Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

DOORDENKEN OP DONDERDAG

In november voelen we volop de herfst. Zegt men niet: ‘November telt dertig dagen, maar het dubbele aan wind en regenvlagen’? En inderdaad, najaarsstormen plukken gretig de bruine bomen kaal. Regen, wind en mist maken ons mistroostig en doen ons misschien een beetje vergeten dat we alle reden hebben om blije christenen te zijn...

Geen wonder dat we net in die mistroostige maand onze overleden familieleden en vrienden gedenken. Allerheiligen en Allerzielen doen ons beseffen dat ons eeuwig leven wel bezig is, maar dat het beste nog moet komen. We zijn verdrietig om degenen die ons hebben verlaten – soms veel te vroeg – en tegelijk beklemt de gedachte ons dat we zelf ooit zullen sterven. Toch maakt die dood onmiskenbaar deel uit van het leven.

Maar ook al sterven we vroeg of laat allemaal, als christenen hebben wij wel een perspectief. God laat de dood niet het definitieve einde zijn. Hoe dat nieuwe leven er zal uitzien, daar hebben we het raden naar. De ten hemel opgenomen Maria ondersteunt onze fantasie. In essentie blijft het voor ons een vertrouwvol afwachten.

Als christenen moeten we die ‘hemel’ reeds op aarde waarmaken. Dat kan door de weg te volgen die Jezus ons getoond heeft: ‘Heb uw naaste lief zoals uzelf.’ Wie zijn naaste liefheeft, kan hier op aarde het plan van God mee gestalte geven en alzo al een aardig stukje hemel op aarde helpen realiseren.

(Bron: ‘Middelares en Koningin’, november 2013)



2191223-e2298a2ebfdff529cb77d909fe293faf.JPG

2191223-42fef2cfa80aa29b600c26813bc6bc3d.JPG

2191223-cba944d8425bd5ed84eacdee732a950f.JPG

2191223-ec578af9245d34577991fdaa964a3455.JPG

2191223-b38861c16cb655ef87945cbdbd75d7bf.JPG

2191223-29588ac3feda11bec14ff4054b37fde6.JPG

2191223-9407b570d02d38f69557ed1ec457b2d6.JPG

2191223-8f0341f57c87138eaa05165c465119cb.JPG

2191223-a4700a1a27ab1b0a8df0df610e90e111.JPG
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 07:59 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

HIERNA

 

Wanneer mijn werk gedaan zal zijn,

Mijn adem stil, mijn ogen dicht,

Geneest mij van de laatste pijn

Dit nooit verloren vergezicht:

 

Er leeft een God, die alles schiep

Wat zichtbaar en onzichtbaar is,

Die mij tot zijn aanschouwing riep 

Uit ondoorgrondbre duisternis.

 

Voorafgetekend loopt zijn pad

Dwars tegen mijn begeerten in,

Doch die ik ’t liefst heb liefgehad

Gaf aan mijn heil zijn eerst begin.

 

Anton van Wilderode

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 14:59 Reageer op dit bericht

ZONDAG 4 NOVEMBER 2018

31ste  ZONDAG B – 4  NOVEMBER 2018

MAAR ALS IK DE LIEFDE NIET HEB…

 

Als wij in alle eerlijkheid naar de mis komen, is dat een uitdrukking van ons geloof in Jezus, de Heer. Week na week mogen wij Hem hier ontmoeten in zijn Woord. En in het brood dat we met elkaar mogen delen.

Maar onze wekelijkse samenkomst is niet vrijblijvend: wij tonen zo dat wij ook de levensweg van Jezus willen gaan.

Vandaag horen we opnieuw de essentie van die weg: het gebod van de liefde! Liefde tot God en liefde tot de evenmens. Geen veelheid van geboden, maar een grondhouding in ons hart, vanwaaruit wij ons dagelijkse leven uitbouwen en gelukkige mensen kunnen worden.

 

Mozes sprak tot het volk en zei:

Vrees God heel uw leven,

met uw kinderen en kleinkinderen.

Vrees God

door al zijn voorschriften en geboden na te komen

die ik u opleg.

Dan zult u lang blijven leven.

. (Deuteronomium 6,2)

 

In die tijd trad een Schriftgeleerde op Jezus toe 

en legde Hem de vraag voor: 

‘Wat is het allereerste gebod?’

Jezus antwoordde: 

‘Het eerste is: Hoor, Israël! 

De Heer onze God is de enige Heer. 

Gij zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel,

geheel uw verstand en geheel uw kracht. 

Het tweede is: 

Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. 

Er is geen ander gebod

voornamer den die twee.’ 

(Marcus 12,28-31)

 

 ‘GOD VREZEN OF LIEFHEBBEN?’

 

Zusters en broeders,

Het is niet min wat Mozes in de eerste lezing tegen het Israëlische volk zegt: ‘Vrees de Heer uw God door al zijn voorschriften en geboden strikt na te leven,’ zo begint hij zijn toespraak. Het volk moet dus bang zijn voor God. Misschien doet dat ons denken aan vroeger, toen we bedreigd werden met de hel als we niet braaf deden wat de pastoor en de tien geboden voorschreven. De angst voor de hel joeg ons zelfs zo de stuipen op het lijf dat we alleen onderwerping kenden aan die strenge en straffende God, maar of we daar ook betere mensen door werden, is helemaal niet zeker.

‘De geboden strikt naleven’, zegt Mozes, maar wat zijn die geboden? Dat vraagt in het evangelie een schriftgeleerde aan Jezus. Meer specifiek vraagt hij: ‘Wat is het allereerste gebod?’ En Jezus antwoordt: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. En het tweede is: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.’ Jezus zegt dus helemaal niet dat we God moeten vrezen, integendeel, Hij heeft het alleen maar over beminnen. God is dus geen straf en onderwerping, God is liefde. We moeten Hem helemaal niet vrezen, wel van Hem houden, zoals Hij van ons houdt.

‘Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf’: dat is dus het eerste en voor Jezus zelfs het enige gebod. Niet de rimram van 613 geboden en verboden die de joodse wet voorschrijft, en nog minder de miljoenen wetten, reglementen en voorschriften die wereldwijd in alle talen en bij alle volkeren gelden als verkeersregels, schoolreglementen, staatswetten, verenigingsreglementen, sportwetten … en we kunnen blijven opsommen, want er zijn miljoenen van die dingen, en er komen er elke dag nog duizenden bij. Meestal zijn die wetten en reglementen ook nodig, want anders zou er niets werken in de maatschappij. Maar boven die miljoenen wetten prijkt dat ene gebod van Jezus: ‘Bemin God bovenal en uw naaste gelijk uzelf.’

Dit gebod leert ons niet alleen dat God liefde is, maar ook dat Hij niet veraf is, integendeel, via onze naasten woont Hij midden onder ons. Houden we niet van hen, dan kunnen we ook niet van God houden. En we kunnen ons best doen om van onze naasten te houden, maar we kunnen er ook een hel van maken door te kiezen voor het tegendeel. Dan belanden we in ruzie en tegenkanting in ons gezin, met de buren, op het werk, in de gemeenschap waarin we leven of werken, in de maatschappij. Daarbij  moeten we ons zeker afvragen of we er gelukkiger en beter door worden. En of de wereld beter wordt door vijandschap, haat, oorlog.

We weten dat dit niet zo is, dat noch wij noch de wereld beter en gelukkiger worden door ruzies en conflicten. Zoals we ook weten dat een man niet voor de rechter gesleept wordt omdat hij van zijn vrouw, zijn kinderen, zijn medemensen houdt. En dat een vrouw niet veroordeeld wordt omdat ze een goede moeder, een trouwe echtgenote en een liefhebbende vrouw is die bezield is door hulpvaardigheid en vrede.

Nee, we worden niet gelukkig door ruzie en tweedracht, en we worden niet ongelukkig als we van God en onze medemensen houden. Het dreigement van Mozes in de eerste lezing gaat er trouwens helemaal anders uitzien wanneer hij eraan toevoegt: ‘Als je Gods geboden nauwgezet onderhoudt, zal je gelukkig zijn.’ Dat is dus wat er gebeurt als we van God en onze naasten houden: we worden er gelukkig door.

Zusters en broeders, misschien is het je niet opgevallen, maar in het evangelie hoorden we iets heel merkwaardigs. We weten dat Jezus over het algemeen tegengewerkt, zelfs gehaat wordt door schriftgeleerden en farizeeën, maar deze keer is dat niet het geval, integendeel, de schriftgeleerde noemt Hem vol respect ‘Meester’, en prijst Hem om zijn antwoord. En daarop zegt Jezus iets heel belangrijks: ‘Gij staat niet ver af van het Koninkrijk van God,’ zegt Hij tegen de schriftgeleerde. En daarmee is duidelijk wat het Koninkrijk van God inhoudt: dat is geen rijk van goddelijke macht en heerschappij, maar een rijk waarin dat ene gebod van Jezus nageleefd wordt: een rijk van liefde voor God, voor jezelf en voor je naaste. Dat, en niets anders, is het Koninkrijk van God: een rijk van liefde en vrede op aarde. Laten we ons daarvoor inzetten. We kunnen er alleen maar gelukkiger door worden. Amen.

(Romain Debbaut)

 

Liefhebben begint met verwondering,

de wonderen van liefde om je heen leren zien:

het geduld en de tederheid

van ouders voor hun kinderen,

de warme zorg die mensen besteden

aan zieken en bejaarden,

het gebaar van de hand over het hart,

het vergeven en vergeten.

 

Liefhebben is wanhoop weigeren,

niet meehuilen met de wolven in het bos,

wél geloven in de toekomst van onze aarde,

wél blijven zeggen en zingen

dat liefde het fundament is voor een nieuwe wereld.

 

Liefhebben is ook: tevreden zijn met het kleine begin,

geloven in  het mosterdzaadje,

de druppel op de hete plaat.

Het is: beginnen daar waar je leeft,

breken en delen met wie vandaag je naaste is.   

 

Kees Pannekoek

 



2190102-798f15bef7b2e5aef2d28419e64abebd.JPG

2190102-0b989b66765efd4a3bb12c03ebee645c.JPG

2190102-3c00d9617ac2510d60e0848559453d2c.JPG

2190102-5310d5de41fe95b382009a77944ea66d.JPG

2190102-b402173fbae42480c1a9448acad1ff57.JPG

2190102-b2b5b3b950ced3c26e853bfeb7272fde.JPG

2190102-d56af5ba6ed803f414898821c4bd95ca.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:42 Reageer op dit bericht

OVERWEGING BIJ ALLERZIELEN

OVERWEGING BIJ ALLERZIELEN

 

DE PARABEL VAN DE VEERMAN

 

‘Hij noemde zich de veerman van de laatste oever. Hij wachtte met zijn bootje en vertelde soms van de overkant. Hij zou de mensen kunnen overvaren, iedereen die wilde, ieder die in hem geloofde. Er lag een verre glimlach in zijn ogen en vrede in zijn woorden, vrede zonder einde.

Maar, hoe zou hij kunnen overvaren? Hoe wist hij dat er een andere oever was? En dan nog met een bootje van een visser, naar een oever die niet zichtbaar was? ... Er groeide spot en wrevel, vijandigheid en weerzin rond zijn tengere figuur. Hij werd bedroefd en weemoedig en vreesde het ergste.

Een donkere avond, zwart als de nacht, zijn er mensen gekomen. Zij hebben hem van de kant geduwd, het donkere water in. Gedaan nu met zijn dromen, gedaan nu met zijn overkant.

‘s Anderendaags is alles weer normaal gegaan. Er was geen veerman meer, geen mens die van de overkant vertelde. Alleen zijn bootje is daar blijven liggen, het bootje van de visser. Het is nu oud geworden, het ligt al eeuwen aan de oever vastgemeerd. De kabels zijn verroest, de loopplank ligt gebroken. Er zitten scheuren in en barsten. Wie durft er nog mee naar de overkant?

Maar in zijn boeg en in zijn romp en in zijn lijnen zingt nog het heimwee naar de volle zee. Het ligt nog altijd gereed om over te steken voor ieder die wil, en die durft dromen, en die gelooft.

‘s Avonds komen er mensen samen aan die laatste oever. Zij staren over het water, naar die onbekende einder ... ‘Waar is de tijd toen hij nog bij ons was?’ Het leven op het land heeft hun nooit de volle rust geschonken. Zij hebben veel gezien, veel meegemaakt, veel geleden, veel genoten. Maar, bij de laatste oever, zoeken zij de veerman van weleer. ‘Zou hij niet terugkomen?’ Als deze oever bestaat, dan moet er ook een andere oever zijn ... Zij staan en kijken en verlangen ...

Zij gaan, ten einde raad, met zijn allen op het wankele bootje. En als zij rond de tafel zitten in de kleine kajuit, en weer elkanders leven delen, het goede en het slechte, dan is het of zij in elkanders ogen weer de verre glimlach van de veerman zien. Zijn vrede zonder eind is nu hun deel geworden.

En als zij door de patrijspoort kijken, komt de andere oever zachtjes naderbij.

 

(Manu Verhulst)



2189778-82adb7a36d5822ab6e6b47171b448da8.JPG

2189778-dd2a6b996d675c332a380f31eff2abf9.JPG

2189778-c5cf64c898bb447b7b545764cecd5d3f.JPG

2189778-fcdd31e7866270c543d1cb6730b110ba.JPG

2189778-2c4eef1542b7db9484c0107657b134c1.JPG

2189778-733a7b522845fdde039d7553919daa80.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:15 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

De mensen van voorbij,

zij blijven met ons leven.

De mensen van voorbij,

ze zijn met ons verweven

in liefde, in verhalen,

die wij zo graag herhalen,

in bloemen, geuren, in een lied, 

dat opklinkt uit verdriet.

 

De mensen van voorbij,

zij worden niet vergeten.

De mensen van voorbij,

zijn in een ander weten.

Bij God mogen ze wonen; 

daar waar géén pijn kan komen.

De mensen van voorbij

zijn in het licht, zijn vrij!

 

Alice Nahon

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 18:29 Reageer op dit bericht

ZONDAG 28 OKTOBER 2018

30ste  ZONDAG B – 28 OKTOBER 2018

‘OVER ZIEN’

 

In het evangelie van vandaag horen we het bekende verhaal van Bartimeüs. Hij was blind, maar geloofde dat Jezus hem kon laten zien. En toen Jezus hem genezen had, wilde Bartimeüs voortaan naar de mensen en de wereld kijken zoals Jezus: vriendelijk, dankbaar en attent voor mensen die vaak over het hoofd worden gezien, of voor wie we gemakshalve de ogen sluiten.

Als christenen, als volgelingen van Jezus, vragen wij God: ‘Heer, open ook mijn ogen, opdat ik uw Boodschap mag zien en ze uitdragen.’

(Bron: ‘Zondagsvieringen Dominicanen’)

 

Zo spreekt de Heer:

`Jubel van vreugde om Jakob,

juich om de heerser van de volken.

Verkondig overal Gods lof met deze woorden:

`De Heer heeft redding gebracht over zijn volk,

over wat overbleef van Israël.'

Bedroefd gingen zij heen,

getroost leid Ik hen terug.

Ik voer hen naar stromende beken,

over gebaande wegen waarop ze niet struikelen.

Ik ben immers Israëls vader

(Jeremia 31,7en 9)

 

Langs de weg zat daar een blinde bedelaar.

Toen begon hij te schreeuwen:

‘Jezus, heb medelijden met mij!’ 

Jezus vroeg hem:

‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’

De blinde antwoordde:

‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’ 

Jezus zei tegen hem:

‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’

En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.

(Uit Marcus 10,46-52)

 

‘TOCH ÉÉN DIE JEZUS VOLGT OP ZIJN WEG’

 

Tijdens zijn leven hier op aarde heeft Jezus voortdurend geprobeerd de ware inhoud van zijn leer en zijn leven duidelijk te maken aan zijn leerlingen. Maar nog altijd dringen ze Hem in de rol van een triomfantelijke Messias-koning. En de bekoringen van ambitie en macht duiken telkens weer op in hun hart. Nu komt Jeruzalem in zicht. Zal er dan niet één enkele leerling zijn die zijn hart opent voor de 'echte' Jezus?

In het evangelie van vandaag ontmoeten wij zulk een echte leerling. Het is een blinde man. Wij kennen zijn naam, zoals wij die van de grote apostelen kennen. Hij heet Bartimeüs. Marcus verhaalt zijn wonderlijke genezing door Jezus. Wie gelovig het evangelie leest, gelooft ook dat Jezus zulke tekenen heeft gedaan. Maar tegelijk is het duidelijk dat iets nog belangrijker is dan de genezing zelf. Als er alleen maar de wonderlijke genezing was, dan zou Jezus enkel betekenis hebben voor de zieken die Hij genezen heeft. Maar het leed van de vele anderen die niet genezen werden, zou er zelfs nog groter door worden.

Het evangelie van vandaag leert dat voor deze blinde, die weer kan zien, en voor de velen die blind blijven en ook voor alle zienden het belangrijkste is: Jezus ‘écht' te zien en Hem te volgen op de levensweg die wij in zijn spoor mogen gaan. Jezus is immers het échte licht voor onze ogen, 'het Licht van de wereld’ (Joh. 8,12). Wie ogen heeft voor de barmhartige Jezus, zoals de blinde uit het evangelie van vandaag, wordt een waarachtige leerling.

Het valt op dat Jezus aan de blinde dezelfde vraag stelt als aan Jacobus en Johannes in het evangelie van vorige zondag: ‘Wat wil je dat Ik voor je doe?' (Mc. 10,36 en 10,51). Jacobus en Johannes verwachten van Jezus de vervulling van hun streven naar macht en roem: zitten aan zijn linker- en rechterhand. Zij streven hun doel na vanuit hun zelfzekerheid: wij zijn wel in staat de beker van het lijden te drinken om ons doel te bereiken! Maar de blinde verwacht zijn genezing vanuit zijn eigen kleinheid: 'Heb medelijden met mij!' (Mc. 10,47-48). En hij laat alles achter, zelfs zijn mantel, om naar Jezus toe te springen. Het is het gelovig vertrouwen in Jezus dat deze man redt. Jacobus en Johannes – met de andere leerlingen – moeten nog leren hun leven prijs te geven in de stijl van Jezus zelf om zo echte leerlingen te worden. De genezen blinde is reeds een echte leerling. Daarom noteert Marcus dat deze man Jezus volgt 'op zijn weg', de weg naar Jeruzalem, de weg van de prijsgegeven liefde. Dit is de echte 'visie' op Jezus en op het leven. Dat is het waarachtige 'zien'.

Zienden kunnen verblind zijn. En blinden kunnen oog hebben voor de diepe dingen. Er is duidelijk een diepere manier van zien. In 'De zweetdoek van Veronica' van Gertrud von Lefort heefteen oude blinde monnik de indruk dat de hele wereld in duisternis gehuld is. Het ongeloof lijkt de ogen van alle tijdgenoten verblind te hebben. Maar – omdat hij ziet met het hart –  ontwaart deze monnik, heel alleen, een streepje licht aan de horizont. Er is meer te zien dan het journaal op TV en de vermoeide gezichten in de straten. We mogen spreken van een wereld vol wonderen om ons heen:

het gelaat van een milde mens, een zandweg in de hei, het spel van onze kinderen. Niemand van ons herinnert zich zijn eerste blik op de wereld. Maar er waren voor ieder van ons ogenblikken dat wij ineens 'méér' zagen. Zij worden in het geheugen van ons hart bewaard.

Ik herinner me hoe ik na een ziekte de zon door de gordijnen zag priemen als nooit tevoren. En plots ontdekte ik het 'zien van het hart', plots besefte ik: ik leef nu ... drie kleine woordjes ... en elk van hen is een wonder.

Ik herinner me uit de jeugdbeweging een kleine jongen die met zijn verroeste fiets ons niet kon volgen op onze tocht ... en opeens zag ik zag zijn 'vraag', zijn stille oproep naar mij, zijn leider ... zijn blik kreeg een nieuwe diepte.

Zo denk ik ook aan zoveel kleine woordjes, zwart op wit gelezen in het evangelie ... eerst gezien met de ogen ... dan gelezen met het hart ... voor altijd in het hart geschreven, en daar steeds weer opnieuw herlezen.

En is het grootste wonder niet: de stroming van de liefde door de woestijnen van het leven? Laten we proberen om deze stroom met heel heldere, door God gezegende ogen, te volgen tot in de Bron zelf, die ons hart opbeurt: Jezus, weerloos in de liefde, die Gods barmhartigheid tastbaar maakt?

Laten we, als ons hart weer verblind geraakt, op Jezus roepen vanuit het diepste van ons wezen. Laten we op Hem vertrouwen. Je geloof heeft je gered', zegt Hij. Dan ligt zijn weg voor ons open.

(Gebaseerd op een homilie van wijlen Mgr. Paul Schruers)

 

'Gezonde mensen leven vaak in zo'n jachtig tempo.

Zij buitelen van de ene ervaring in de andere,

en genieten van geen enkele. 

De indruk, die één ervaring zou kunnen nalaten,

wordt al meteen uitgewist

door een volgende impressie.

Een gezonde mens

is meestal een slokop, een veelvraat.

Hij slikt maar zonder te smaken.

Vroeger was ik ook zo.

Nu ben ik verplicht om trager te leven,

en ik geniet veel meer

van het weinige dat ik beleef.’

 (Dolf Cauwelier, Anita Devos

‘Mensen zoals jij en ik’)

 

Eerst zien en dan geloven,

zei de ongelovige Tomas.

Maar wie gezien heeft,

hoeft natuurlijk

niet meer te geloven.

Eerst geloven en dan zien,

of liever eerst geloven

om te kunnen zien.

Als je in iemand gelooft,

dan zie je méér in hem of haar

dan je met het blote oog waarneemt.

 

Heer, leer mij te zien

met de ogen van het geloof.

Neem de blinde hoek weg

uit mijn gezichtsveld

die mij belet

uw aanwezigheid te ontdekken

waar ik die het minst vermoed.

(Gebeden ‘Kerk en wereld’, 31 juli 2009)



2188283-f6236ef5c59e4804582e995193f7f9e2.JPG

2188283-2d3ca3d12784783443c2812bfe541fd5.JPG

2188283-99eb307823b08652c1917c6074acfc83.JPG

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 10:29 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

SCHONE HANDEN

 

Waarom werkt heel rijk zijn vaak als een soort van verslaving?

Het blijft me intrigeren: waarom mensen die in mijn ogen al ontzettend veel geld verdienen zo nodig allerlei louche of strafbare toeren willen uithalen om per se nog meer binnen te rijven? 

 

Ge kunt het toch niet meenemen als ge doodgaat, zei mijn oude buurvrouw altijd. 

En zeg nu zelf: als je een mooi huis hebt met een zwembad en een schitterende auto en prachtige kleren en zelfs nog een tweede huis in een warm land, wat kun je dan verder nog doen met je geld? Nog meer spullen zouden je alleen maar meer kopzorgen opleveren en daar zit niemand op te wachten. Je kunt luxueuze reizen maken, maar ook dat niet meer dan er dagen in een jaar zijn en dat is voor iedereen evenveel. Het lijkt erop dat wie eenmaal in de ban is van de macht van het geld, ingestapt is voor een duizelingwekkende vlucht die steeds sneller gaat en waarbij je niet meer kunt uitstappen.

 

In de bijbel wordt de mens voor de radicale keuze gesteld: God of de mammon. God of de afgod van geld en rijkdom. 

Ofwel laat je je leven beheersen door het goede. Je probeert eerlijk te zijn en iedereen het zijne te gunnen. Je zorgt voor jezelf, maar ook voor de anderen. Je probeert niet meer te nemen dan je toekomt. Je hebt iets over voor wie het minder goed heeft.

Ofwel ga je blind het geld achterna: steeds meer, steeds verder, steeds gewaagder. Je gaat al gauw vooral om met mensen die ook zoveel geld hebben en dan wordt jouw huis, zwembad, auto… het nieuwe normaal. Je vergeet dat je uitzonderlijk rijk bent en je blijft verder graaien, om de sport of omdat je het niet meer kunt laten. Je hebt je ziel verkocht. En misschien ga je dan op de duur zelfs dingen doen als geld witwassen dat van mensenhandel afkomstig is of voetbalmatchen vervalsen om je belangen veilig te stellen. Alles om nog meer geld in te pikken. Ik probeer het me maar in te denken.

 

Als er ergens zoveel geld verdiend wordt, zit er altijd een luchtje aan, zei mijn buurvrouw ook nog. 

Het is nooit gewoon een wedde maal tien of maal vijftig. Het geld wordt op een andere manier binnengehaald, via mechanismes die de meeste mensen vreemd zijn. Er zijn altijd slachtoffers, dichtbij of veraf, aan wiens leed je niet wil denken. Het is altijd ten koste van hun leven, gezondheid of geluk dat het geld verdiend wordt. Maar dat moet je kunnen negeren, als echte rijke.

Beter dus om er niet aan te beginnen. Je niet laten verleiden tot een beetje gesjoemel om bij het clubje te horen. Want voor wie er eenmaal aan begint, is er bijna geen weg terug. Je hebt immers steeds meer te verliezen. Je moet alles overeind houden, iedereen die ertoe doet te vriend houden, en je raakt steeds dieper in het web verstrikt. Tot het scheurt, vroeg of laat. Of niet natuurlijk. Want meestal blijven rijken gewoon rijk. Misschien moeten we het hen met zijn allen nog een heel stuk moeilijker maken. Schone handen, het blijft iets om naar te streven.

 

(Kolet Janssen, in KerkNet Nieuwsbrief, 21 oktober 2018)

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 08:16 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

GOEDE DOOD

Goede Dood wiens zuiver pijpen
Door 't verstilde leven boort,
Die tot glimlach van begrijpen
Alle jong en schoon bekoort,



Voor wie kinderen en wijzen
Lachend laten boek en spel,
Voor wie maar verkleumde grijzen
Huivren in hun kille cel, -



Mij is elke dag verloren,
Die uw lokstem niet verneemt;
Want dit land van most en koren
Is mij nimmer schoon en vreemd;



Want nooit beurde ik hier te drinken
't Water dat de ziel verjongt,
Of van dichtbij hief te klinken
't Verre wijsje dat gij zongt;



Alle schoon dat de aard kan geven
Blijkt een pad dat tot u voert,
En alleen is leven leven
Als het tot de dood ontroert.

P. C. Boutens

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Omer om 16:47 Reageer op dit bericht

ZONDAG 21 OKTOBER 2018

‘HIJ GAF ZIJN LEVEN’

MISSIEZONDAG - 21 OKTOBER 

Dit weekend wordt Missiezondag gevierd. De traditie bestaat al heel lang, maar de voorbije jaren stellen we vast dat missie in het algemeen niet zo sterk meer aanspreekt.

De belangstelling voor de Jonge Kerken is erg teruggelopen. De ouderen onder ons kennen nog wel de beelden van zwartjes die in de winkel stonden en vriendelijk knikten als je er een muntstuk instak. Of we kennen nog de tijd, dat er zilverpapier gespaard werd voor de missies.

Maar de tijden zijn veranderd … daarom willen we in deze eucharistie eens ingaan op de betekenis en het belang van 'missie' of aandacht voor de Jonge Kerken in onze tijd.

 

De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen

en hem te doen lijden.

Waarlijk, Hij gaf zijn leven als zoenoffer  

maar hij zal zijn nakomelingen mogen zien,

en lang blijven leven; 

en wat de HEER behaagt

komt door Hem tot vervulling.

Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar

velen rechtvaardigen.

(Jesaja 53,10-11)

 

`Jullie weten dat zij,

die als heersers der volkeren gelden,

hen met ijzeren vuist regeren

en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen.

Dit mag bij jullie niet het geval zijn.

Wie van jullie de belangrijkste wil zijn,

zal de anderen moeten dienen

en wie van jullie de eerste wil zijn,

zal ieders dienaar moeten zijn, 

want ook de Mensenzoon

is niet gekomen om gediend te worden,

maar om te dienen

en om zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

(Marcus 10,42-45)

 

NAAR DE MISSIES GAAN, WAAROM?  

Waarom nog naar de missies of de Jonge Kerken gaan? Vroeger was de vraag ondenkbaar! Even vanzelfsprekend was het dat onze missionarissen gesteund werden. Nu is dat niet meer zo; voor velen is het ouderwets, alleen maar iets van vroeger. Ik zou enkele gedachten willen aanstippen:

1. De traditionele missiegebieden, Afrika, Azië en Latijns-Amerika, liggen in de derde wereld. Daarom verdienen zij onze aandacht en onze steun: in veel van die landen is de armoede schrijnend; als wij het evangelie zien als een boodschap van hoop en leven voor de concrete mens in zijn concrete, dagdagelijkse leven, dan kunnen wij als christen niet voorbijgaan aan deze onrechtvaardigheid op wereldvlak. De wereldeconomie is allesbehalve rechtvaardig. Dit aspect van meer rechtvaardigheid in de wereld door hulp aan de armen, waar ook ter wereld, was altijd al een onderdeel van de missionering en zal dat ook altijd blijven. Missionering zal noodzakelijk blijven indien wij als gelovigen geloofwaardig willen zijn.

2. Evangelie betekent letterlijk: blijde boodschap, goed nieuws. Als je doordrongen bent van zulk een blijde boodschap, ga je die niet voor jezelf houden, maar ga je die doorvertellen. Dat is ook zo in gewoon menselijke situaties: wie blij is, wil zijn vreugde delen. Als wij een mooi boek gelezen hebben, of een mooie film gezien, dan raden wij dat toch ook aan, aan onze vrienden. Indien wij ons geloof echt zien als een bron van vreugde, willen wij anderen deelgenoot maken van die vreugde. Kunnen wij aan onze medemens in nood trouwens een betere hulp bieden dan deze blijde boodschap van geloof, hoop en liefde. Ook daarom is het de moeite waard om aan missionering te doen.

3. Een bezwaar dat dikwijls geuit wordt is dit: het is beter geen andere godsdienst op te dringen aan mensen van een andere cultuur. Een verschil in godsdienst leidt toch alleen maar tot godsdienstoorlogen. Je ziet het dagelijks op televisie, wordt dan gezegd. Dit is een verdraaiing van de feiten en zelfs van de geschiedenis. De godsdienst zelf is nooit de echte of diepste verklaring van een oorlog. Steeds zijn er andere, diepere oorzaken aan te wijzen: economie, nationalisme, onrecht, machtswellust enz. Maar we stellen wel vast dat machthebbers vaak de godsdienst misbruiken om mensen te mobiliseren: godsdiensten leveren immers een diepe motivatie om te handelen. Als je echter kijkt naar de diepe kern van alle grote wereldgodsdiensten, dan stel je vast dat die kern steeds de klemtoon legt op vrede en naastenliefde. Wanneer oorlogen om zogenaamd godsdienstige redenen uitgevochten worden, gebeurt dat steeds door mensen, die ontrouw zijn aan de diepe kern van de godsdienst, die zij beweren te belijden.

Misschien zullen de grote godsdiensten in de toekomst naar elkaar toegroeien. Ondertussen is het zeker de moeite waard om onze christelijke boodschap van hoop en leven door te geven aan andere mensen, hier dicht bij ons, in onze eigen kring, maar ook verder af in de ruime wereld. Zonder onverdraagzaamheid, en met veel aandacht voor de eigen, eeuwenoude cultuur van andere landen.

 

Hij heeft mij verteld over zijn moeder.

De zijne is blank, de mijne zwart,

maar om te strelen

gebruikten ze hetzelfde gebaar.

 

Ik heb hem verteld over mijn dorp.

Het zijne is van steen, het mijne van stro,

maar waar de ouderen bijeen zitten

vindt men dezelfde stilte.

 

Hij heeft mij verteld over zijn kinderjaren.

Hij herinnerde zich de sneeuw, ik het hete zand,

maar om de wereld te leren kennen

speelden we dezelfde spelletjes.

 

Ik heb hem verteld over verdriet.

Hij heeft het gekend, ik niet minder.

Maar om eroverheen te komen

waren er voor ons dezelfde tranen.

 

Ik heb hem verteld over het leven hierna.

Voor hem is daar volop zon, voor mij overal water.

Maar wij beiden hopen

dat we er elkaar terug zullen ontmoeten.

 

De stilte van de nacht heeft onze woorden opgeslokt

en aan de oever van de lagune

schitterden alleen nog onze ogen

en het goud van de bananen.

 

Jean Dodo, Ivoorkust



2186743-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2186743-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2186743-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2186743-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2186743-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2186743-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2186743-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2186743-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG

2186743-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Omer om 11:34 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

BIJ HET FEEST VAN DE HEILIGE LUCAS

 

De Evangelist Lukas over Pinksteren

 

‘Met Pinksteren werden Jezus’ leerlingen vervuld van de Heilige Geest.’ Uit uw midden is de vraag tot ons hier in de hemel doorgedrongen of ik nog eens kan uitleggen wat ik met die woorden bedoelde. Liefst in taal die bij jullie cultuur aansluit. Dat wil ik graag doen.

Het boek waarin ik het Pinksterverhaal heb opgeschreven noemen jullie ‘De Handelingen van de Apostelen.’ Meteen in het eerste hoofdstuk van dat boek vertel ik over Jezus’ hemelvaart. Jullie zouden zeggen: we geloven dat de dierbare overledene bij God in de hemel is opgenomen. Maar hier temidden van ons laat Hij een pijnlijke, lege plek achter. Het was Jezus’ verlangen dat zijn leerlingen die lege plek zouden opvullen; dat zij zijn werk onder de mensen zouden voortzetten. Maar dat zouden ze nooit op eigen houtje kunnen. Zij hadden niet zijn uitstraling. Ik noem dat in mijn boek niet uitstraling, maar ‘Heilige Geest’. Willen zij dus straks in Jezus’ geest onder de mensen te werk gaan, dan moeten zie die Geest, die uitstraling eerst ontvangen. Die komt dus niet uit henzelf; dat is een geschenk uit de hemel, letterlijk en figuurlijk. Het spijt me. Ik heb begrepen dat jullie liever zeggen dat het uit jezelf moet komen, en dat je het allemaal zelf moet doen. Wíj zeggen dat het een cadeau is. ‘Genade’.

Over dat geschenk uit de hemel vertel ik in het Pinksterverhaal. Dat er een frisse wind door de kring van de leerlingen woei en dat er vurige talen vanuit de hemel op hen neerdaalden. U moet weten dat er in de Griekse taal slechts één woord is voor zowel ‘tong’ als ‘taal’. Er daalden dus vurige ‘tongen’, vurige ‘taal’ op de leerlingen neer, zodat zij voortaan met ‘vurige tongen’ over Jezus zouden kunnen spreken.

Nu zijn ze vervuld van Jezus’ uitstraling. Dat is Pinksteren.

Het was mijn opdracht aan te tonen hoe je die uitstraling, die Heilige Geest, in hun levensverhalen kon terughoren. Hoe deed ik dat? Door over hen te schrijven met woorden en beelden die aan Jezus doen denken. Een voorbeeld? Onze broeder Stefanus bracht hartelijkheid en troost onder de buitenlanders. Net als Jezus. Hij moest voor het gerecht verschijnen om zich te verantwoorden. Net als Jezus. Hij werd ter dood veroordeeld en gedood. Net als Jezus. Buiten de stad. Net als Jezus. Vlak voor zijn dood sprak hij een gebed: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.” Precies als Jezus. Zijn laatste woorden waren: “Vader, vergeef het hun.” Net als Jezus.

Ik zocht dus de Jezusmomenten in het leven van de broeders en zusters. Die vertelde ik. Nog één voorbeeld? Op een goed moment wordt Petrus bij een jonggestorven vrouw geroepen, Tabitha heette ze. Net als Jezus. Jezus zei destijds tegen het meisje: “Talitha, koemi, sta op.” Petrus zei: “Tabitha, koemi, sta op.” Zie je? Het verschil tussen Petrus en Jezus is nog maar één letter. Dezelfde uitstraling. Dezelfde Geest.

Doen pastores dat ook niet, als ze een dode begraven: de momenten zoeken in de persoon of het leven van de overledene die aansluiten op de bijbel? Maar je hoeft niet te wachten tot je dood. Je zou het kunnen beschouwen als een serieus en tegelijk inspirerend gezelschapsspel: ‘Zoek de Jezusmomenten bij de mensen om je heen’. En waarom zou je de Jezusmomenten ook niet zoeken in je eigen doen en laten? Spreken niet alleen je woorden, maar ook je daden de taal van de liefde? En sta je zo niet in verbinding met de wereldwijde, alomvattende liefde, ja zelfs met de liefde van degenen die ons vooraf zijn gegaan?

 

'Bericht van boven', KRO Radio 5, zondag 31 mei 2009. Geciteerd door Dries van den Akker s.j

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:05 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten