Dichten

Voor jou
Dichten
Voor jou
Vlooien
Dolfijnhart
WERELDDIERENDAG

Dat hoor er ook bij
Nog
Een prettige Dinsdag en tot gauw weer
Pijn

Een wonder
Te lang gewacht.
Aan mijn
Allerliefste schatten van kinderen
Voor de Allerliefste
Schat ter wereld (Medic)
De eeuwige sleutel
Behoord jou toe Medic
Diep in mijn hart
Zit jij voor eeuwige
Zomaar even uit mijn gevoel voor jou Medic
Voor Medic
Forever in Love
Voor altijd bijèèn
Vol Liefde
Betty Boop
Dierbaar Leven
wee de dodende mensheid
Even stilstaan

Ik sta nu even stil in gedachten
bij de ouders van Bartje
die in oostende vermoord is
om een sigaret,wij zijn zelfs
tot bij zijn moordplaats geweest.
echt ik kon het niet meer aan en
lied de tranen op ze beloop.
waarom toch vraag me af.
Ik ben al zo tegen geweld
en toch hedendaags
gebeurd nog zoiets.
WAAR GAAN WE NAARTOE!!!
De jan toch?

Jantje lust zo graag koude patatjes met mayonaise ...
Op een dag mag hij met zijn ouders mee naar een groot trouwfeest
waar het eten in buffetvorm wordt opgediend.
Toevallig is zijn lievelingsgerecht er ook bij ... patatjes met mayonaise.
Door een speelse houding (hoe zijn kinderen) stoot hij zijn bord van tafel.
Jantje kruipt vlug onder de tafel en begint de gevallen patatjes op te rapen.
Plots ziet hij een dame zitten, zonder slip, met haar
benen gespreid .
"Oei !", denkt Jantje, "Daar zit precies een hamsterke, en het steekt zijn tong uit. Dat diertje heeft zeker honger ?"
Op het ogenblik dat Jantje een patatje naar het hamstertje toesteekt,laat de vrouw een dikke scheet ...
"Sssssttt !", zegt Jantje, "Ge moet niet blazen ... het zijn koude patatjes!"
Mop van de dag

Er is een getrouwd stel waarvan de man gek is op Brigitte Bardot.
De dag voordat ze 25 jaar getrouwd zijn laat ze op beide delen van haar kont een grote B zetten. Dus de volgende dag gaan ze hun trouwdag in bed vieren en zegt de vrouw vlak voordat ze beginnen: "Kijk eens schat, ik heb extra voor jou een naam op mijn kont laten tatoeëren, weet je wie 't is?"
Zegt de man: "BoB, wie is BoB???"
Bloemkool
Weeuwenteelt is een oude term voor een vroeger algemeen gangbare manier om in de lente primeurgroenten te kunnen oogsten. Jaren terug was er minder gelegenheid om ’s winters in een verwarmde ruimte te zaaien. Er werd voor de winter gezaaid, om nog voor het putje van de winter bijna uitgegroeid plantmateriaal te bekomen. Zo werd er kropsla, selder en bloemkool en soms ook sluitkool als weeuwenteelt uitgevoerd. Het zaaitijdstip van deze verschillende weeuwenteelten verschilt echter. De weeuwenteelt van selder wordt al in augustus gezaaid, de weeuwenteelt van sla pas eind oktober en de weeuwenteelt van bloemkool eind september en oktober. Dit heeft vooral te maken met de kiem- en groeisnelheid van deze verschillende groenten.
De laatste twee dagen van september en begin oktober worden de eerste weeuwenbloemkolen gezaaid. Dit zijn de hele vroege zaaiingen. Om de vroegheid nog beter te maken moeten deze overwinterd worden in stenen bloempotten van dertien centimeter. Uit proeven, jaren na elkaar uitgevoerd door het proefstation te St.-Katelijne Waver, blijkt dat de planten opgekweekt in stenen bloempotten steeds het vroegst in productie gaan. Latere weeuwenteelten worden van tien tot twintig oktober gezaaid. Deze planten kunnen overwinterd worden in plastieken potten van 10 cm. Eind oktober kan ook nog gezaaid worden en dan overwinterd in grote perspotten of bloempotjes
Als kan overwinterd worden in een goed lichtdoorlatende en nieuwe kas zal wat later gezaaid worden. Moeten de planten de winter door in een donkerder serre, die minder afgesloten is dan zal er vroeger moeten gezaaid worden.
Alleen rassen die in de catalogussen expliciet vermeld staan als 'geschikt voor de weeuwenteelt' komen voor deze teeltwijze in aanmerking. Verder is er veel onderling verschil in vroegheid tussen al deze rassen. Terwijl het vroeger vooral telerselecties waren die uitgezaaid werden bij de weeuwenteelt, zijn er nu ook heel goede hybridenrassen beschikbaar gekomen. Het vernieuwde rassenaanbod van de weeuwenteelt is zeer divers en zit verspreid over diverse zaadhuizen.
Er wordt ruim gezaaid in de vollegrond van de kas zodat de plantjes voldoende ruimte hebben vooraleer ze begin november verspeend worden in grote bloempotten. Sommige tuinders zaaien in zaaikistjes en verspenen in kleine perspotjes. Deze worden op hun beurt dan overgezet in bloempotten.
Bij het inpotten kan een grondmengsel van groentepotgrond en tuingrond gebruikt worden om een tragere maar sterkere groei te bekomen. Nadeel is dat er onkruid en schimmels in deze grond kunnen aanwezig zijn. Wordt er opgekweekt in potgrond alleen, dan zal de plant vlugger groeien, met eventueel een te vlokke groei tot gevolg.
De stielkennis bij de weeuwenteelt bestaat er vooral in om op een goede manier te overwinteren. De ene winter is de andere niet, zodat soms het gevaar dreigt van te grote en zwakke planten. Zachte en donkere winters zijn, ondanks het feit dat er niet moet gestookt worden, voor de overwintering niet ideaal. Tijdens deze zachte winterperiodes moet de serre (kas) zoveel mogelijk verlucht worden. Zo blijft de temperatuur laag en blijven de bladeren droog. Het gevaar van de valse meeldauwschimmel is in deze periode immers niet denkbeeldig. De plantjes krijgen dan ook heel weinig water om te vlokke groei te vermijden. Het is de bedoeling, door koel en niet te nat te telen, een stevige plant te bekomen. Te ver laten uitdrogen waardoor een groeistilstand optreedt is natuurlijk ook verkeerd. De planten mogen niet doorwortelen vanuit de pot in de grond, want dan gaan alle remmen los en kan de groei niet meer bijgestuurd worden.
Bij vriesweer dreigt niet zozeer het rechtstreeks bevriezen van het plantmateriaal, maar wel de uitdroging. Wordt een vorstperiode verwacht (dit betekent dat het ook binnen in de kas, langere tijd gaat vriezen) dan moet gezorgd worden voor een vochtige potkluit. Veel tuinders zullen net vorstvrij overwinteren, maar soms laat men ook vorst toe in de kas. De planten zullen dan ook niet vervriezen, maar bij continue vorst in de kas kan afdekking met vliesdoek overwogen worden. Vergeet niet om dit doek onmiddellijk weg te nemen als het wat warmer wordt, zoniet ontstaat er een potentiële bron van schimmels.

Bij de weeuwenteelt is de zelfdekbaarheid niet zo goed en vereist het manueel afdekken nog steeds alle aandacht. Alleen op die manier bekomt u een hagelwitte bloemkool.
Als er genoeg blad is kunt u ook deze manier van afdekken eens uitproberen, deze foto werd genomen in Polen. Men bindt er de bladeren toe met twee buitenbladeren. U kunt ook een elastiek gebruiken om de bladeren rond de kool toe te binden.
Het tijdstip waarop de planten buitenkomen wordt bepaald door enerzijds de weersomstandigheden en anderzijds de plantgrootte. Planten opgekweekt in grote potten kan men makkelijker bijhouden als de weersomstandigheden slecht zijn dan plantjes in kleine plastiekpot of in perspot opgekweekt. Zijn de planten nog te klein, wacht dan nog even met uiplanten. In deze periode van het jaar is het belangrijk voldoende bladmassa te hebben bij het naar buiten brengen.
Bij mooi weer en voldoende opgedroogde grond gaan de planten soms eind februari de grond in. Maar meestal zal er geplant worden de eerste twee weken van maart. Plant voldoende diep (bovenkant grond iets onder het hart van de plant) zodat de planten bij een felle voorjaarswind niet afdraaien. De plantafstand hoeft voor deze teelt niet al te ruim te zijn. Tussen de rijen 60 cm en in de rijen 40 cm is een goede plantafstand. De laatste jaren wordt de pas uitgeplante weeuwenteelt nog eens afgedekt met agryldoek Soms de helft van het perceel, om teeltspreiding te bekomen. Afdekken leidt niet alleen tot een kleine vervroeging, maar vooral tot meer bladmassa, wat uiteindelijk leidt tot een grotere kool.
spinazie
Spinazie kan al zeer vroeg op het jaar gezaaid worden. Vanaf juni tot half augustus lukt spinazie telen minder goed. Dan zijn de snelle bloemvorming en de droogte spelbrekers. Na het warmste seizoen is er nog een herfstteelt mogelijk, evenals een overwinteringsteelt. Of een ras geschikt is voor de gekozen teeltperiode hangt nauw samen met de groeiduur van het ras De normale voorjaarsteelt die vanaf maart kan gezaaid worden is de makkelijkste en meest aangewezen teelt. Matig snel groeiende rassen zijn in die periode het meest aangewezen. De teeltwijze bepaalt hoe dicht gezaaid wordt. In Nederland is dat snijspinazie, in Vlaanderen plukspinazie
Spinazie behoort tot de familie van de ganzevoetachtigen of Chenopodiaceae. Tot dezelfde familie behoren de rode bietjes, zuring en de snijbiet of warmoes. De soortnaam is Spinacia oleracea. Spinazie is een éénjarig gewas. Het vormt bladeren én bloemen in één groeiseizoen. De bloemvorming speelt ons vooral parten als we spinazie willen telen in het late voorjaar of de zomer.
Van oudsher wordt er een onderscheid gemaakt tussen scherpzadige en rondzadige rassen. Gezien de opkomst van de hybriderassen is dit onderscheid aan het vervagen. Als je catalogussen inkijkt worden rassen meer en meer ingedeeld volgens de groeiduur. Zo blijft het onderscheid bestaan tussen trage en snelle groeiers, want daar gaat het uiteindelijk om bij spinazie.
| |
| foto : scherp zaad bij spinazie heeft twee scherpe uitsteeksels. |
Scherpzadige rassen of snelle groeiers zijn heel geschikt voor de vroege teelt. Deze vroege rassen worden beter niet geteeld later op het seizoen. Door hun snelle groei wordt er dan onmiddellijk een bloemstengel gevormd. De bladvorming is dan heel matig. De rassen zijn te herkennen aan de scherpe stekels op het zaad. De bladeren van deze rassen zijn smal, spits en opgericht. Standaardrassen van deze groep waren Eerste oogst en Breedblad scherpzaad.
Rondzadige rassen groeien trager en zijn geschikt voor zaai vanaf maart. Ze hebben minder neiging tot opschieten. Het zaad is rond en glad, ook de bladpunten zijn meer afgerond. De groei is niet opgericht, maar rozetvormig. De rondzadige rassen kunnen sterk verschillen wat betreft groeisnelheid. Hoe later je zaait des te meer traaggroeiende rassen aangewezen zijn.
De Teeltperiodes
Spinazie kan al zeer vroeg in het jaar gezaaid worden. Vanaf juni tot half augustus lukt spinazie telen minder goed. Maar na de warmste zaaiperiode is er nog een herfstteelt mogelijk, evenals een overwinteringsteelt. Of een ras geschikt is voor de gekozen teeltperiode hangt nauw samen met de groeiduur van het ras De normale voorjaarsteelt die vanaf maart kan gezaaid worden is de makkelijkste en meest aangewezen teelt. Matig snel groeiende rassen zijn in die periode het meest aangewezen.
De zeer vroege teelt wordt, indien de omstandigheden gunstig zijn, al eind december gezaaid. Of je kan het meest geschikte moment uitkiezen tijdens de maand januari of februari. Als de grond te nat is of tijdens vorstperiodes kan er niet gezaaid worden. Deze teelt is enkel weggelegd voor diegenen die beschikken over een lichte, goed doorlaatbare grond die ook in de winter niet te nat wordt. Je kan voor deze teelt het standaardras Breedblad scherpzaad gebruiken. Bij een zachte winter kan de oogst reeds in maart beginnen. Het kan ook duren tot begin april vooraleer er kan geplukt worden.
Bij een vroege teelt worden de zaden heel dicht bij elkaar gelegd.
Bij de voorjaarsteelt, voor de zaai vanaf maart tot begin mei, gebruik je de vroegste rondzadige rassen. De Viroflay- en Resistoflaytypes waren de rassen die vroeger veel gebruikt werden voor deze teelt. Ook hier zijn geschikte hybriden ontwikkeld die deze types vevangen.
De zomerteelt is mogelijk, maar eigenlijk niet aan te raden om tijdens de zomer spinazie te telen. Spinazie is nu eenmaal een groente die houdt van koele temperaturen De zaaiperiode van deze teelt is mei tot eind juli. Je moet dan kiezen voor de traagst groeiende rassen met de hoogste schietresistentie. En toch zal het bij warm zomerweer nog moeilijk zijn om goede spinazie te oogsten. Daarom wordt voor deze periode aangeraden de spinazie te vervangen door de Nieuw-Zeelandse Spinazie.
De herfstteelt kan begonnen worden vanaf de late zomer kan er opnieuw met succes spinazie geteeld worden. Wordt gezaaid in augustus en geoogst op het einde van oktober tot november. Hier gebruiken we zowat dezelfde rassen als in de voorjaarsteelt. De hoge luchtvochtigheid en de relatief hoge nachttemperaturen die in de herfst voorkomen maken dat de gevoeligheid voor Wolf (valse meeldauw bij spinazie) hoog is. Kies de meest recente F1-hybriderassen met zoveel mogelijk resistenties.
Bij de winterteelt is het meest gekende ras "Winterreuzen". Deze teeltvorm maakt het mogelijk spinazie te zaaien voor de winter om al heel vroeg in het voorjaar te oogsten. Soms is dit al in februari indien we een zachte winter kenden.
Om zo weinig mogelijk invloed te hebben van de vorst is het nodig om voor de winter al een goed ontwikkeld gewas te hebben, dit maakt dat de beste zaaidatum 15 september is.
Als je later zaait (ten laatste half oktober) zal het resultaat afhangen van hoe vroeg de eerste winterprik eraan komt, want dan valt de groei stil. Wegens meer kans op uitval gebruiken we voor de winterteelt opnieuw wat meer zaad.
Teelt onder koud glas of plastiek
Zaai in oktober en vanaf december in de kas of plastiektunnel om de oogstdatum opmerkelijk te vervroegen. Hoeft niet verwarmd te worden. Alhoewel spinazie bijna altijd ter plaatse gezaaid wordt, kunt u voor deze kasteelt ook eens proberen voor te telen in (pers)potjes. Zo vermijdt u een minder goede opkomst. Leg een tweetal zaadjes per perspot.
![]() |
![]() |
| Snijspinazie (links) en Plukspinazie (rechts). Het verschil zit hem in de zaaidichtheid. | |
Het zaaien
In Nederland teelt men traditioneel snijspinazie. Tuinders in Vlaanderen telen veelal plukspinazie. De naam verraadt al het verschil tussen deze teeltwijzen. Bij plukspinazie wenst men grote bladeren te telen die één voor één geplukt worden. Snijspinazie wordt een drietal cm boven de grond volledig afgesneden. De blaadjes van snijspinazie zijn veel kleiner
Plukspinazie wordt zo'n 1 à 2 cm diep gezaaid, met een afstand tussen de rijen van 20 cm (enkel bij de zeer vroege teelt 10 centimeter). De zaaiafstand bedraagt zo'n 2,5 cm, waarna er gedund wordt op 5cm voor de zeer vroege teelt en de winterteelt en op 10 cm voor de andere teelten.
Snijspinazie wordt gezaaid in rijen met een onderlinge afstand van 15 cm. De afstand tussen de zaden bedraagt één centimeter. Er wordt achteraf niet gedund
![]() |
| De kiemblaadjes van spinazie zijn zeer smal maar wel vrij lang. De kiemplantjes zijn dan ook goed zichtbaar. |
Bemesting
Spinazie vraagt een flinke hoeveelheid (half)verteerde kompost die oppervlakkig wordt ingewerkt. Minerale meststoffen toedienen vlak voor het zaaien kan verbranding van de kiemplantjes veroorzaken. Het is beter deze een tijdje vooraf in te werken.
Vooral voor de vroege teelten kunnen we eigenlijk niet zonder snelwerkende minerale meststoffen omdat in het vroege voorjaar de vrijgave van stikstof uit de aanwezige organische stof in de grond of de toegediende organische bemesting nog niet voldoende. De grond is nog te koud.
Een mogelijke bemesting is 60 gram van een samengestelde meststof (N+P+K) 12+12+18 nadat er reeds organisch materiaal ingewerkt werd. Alhoewel er een goede bemesting vereist is, overdrijft u beter niet. Spinazie accumuleert nitraten in het blad. Spinazie groeit niet goed op zure grond. Een bekalking in de herfst is eventueel nodig.
Snijspinazie wordt na de oogst bijbemest met een kleine hoeveelheid samengestelde meststof (30 gram anorganische of 60 gram organische samengestelde meststof). Ook als het gewas wat aan groeikracht verliest, wordt er bijbemest.
Water geven
Spinazie heeft een grote behoefte aan vocht. Op warme dagen en op lichte grond is het aan te raden 's morgens het gewas te gieten
Wolf of valse meeldauw (Peronospora effusa (syn. farinosa)) bij echte spinazie is een schimmel die vooral bij de lente- en herfstteelt aardig wat schade kan aanrichten. Als je bleke vlekken op het blad ziet en aan de onderzijde een grijsachtig tot violet schimmelpluis, dan is de plant aangetast. Vooral bij een dicht staand gewas dat moeilijk opdroogt zal Wolf optreden. Het is daarom belangrijk rassen te kiezen die gedeeltelijk resistent of volledig resistent (bestand) zijn tegen deze ziekte. Deze rassen zijn dan resistent tegen enkele of alle fysio's. Fysio’s zijn als het ware variëteiten bij eenzelfde schimmelsoort, bij Wolf zijn er tot nu toe al 7 verschillende waargenomen. De oudere, traditonele rassen zijn zelden voldoende resistent. Gelukkig is in het vroege voorjaar, wegens de lagere temperatuur de kans op aantasting niet zo groot. Chemische bestrijding is niet mogelijk
De Bietenvlieg veroorzaakt schade vanaf april. De larven van de bietenvlieg maken mineergangen in de bladeren. Enkel de bladopperhuid blijft over, wat een witte kleur veroorzaakt. Tot het najaar legt de bietevlieg eitjes op bladeren. De larven verpoppen na twee weken en nog een week later ontstaat het volwassen insect
Bietecystenaaltjes veroorzaken een sterke groeivertraging tot groeistagnatie. Bij de aangetaste planten zijn de cysten duidelijk als knobbeltjes zichtbaar. Vooral bij een slechte vruchtwisseling kunnen er problemen ontstaan. Ook bieten en koolsoorten zijn waardplant