daar is ruimte voor een Godsontmoeting.
Hij laat Zich zien in het gelaat van de ander.
Het geeft je nieuwe kracht, nieuw leven.
Het laat je zien, dat er maar één ding belangrijk is:
je openstellen voor elkaar en voor God.

 

(Andreas Parochie, West Zeeuws-Vlaanderen)



2254236-d10845feb52585637c12168e7e0feaae.JPG

2254236-92d8531af5245b5beff3d4d42052239a.JPG

2254236-30367622def203dd164a7f19b844017e.JPG

2254236-550c640105eb939c0cfc4541c8a1c784.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:22 Reageer op dit bericht

VERHALEN UIT DE SERTÃO 6

VERHALEN UIT DE SERTÃO 6

AMANDINHA

 

Veel vooruitzichten had ze niet toen ze geboren werd, Amandinha. Haar moeder was ondervoed en niet helemaal wijs volgens de mensen uit haar omgeving. Vader dronk teveel, verslaafd aan ‘cachaça’, een dubieuze rum gestookt uit suikerriet. Er waren nogal wat andere kinderen die het lage huis vulden met  honger en  ruzie. Waar van alles ontbreekt, zijn geen lieve woorden.

Het onvermijdelijke gebeurde. Amandinha werd  slecht gevoed, slecht verzorgd, de zwakste in de strijd om te overleven. Volgens de evolutieleer van Darwin moest ze  wetmatig  verdwijnen, plaats maken voor een sterkere want de sterkste haalt het, volgens de natuurlijke selectie.

Gelukkig voor Amandinha was er ook nog een andere wetenschap in de buurt, die van het Evangelie. ‘Ik had honger en gij hebt mij te eten gegeven’.  

En zo gebeurde het dat Amandinha langs pastorale wegen bij Padre José Floren terecht kwam, totaal ondervoed, ziek en gedehydrateerd, stervend bijna. Ze kon nauwelijks nog enig geluid voortbrengen. Ze  huilde heel zwakjes als een kleine bange kat.  Met veel geduld en toewijding werd er voor het hoopje ellende gevochten.

Voorzichtig werd er  voedsel en vocht naar binnen gelepeld, dagen aan een stuk. Darwin haalde het niet met zijn wetten. Amandinha nam toe in gewicht en bleek een hemels kind te zijn, alert, mooi, en begiftigd met alle kwaliteiten die volwassenen zo graag aan kleine kinderen toekennen, uit heimwee naar het eigen verloren paradijs...

Amandinha werd de parel van de pastorie. Iedereen wou het bundeltje knuffelen en vertroetelen. De vrouw van de eierboer verlikte het wicht met overdadige kleverige kussen. Ze meende het anders goed met Amandinha want tijdens het drukke weekend mocht  het baby’tje bij haar thuis te gast zijn. De meisjes uit de buurt stookten ruzie om de papfles te mogen geven. Over de luiers werd niet getwist.

Dit alles was niet erg naar de zin van Zéta. Zéta was de huisvrouw, zeg maar: het dagelijks bestuur van Padre José. Zéta probeerde met veel ijver wat orde in de pastorie te brengen, vaak tevergeefs. Zéta was als achtjarig schoolkind bij Padre José binnengebracht, door kinderverlamming getroffen aan beide benen. Nu verbleef ze al vijfentwintig jaar bij de Padre en was ze door de jaren bevorderd tot stevige huishoudster, ‘dona de casa’.

Zéta had de kunst geleerd om mensen te onthalen en de pastorie leefbaar te houden met een brede glimlach. Zéta, één uit de duizend, een genade voor Padre José. Ondanks haar handicap een lieve en innemende jonge vrouw, boordevol leven en hartelijkheid, dienstbaar zonder overdreven onderdanigheid.

Zéta beschermde de kleine Amandinha tegen overmatige betutteling. Een lief kind mag je niet verprutsen met geknuffel. Kinderen hebben ruimte nodig om de wereld te verkennen. Omdat ik Padre José al jaren ken uit mijn seminarietijd en omdat ik duidelijk genade vond bij Zéta mocht ik Amandinha ook vasthouden.

En daar zit ik dan met Amandinha op mijn schoot, op het strand van een baai, de ‘Baia da Traição’, onder de kokospalmen, genietend van de zee en van een korte vakantie in Paraiba. Bij iedere aankomende golf wordt er enthousiast geschreeuwd. Schrik heeft ze niet, Amandinha. Ze wroetelt en huppelt en ik moet haar stevig vasthouden want anders wordt ze wellicht weggespoeld door de kracht van het water. Ik voel mij wat onwennig. Hoe stevig mag je dit kleine wriemelende ding tegen je aandrukken zonder haar pijn te doen?

De zee trekt terug en zuigt het zand onder ons weg. Ik voel de zon steken op mijn schouders. Straks ben ik ongetwijfeld verbrand, de blanke met het onmogelijke tere vel. Amandinha voelt niets, ze is een kleine ‘negro’ en geschapen om onder een tropische zon te leven. Daarmee haalt Darwin dan ook zijn gelijk. Plots komt er een wat grotere golf opzetten en pletst een hoop zeewater in haar gezicht. Nu gaat ze luidop wenen denk ik, nu is het gedaan, einde van het spel...

Maar nee, ze likt behaaglijk het zout van haar kin. Lekker, heerlijk zout van de zee. Ze steekt haar tong uit zover ze kan, een kleine wapperende roze lap midden in het donkere snoetje, heel lief. Ze blijft gretig wachten op de volgende portie zeewater.   

Zéta komt er aan. Eten isse klaar Padre, zegt ze, petattefriette mette de maionaize. Ze lacht omwille van de verbazing van de Padre, petattefriette in Paraiba als het blakend heet is. vijfendertig graden … en mette de maionaise..

In België eten ze altijd petattefriette weet Zéta. Ondanks de hitte waardeer ik de attentie. Vlaams geleerd van  Padre José. Ikke al in Belgie eweest en spreke de Vlams een beetch, Anteweirpen, Bruuge en Ossetende. Ja, de Padre kent Oostende, daar heeft hij jaren gewoond bij een andere zee, kouder en grijzer maar niet minder indrukwekkend.

Ineens een hoop herinneringen, mijn collegetijd, voetballen op het strand, tegen de stormwind in optornen op het staketsel. De ferryboten die met moeite de haven binnen varen. Een beetje heimwee naar de Noordzee.

We zijn op een zijspoor geraakt. Zéta vindt België boeiend maare de vele koud. En dan weer over Amandinha. Zes maand verblijft ze nu al op de pastorie. Binnen enkele dagen gaat ze terug naar haar ouders in de roça.

Amandinha mag slapen in de hangmat die door de zeewind zacht gestreeld wordt. Zéta kijkt bezorgd terwijl ze het kleine kind in de grote hangmat even makkelijker schikt.  Ik ben er niet gerust in Padre. Amandinha is nu zo mooi en gezond. Wat gebeurt er als ze straks weer thuiskomt?

Een paar dagen later rijden we naar de roça van Amandinha. Het kleine huis staat op een heuvel. Naast het terrein loopt een heldere beek. Er is dus water en dat is al goed. Minder geruststellend is de grond, waar nauwelijks iets op geplant wordt. Wie verwaarloost er nu een stuk kostbare grond vlak naast een beek?

Normaal moeten hier volop maïs en bonen te zien zijn. Wie het voorrecht heeft naast een beek te wonen lijdt geen gebrek en kan wortelen, aardappelen en al wat je maar wil op de markt verkopen, tomaten, kool, sla en meel, in overvloed. Grond en water, een gegarandeerd bestaan in deze streek .

Het onthaal van Amandinha is matig, geen melk in huis en vader slapend op een stromat, beschonken. Het afscheid is kort, tot ziens dan maar. Zéta heeft het moeilijk. Er werd niet eens bedankt voor de zorgen. Amandinha lijkt een pakket dat door de postbode afgeleverd wordt. Dat loopt mis Padre, morgen is Amandinha weer ziek.

‘s Avonds is het stil in de pastorie. Ja, als ge een kind al zolang in huis hebt. Padre José opent een fles wijn om de stilte te breken. Het huis lijkt leeg zonder Amandinha. Morgenvroeg gaan we terug zegt Zéta beslist.

De volgende morgen rijden we weer naar de roça, met een benepen hart. Zéta heeft nog wat spullen voor Amandinha bij elkaar gescharreld want daar is niets. Ze wil ook niet de indruk geven dat ze op controle komt.

Van beneden zien we Amandinha al op de schoot van haar zwakke moeder zitten. Ze zwaait naar de auto. Het onthaal is minder stroef dan de vorige dag. Amandinha heeft goed geslapen en er werd voor melk gezorgd.

Zéta geeft raad zonder te bruuskeren. Er zal zeker gewerkt moeten worden op het land want er moet voedsel in huis komen voor Amandinha en de andere kinderen. Er is zaaigoed in huis. Zéta is opgelucht maar of ze zo nu en dan even langs mag komen voor het geval er iets tekort zou zijn. Het mag en ze is welkom.

Meer moet Zéta niet weten en er wordt snel afscheid genomen om emoties te sparen. Tot ziens en kom maar altijd terug, wordt er gewenst.

De andere kinderen wuiven ons na. Heb je die zweren op hun lichaam gezien, vraagt Zéta bezorgd. Daar doe ik de volgende keer zalf op. 

Frans Verhelle



2253963-b52a05f70081398b554e74b6954443fb.JPG

2253963-3923960a78a3d909238a93c06f7c5267.JPG

2253963-4c793d4fdebbc4bc0955d8ccaec530ee.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:44 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE VERLATENE

 

De wind en het grauwe weer gaan over mijn hart, 

en ergens over een dak waar ik heb bemind; 

de winter wordt koud, en de struiken zijn al zwart –

over een plek waar mijn graf zal zijn gaat de wind. 


Ik zou vuur maken als zij hier weer bij mij kwam 

als eens in dat oud verhaal van haar en van mij; 

maar nu sta ik, stil en denkende, bij het raam –

de winter wordt koud; de jaren gingen voorbij.

Adriaan Roland Holst



2253665-88fef3570c33452df637b8c48e633965.JPG

2253665-67fdaf388ee0d31d13260d50db2af660.JPG

2253665-f35f4f9024be6583ef96fdd175cd4ae8.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:14 Reageer op dit bericht

VERHALEN UIT DE SERTÃO 5

VERHALEN UIT DE SERTÃO 5 

Allerzielen in ‘Mamanguape’, Paraiba

 

Ik ben voor enkele dagen op vakantie in Paraiba, een andere deelstaat van Brazilië bij Jozef Floren, een studiegenoot uit het seminarie voor Latijns­-Amerika. Het is Allerzielen in ‘Mamanguape’. Een totaal andere sfeer dan in België, bijna een feest.

Er is hier geen herfst met vallende bladeren, geen nostalgie, alleen een broeiende zon want het is hier volop zomer.  Dus geen druilerige preken over de natuur die lijkt te vergaan maar in de lente wel weer zal verrijzen. We kennen die clichés .

In de vroege morgen een mis op het kerkhof met honderden mensen. Ik sta er alleen voor want de collega’s celebreren op andere begraafplaatsen. Er is gezorgd voor een koor en de liederen worden ingezongen, met gitaren en slagwerk natuurlijk. Geen sombere teksten. God is Vader, en kan zijn zonen en dochters niet vergeten. Wij zijn zijn volk.

Tijdens het eucharistisch gebed roept iedereen luidop de namen van  overleden familieleden waarvoor gebeden wordt. Dat duurt zo een vijftal minuten en veroorzaakt nogal wat beroering, honderden mensen die namen roepen.

Herdenken heet dat, de herinnering levend houden. Nadien valt alles ingetogen stil en na enkele minuten gaat de mis verder. Indrukwekkend en hoopvol want ze zijn nu in Gods hand geborgen.

Weinig bloemen op de graven maar wel verse kalk. Kinderen zeulen rond met grote borstels en emmers witte en blauwe kalk om de grafstenen te ‘witten’ en te ‘blauwen’.

De ‘blauwers’ komen eerst om het kruis te kleuren en dan volgen de ‘witters’ die de grafsteen weer mooi wit maken. Grappig die kinderen die druipen van de kalk, dikke blauwe of witte kledders op hun bruine lijf. Je loopt er best niet tegenaan want dan ben je ook gekleurd. Het werk is zo klaar want de kalk droogt snel. De kinderen hebben hun centjes verdiend. De graven zijn weer schoon. Het kerkhof helemaal opgefrist. Graças a Deus, God zij dank.

Tegen de avond komen de mensen terug naar de begraafplaats.

Duizenden kaarsen worden ontstoken en velen brengen een stuk van de nacht door op het kerkhof. Er wordt gebeden en gezongen en vooral ook veel gepraat over en tegen de overledene, een heel aparte sfeer..

Met Padre Jozef rijden we rond in het duister. De hemel raakt de aarde. Van ver zie je overal helverlichte plekken in het landschap, overal waar een begraafplaats of enkele graven samen te vinden zijn. Langs de baan ook veel kaarsen bij de kruisen waar mensen door een ongeluk om het leven gekomen zijn.

Novemberdagen helemaal anders dan bij ons, niet zo triest, veel licht en hoop. Leven en dood liggen bij elkaar en we geloven toch in de hemel niet. En God is toch goed.

Op de begraafplaats van ‘Mamanguape’ zijn er ook enkele graven van Duitsers die hier rond 1930 binnengetuimeld zijn, zwarte gietijzeren kruisen. Hoe lelijk, zeggen de mensen van hier, wie zet er nu zoiets somber bij een graf, maar ja het zijn vreemdelingen, we moeten dat verstaan. In hun land is alles koud en duister, dat moet wel triest zijn.

Ik denk, hoe zal het met Kerstmis zijn? Natal is veel minder zegt de collega, weliswaar een feest maar zonder veel uitbundigheid. Daarvoor dient 24 juni, het feest van Johannes de Doper, dat is hier het familiefeest. Afwachten dus.

In Salvador staan er al enkele kerstbomen bij het winkelcentrum Iguatemi te pronken. Die steken belachelijk af bij de palmbomen die er vlak naast groeien. Een valse dennenboom met gekleurde ballen en plastieksneeuw onder een stralende zon. De commerce op haar best. Je krijgt er de slappe lach van.

 

Frans Verhelle



2252129-3cb04e6af3e880059e3f5b70e4fbbd28.jpg

2252129-10ed4011d99b1fad5630edc3bf1b7784.JPG

2252129-e84f9f537b5afeb1555e7af34bb61b49.JPG

2252129-a0594b4903a4e9e0ca54d4435cb6615b.JPG

2252129-c8651ff07201d05ad5cdd5921a9dce81.JPG

2252129-937202a34a684612165e836c7b45218c.JPG

2252129-772175b877b9603cd6f455a6fac2f78c.JPG

2252129-8a4156eaa98684b5a936bf8826d1645c.JPG

2252129-8d8cc8a60a4fe7de5b42b2215c9b0541.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:56 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

Gij zijt mij overal nabij,
In ieder ding: gij ziet naar mij,

 

Of ik u aanzie en herken,
En, een met u, gelukkig ben.

 

Wel blijf ik dikwijls blind voor u
En reis ik ver van hier en nu,

 

Of ergens 't veilig eiland is
Waar 'k troost of slaap vind voor gemis.

 

Maar soms ben 'k onverwacht weer thuis.
Gij roept mij zachtjes. In ’t geruis

 

Van wind en blaren langs het raam
Hoor ik de fluistring van mijn naam,

 

Of in de glinstering van 't licht
Zie ik uw wachtend aangezicht.

 

Als ik dan schuchter tot u kom,
Wordt het zo wonder-stil rondom,

 

Zo vreemd en wonder-stil in mij,
Dan is er enkel ik en gij,

 

Neen, gij alleen en wat gij zijt :
Mijn eind van menigvuldigheid,

 

Mijn oorsprong waar ik ongedeerd
In liefde toe ben weergekeerd...

 

Maar dan, ontwaakt tot de oude droom,
Hoor ik de wind weer in de boom,

 

En zie de kleine dingen aan,
Die stil en ernstig voor mij staan,

 

Verzonken in hun eigen rust.
Zo, van ons diep verband bewust,

 

Heb ik hen lief en hoor tot hen,
Met wie 'k in u gelukkig ben,

 

En tot die nieuwe zin gewijd
Wordt al wat is nu werklijkheid.

 

Pieter Nicolaas van Eyck

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 08:51 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

EERSTE LIEFDE

Zeventien. – ’s Avonds viel voor ’t eerst een ster
voor je venster in drie wensen uiteen:
schittertranen op een wereld van steen.
Maak me mooi. Laat me beven. Breng me ver.

En de dagen werden opeens een strand
om blootsvoets op te dansen. Nergens kon
een rok wijder staan dan jouw horizon,
en de appel zon trilde in je hand.

Maar je stelde de beet wervelend uit
voor het reiken naar lucht, vluchten van grond.

Ogen had je en benen; nog geen mond.
Adem was je en dorst; nog geen besluit.

De zee en één duin maar hebben je zien
uitduizelen: vogelvrij zeventien.


Michel van der Plas



2250100-ee8aaa1f6ea2d899d7832590eb8d7f56.JPG

2250100-b8bf1a672000e8bedf17da329aeacbed.JPG

2250100-d1d8082c966b89fec6928c4320a26f29.JPG

2250100-fd66bdb833307bae6ab5054ca463be52.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:19 Reageer op dit bericht

ZONDAG 23 JUNI 2019

12de ZONDAG C – 23 JUNI 2019

‘WIE ZEGGEN JULLIE DAT IK BEN?’

 

Een Romeinse landvoogd schreef eens in een brief: ‘de Joden twisten over een zekere Jezus, die gestorven is en over wie Paulus zegt, dat Hij nog leeft’. Vanaf zijn geboorte tot op vandaag houdt Jezus mensen bezig. Voor sommigen wekt Hij ergernis of is Hij dwaasheid, voor anderen is Hij aantrekkelijk, geloofwaardig en bron van Leven.

In elk geval is Hij teken van tegenspraak. Je zou Hem soms willen ontvluchten, ‘maar... tot wie zouden we anders gaan?’, zegt Petrus eens. Hij wordt bezongen als ‘lieve Jezus’, maar verzet zich tegen de machthebbers in het maatschappelijk en godsdienstig leven van zijn tijd.

Vandaag worden we stil bij zijn vraag: ‘Wie zeg jij, dat Ik ben?’ 

 

Eens was Jezus aan het bidden,

alleen zijn leerlingen waren bij Hem.

 

Hij stelde hun de vraag:

`Wie zeggen de mensen dat Ik ben?'

Zij antwoordden Hem:

`Johannes de Doper,

volgens anderen Elia,

en weer anderen zeggen

dat een van de oude profeten is opgestaan.'

 

Daarop vroeg Hij hun:

`En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?'

Petrus antwoordde:

`De Messias, de Gezalfde van God.'

 

Hij verbood hun echter nadrukkelijk

hierover met iemand te praten en zei:

 

`De Mensenzoon moet veel lijden,

Hij moet door de oudsten,

hogepriesters en schriftgeleerden worden verworpen

en ter dood gebracht;

en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.'

 

Met het oog op allen zei Hij:

`Als iemand achter Mij aan wil komen,

laat hij dan met zichzelf breken,

dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen.

 

Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen,

maar wie zijn leven om Mij verliest, die zal het redden.

(Lucas 9,18-24)

 

ELKE DAG IN JEZUS’ SPOOR 

 

Jezus en zijn vrienden waren al een hele tijd samen op weg. Meer en meer werden zijn vrienden ook geboeid door zijn persoon: Hij had al zoveel vreemde dingen gezegd en gedaan.  En dan stelt Jezus plots die bijzondere vraag: `Wie denken jullie dat Ik ben?'' En Petrus antwoordt daarop: `Gij zijt de Messias, die door God gezonden is.' Of in eenvoudige woorden: ‘Jij bent iemand die door en door van God doordrongen is.

Ook in ons leven is die vraag weleens opgekomen: ‘Wie is die Jezus nu eigenlijk?’ Op school hadden we het juiste antwoord geleerd: ‘Jezus is de Messias.’ En wellicht begrepen we dat helemaal niet, zoals ook Petrus de diepe inhoud van zijn antwoord wel niet verstaan zal hebben.

Hoe moeten we dat inderdaad verstaan? Hoe is Jezus die Messias, die helemaal van God doordrongen is? Daar gaat Jezus vandaag zelf op in. Hij zegt dat Hij door de mensen verworpen zal worden en veel zal moeten lijden. Pas daarna, in de verrijzenis, zal Hij tot zijn volle heerlijkheid komen. Het antwoord van Petrus was dus wel juist: ‘Jezus is de Messias’ Maar Petrus moet dat woord nog beter leren begrijpen. De Messias is Diegene die uit liefde voor de mensen zijn kruis opneemt en in dat lijden ten einde toe volhardt. Zozeer is Hij doordrongen van Gods liefde!

Ook voor ons moet dit het beeld zijn van de Messias Jezus. Wij weten immers hoe Hij concreet die weg gegaan is. Dit is de juiste voorstelling van onze Heer Jezus: Hij die uit liefde zijn lijden opneemt, ten einde toe!

Wie in deze Jezus gelooft, zal ook dezelfde weg moeten gaan en in zijn spoor treden. Hij vraagt van ons – zijn leerlingen vandaag – dat ook wij het kruis dat de liefde altijd meebrengt op te nemen.

De liefde is vanzelfsprekend de diepste vreugde in een mensenleven – maar echte liefde kan nooit zonder lijden. Hoe meer je van iemand houdt, hoe meer je ook gekwetst kan worden. En daarom zegt Jezus vandaag heel terecht: `Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf vergeten, dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen.’

Alleen zo kunnen we de volle vreugde, het volle Leven vinden.

 

GEKOMEN OM TE DIENEN

Hij was geen koningszoon

die opgeleid werd om gediend te worden.

Die zoon van een timmerman

had geleerd om zich te plooien

naar de nukken van het hout

en naar de grillen van de klanten.

 

Hij was geen Romeins staatsburger,

en Hij kon zich nergens op beroepen.

Die rechteloze Jood uit Galilea,

ver van het politieke forum en de publieke woordenkramerij,

had geleerd om zich te onderwerpen aan de bezetter.

 

Hij was geen priester

en Hij was ook geen wetgeleerde.

Hij kon niet terugvallen op enig voorrecht.

 

Die simpele leek had vlug doorzien

hoe mensen zich zo vaak

achter hun God durven verschuilen

om hun eigen belangen beter te behartigen.

 

Hij stond weigerachtig en argwanend

tegenover elke vorm van macht:

de macht van de tollenaar

en de macht van de opperpriester;

de macht van het geld

en de macht van de godsdienst.

 

Hij hield het bij de macht

van de geweldloosheid;

de macht van het offer

en de macht van het gebed.

 

Alleen op die manier

kon macht omgebogen worden

tot nederige, bereidwillige en vreugdevolle dienstbaarheid.

 

Alleen zo kon de meester

voetenwasser worden.

 

(vrij naar Manu Verhulst)

 



2247658-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2247658-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2247658-799bad5a3b514f096e69bbc4a7896cd9.jpg

2247658-d0096ec6c83575373e3a21d129ff8fef.jpg

2247658-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2247658-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2247658-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2247658-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2247658-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:58 Reageer op dit bericht

SACRAMENTSDAG

ALS BROOD, GEGEVEN EN GEBROKEN

 

Zusters en Broeders,

zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen

die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:

 

dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,

een brood nam, het dankgebed sprak,

het brood in stukken brak en zei:

 

`Dit is mijn lichaam; het is voor jullie.

Blijf dit doen om Mij te gedenken.'

 

Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker:

`Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed.

Blijf dit doen om Mij te gedenken,

telkens wanneer jullie eruit drinken.'

 

Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt,

verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt.

(uit de eerste brief aan de Korintiërs 11,23-26)

 

Vandaag vieren wij dat Jezus in tekenen van brood en wijn bij ons wil blijven. ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’. Het zijn woorden van intens geloof, niet alleen voor een vrome eucharistie of een stille, intieme aanbidding. Het zijn vooral woorden van geloof die beleefd moeten worden in ons dagelijkse leven.

Als wij daar niet delen van onszelf, zijn het enkel loze woorden in de wind. Ons hele leven moet doordrongen worden door die woorden van Jezus: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt.’

Sacramentsdag is het feest van Jezus, die gegeven en gebroken wordt: Jezus is zich ten volle bewust van zijn zending en in volle overgave blikt hij vooruit op zijn lijden, zijn kruis, zijn gegevenheid tot het uiterste.

De oorsprong van dit feest ligt in de woorden van Jezus bij het Laatste Avondmaal. In die zwaar geladen sfeer van het laatste samenzijn werden zij voor het eerst uitgesproken. We kennen de feiten: Jezus nam wat brood, en brak het, en gaf een stuk aan elkeen. We kennen ook de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt’.

Toen Jezus deze woorden sprak, dacht hij aan de komende uren: ‘wat ik hier met dit brood doe – breken  en delen – dat zal nu ook met mij gebeuren’. In een simpel gebaar toont Jezus: ‘Ik zal gemarteld worden en gekruisigd. Ik zal gegeven en gebroken worden totterdood. Want hiertoe ben ik in de wereld gekomen, niet zomaar, maar ‘opdat alle mensen leven zouden hebben, en wel leven in overvloed’.

Het gebroken brood zegt ons nog meer. Ook jullie zijn hiertoe geroepen. Als je ten einde toe mijn weg wil gaan, als je echt wil leven voor het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zal geen aardse roem je deel zijn. Wat de machten van het kwaad met Mij gaan doen, zal ook met jullie gebeuren. Dat vraag ik jullie: om ten einde toe mijn weg te gaan, gegeven en gebroken. Opdat ooit de gerechtigheid van God het moge halen op de machten van kwaad en onrecht, die zo welig tieren. Opdat mensen, die arm zijn, hier en elders, wereldwijd, leven mogen vinden in overvloed.

Zo is Sacramentsdag en eigenlijk elke eucharistie een bewogen herinnering aan wat toen gebeurd is. Maar er is meer: in elke eucharistie aanvaarden wij, in volle overgave, hoe schamel wij ook zijn, telkens opnieuw onze eigen roeping om zo te leven: Hem achterna. Desnoods gegeven en gebroken.

 

Er was eens een grote groep mensen bijeen gekomen

en toen riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei:

‘Ik heb zo te doen met die mensen.’

 

Met mensen begaan zijn,

ermee te doen hebben,

ze niet uit je hart kwijt geraken,

zoeken wat je voor hen kan doen…

zo was zijn houding,

zo heeft Hij het voorgeleefd.

 

Hij zorgde dat ze te eten hadden,

want er waren erbij die van heel ver kwamen,

Hij zorgde dat ze leven konden

en niet van brood alleen.

 

Wij vragen ons soms af

wat wij moeten doen

om als mens, als christen, te leven.

 

Wie echt met de mensen begaan is,

zal ingaan op Gods wil

die voor zijn voeten ligt

en het uitschreeuwt:

laat ze niet in de steek.

 

naar Ward Bruyninckx



2247222-39ac3edc508212f3788301c8e043707a.JPG

2247222-43441cf634da05084ee5c3967c68c8c1.JPG

2247222-f5c6dfdd07d6672f5a63f3ca56923cc4.JPG

2247222-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2247222-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2247222-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2247222-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2247222-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 09:07 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten