gedicht


Een gedicht
Zalig zij die me aanvaarden ook al ben
ik dan bejaard.
Die me in mijn daag"lijks leven zorg en
ongemak bespaar.
Zalig zij die beseffen dat ik ze niet zo
goed versta.
En die het gewoon negeren als ik een
stommiteit bega,
Zalig zij die niet gaan schelden als ik
het tafel kleed verschroei
En die de andere kant uit kijken als ik
met mijn koffie knoei.
Zalig zij die niet steeds zeuren: opa
loop een beetje recht,
Me niet voor de voeten gooien:hebt u
dit al niet gezegd?
Zalig zij die me vergeven als ik hun
naam niet meer ken.
Die me heel goed laten merken dat ik
nog onmisbaar ben.
Zalig zij die willen helpen als het
misgaat met mijn werk.
Die me gaarne vergezellen om te bid-
den in de kerk.
Zalig zij die voor mij zorgen ook al
duurt het jaren lang.
Me vertroetelen en troosten als ik
eenzaam ben of bang
Zalig zij die van mij houden ook al
ben ik hun tot last.
En die bij me blijven ook als het
hen eens ooit niet past
Zalig zij die met mij samen nog eens
terug gaan in de tijd.
En die met me blijven praten, al ben
ik de draad eens kwijt.
Zalig zij die me als mens zien met mijn
vreugde en mijn pijn.
Die me heel goed laten voelen dat ik
niet eenzaam hoef te zijn.
Een oudere heer liet me bovenstaand gedicht
lezen, ik vond er tal van inspirerende gedach-
te in die ik graag met u wou delen.




















