Vlaamse jeugd
De afgevaardigden van de taalminnende studentengenootschappen der vier Belgische hogescholen, besloten, in naam van de Vlaamse jeugd, een verzoekschrift aan de koninklijke familie aan te bieden. Er werd gevraagd (\"dat de toekomstige koning van België hunne moedertaal zou aanleeren\") In hoeverre aan die studentenvraag gevolg werd gegeven is onbekend.
Enige maanden later droeg de Leuvense student Adolf Pauwels een dichtstuk toe aan Prins Boudewijn en zond het hem toe. Na pas drie dagen (19/12/1886) kreeg hij vanwege de Prins, een hartelijke Vlaamse bedankingsbrief.
Voordien was een brief, geschreven door het Willemsfonds, gestuurd aan het vorstenhuis die eindigt als (\"Mocht zich weldra eene gelegenheid voordoen, waar het Uwe Hoogheid gegeven worde die taal in het openbaar te gebruiken.Dit feit zou in de jaarboeken van ons volk als eene heuglijke gebeurtenis aangeteekend worden; het zou, door een nieuw bewijs van gelijkstelling aller Belgen, niet alleen veel bijbrengen tot toenadering en eensgezindheid tusschen burgers, maar ook den band, die het vorstenhuis en het volk vereenigt, nog nauwer en inniger maken.\")
(Victor De Hoon-fonds)







