Naar de inhoud

Doorheen de dagen

Ervaringen besproken
akke.beakke.be

Archief

ZONDAG 30 APRIL

3de PAASZONDAG A – 30 APRIL 2017
‘GAANDEWEG’

             

‘Gaandeweg’: in dit ene woord kunnen we de hele viering van vandaag vatten. Misschien koesterden wij ooit de waan dat wij, als kind nog, op school, eens en voorgoed DE ABSOLUTE WAARHEID IN ALLE ZEKERHEID hadden verworven. En daarna bleef ons, tot in lengte van dagen, slechts één opdracht over: die onwankelbare waarheid vasthouden en consequent naleven. Had Jezus ons immers niet gezegd dat Hij zelf DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN WAS … en wie zouden wij wel zijn om aan die zekerheid te tornen?
Helaas – of gelukkig – is ons leven niet in die mate monotoon en saai. Ook indien wij – om ten volle tot leven te komen – bij Jezus aankloppen, hebben wij niet van meet af aan een voltooid inzicht in de rijke veelzijdigheid van zijn Persoon. Ons leven verloopt stapje voor stapje en dagje voor dagje, soms rimpelloos rustig, soms weifelend en twijfelend, en vaak met veel vraagtekens, angsten ook en misschien een tijdlang zonder tastbaar houvast … en ‘gaandeweg’ kan – in het beste geval – ons zicht zuiverder worden, klaar als het licht op een frisse lentemorgen.
Zo gebeurt het in ieder geval vandaag in het evangelie. Twee mensen gaan op weg – naar Emmaüs gaan ze, weg van Jeruzalem – ontgoocheld omdat hun hoop daar gekruisigd was. Een eindweegs krijgen ze gezelschap van een vreemde, die hun alles leert verstaan, die met hen het brood breekt en zijn eigen leven deelt. Dan gaan hun ogen open: hoewel gekruisigd, is Hij de Levende …
Om meer dan één reden is het verhaal leerrijk. Wie halsstarrig vasthoudt aan zijn eeuwige, onwrikbare gelijk ‘van in den beginne’ loopt wel eens meer het gevaar om – vroeg of laat – met zijn hoofd tegen de muur te botsen. Alleen wie nederig, met open oog en oor, luisterbereid in het leven staat kan hopen ‘gaandeweg’ een stukje beter ‘de diepe dingen’ in te zien en te vatten. Of anders gezegd: TROUW – die deugd die o zo mooi is – mag niet verward worden met verstarde koppigheid.

            

Daarop trad Petrus naar voren en sprak de menigte toe:
‘Israëlieten, luister naar wat ik u zeg:
Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden.
Deze Jezus hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.
God heeft hem echter tot leven gewekt.’
(Handelingen 2,14.22-23)

           

Toen zei hij tegen hen:
‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip?
Moest de messias al dat lijden niet ondergaan?’
Daarna verklaarde hij hun
wat er in al de Schriften over hem geschreven stond.
(Lucas 24,25-27)

      

EMMAÜS OP ONZE WEG

Zusters en broeders,
De Emmaüsgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaüs, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Vooreerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaüs op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam vernoemd.
Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaüs zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.
Zijn wij zoals de diep ontgoochelde leerlingen? Alles hebben ze achtergelaten om Jezus te volgen: hun werk, hun woning, hun familie. Ze hadden dat gedaan omdat ze, zoals ze zelf zeggen, heel sterk onder de indruk waren van die ‘man die een profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk.’ Maar nu zijn ze diep ontgoocheld en moedeloos, en geloven ze ook niet meer in een betere toekomst. Ze zijn zelfs zozeer ontgoocheld dat ze Jezus niet eens herkennen. En wellicht is dat voor ons heel herkenbaar. Ook wij gaan soms diep gebukt onder ontgoocheling, moedeloosheid, tegenslag en ellende van ziekte en dood, en misschien herkennen ook wij Jezus dan niet als we Hem ontmoeten. We herkennen Hem niet in zijn belofte dat Hij altijd bij ons is en met ons meegaat. We herkennen Hem niet in zijn woorden en daden die we in elke viering gedenken, en we herkennen Hem ook niet in de vele heiligen die in zijn naam geleefd hebben en gestorven zijn. Hoeveel namen van onze dorpen, steden en kerken beginnen niet met ‘Sint’, maar kennen we ook de heiligen die daarop volgen? Herkennen we in Maarten, Gertrudis, Joris, Laurentius, Jacob en zoveel anderen de woorden en daden van Jezus, of zijn het alleen maar namen, niets meer dan namen?
En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmaüsgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de Emmaüsgangers, en dat doen wij ook. Zij zegden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’ Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmaüsgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke ‘onverstandigen’?
Zusters en broeders, wanneer ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven’, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zou blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zouden herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof. Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zouden uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn. Amen.
(Romain Debbaut)

    

ZO MAAR ONDERWEG

Naar Emmaüs gingen zij, net zoals wij onze weg gaan. Naar Emmaüs ging Hij mee, ook als zij de verkeerde kant uit gaan, weg van Jeruzalem. Hij is een vreemdeling. En stelt de eerste vraag: ‘Waarover lopen jullie zo druk te praten?’ En zij mogen vertellen … honderduit.
Het lijkt ons eigen leven. Hij is bij ons, vaak onbekend, en vraagt: ‘Wat houdt je bezig? Waar is je hart?’ En wij mogen vertellen. Een persoonlijk gebed, een gesprek van mens tot mens.
Hij loopt mee en luistert, en kijkt ons teder aan. En als ons hart openstaat, gaat Hij vertellen. Zijn verhaal, met woorden en beelden uit de Schrift.
Gaandeweg herkennen we Hem, eenvoudig en klein, zoals Hij ooit zei: ‘Kom tot Mij, die onder lasten gebukt gaat. Ik zal u verlichting schenken.’ Hij geeft de sleutel van zijn leven, de sleutel van DE WEG: ‘wees zachtmoedig en nederig van hart’. En: ‘heb elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad’.
Ons hart wordt warm bij zijn woorden. Hij vervult ons diepste verlangen. Maar Hij dwingt niet. Hij is bereid ook zo verder te gaan. Zonder ons.
Maar als ons hart bereid is, vragen wij net als de leerlingen: ‘Blijf bij ons! Het wordt avond.’ Hij heeft iets wakker gemaakt in ons. Door zijn woorden, door het delen van het brood. En – voor wie zijn weg gaat – evenzeer door hen, die geen brood hebben om te delen.
In wat Hij zegt, in wat Hij doet, door mensen, zien we Hem. Gaandeweg. En we keren terug, naar Jeruzalem, naar het land waar de mensen wonen. Om te vertellen wat ons zo diep beroert. En om zijn weg, DE WEG, te gaan.


Als je morgen
morgen
morgen
naar “Emmaüs” moet,
en onderweg
komen er vragen in je hart
en twijfels in je geest,
en zinkt de moed in je schoenen,
zie toe
wie met je meegaat op de weg…

      

Het zal een mens zijn
die eerst vreemd voor je is,
misschien luistert hij
en maakt veel voor je duidelijk.
Zijn stem zal warm zijn
en vol begrip;
zijn hand vast en zacht,
en wanneer je hem bij je uitnodigt
om binnen te komen
- het zal bij valavond zijn -
zie toe
als hij met je het brood breekt:
het kan de Heer zijn,
heel duidelijk,
en daarna maar weer
gewoon de mens
die de weg met je gaat…

         

Mogen wij daarom leven
met open ogen,
met open oren,
en met een hart dat openstaat,
dieper ziet, beter hoort en méér verstaat.



2031785-fa5c14b27f64d49d0aa7e44615c91706.JPG

2031785-b1b0518b4b64f987ff58865c0081fb12.jpg

2031785-ce326de334a7891b2ef60652b298e84b.jpg

2031785-2327acc6f41cbe131f67d475adb575ac.jpg

2031785-087ca7b88764916934a650d1639bba08.jpg

2031785-8110321687521fb64618e6fd5493240b.JPG
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 09:01 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

ANGST EN PIJN

 

Als je moet ontdekken dat je leeft op een tijdbom, onzichtbaar –

als je moet ontdekken dat je haar niet zelf onschadelijk kunt maken –

als je moet ontdekken dat je moet wachten

en afhankelijk bent van de deskundigheid van anderen –

dan tikt de angst in je hart en in je hoofd.

Dan wil je dat tikken wel stilzetten, maar de slinger is onbereikbaar.

 

Als je moet ontdekken dat er een tijdbom is

in het leven van een mens die je na en lief is,

een mens om wie je geeft,

dan probeer je hoopvol te blijven,

ondanks de angst die ook raast in je hart en je hoofd.

 

Als je dit alles moet ervaren

kun je nauwelijks zeggen hoe de dagen en de nachten zijn.

Je voelt je heen en weer geslingerd tussen angst en hoop,

tussen wanhoop en verdriet.

 

Niemand kan die angst en dat verdriet wegnemen.

Ook God die je aanroept, neemt ze niet weg.

Je kunt ze alleen dragen als er liefde is.

Liefde van lieve mensen:

trouw toegewijd, hartelijk en genegen.

 

In die liefde mag je God vermoeden.

Je wordt niet alleen gelaten.

De liefde geeft kracht en hoop,

die liefde zorgt voor je,

die liefde motiveert je om door te gaan.

 

Je bidt om kracht en steun tegen de wanhoop en de angst in.

Je bidt dat je nog tijd gegeven zal zijn.

Je hoopt dat je gesterkt zult worden.

 

uit 'Voor de laatste tijd', Marinus van den Berg

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Omer om 16:20 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

DE NACHTEGAAL

Ik hoorde de nachtegaal zingen
een morgen, heel vroeg, in april,
hij zong van verloren dingen,
ik luisterde, ademloos-stil.

Schuldeloos, schoon en zuiver
klonk mij die oeroude wijs,
er doorvoer mij een vreemde huiver
als de koelt’ uit een ver paradijs.

De dag kwam met licht en geruchten,
toen zweeg plots het nachtegaalslied,
waar ook, sinds dat uur, ik mocht vluchten,
vergeten kan ik het niet.

Frans De Wilde

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:25 Reageer op dit bericht

DOORDENKEN OP DONDERDAG

’t Wordt Pasen

als de jonge zonnestralen

ook bij ons zichtbaar worden.

 

’t Wordt Pasen

als de naam van iedere medemens

met respect wordt uitgesproken.

 

’t Wordt Pasen

als de woorden die mensen spreken

liefde en waardering schenken.

 

’t Wordt Pasen

als alles wat we vertellen

vreugde en geluk mag brengen.

 

’t Wordt Pasen

als het oude verhaal van bevrijding

ook ons levensverhaal wordt.

 

(Ziekenzorg)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 18:23 Reageer op dit bericht

GEDICHT VAN DE WEEK

MARIA MAGDALENA OP PAASMORGEN

 

Toen al de anderen waren weggegaan

– Ik zag ze bij de tuinmuur in de verte 
nog redetwisten en verwoed gebaren,
Petrus voorop de stofwolk die de weg wees –

scheen het stiller dan ooit.
 
En ik besefte opeens dat ik alleen was
en de angst om de geboorte van de bleke dag
te storen had de krekels zelfs bevangen
zo stil en weifelend rees het licht,
dat bomen grijparmen werden, bloemen valse ogen,
en ik moet zelf een smalle kaars geweest zijn,
daar in de dunne mist, bij het lege graf.
 
En de twee mannen die in witte kleden
plotseling  voor mij stonden schenen beelden
uit een oud geheimzinnig speelliedje
en maakten mij weer tot een kind. En juist
als in dat spel van vroeger hield ik bei
mijn handen tegen mijn gezicht gedrukt
en schreide, wat ik vroeger had gezongen:
Waar hebben ze mijn meester neergelegd?
 
Ik was een schreiend kind, ik moest maar weggaan
voordat ze zouden lachen om mijn dwaasheid;
ik moest maar weggaan, net als al de anderen,
weg uit de spooktuin, weg uit het valse licht,
als al de anderen. En ik keerde me om
en veegde met mijn mouw mijn tranen weg,
toen ik de tuinman zag. 
 
Hij stond er zo gerust en groot. 
En ’t was of al de bloemen
nu opeens bloemen werden en de bomen
hun groen herkregen, toen hij naar mij keek,
en of ik niet alleen meer was, en of
het graf achter mijn rug niet meer bestond,
niet meer als leegte, als holle angst, en of
een leeuwerik opschoot in zijn stem: Maria!
 
Ik heb het al zo vaak verteld, Johannes,
maar steeds als jij mij met Pasen aanziet is het
alsof ik hem mijn naam weer hoor zeggen,
misschien omdat jij op hem lijkt misschien,
omdat het licht van deze dag jouw kleed zo wit
maakt als het zijne op die ochtend.
 
Maar nee, dat is het niet 
het is omdat het brood dat jij nu in je handen hebt
en mij te eten geeft zijn lichaam is.
Zijn leven, en daarom hoor ik hem vandaag
en meer en ik wil je zeggen dat vandaag
zijn liefde pas geopenbaard wordt,
want je weet, Johannes, dat hij die ochtend in de tuin zei:
houdt me niet vast.
 
En zie nu komt hij zelf, nu komt hij zelf 
om mij weer naar zich toe te trekken,
vast te houden, vast te houden. O, ik weet het wel,
ik kan niet zeggen wat ik zeggen wil vandaag,
maar ‘k ben een kaars die van zijn glorie brandt en
ik ben zo gelukkig want zijn leven is mijn leven.
En dit witte brood, o deze liefde is sterker dan de dood.

 

Michel van der Plas

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 09:55 Reageer op dit bericht

PASEN

PASEN ERVAREN

Enkele overwegingen over

- De noodzaak om ‘Pasen’ te ervaren: mensen hebben, diep in hun binnenste, nood aan een onaantastbaar fundament om in een grondhouding van hoop, door het leven te  kunnen gaan. Dorothee Sölle is er in geslaagd dit op een enige wijze onder woorden te brengen in haar onvolprezen boek: ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’, een titel, die ontleend is aan het boek ‘Spreuken.

- Hoe kleine, schijnbaar onbenullige ervaringen, een diepe inhoud kunnen openbaren, voor wie met open oog en oor ontvankelijk in het leven staat … en observeert … en dieper denkt. De zo begaafde dichteres en Bijbelkenner Ida Gerhardt heeft vanuit deze ingesteldheid die ‘werkelijkheid achter de werkelijkheid’ gevoeld en doorgegeven.

 

‘Ik kan u geen leven zonder leed of pijn beloven.

Ik kan ook niet beloven

dat alles gauw veel beter zal gaan.

Ik kan niet beloven dat binnenkort

honger en onrecht en oorlog verdwenen zullen zijn.

Ik geloof ook niet dat ik het zelf nog beleven zal.

 

Maar daarom heb ik broeders en zusters nodig,

ik heb troost nodig,

want dat alles is een groot verdriet.

Ik heb die traditie van zoveel eeuwen nodig,

die christelijke traditie,

die terugkijkt naar de Joden en naar Jezus

want die vertelt verhalen

die over bevrijding en over leven gaan.

 

Het is van groot belang dat je mag geloven,

dat een blinde al eens ziende is geworden,

of dat een verlamde al eens is gaan dansen,

en zeker dat een heel volk ooit eens

van die gulzige vleespotten van Egypte is weggetrokken,

dit Egypte achter zich heeft gelaten.

 

Zulke verhalen herhalen en blijven herhalen,

is voor mij de betekenis van de christelijke traditie.

Ik denk almaar terug aan wat ooit gebeurd is

met het oog op mijn toekomst,

én met het oog op de toekomst van ons allen.

 

Ik heb die hoop nodig,

die groeit uit een terugblik op dit verleden:

Er is al eens iemand uit de doden opgestaan.’

                            

(vrije bewerking van een tekst van Dorothee Sölle)

 

PASEN

 

Een diep verdriet dat ons is aangedaan

kan soms, na bittere tranen, onverwacht

gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,

op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.

 

Waar onderdijks een stukje moestuin lag

met boerse rijtjes primula verfraaid,

zag ik, zondags getooid, een kindje staan.

Het wees en wees en keek mij stralend aan.

 

De maartse regen had het' s nachts gedaan:

daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

                            

Ida Gerhardt

 

En dan is er nog dit:

PASEN 

In het doodspunt van de tijd,
in de donkerste der nachten,
dieptepunt van antimachten,
grondverloren elk verwachten,
werd het Pasen, nieuwe tijd,
nieuwe toekomst, wonderwijd.

                    

In dit morgenlijk begin,
in dit heden van Gods dromen
– leven aan de dood ontkomen –
ingeplant en opgenomen,
gaan wij vol verwondering,
nieuwe mens, de toekomst in.

                      

Inge Lievaart

 

ZALIG PASEN



2027688-86fc2f891a1fdfda99d1c32bfa3eabdd.JPG

2027688-ad9206da8964a9df2328581d4b0efba7.jpg
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 11:14 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

DERTIENDE STATIE

JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN

 

Toen ze alles hadden voltrokken

wat over Hem geschreven staat,

namen ze Hem af van het kruishout.

(Handelingen, 13,29)

 

Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen

om het gelijkvormig te maken

aan zijn verheerlijkt lichaam.

(Filippenzerbrief, 3,21)

 

DE HEER JEZUS

in zijn gemarteld gebroken lichaam

wordt Hij van het kruis afgenomen.

De menigte is weg.

Bij de dood houdt alle vertoning op.

De vrienden zijn gebleven

of schuchter beschaamd uit hun schuilplaatsen gekomen.

Zij helpen. Hun handen zijn zachter dan ooit eerder,

en trager.

Zij willen nog niet denken nu.

Hun herinnering zit vol

aanwijzingen en woorden en voorspellingen

die geen rekening houden met dood en einde en voorbij.

Geloof is vergezicht

op de nieuwe aarde, op de nieuwe hemel.

 

HEER JEZUS,

enige ogenblikken hebt Gij weerloos wegend

gelegen in de macht van vriendenhanden,

op de schoot gestrekt van de Moeder

die Uw eerste liefste gelovige was.

Alles zal herbeginnen.

Niets is uit, niets is vergeefs.

Uw kruisweg werd thuisweg.

Het geledigde kruis blijft Uw troon,

het hout wordt verheerlijkt,

alle lijden heeft een bestemming.

Door U.

 

VEERTIENDE STATIE

JEZUS WORDT BEGRAVEN

 

De inwoners van de stad antwoordden:

Het is het graf van de man Gods

die uit Judea gekomen was.

(2 Koningen, 23,17)

 

De laatste vijand die onttroond wordt is de dood.

(Romeinerbrief. 15,26)

 

DE HEER JEZUS

wordt neergelegd in een nieuw graf

dat voor een ander was gereedgemaakt.

Voor Hem is alles nu voorlopig,

de windselen en de lijkwade,

de balsem en het aroma van kruiden,

de barmhartige bezorgdheid.

Even voorlopig en zelfs nutteloos

zijn sluitsteen en rotsmuur.

de zekerheid van de zegels

het kohort van de koele wachters.

en de anonieme nacht.

Het zaad in de aarde,

de korrel in de voor,

de zon achter de kim.

Alles is belofte.

 

HEER JEZUS,

Gij ligt in het graf van een vriend

als een dode, gebed en gebalsemd.

Voor drie dagen maar,

hebt Gij gezegd.

Dan wandelt Gij in de tuin

in het heilig licht van de morgen,

weer zichtbaar verheerlijkt onzichtbaar.

De laatste vijand, de dood,

voor altijd en altijd overwonnen.

Passie wordt Pasen wordt paradijs.

Wij leven U achterna.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2027465-f1a752cbf8a1477a4149bca779848064.JPG

2027465-0c9a17c625649b6bddd81fc95ea7aa84.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Omer om 13:40 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

ELFDE STATIE

JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD

 

Jezus ... aan wie gij u vergrepen hebt

door Hem aan het kruis te slaan.

(Handelingen, 5,30)

 

Met Christus ben ik gekruisigd,

en toch leef ik.

(Galatenbrief, 2,20)

 

DE HEER JEZUS

wordt geheel gelijk aan het kruis

dat Hij droeg en dat Hem thans zal dragen:

de rechte stam van het lichaam

(van gemarteld hoofd tot verscheurde voetzool)

en het dwarshout van de doorspijkerde armen en handen.

De Man die al goeddoende

– prekend genezend zegenend –

door zijn land liep

wordt voor altijd de Gekruisigde.

Vier nagels rechtop

in de wig van de wonden.

 

HEER JEZUS,

vanop het kruis bemoedigt Gij en vertroost,

verzoent Gij en verenigt.

Naast U staat de Moeder, naast U sterft verlost

de moordenaar.

Metterdààd herhaalt Gij uw zaligsprekingen

voor geringen en zachtmoedigen,

rechtvaardigen en zuiveren,

barmhartigen en vredesgezinden,

treurenden en vervolgden.

Aan hén belooft Gij troost, opbeuring,

bijstand en bescherming –

het Land en het Koninkrijk.

 

TWAALFDE STATIE

JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

 

Daar zult gij sterven op de berg die gij beklimt.

(Deuteronomium, 32,50)

 

Ik zal niet sterven, ik zal leven

en verhalen hoe Jahwe handelt

(Psalmen, 118, 17)

 

DE HEER JEZUS

sterft aan het kruis,

door ons, voor ons.

De aarde – zo bericht ons de Schrift –

werd door duisternis overvallen en beefde,

de tempelvoorhang scheurde doormidden

en de doden wandelden uit hun graven te voorschijn.

Johannes schrijft in het boek van Openbaring

dat het stil werd in de hemel, een half uur lang.

Alles wat voorlopig was is voorbij.

De waarachtige geschiedenis van de mensen begint.

Gelijk in de hemel

alzo ook op de aarde.

 

HEER JEZUS,

Gij zijt voor ons gestorven.

Gij zijt voor ons gestorven:

vijf korte woorden zijn het,

die tegelijk vreselijk zijn, én vol troost.

Wij zijn verlosten, nooit meer alleen,

nooit meer vergeten of verweesd.

Want Gij leeft, en wij zullen leven.

De dood is niet meer, géén verdriet duurt,

alle tranen gedroogd.

Wij verdwijnen niet, wij komen thuis.

Bij de Zoon, bij de Vader.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2027051-dc0e42b66ea63c19e755b2b2ce6ee420.JPG

2027051-512a6353c09f541f994822c31c412d05.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:55 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

NEGENDE STATIE

JEZUS VALT VOOR DE DERDE KEER

 

Ik denk: als ze maar niet om mij lachen,

en triomferen als mijn voet struikelt;

haast verlies ik de grond waar ik sta.

(Psalmen, 38, 17-18)

 

Zijn engelen zullen U op de handen nemen,

opdat ge uw voet niet zult stoten aan een steen.

(Lukas, 4,11)

 

DE HEER JEZUS,

valt voor de derde keer, en ligt.

Men geraakt het gewoon,

het is gewoon niet meer de moeite

van het opdringen waard.

Soldaten, tegenstanders en hogepriesters

achterin achteraan in de massa

gnuiven van zelfverzekerdheid:

Hij kan niets méér dan wij,

wij hoeven géén vrees te hebben voor

een plotselinge manifestatie

van macht en mirakel,

niet voor Zijn meesterschap over het lichaam,

niet voor Zijn bevelende stem tot de stof.

 

HEER JEZUS,

driemaal begeeft Gij, driemaal staat Gij weer recht.

Gij wankelt verder tussen het volk dat gaapt

en niet begrijpt.

Gij hebt in deze stad over gespreide mantels gelopen,

over palmtakken en lovertwijgen,

Gij werdt gedragen op verende schouders

in een wolk van sympatie.

Nu gevoelt Gij de harde grond,

het harde kruishout

en de mensen – een hard geslacht.

En tweeduizend jaar later, wij

U méér nabij?

 

TIENDE STATIE

JEZUS WORDT ONTKLEED

 

Zij verdelen samen mijn kleren:

er wordt om mijn mantel geloot.

(Psalmen, 22, 19)

 

Is niet het lichaam méér dan de kleding?

(Matheus, 6,25)

 

DE HEER JEZUS

wordt van zijn kleren beroofd.

Hij wordt de schamelste van allen,

ontluisterd en te kijk gesteld.

Het lichaam van de volwassen man

ontoonbaar, nog enkel raadbaar,

verdwenen onder sluiers van bloed.

Onheelbaar geschonden.

Zie de Mens,

zoals de mensen Hem gemaakt hebben.

Weerloos overgeleverd aan de wereld.

Het Lam dat voor zijn scheerder stom blijft.

 

HEER JEZUS,

in dat bitterste uur

hebt Gij U willen vereenzelvigen

met alle hulpelozen

die overgeleverd zijn aan de grillen en begeerten,

aan de hartstocht en de harteloosheid

van anderen.

In alle komende eeuwen.

Tot in onze tijd.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2026739-9acf928a602580321bb776a289aea693.JPG

2026739-57973ccb4dd5ed4c08947b6ee25f0cfb.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 08:40 Reageer op dit bericht

EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

ZEVENDE STATIE

JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE KEER

 

Dan struikelen de helpers

en vallen die geholpen worden.

(Jesaja, 31,3)

 

Heer, ontferm gij u, richt mij op.

(Psalmen, 41, 11)

 

DE HEER JEZUS

valt andermaal.

Wat weegt Hem het zwaarst:

de vermoeidheid of het onbegrip en de onverschilligheid?

de pijn van het lichaam of het eelt van de ziel?

En toch gaat Hij voor hen de zwaarste weg

tot het einde toe.

Met vallen en opstaan.

Klein worden, tot de vernedering en de vernietiging toe.

Oordeel, voorbeeld.

Voor allen die op Hem neerkijken

en voor de nog onzichtbaren

in de toekomst.

 

HEER JEZUS,

Gij kent onze zwakheid en onze trots,

onze bezorgdheid om de schone schijn te bewaren,

onze angst om niet goed voor de dag te komen.

Gij laat ons kiezen.

Voor de waan van de wereld

of voor U.

Voor U.

 

ACHTSTE STATIE

JEZUS ONTMOET DE WENENDE VROUWEN

 

Laat mij daarom weeklagen en kermen,

barrevoets lopen en naakt,

laat mij huilen als de jakhals

en kermen als de uil oehoe.

(Micha, 1,8)

 

Dochters van Jerusalem,

ween niet over Mij,

maar ween over uzelf en over uw kinderen.

(Lukas, 23,28)

 

DE HEER JEZUS

spreekt hen aan als

Dochters van Jerusalem,

kinderen van zijn stad.

Wie zijn zij?

Is de vrouw van de Honderdman onder hen?

De echtgenote van Jaïrus?

De zieke die de zoom van Zijn mantel greep

en genezen werd van de kwaal waaraan zij zo lang al leed?

En Petrus' schoonmoeder die door Hem werd aangeraakt

en opstond uit haar koorts?

En het meisje van twaalf jaar dat Hij uit de dood terugriep?

Zij tonen hun medelijden en hun verdriet.

Zij zijn de zachte kern in een harde verharde massa.

 

HEER JEZUS,

Dochters van Jerusalem,

hebt Gij hen genoemd,

de schreiende vrouwen

die met haar tranen getuigen.

Gij zendt hen vriendelijk terug

naar haar huis en kinderen,

naar haar werk en toekomst,

naar de dag van morgen

die ànders zal zijn nà deze bejegening.

 

Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

Foto’s: Kerk Waarschoot



2026430-7d30fc34fead9f1ac3dda8174994cbec.JPG

2026430-96f90e110ce3f53e13d9b0c6a2e3fff8.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Omer om 07:50 Reageer op dit bericht

Meer van Doorheen de dagen

↑ Terug naar de berichten