Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

DOORDENKEN OP DONDERDAG

DOM HELDER CÂMARA

klein van stuk, groot van gestalte

 Greet Beerts

 

De mars van de vissers

Hij ziet ze komen, zijn mensen: 'zijn' vissers, hun vrouwen, hun kinderen. Kalm stappen ze naar de rubberfabriek. Ze torsen een levensgroot kruis waarover een visnet hangt. Velen dragen dode vissen. De vissen en het kruis zijn het symbool voor hun geloof, maar ook een aanklacht tegen de fabriek. Die loost giftige afvalstoffen de baai in, waardoor de vissen sterven. Aan de poort worden ze, zoals steeds, door de gewapende politie tegengehouden. Zwijgend draaien ze zich om en gaan weer naar huis. Maar ze zullen terugkomen tot ze gehoord worden. Hij is aartsbisschop van Brazilië. Hij stichtte de 'Beweging voor de geweldloze revolutie' en strijdt met dezelfde geweldloze kracht die uit het Evangelie spreekt. Hij is hun herder en hij is fier dat ze geen geweld gebruiken.

Is hij dan niet mijn broeder?

Hij schrikt op van de rinkelende telefoon. Als hij opneemt, hoort hij de boze stem van een bevriende zakenman. ‘Je zou je broer voor werk naar mij sturen? Maar deze man met zijn donkere huidskleur kan je broer toch niet zijn?’ Rustig antwoordt hij: ‘Moet ik niet het Evangelie van universele liefde verkondigen? Is deze man dan niet mijn broer?' Het wordt stil aan de andere kant van de lijn. Hij glimlacht en legt de hoorn neer.

Hij is bisschop van de sloppenwijken in Rio de Janeiro, de rode priester, doorn in het oog van de militaire regering. Hij komt op voor armen en verdrukten in de favelas. Hij is hun 'padre' en woont dicht bij hen in een kleine flat.

What’s in a name?

Dom Helder Câmara dankte zijn voornaam aan zijn vader die, bladerend in een atlas, stootte op 'Den Helder'. Omdat hij dat een mooie naam vond, gaf hij die aan zijn zoon. Een schitterende ingeving. Want zijn zoon werd een licht voor de bewoners van de krottenwijken van Brazilië.

27 augustus 1999, Helder Câmara sterft op negentigjarige leeftijd – 21 augustus 2016, slotdag van de Olympische Spelen in Brazilië. Er moeten nog vele Helder Câmara's opstaan eer de mensen in de favelas mee kunnen genieten van de Juegos Olimpicos.

(Bron: Catechesehuis, Tussendoor: ‘Bijzondere mannen’, augustus 2016) 

 

VERTALING VAN DE TEKST BIJ DE FOTO’S 

1. Zelfs als de grootst mogelijke angst je overmant, laat dit toch niet blijken op je gezicht. Deze wereld, die zo verstoord en droevig is, heeft er nood aan dat je vrede en vreugde uitstraalt.  

2. Het geheim om jong te blijven, zelfs als de jaren voorbijgaan en sporen nalaten in je lichaam, bestaat erin dat je een doel hebt waaraan je je leven kan wijden.



2180640-f8e9fe5915837a7d985484a6058efaa1.jpg

2180640-71cd887c0cbdd6f0c2baef2cdf5e3983.jpg

2180640-a62e2e0af7a5113ce0ec27c6081350e6.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:58 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

ZIJ  

                

Zij, de mensen die waarde

hebben in dit leven, innerlijke gloed,

zij lopen verspreid over deze aarde

en dragen een goedkope hoed. 

             
Zij wandelen deftig en stil

en schuiven langs de huizen

en luisteren, liefst in de herfst,

naar de populieren die suizen.

           
Zij nemen geen ruimte in

gelijk zij die verguld zijn op snee,

en als de tram gevuld is

is hun plaats op de tree.

              
Gisteren nog leidde ik zo iemand

naar ’t station. Het was

een avond vol mist en vroege kou.

Mijn vriend was moe en had een ticket 3de klas.

 

Richard Minne

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:14 Reageer op dit bericht

ZONDAG 2 SEPTEMBER 2018

25ste ZONDAG B - 23 SEPTEMBER 2018

‘EEN KIND IN HET MIDDEN’

 

Op zijn laatste tocht naar Jeruzalem – daar waar Hij gekruisigd zal worden – wil Jezus zijn leerlingen nog eens inprenten waar het bovenal op aan komt, zoals we trouwens vorige week al hoorden: ‘wie Mij wil volgen moet zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen’. Om verdere uitleg te geven gaat Hij nu rustig tussen hen zitten.

Ook hier – in deze eucharistie – is Hij in ons midden en spreekt Hij elk van ons persoonlijk aan, om ons diezelfde wijsheid bij te brengen. Hij haalt er een kind bij, en drukt ons op het hart: ‘Alles wat je doet voor een kind, voor ieder die klein en zonder aanzien is, dat doe je voor God.

En let er op dat je zelf ook leeft, als één van deze kleinen.’

 

Zusters en broeders,

waar jaloezie en egoïsme heersen,

vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij.

De wijsheid van omhoog daarentegen

is vóór alles zuiver,

en verder vredelievend, mild en meegaand;

ze is rijk aan ontferming

en brengt niets dan goede vruchten voort.

(Brief van Jakobus 3,16-17)

 

Thuisgekomen in Kafarnaüm, vroeg Jezus aan zijn leerlingen:

`Waar hadden jullie het onderweg toch over?'

Maar ze zwegen,

want ze hadden onderweg ruzie gehad

over de vraag wie de grootste was.

Hij ging zitten, riep de twaalf en zei hun:

`Als iemand de eerste wil zijn,

zal hij de laatste van allen moeten worden

en de dienaar van allen.'

(Marcus 9,33-35)

 

‘DE WIJSHEID VAN OMHOOG’

Zusters en Broeders,

Goede vrienden, die ruzie maken, het is altijd pijnlijk. Dat is zeker het geval, als het gaat om Jezus en zijn meest intieme en nabije leerlingen. Bij een simpele vraag: ‘waarover hebben jullie gepraat onderweg?’ blijven ze zwijgen. Ze zijn beschaamd want ze hadden ruzie gemaakt. En nog wel over de vraag wie nu wel de grootste was. Vorige week zagen we de bui al hangen: Petrus werd door Jezus zelfs een satan genoemd. Dat is een hard verwijt en hard zijn vandaag ook de woorden van Jakobus:

- Die ruzies bij u komen toch voort uit de hartstochten in uw binnenste.

- U bent jaloers en moordlustig, u bekvecht en twist met elkaar.

Maar de blijde boodschap van het Koninkrijk van God is niet gelegen in deze hardheid. Denk maar aan de vruchten van de Geest, zoals Paulus die aangeeft: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en trouw, zachtheid en ingetogenheid. En ook aan vergeving en altijd nieuwe kansen, tot zeven maal zeventig maal. Daarom wordt die hardheid door Jakobus heel fijngevoelig  omgebogen:

De wijsheid van omhoog daarentegen is vóór alles zuiver,

en verder vredelievend, mild en meegaand;

ze is rijk aan ontferming

en brengt niets dan goede vruchten voort.

Die wijsheid van omhoog: ze staat lijnrecht tegenover onze valse wijsheid, onze berekening van hier beneden, die vaak laag bij de grond is.

Ook bij Jezus maakt de hardheid van zijn woorden plaats voor tederheid en mededogen in zijn gebaren: Hij plaatst een kind in hun midden en omarmt het zelfs. Hij oordeelt anders dan wij geneigd zijn. Voor Hem is groot wie klein en miskend is, wie zich deemoedig bukt en klein maakt om anderen te dienen.

Wie de kleine, schamele mens niet minacht en kleineert, die sluit het dichtst bij Jezus aan. En die beleeft de wijsheid van omhoog, die niet platvloers is, maar verheven.

Laten wij daarom bidden: Heer Jezus, schenk ons 'deze wijsheid van omhoog', leer ons leven met een zuiver hart, als onschuldige kinderen.

 

Een kindje

 

Er staat vandaag een kindje in ons midden.

God heeft het daar gezet. Kom, laat ons bidden.

Dat wij onszelf vernederen en leren

de onschuld op de wereld te vereren.

 

Dat wij behoeders worden van het broze

en van het simpele en argeloze,

van al wat ongezien lijkt en verloren,

geminacht en voor ongeluk geboren.

 

Dat wij eerbiedig en met open oren.

de stamelaars en hakkelaars aanhoren.

Dat wij de niet getelden in het leven,

de uitgestotenen de voorrang geven.

 

Dat wij de dienaar mogen zijn van allen,

die wonen waar altijd de slagen vallen.

En dat eens in de zwakken en de kleinen

God zelf in al zijn glorie zal verschijnen.

 

Michel van der Plas



2179418-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2179418-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2179418-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2179418-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2179418-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2179418-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG

2179418-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:13 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

HEEL VEEL EN TOCH …

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan muziek,

maar ze zijn van binnen niet blij.

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan televisie,

maar ze zien elkaar nauwelijks.

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan zenders,

maar ze kunnen elkaar niet meer ontvangen.

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan geld,

maar ze zijn armer dan ze zelf weten.

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan kennissen,

maar ze kennen niemand echt.

 

Heel veel mensen hebben een overvloed

aan goden,

maar de onbaatzuchtige God is hun onbekend.

 

Heel veel mensen

zoeken naar echt contact,

naar echte ontmoeting die niet te koop is

maar die je ontvangt

als je omziet naar elkaar,

als je aandachtig leeft met elkaar.

 

Marinus van den Berg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 20:20 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE DISTEL

 

Hoe 't lam in 't puntig gekrulde

doornbosje met één sprong zat verstrikt?

Ah! die distelen van passie en schulden

waar de onnozele sterveling in stikt!

    
Verbazend stormt de ontstellende hartslag

terwijl ik 't wrange verdriet verduik,

sinds ik een nacht hulploos verward lag...

God! haal mij uit die struik!

    

Gery Helderenberg

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

EEN MOOIE ZOMERDAG

 

Ik heb de luchten lief, daar in het westen van het land. De grazig groene weiden, waar koeien seizoenen lang de tijd herkauwen. De vlas- en korenvelden met daartussen de hoeven, als imposante vaartuigen verankerd in het landschap. De kerktorens die zwijgzaam in de verte staren, naar Engeland of god weet waar, maar die binnen hun muren de geheimen en melancholie bewaren van een heel oud dorp. De oorlogskerkhoven, te veel, soms in elkanders schaduwen bezaaid met duizend en nog eens duizend treurige verhalen.

 

Wat heeft me op dit wingewest ooit zo verliefd gemaakt? Ik heb me altijd wel die vraag gesteld. Maar wanneer ik de nood voel om wat verse lucht door mijn bestofte geest te laten waaien, dan weet ik waar naartoe. En ik ben zeker niet de enige. Hij ook, mijn tochtgenoot, de man met jongensdromen en een blik die altijd verten aftastte. Hij zou er met een vriend gaan varen. Zoals hij al eerder in zijn eentje deed, stroomopwaarts met de kano Frankrijk binnen, tot waar de oevers hoog oprezen, te hoog om als het nodig was nog op het droge te geraken. De boot, een echte deze keer, lag al een paar seizoenen op zijn doop te wachten. Er moest nog hier en daar gesleuteld, maar iedere keer als het duo, de stuurman en hij, in elkanders buurt verzeilde werd de techniek en het vooruitzicht aangescherpt. Het moest een mooie zomerdag worden wanneer zij, liefst zonder nieuwsgierigen en met een goede fles, het water zouden opgaan en rustig langs de oevers van de IJzer glijden. De een zou eindelijk zijn eigen vaarkunst kunnen gaan beproeven. De ander, naast hem, zou over alles heel doordachte vragen stellen en voor de rest toekijken en luisteren. Hij zou de watervogels gadeslaan en proberen te benoemen, een voor een, zoals hij zich van kindsbeen af geoefend had. Met wat geluk zou hij een vlinder laten landen op zijn schouder en de adem inhouden om het idyllische beeld zo lang het kon te laten duren. Het Polderkind van ooit zou zich de waterkanten van zijn eigen streek weer levendig herinneren.

 

En hij zou moeten denken aan zijn grootvader, die hier de hele oorlog aan het front gelegen had.

 

Genietend van de simpelheid der dingen, die meer dan men beseft een teken zijn van kwaliteit, zou hij zich ondertussen bovenal gelukkig prijzen met zijn bestaan. Met wat er was, met al wie hem omringde, met dromen en met passies waarin hij eindeloos kon blijven opgaan. En met deze godvergeten plek, waar hij als nergens anders ademhaalde en zich zo vrij wist als een vogel.

 

Maar zie, nog voor de zomer kwam bereikte hij die verre oever van waar geen mens ooit kan terugkomen.

 

Zijn vriend vaart ondertussen zonder hem.

 

En ik leer leven met de eindeloze leegte die hij liet. En ik blijf wandelen waar zijn voeten liepen, met naast mij een onaantastbaar stille schaduw. De schaduw van mijn meest geliefde.

 

Kris Gelaude



2177029-8b305c648e3113bfe57c8271ff83ec0e.JPG

2177029-2a2cebcb734ed31009c2f03fdf9c8480.JPG

2177029-f3f507f4db4ed190f19bc904160aee5c.JPG

2177029-dd46a6dcdf15dbf1c4c57fe4b2ac5738.JPG

2177029-488cfad416b978eff2b79f9a802349a5.JPG

2177029-f1e86f657a7c106cec89bd90f68b724e.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:35 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

BOMEN IN SEPTEMBER

 

Melancholie der bomen in september,

die weldra niet meer samen groen zult zijn,

doch draagt uw eigen kleur van diepe wijn,

van donker bier, van roggebrood, van gember...

          

Hoe anders was de jeugd, waarin ik droomde

samen met vrienden, sterk want eensgezind

't leven te maken tot een vreugdbewind.

Hoe anders is vandaag het ingetoomde

          

bestaan van ieder onzer, door zijn plichten

en zijn verlangens een eenzelvig man,

die zoekt te maken wat hij maken kan

van zijn gezin, zijn taak en zijn gedichten!

                

Het wintert over ons in deze dagen

en elk staat eenzaam; de gebondenheid

ontbond zichzelf, en makkers, waar gij zijt,

ik durf uw vriendschap nauwlijks meer te vragen!

          

leder zwierf uit op doortocht naar het eigen

intiem domein en vond den ander niet.

Hij schiep zijn eigen toon en zong zijn lied,

of hij verloor zich in zijn eigen zwijgen.

             

Zullen wij eenmaal nog tezamen komen,

hier of hiernamaals, in gemeenzaam spel?

Wij waren destijds vroom en wisten wel

dat ons iets beters wachtte dan te dromen.

                

Maar geen verzadiging bracht een der onzen

' t geluk van 't vroegere verlangen weer,

wij willen telkens nog den eersten keer

herleven van 't gezaamlijk hartebonzen.

                           

Ik zie de bomen in september doven

hun groen tot goud, hun goud tot blekend geel,

en ‘t blijft mijn droefheid, dat ik nooit geheel

in enig mens als eenling kan geloven. 

 

Anton van Duinkerken



2176336-44afaa7b2b283f862f7681dbdd6f0737.JPG

2176336-e03acb49e621b4d6362ef06df65f9fb2.JPG

2176336-dfae962f99f0cbee0e423b84223bc43e.JPG

2176336-18028548f471a49ccea3f57836c25b92.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:39 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

HET LIEDJE VAN DE KLEINE JOHANNES

 

Ach rode geranium wel-vertrouwd,

Ach lieve lobelia blauw,

Voor wie draagt uw gezicht, in ’t morgenlicht

Die schittertranen van dauw?

  
Ach weet je dan nog van de oude tijd

Toen de tedere nachtegaal zong,

Toen de elfen dansten op ’t mostapijt.

En het maanlicht zo stil en de hemel zo wijd

En de wereld, zo vreemd en jong?

   
Ach rode geranium wel-vertrouwd,

Ach lieve lobelia blauw

De zon is verdonkerd, de lucht is vergrauwd

De nachtwind wordt kil en de wereld oud

En de herfst komt zo gauw, zo gauw.

 

Frederik van Eeden

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 16:08 Reageer op dit bericht

ZONDAG 2 SEPTEMBER 2018

22ste ZONDAG B – 2 SEPTEMBER 2018

‘EEN OPRECHT HART’

 

Van de Franse schrijver Blaise Pascal is het gevleugelde woord: 'Het hart heeft zijn beweegredenen, waar het verstand niet bij kan.' Ook de lezingen van vandaag spreken over het hart van de mens.

De apostel Jakobus wijst ons op een grondhouding: 'Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd uitgezaaid.' Wij krijgen veel andere boodschappen en wij horen veel andere woorden in onze tijd, maar heel juist zegt hij: 'het woord van God kan nieuwe mensen van u maken'.

Daarna horen we bij Jezus een gelijkaardige gedachte: 'waar het op aan komt is de innerlijke ingesteldheid van de mens, het hart of de geest vanwaaruit wij leven.

 

Wees zachtmoedig

en neem het woord van God ter harte.

Luister niet alleen naar het woord,

maar handel er ook naar;

anders bedriegt u uzelf.

(Jakobus 1,21-22)

 

Jezus antwoordde:

‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk

op huichelaars als u!

Er staat immers geschreven:

“Dit volk eert mij met de lippen,

maar hun hart is ver van mij;

tevergeefs vereren ze mij,

want ze onderwijzen hun eigen leer,

voorschriften van mensen.”

De geboden van God laat u varen,

maar aan tradities van mensen houdt u vast.’

(Marcus 7,6-8)

 

 

‘LEEF OPRECHT ZOALS JE HART JE INGEEFT’

Nogal wat meisjes, en ook jongens, dragen een hartje met daarin een letter, of de foto, van de jongen of het meisje, die ze 't liefste zien. 

Het hart van de mens, daar is al veel over gezegd, en we verstaan het nog altijd niet even goed. Jezus gebruikt het woord wel niet letterlijk vandaag, maar eigenlijk spreekt Hij toch ook over ons hart, over de binnenkant, waar onze daden uit voortkomen.

Zo'n hartje dragen, aan de buitenkant, zegt natuurlijk: 'ik hou van je, ik zie je gaarne – heel diep binnenin', En het zegt nog veel meer: 'ik ga dat niet wegsteken ook, de anderen mogen dat gerust weten, en zij zullen het kunnen zien – aan de buitenkant!'

Zo is het ook met het evangelie van vandaag. De dagelijkse dingen die wij doen, iemand een schouderklopje geven, bij een zieke op bezoek gaan, of omgekeerd: iemand pijn of verdriet aandoen – die daden staan niet op zichzelf, zij komen voort uit het binnenste van de mens.

Waar het allereerst op aan komt, is dat binnenste. Het is daaraan dat we moeten werken, aan die binnenkant, en meestal is dat moeilijker dan iets veranderen aan de buitenkant. De rimpels van de ziel zijn hardnekkiger dan de rimpels van het aangezicht. Zonnecrème kan hier weinig aan verhelpen.

Er is een erg gekend verhaal om dat te illustreren: 'Er waren eens twee monniken onderweg, ergens naartoe. Ze kwamen aan een rivier, en er stond daar een heel mooi meisje. Ze durfde niet door het water gaan, en ze vroeg dus of één van de monniken haar naar de overkant wilde brengen. Eén monnik deed dat ook. Hij nam het meisje op en droeg haar naar de overkant. Nadien zetten de monniken hun reis voort. Een hele tijd later zegt de tweede monnik tegen de eerste: ik versta nog altijd niet dat je dat meisje hebt opgenomen en gedragen. En de eerste monnik antwoordt dan: ik heb het meisje aan die oever achtergelaten, jij draagt haar nog altijd mee, in je gedachten.'

Het is een prettig verhaaltje, en heel eenvoudig leert het ons: waar we bij onszelf moeten op letten, dat is de binnenkant!

Is datgene wat wij doen, de buitenkant, dan zonder belang? Natuurlijk niet: wat diep in ons hart leeft, mag en moet ook naar buiten getoond worden. Van kinderen zegt men wel eens: hun ogen zijn de spiegel van hun ziel. Later lees je 't hart misschien niet meer meteen in de ogen, maar je ziet het wel in de hele manier van doen!

Daarnaast treft ook vandaag weer de scherpe houding van Jezus tegenover de vooraanstaande kerkmensen van zijn tijd, die alleen maar met de woorden goed zijn: 'Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij!'

Het is een waarschuwing voor ons allen, om niet alleen met woorden ons geloof te belijden, maar het te beleven vanuit het diepste van ons hart.

Het is ook een uitnodiging om altijd bedachtzaam te blijven, ook wanneer wij mooie woorden horen, ook wanneer wij zelf mooie woorden spreken. Is de beleving trouw aan het gesproken woord? En is het Gods eigen woord dat gesproken wordt, of zijn het alleen maar mooie woorden die het eigen belang dienen? Is het alleen maar mensenwet, die voorgehouden wordt?

In dat mooie kinderboek voor grote mensen, 'Bartje', zegt Anne de Vries, in het sappig dialect van Drenthe:  'Doe zoals ie zeggen, dan lieg ie nie!'

Het is een one-liner, een zinnetje om bij te houden! 'Doe zoals ie zeggen, dan lieg ie nie!' Laat je goede daden een goed hart vertolken!

 

Een mens van mij

 

Hoor hoe ik je wil aanhoren:

als een mens van vlees en bloed, -

recht of slecht, het is mij goed:

laat het waar zijn in mijn oren.

 

Kom alleen met mij verkeren

als je je gebeden zegt.

Wees dan eerlijk, wees dan echt.

Lippendienst kan mij niet eren.

 

Of je staan blijft of gaat knielen,

schoongewassen of bezweet,

rijk of armelijk gekleed, -

ik wil lezen in de zielen.

 

Tienden zijn mij om het even

en de regels van de wet

en de luide loftrompet

zonder liefde en zonder leven.

 

Leuzen zijn aan mij verloren,

praal en letterknechterij,

want je bent een mens van mij

en naar die mens heb ik oren.

 

Struikel over al je zinnen,

stamel, stotter, wees berooid, -

nooit sluit ik mijn oren, nooit

voor de stille stem van binnen.

 

Michel van der Plas

 



2174135-63c85d8fea3a65f4a0888e30607c53a7.JPG

2174135-75fbb7f751dcbed3164815928ce30210.JPG

2174135-6bade8110601de30c47dd51084ffc663.JPG

2174135-a7ee56745585a55a4703baadfbd9f5c1.JPG

2174135-45ed3e5a1e47deb9c5c01fdc9389cc03.JPG

2174135-80b76d027791bfc3b2bc148367fde60c.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:05 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ANDER PERSPECTIEF

 

'Jij zult pas rusten als je dood bent', zegt ze. Ik glimlach. Zovele dromen die nog op me wachten. Zoveel vermogens die nog niet genoeg benut werden. Zoveel aandacht, zoveel aanwezigheid waarmee geluk gedeeld of hoop gewekt, verdriet een beetje beluisterd kan worden.

Als leven zo bedoeld is dat wij het, eens ontvangen alleen maar kunnen doorgeven, hoe zouden onze handen dan voortijdig werkloos worden of zou leegte onze huizen binnendringen?

 

Toen ik een van mijn kinderen voor het eerst naar het buitenland zag vertrekken, dacht ik: 'Dat was het dan. Nu gaat ze weg, voorgoed. Wat was, komt nooit meer weer.' Maar ach, de vormen waarin je ooit werd gelegd verdwijnen niet. Het kind-zijn blijft, zoals het moeder-zijn blijft. Met alles wat daartussen ligt. En op mijn werktafel vond ik na het vertrek een briefje met een veelbetekenende boodschap: 'Ik verlaat dit warme thuis met een volle koffer dromen en herinneringen. Maar toch blijft dit de plek, de liefste en de veiligste, waarnaar ik altijd zal verlangen.'

Zo wordt je gaandeweg en telkens weer de weg gewezen. In elke nieuwe situatie schuilt een ander perspectief. Op een dag ben je niet meer diegene die voorop gaat. Je wordt de blijvende. De wachtende die borg staat voor aanwezigheid. En die de paradox van loslaten belichaamt, als zegel voor wat is, als waarborg voor wat nog kan geboren worden.

 

Ouder zijn is met de jaren transparanter worden. Aandachtig en aanwezig, ergens in de coulissen. Wakend over wat heilig is. Nog klankbord, maar niet onmisbaar meer het antwoord. En ruimte scheppen die voor leven nodig is. En deuren openhouden en zeggen: 'Ga maar, doe maar. Zie, ik sta achter je ... Ik zal er zijn.'

 

Kris Gelaude

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 10:26 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten