Weer op weg
Maandag 30 januari : Het is koud en ik heb een “rimpeldag”. Bovendien ligt het land plat volgens de vakbond. Het ideale moment om mijn thermisch ondergoed en mijn nieuwe flies (maatje XXL, want de gewone maten waren al lang weg in de solden) eens te testen.
Het is al 11 uur als ik de baan opga. Drappy, de rugzak, zit vol met 8 tripels van Tongerlo, en ook veel Fristi . Voor ’t zekerst heb ik mijn aftrekker thuisgelaten, want je weet maar nooit… Mijn mok, fré, heb ik gevuld met wat warme koffie, en verder sleur ik mijn slaapzak en mijn matraske ook al mee om extra gewicht en volume te hebben.
Drappy weegt goed door als ik hem met 1 hand opneem, dat is nog wat wennen.
Na 3 km kom ik in de dorpskern van Kemzeke. Daar loopt aan de overkant van de straat een oude man langzaam in mijn richting met zijn rolator ( hulpmiddel bij het stappen). Ik ben hem al half voorbijgelopen als ie zegt: “Ge gaat precies nog ver stappen?” Ik voel me verplicht om hem het een en ander te verduidelijken en steek de straat over. Al vlug ontstaat er een gesprek over van alles en nog wat. We hadden het over het wereldkampioenschap cyclocross van de dag ervoor. Hij beschrijft, met zijn zelf gerold cigaretje in zijn linker mondhoek , het hele koersverloop. Dan volgt er commentaar op de prestaties van elke atleet apart. En zo belanden we naadloos in het verleden: mijn nieuwe oude vriend heeft heel veel oude kerken van binnen en van buiten gezien. Hij werkte namelijk op de dienst monumentenzorg. Naast kerken zat hij ook veel in gevangenissen (om te werken). Een kwartier later en heel wat anekdotes verder neem ik afscheid en vervolg mijn wandeling.
Ik ontdek wat verder dat mijn mok niet waterdicht is en dat de inhoud niet warm blijft, da’s een tegenvallerke. Gelukkig zat er geen bier in…
mark




