Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

DOORDENKEN OP DONDERDAG

EEN WELGEMEEND MEA CULPA

 

Diaken Rob Allaert vraagt zich af of de kerk er goed aan doet een heldere scheiding te maken tussen gelovige en 'heiden'.

 

'Als hij ook aan de kerk geen gehoor geeft, laat hij dan voor je zijn ​zoals de volksheiden en de tollenaar!' (Mattheüs 18,16)

Het evangelie van Mattheüs wordt het kerkelijke evangelie genoemd omdat daarin het woord kerk terug te vinden is. Om die reden werd het ook als belangrijker beschouwd dan het Marcus-evangelie dat een vreemde inkorting zou zijn van de volheid die we terugvinden bij Mattheüs. Zo schrapt Marcus onder meer het onzevader, en de parabel van de twee zonen. Ook liet hij het na om de opstanding te documenteren zodat er met spoed door een andere schrijver een slottekst werd toegevoegd. Nu blijkt ondertussen dat Marcus wel tien jaar dichter bij Jezus stond en de twee andere synoptische evangelies dankbaar van Marcus' tekst gebruik maakten.

Tien jaar later – circa 80 n.C. – had de kerk al vorm gekregen en werd het moeilijk om de boodschap van Jezus los te koppelen van de situatie waarin deze prille kerk zich bevond. En dat merk je in de tekst.

Want, ook al richtte Jezus zich slechts tot het joodse godsvolk, hier doet Mattheüs Jezus de kerk reeds toespreken. 

 

Als hij niet zal horen, neem er dan nog één of twee met je mee, ... Als hij aan hen geen gehoor geeft, zeg het aan de kerk; als hij ook aan de kerk geen gehoor geeft, laat hij dan voor je zijn zoals de volksheiden en de tollenaar. (Mattheüs 18,15-17)

Toch weten we dat Jezus de schoonmaak begon in eigen huis. Lees maar:

Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen (Israëls) hun brood af te pakken. (Marcus 7,27)

En ook: Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël (Mattheüs 10,6)

Dezer dagen mag het ons duidelijk zijn dat ook paus Franciscus de schoonmaak in eigen huis vooropstelt.

De kerk heeft lang gedacht dat ze zich efficiënt isoleerde tegen de boze wereld. Maar dat is niet zo. De kerk is geen koninklijke balzaal, maar een veldhospitaal waar onze eigen strijders liggen met afgehakte ledematen op geïmproviseerde bedden. De triomfantelijke kerk is niet meer. Deze paus verlangt in de eerste plaats dat de kerk zich bekeert.

 

De triomfantelijke kerk is niet meer.

In plaats van een heldere scheiding te maken tussen kerk en heiden, is een welgemeend mea culpa hier wat nodig is. Veel te lang stond de kerk met het vingertje omhoog terwijl ze zich in het verborgene overgaf aan de boze werken waar ze de heidenen van beschuldigde.

Helemaal lastig wordt het wanneer de heilige kerk zelf tollenaars aan boord heeft die opeisen wat niet van hen is; die denken dat de schatten van de kerk enkel aan hen toebehoren en niet aan hen die buiten de gemeenschap staan.

Herinner je dat streng-gelovigen petities lanceerden om de paus aan te moedigen de kerkleer niet te laten verwateren. Zij verkiezen een helder en streng programma omdat het makkelijker is de hemel te verdienen aan de hand van een checklist. Want, wat blijkt?

 

De hemel doen oplichten aan de hand van geloofwaardige barmhartigheid is veel lastiger.

Is dat de reden waarom een groeiende groep katholieken het moeilijk heeft met de huidige paus? Hij is bijna zo rebels als Jezus. Jezus kunnen we nog mooi en administratief wegplooien in een oude catechismus, maar die vrij bewegende paus in het nieuwe internet-landschap, die is niet te bedwingen.

 

Diaken Rob Allaert in: Nieuwsbrief KerkNet, 13 februari 2017

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:12 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

HEILIGE ZIEKTE

 

Onder hoeveel onzin, tegenslag en pijn

kunnen wij ons verweer bewaren?

Het lot is dom. De tijd is klein.

En met de sleet der jaren

           

buigen wij door onder bedrog en last,

liggen wij lam in ’s werelds netten.

En toch blijft iets onaangetast,

ons in beweging zetten.

 

Geweld verminkt ons, twijfel grijpt ons aan,

verraad scheurt diepe wonden open.

En toch – waar komt de kracht vandaan? –

wij houden uit en hopen;

 

en wagen, ondanks al wat deert en drukt,

schoonheid naast schennis zin te geven.

O, felle kramp, die ons verrukt,

heilige ziekte: leven.

 

Herwig Hensen

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 20:24 Reageer op dit bericht

ZONDAG 14 OKTOBER 2018

28ste ZONDAG B - 14 OKTOBER 2018

‘WIJSHEID EN RIJKDOM’

 

Wijsheid en rijkdom, daarover spreekt Gods ons vandaag. Wijsheid! Dan gaat het niet om kennis of wetenschap, maar om levenswijsheid, levenskunst die uit ervaring is gegroeid. En dan – eens te meer! – spreekt Hij ons over rijkdom en rijk zijn: of beter, over mensen voor wie het geld tot god geworden is.

Laten we zoeken naar een goed evenwicht, want het valt niet altijd mee om aan alles de juiste plaats te geven in ons leven. Daarom is ook de lezing uit het boek Wijsheid zo goed gekozen:

 

‘Ik bad om inzicht, en het werd mij gegeven;

ik heb gesmeekt, en mij werd en wijze geest geschonken.

Ik verkoos wijsheid boven scepters en tronen,

rijkdom viel bij haar in het niet.’

(Uit het boek Wijsheid: 7,7-8)

 

Toen Jezus zijn weg vervolgde,

kwam er iemand naar hem toe

die voor hem op zijn knieën viel en vroeg:

‘Goede meester,

wat moet ik doen

om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’

---

Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen:

‘Wat is het moeilijk voor rijken

om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

‘Kinderen, wat is het moeilijk

om het koninkrijk van God binnen te gaan:

het is gemakkelijker voor een kameel

om door het oog van een naald te gaan

dan voor een rijke

om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

(Marcus 10,17 en 23-25)

 

‘IK BAD OM INZICHT’

De rijke jongeling, het is een heel gekend verhaal! Toch wordt het soms verkeerd begrepen: het gaat hier niet over een handleiding om in de hemel te komen. Jezus gebruikt andere woorden: Hij spreekt  van het Koninkrijk van God, en wat verder van de Blijde Boodschap. Meteen wordt de klemtoon verlegd van de hemel naar de aarde, of van het hiernamaals naar het hier-nu-maals, zoals men wel eens zegt. Want dat Koninkrijk van God en die Blijde Boodschap hebben alles te maken met ons leven hier.

In één van de oudste christelijke geschriften wordt het Rijk van God omschreven als een Rijk van waarheid, heiligheid, liefde, gerechtigheid en vrede. En dat zijn woorden, die betrekking hebben op ons aardse leven hier. Het evangelie is een Blijde Boodschap van hoop en leven voor de concrete mens in zijn concrete situatie. Hier in dit leven zullen we evenwel nooit de volheid van dit Rijk van God of van die Blijde Boodschap bereiken; géén politiek stelsel, geen enkele partij valt ermee samen, alle mooie beloften ten spijt. De volledige realisatie zal altijd toekomstmuziek blijven, maar hier beleven wij de aanloop. Wij zijn mensen onderweg. Zo noemden de eerste christenen trouwens zichzelf: de mensen van de weg, in een dubbele betekenis:

-      zij die proberen de weg, de levenswijze van Jezus na te volgen

-      maar ook: wij zijn onderweg en bouwen hier en nu reeds aan dit Rijk.

Vele levenswijzen worden ons aangeprezen en voorgeschoteld, de ene al beter dan de andere. Soms kan de aantrekkingskracht zo groot worden, dat we niet langer van een vrije keuze kunnen spreken, maar van een obsessie, een passie, een verslaving. Dan kiezen we niet meer zelf en leven we niet echt als vrije, bewuste mensen, maar worden we eigenlijk geleefd. Wat we menen te bezitten, houdt ons dan eigenlijk in zijn macht of greep.

Het geld, de rijkdom wordt vandaag in het evangelie aangeduid als een gevaarlijke bekoring. Jezus wil hiermee geen extreme armoede aanprijzen. Integendeel, de extreme armoede is een kwaad en moet bestreden worden. Maar Jezus roept ons wel op om oog te hebben voor alle waarden, om aan alles zijn juiste plaats toe te kennen: word geen slaaf van geld en bezit; zorg ervoor dat je geen geldhond of geldwolf wordt. Want dan vergeet je al het andere.

Kies in volle vrijheid als bewuste mensen voor een evenwichtige levenswijze, die aan het materiële en aan het geestelijke, aan elk van beide, zijn juiste waarde en zijn juist belang toekent. Alleen op die manier bouw je aan het Rijk van God, alleen op die manier leef je echt in vrijheid, alleen op die manier kan je spreken van een Blijde Boodschap, want alleen op die manier kan je als mens gelukkig worden.

 

 

Wat is het evangelie anders
dan de graffiti van God
op de muur van de mensengeschiedenis.

Geen zwaar theologisch betoog
maar kreten en tekens

– eenvoudig, vol goedheid,
soms ontroerend naïef –

geloof in het licht
ondanks de duisternis,
geloof in de mens
ondanks het beest.

 

Een mens die zich bekeert
en gelooft in het evangelie
is niets anders dan een teken
op de muur van de geschiedenis:
een klein naïef tekeningetje,
een graffito,
dat vertelt van blijdschap in verdriet,
van rijkdom in armoede
en van vergeving in plaats van haat.

 

Zo werkt God verder aan zijn graffiti
op de lange muur van onze geschiedenis.
Niemand ziet wanneer
en niemand weet waarom.

Manu Verhulst 

 



2185179-72b379d067772b91f87a4e86934c20d2.JPG

2185179-d1e219705ea79d7f261482a5fe00b379.JPG

2185179-3072ccbda9af0c44d50d94f96d396e89.JPG

2185179-b588a1aae4eae5dc1b2b9922592b5fe0.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:05 Reageer op dit bericht

AL FIETSENDE

AL FIETSENDE

          

Almaar water en wijdte, onweerstaanbaar! En op de wandelbrug lopen over ‘Het Groote Gat’ bij Oostburg … Wat is er meer nodig om je weer even kind te voelen …

                                       

O! 't ruisen van het ranke riet!

hoe dikwijls zat ik niet

nabij den stillen waterboord,

alleen en van geen mens gestoord,

en lonkte 't rimpelend water na,

en sloeg uw zwakke stafjes ga,

en luisterde op het lieve lied,

dat gij mij zongt, o ruisend riet!

(Guido Gezelle)

                     

Omzien, en dankbaar,

naar kleine dingen.

Met bloemen en dieren

lieve geringe

die groeien en tieren

zielsvriendschap vieren.

(Anton Van Wilderode)



2184828-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2184828-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2184828-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2184828-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2184828-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2184828-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:42 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

BERICHT VAN BOVEN: PATER DAMIAAN

 

Op 11 oktober 2009 is pater Damiaan heilig verklaard door paus Benedictus XVI. De Nederlandse KRO zond die dag op Radio 5 in 'Bericht van boven' volgende woorden uit:

 

'Vandaag 11 oktober word ik in Rome heilig verklaard. Ik heb mij even uit de feestelijkheden losgemaakt om u toe te spreken.

Het is wel een hele overgang. Het grootste deel van mijn leven zat ik op het eilandje Molokai, verbanningsoord van de melaatsen. Tenslotte zelf opgevreten door de lepra, en volkomen geïsoleerd. Maar toen ik dood was liep heel België uit, de koning incluis, om mijn stoffelijk overschot naar Leuven te begeleiden. Naar het schijnt ben ik, Jozef De Veuster (in het klooster Pater Damiaan), zoon uit een eenvoudig boerengezin te Tremelo, door mijn vaderland gekozen tot grootste Belg aller tijden. Ik krijg er nog een kleur van.

Als u temidden van al die ophef dan maar niet vergeet wat mij destijds bewoog. Ik wilde Jezus navolgen. Hoewel Hij thuishoorde bij God in de hemel – en ik kan u nu verzekeren dat het daar heel goed toeven is… Hij heeft zijn hemelse zaligheid verlaten om bij ons mens te worden. Dat is toch een hele degradatie. En wat heb ik gedaan? Hoewel ik gezond was, heb ik mijn goede vaderland verlaten en ben melaatse met de melaatsen geworden. Dat stelt bij Jezus vergeleken nog niet zo veel voor.

Ik wilde de goede God zichtbaar maken. Jullie mensen kunnen God niet zien. Weet u hoe dat komt? De goede God heeft zichzelf weggegeven – letterlijk wég-gegeven. Welnu, dat heb ik ook gedaan. Mezelf weggeven. Dat heeft mij onherkenbaar gemaakt. Laat mij het u duidelijk maken met een klein voorval aan het eind van mijn leven. Ik was al lang aangetast door de lepra. Als u ooit van mij een foto hebt gezien van toen, weet u hoe die ziekte mij had toegetakeld. In mijn jonge jaren was ik een sterke jongeman geweest. Een Vlaming blakend van gezondheid. Zo had ik afscheid genomen van mijn vrienden destijds.

Maar tegen het eind van mijn leven kwam een van die vrienden van vroeger mij opzoeken op het eiland. Hij zocht mij overal. Hij moest eerst zijn walging overwinnen bij het zien van die afschuwelijk verminkte mensen. Toen ging hij op zoek, maar kon mij natuurlijk niet vinden. Van enige afstand riep hij een van de bewoners aan: ‘Weet u waar pater Damiaan ergens is?’ ‘In de kerk, zeker en vast.’ ‘Daar ben ik geweest, maar ik heb hem er niet gezien.’ ‘Als u roept, komt hij wel te voorschijn.’ Zo ging mijn oude vriend terug naar de kerk. Er waren een paar melaatsen aan het werk. Hij riep: ‘Is pater Damiaan hier ergens?’ Ik hoorde mijn naam roepen, en stond op. Ik herkende hem onmiddellijk: ‘Wat doe jij hier?’ Toen pas herkende híj míj. Geschrokken riep hij: ‘Damiaan, wat zie je eruit…’

Weet u waarom mijn goede vriend van vroeger mij niet kon zien? Ik had mijzelf weg-gegeven. En nu zag ik er anders uit dan hij dacht. Zo heb ik iets van Gods geheim in beeld gebracht. Waarom kunnen wij Hem niet zien? Hij heeft zichzelf weg-gegeven, en nu ziet Hij er anders uit dan u denkt.

Dat wou ik u ter overweging meegeven. Ik ga weer terug naar mijn feest. Misschien bent u ook wel uitgenodigd… om te laten zien dat God zich aan u heeft weg-gegeven, of aan de mensen in uw omgeving.'

 

(Bron: ‘Bijbelcitaat’ – Leestip van 10 mei 2012)



2184523-db07c3e9eb4caf6baef1f1bb7cd2a2d3.jpg

2184523-dede03e69577eae62dff455bdd6d1190.jpg

2184523-8cda8a4d31b5894e2e90eb6565e42590.jpg

2184523-929fd2185dfed968ea20a75eafea94db.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:50 Reageer op dit bericht

AL FIETSENDE

AL FIETSENDE 

Impressies van maandag 7 oktober: 

buitendijks van Hoofdplaat naar Breskens, ongeveer ter hoogte van Nummer Eén, een fietspad doorheen het schor: de lokroep van water en wijdte ... 

                               

VAN HET WATER

 

Het kleinste lichaam gewassen

gewiegd op het schild van de schoot

en het laatste lichaam van asse

gelegd op het bed van de dood.

 

Het water in den beginne

en het water van Josafat

gestegen tot aan de tinnen

van een staande verzonken stad.

 

De rijp op het gras, de regen

die altijd en anders valt,

rivieren en waterwegen

stortbeek en waterval.

 

Het water in holle handen

gevuld voor de dagen van dorst

en log voor wie zwemt door de branding

het water tegen de borst.

 

Het liefelijk water van Lethe

waar leed in verleden verzinkt,

het water om te vergeten

en zonder weerspiegeling.

 

Anton van Wilderode   



2184278-5ddd170c2dc1916705f8cb16c4c4da66.JPG

2184278-c33707c0e1ddf99ec7b98fe41867db55.JPG

2184278-fe07ce60f43374823ee4f8fc2b743be3.JPG

2184278-29453368f56be8405fedc79de95e1aa4.JPG

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 10:21 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

TWEE-EN-VEERTIG

 

Soms denk ik, Heer, dat ik naar U verlang,

maar dat lieg ik, ik verlang naar het leven,

naar wat mensen en dingen mij kunnen geven.

In uw naam? Dat is van geen belang,

 

dat vraag ik mij niet af. Ik wil gelukkig

zijn, dat wil zeggen: plezierig. Ik wil

hebben wat ik wil. Houdt het zich stil,

komt het niet, vlucht het, is het nukkig

 

als een bedorven kind, dan word ik nijdig,

wanhopig, moedeloos, begin ik te verlangen

vrij ervan te zijn, vind ik het leven zwaar,

 

wil ik naar U, krankzinnig tegenstrijdig,

want o, als Gij mij op mijn woord zoudt vangen...

En dat duurt nu al twee-en-veertig jaar.

 

Gabriël Smit  

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:17 Reageer op dit bericht

ZONDAG 7 OKTOBER 2018

27ste ZONDAG B – 7 OKTOBER 2018

‘DEZE TWEE WORDEN ÉÉN’

 

Vandaag gaat het in de lezingen over het huwelijk. Daarmee zitten we bij een zeer actueel thema: meer dan ooit staat het huwelijk op de helling. Vele huwelijken lopen na verloop van tijd uit op een mislukking; andere samenlevingsvormen zijn ontstaan en lijken verder in opgang: samenwonen, nieuw samengestelde gezinnen enz.

In deze eucharistie willen we niet moraliserend of oordelend – zeker niet veroordelend – gaan spreken, maar eens stil staan bij het geluk dat voortvloeit uit een goede relatie tussen man en vrouw … en bij het verdriet dat voortkomt uit een gemis aan verstandhouding.

Een geluk en een verdriet die alles vandoen hebben met de ervaring, dat je – al dan niet – in vertrouwen, veilig en geborgen, mag leven. Dat je je – al dan niet – blindelings, in volle overgave, aan iemand mag en kan toevertrouwen.

 

De Heer God sprak:

`Het is niet goed dat de mens alleen blijft.

Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past.'

En de Heer God vormde de rib

die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw,

en bracht haar naar de mens.

Toen zei de mens: 

'Eindelijk, dit is been van mijn gebeente

en vlees van mijn vlees!

Mannin zal zij heten,

want uit een man is zij genomen.'

Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten

en zich hechten aan zijn vrouw,

en die twee zullen één zijn.

(Uit Genesis 2,18-25)

 

In die tijd kwamen farizeeën op Jezus af met de vraag

of een man zijn vrouw mag verstoten;

ze wilden Hem op de proef stellen.

Hij gaf hun ten antwoord:

`Wat heeft Mozes u voorgeschreven?'

Ze zeiden:

`Mozes heeft toegestaan een scheidingsakte te schrijven

en haar dan te verstoten.'

Daarop zei Jezus hun:

`Omdat u verstokt van hart bent,

heeft Mozes u dat voorgeschreven.

Maar vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen

mannelijk en vrouwelijk gemaakt.

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten

en zich hechten aan zijn vrouw,

en die twee zullen één zijn.

Ze zijn dus niet meer twee, maar één.

Toen brachten ze kinderen bij Hem

met de bedoeling dat Hij hen zou aanraken.

Maar de leerlingen wezen hen terecht.

Jezus zag dat en werd verontwaardigd:

`Laat die kinderen bij Me komen, en houd hen niet tegen,

want van zulke kinderen is het koninkrijk van God.

(Uit Marcus 10,2-16)

 

‘ OVER TROUW EN VERTROUWEN’

 

Met de toelichting bij de huwelijkstrouw horen we vandaag een bekende boodschap. Dikwijls spreken we hierbij van de plicht van trouw, maar misschien is dit toch niet het beste woord.

De trouw is inderdaad niet allereerst iets dat ons opgelegd wordt. Allereerst is het een geschenk dat we gratis ontvangen, iets waarin we mogen geloven: met name, Gods trouw aan ons, mensen. Gods trouw is Zijn liefde, die het nooit moe wordt om liefde te zijn, ondanks alles. We raken hier de kern van Israëls geloof: vaak week Israël af van Gods wegen, maar God bleef trouw. Vaak ook week onze Kerk af van Gods wegen, maar ook dan liet Hij zijn volk niet in de steek. De eeuwen door hebben profeten en psalmen deze trouwe liefde bezongen. Omdat God trouw is, mogen wij in vertrouwen leven, wij mogen ons aan Hem toevertrouwen.

Maar, evenzeer, omdat God trouw is en zijn Liefde – ondanks alles – niet moe wordt, worden ook wij uitgenodigd tot een liefde, die niet moe wordt om liefde te zijn, voor de mensen die ons zijn toevertrouwd. Daarom is de huwelijkstrouw, de trouw bij uitstek. Meer dan wie of waar of wanneer ook, worden man en vrouw in het huwelijk aan elkaar toevertrouwd. De huwelijksbelofte zegt het tegelijk eenvoudig en mooi: 'ik wil je man zijn, ik wil je vrouw zijn…in goede en kwade dagen.' Ook deze belofte van trouw wekt vertrouwen in het hart van de mens die zich toevertrouwt. En er is de trouw aan de kinderen: ook kinderen zijn ons toevertrouwd, en nodigen ons uit om trouw aan hen te zijn … eveneens in goede en kwade dagen, wat het leven ook brengt. In het bijzonder is er de trouw aan het zwakke kind: meer dan het andere kind is het in al zijn weerloosheid aan ons toevertrouwd, om met liefde en zorg omgeven te worden.

Wij worden ongetwijfeld uitgenodigd tot zelfvergeten trouw, het meest nog in onze meest intieme relaties. Maar deze oproep geeft ons geen vrijbrief om mensen te veroordelen of uit te sluiten voor wie het leven het moeilijk gemaakt heeft. Jezus' woorden geven ons nooit het recht om anderen met de vinger te wijzen. Hij kon hard zijn, maar dan was het voor de kooplieden in de tempel, of voor de huichelaars, die hij vergeleek met witgekalkte graven, omdat ze anderen zware lasten oplegden, zonder er zelf een vinger naar uit te steken, of het was tegen de verwaande farizeeër, die zich in zijn hoogmoedig tempelgebed, ver verheven achtte boven die tollenaar, daar achteraan. Hij was nooit hard voor mensen, die waar dan ook onder gebukt gingen: 'Komt allen tot Mij,' zei Hij dan, 'als ge uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat, Ik zal u rust en verkwikking schenken.'

Daarom treft het dat Marcus zijn evangelie van vandaag besluit met een verhaal vol mildheid, een verhaal waarin Hij zijn voorliefde toont voor de kleinen, de kinderen en de minderen. Moge eenzelfde mildheid en warm-hartigheid ook aan ons gegeven zijn.

 

‘ALS JIJ DAT GRAAG HEBT, LIEFSTE …’

Gisteren heb ik een echt echtpaar gezien. Hij was over de tachtig, zij nauwelijks iets jonger. Een beetje buiten adem tornden ze tegen de straathelling op. Hij had spierwit haar. Zij had blauwe ogen, met rimpeltjes om te zoenen. Hij leek last te hebben van astma. Zij van reuma. Ze keken niet naar de stroom, niet naar de prachtige gebouwen. Ze keken naar elkaar en hielden stevig elkaars hand vast.

Ik ben zeker dat ze een hele bende kleinkinderen en achterkleinkinderen moesten hebben. Dat zij een hele reeks miseries, zorgen, ruzies en verzoeningen hadden meegemaakt. Met spaarzame woorden wellicht, maar met de wil om bij elkaar te blijven en ook de wil om met elkaar te sterven. Je kunt daar om glimlachen. Maar er is veel liefde nodig om bij zichzelf te zeggen: 'Ik zou met haar, met hem willen doodgaan,' en zich eindelijk veilig te voelen. Haar blauwe ogen zaten nog vol vragen. Hij hield haar bij de hand, alsof hij ze tegen alles wou beschermen: het oud-worden, de aftakeling, de eenzaamheid, de dood.

Ik heb hun niet durven vragen of ook zij destijds elkaar verscheurd, uitgekafferd, verraden hebben. Ik heb hem niet durven vragen of hij haar op een of andere morgen ineens minder mooi, minder begeerlijk, minder verleidelijk had gevonden, dan die of die andere. Ik heb haar niet durven vragen of zij hem een maniak, een knorpot, een kletsmajoor of een baasspeler had gevonden. Of zij hem op de zenuwen had gegeven met haar breiwerk, haar confituur, haar gepraat en haar eeuwig rommelen in de kasten. Of hij haar tot wanhoop had gebracht met zijn kruiswoordraadsels, zijn opscheppen met heldendaden uit de oorlog, zijn postzegels en zijn branie. Ik heb hun niet durven vragen hoe vaak hij bij het weggaan de deur hard had dichtgeslagen, hoe vaak zij gehuild had, hoe vaak hij haar gezegd had: 'je begint dik te worden…', hoe vaak zij hem toegeroepen had: 'je houdt niet meer van me zoals vroeger'. Ik heb ze niet gevraagd hoe vaak ze op het punt hadden gestaan te scheiden, elkaar te vernietigen, elkaar te gaan haten misschien.

Wat komt het er trouwens op aan? Ze waren daar, nog altijd daar, nog altijd samen. Een kneep, een systeem, een mirakel-recept voor een mirakel-liefde bestaat niet. Alleen de liefde bestaat: met haar revoltes, haar dode ogenblikken, haar schaduwzijden en haar crisismomenten, waarvan men alleen kan hopen dat het groeicrisissen zullen zijn. Een met littekens gemerkte liefde, aangrijpender misschien door al die verwondingen dan een liefde die niet geleden zou hebben. Ik heb hun ook niet durven vragen: 'Hoe hebben jullie het klaargespeeld?'  Wie zou zoiets durven vragen.

Toen ze twintig waren heeft zij hem wellicht gezegd: 'gaan we samen dansen?' En heeft hij geantwoord: 'als jij dat graag hebt, lieveling'. Als ze dertig was: 'gaan we naar de zee?' - 'Als jij dat graag hebt, lieveling'. Later nog: 'gaan we de kinderen eens opzoeken?' - 'Als jij dat graag hebt.'

Daar, in de straat waar ik woon, met haar neusje om stortvlagen op te vangen en haar helderblauwe blik scheen ze te zeggen: 'gaan we samen tot het einde van het leven?' En de wijze waarop hij haar hand vasthield scheen te antwoorden: 'als jij dat graag hebt, liefste'….

 

Simonne Conduché.   



2183016-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2183016-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2183016-d19deeeb8facad13784e929eb6a5adf3.JPG

2183016-6d7dc235924fc2f8c306c2bb0729c0f4.JPG

2183016-433e6ab7e781fa5e30dd69a85bd89ea2.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:13 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

FRANCISCUS

 

Franciscus heeft, om U te ontmoeten,

alles wat schittert afgedaan

aan hals en hand, voorhoofd en voeten;

want schamel wilde hij tot U gaan.

 

Maar niemand hebt Gij zo ontvangen,

o Liefde, en als de dag begon,

waart Gij het, die zijn zuiv're zangen

deed jubelen van zuster zon.

 

En moet ik ook zo tot U komen,

afleggend waar mijn ziel mee speelt:

de rijke schat der schone dromen,

het fonklend woord, het sierlijk beeld?

 

En moet ik langs de grauwe wegen,

in grove pij en ongeschoeid

het geeslen voelen van den regen,

en hoe het eenzaam-zijn vermoeit.

 

Eer ik mij bij U neer mag leggen,

gelijk een zwerver bij een bron,

en aan uw borst mijn zang mag zeggen

voor broeder wind en zuster zon?

 

Aart Van der Leeuw

 

---

 

Vertaling van de tekst bij de foto van Paus Franciscus met het kindje:

 

Draag zorg voor elkaar,

draag zorg voor de natuur,

draag zorg voor de kinderen,

draag zorg voor de ouderen.

Laat er geen haat bestaan tussen jullie,

blijf met elkaar praten,

laat nijd en jaloersheid achterwege.

Moge dit verlangen almaar toenemen.

 

GOD IS GOED,

GOD IS ALTIJD BEREID TOT VERGEVING,

GOD IS VOL BEGRIP,

WEES NIET BEVREESD.

 

Paus Franciscus



2182497-fef9b9b414fe4901fb3b59060c2cdfec.JPG

2182497-96f9d13ddde85003d1ee218412dcc7e9.jpg

2182497-a1b2da3ff423c7b27cab150c037ee773.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 08:22 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

FANTASEREN


Als we ’s avonds in bed liggen,
mijn broer en ik, nog klaar wakker,
fantaseren we om het meest
en om het gekst, tot de trappen
ervan kraken en het licht aanspringt. 



De sterren, zeg ik,
zijn de witte balschoentjes van de engelen
of de suikermuisjes
op een grote verjaardagstaart
of nog… 



maar dan zet mijn broer in
met zijn nuchtere, bazige stem:
doe niet zo gek,
de sterren, dat zijn grote, grote
vuurbollen die we eerst zien
als ze allang ontploft zijn,
uiteengespat in duizend stukken!



Bij zijn fantasie kan ik het nooit halen.

Armand Van Assche

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:45 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten