SÜSKIND

Süskind 2012
Aanvankelijk werkte Süskind in Keulen als vertegenwoordiger levensmiddelen voor een margarinefabriek. Vanaf 25 maart 1938 woonde hij in de Burg. Mathonstraat 7 te bergen op Zoom. Vanaf 19 maart 1942 woonde hij met zijn vrouw Johanna Süskind-Natt en zijn op 28 maart 1939 geboren dochter Yvonne aan de Nieuwe Prinsengracht 51 huis te Amsterdam met het oogmerk naar de Verenigde Staten te emigreren. Hij raakte tijdens de oorlog betrokken bij het laten onderduiken van kinderen via de crèche op de Plantage Middenlaan in Amsterdam.
Süskind werkte, nadat hij zijn baan als metaaldraaier in een machinefabriek moest opgeven, voor de Joodse Raad als chef bagage & ordedienst. Hij was beheerder van de Hollandse Schouwburg, waar Amsterdamse Joden zich moesten melden voorafgaand aan hun deportatie naar Kamp Westerbork. In die functie kon hij de gegevens van vooral kinderen manipuleren. Ook door zijn goede relatie met de Duitse autoriteiten kwam hem goed van pas bij zijn activiteiten om kinderen te helpen ontsnappen. Süskind had met de in Amsterdam werkzame SS-officier Ferdinand aus der Fünten op school gezeten en kon dat gebruiken, zodat Aus der Fünten niet doorkreeg dat er bedrog in het spel was.
Tegenover de Hollandsche Schouwburg op de Plantage Middenlaan 38 bevond zich een créche. De Joodse directrice daarvan, Henriette Rodriques Pimentel, zette met Süskind en de Amsterdamse econoom Felix Halverstad (ook werkzaam in de schouwburg) een systeem op om Joodse kinderen via de crèche te laten onderduiken. Baby's brachten zij en helpers achterom door de tuin naar de Hervormde Kweekschool, twee huizen verder. Hierbij kregen zij de hulp van de directeur van de kweekschool, Johan van Hulst. Vanaf daar gingen ze in een rugzak, wasmand of boodschappentas naar buiten. Süskind en Halverstad zorgden ervoor dat kinderen niet werden ingeschreven of verwijderden hun namen uit de administratie van de schouwburg. De kinderen gingen dan per tram en trein naar Limburg en Friesland, vaak met hulp van het Utrechts Kindercomité van Piet meerburg en van de NV, een onderduikorganisatie die in Limburg vele adressen wist te organiseren. Mede dankzij Walter Süskind konden ongeveer 600 kinderen worden gered.
Op 15 december 1943 moest Walter Süskind met zijn vrouw en dochtertje naar Kamp Westrerbork. Door zijn goede relaties met de SS-leiding van de Hollandse Schouwburg mocht hij weer naar Amsterdam, maar hij ging uiteindelijk weer terug naar zijn gezin in Westerbork. Hij wilde daar ook mensen laten ontsnappen, wat niet lukte. Zijn vrouw en dochter werden in oktober 1944 vermoord in Auschwitz. Zelf stierf hij tijdens één van de dodenmarsen op 28 februari 1945 op een niet bekende plek in Midden-Europa.


























