Naar de inhoud

Ruiselede tot Leerne

400 jaar genealogische en demografische omschrijving

Berichten van 20 februari 2006 tot 26 februari 2006

Kapelanij - foto 1

     Ons ouderlijke woonst in de Ooidonkdreef
     te Bachte Maria Leerne.
     De familie Van de Reviere,
     woonde er gedurende 100 jaar vanaf 1880.
     Van vader op zoon, waren het jachtwachters.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door LOU PARADOU om 11:20 Reageer op dit bericht

Turfputten - foto 1

     Eén van de vier turfputten
     in de Tweekoningstraat
     te Bachte Maria Leerne.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door LOU PARADOU om 18:22 Reageer op dit bericht

Turfputten - foto 3

     Nog een foto, richting zuid
     genomen in de Tweekoningstraat
     Bachte Maria Leerne.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door LOU PARADOU om 18:22 Reageer op dit bericht

Turfputten - foto 2

     Nog een foto van een van de vier
     turfputten in de Tweekoningstraat
     te Bachte Maria Leerne.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door LOU PARADOU om 18:09 Reageer op dit bericht

Turfputten - 2e vervolg

Frans De Potter en Jan Broeckaert

 

vermelden op blz 4 in hun “Geschiedenis  der gemeente Bachte Maria Leerne”

 

Behalve de Leie, die, voor een groot deel van het grondgebied van Bachte Maria Leerne, bezoomt, en langs wier boorden zich eene uitmuntende, onafzienbare weide uitstrekt, te recht met den naam van vermaarde Leiemeerschen bestempeld, - ontmoet men in deze gemeente een drietal voorname beken, als daar zijn: de Reigersbeek, op de westergrens, de Rekenelingbeek, die de Schipdonksevaart met de Leie verbindt en tot de grenslijn met Deinze dient, en de Kalene, welke waterloop uit de Leie ontstaat, en zich in gemelde rivier aan de Pontenhoek uitlost.Bovendien heeft men hier nog eenige overblijfselen van de veele grote vijvers, die de gemeente vroegertijds bezat, en van welke er twee in 1854 eenen omtrek hadden van niet min dan 250 meters, op eenen diepte van 5 meters. Men zal daar vroeger zeer waarschijnlijk turf uit gedolven hebben, te oordeelen naar de turfputten, welke in deze gemeente voor eenige jaren nog voorhanden waren.

In de nabijheid van de Kalene lag in 1788 een elschbos, 1 bunder 264 roeden groot, en waarin, volgens eene aankondiging der “Gazette van Gend”, veel van die brandstof te vinden was.

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door LOU PARADOU om 12:02 Reageer op dit bericht

Motowijding

     Motowijding op zondag 3 april 2005 in de
     Ooidonkdreef  te Bachte Maria Leerne.
     Mijn moeder, Godelieve Van Hee,
     mag het wijwatervat vasthouden.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door LOU PARADOU om 00:00 Reageer op dit bericht

Turfputten - 1e vervolg

Veen, is een ophoping van plantenresten die tot humus zijn omgevormd. De afgestorven delen van deze planten die zich ophopen op de bodem van waterplassen of moerassen. Tussen de Kalebeek in de Ooidonkdreef, onder de blauwe poort lopende, stroomafwaart naar het oosten, en de Tweekoningstraat was, en is nog steeds een moerassig gebied.

Turf is veen dat werd “gestoken” en gedroogd op een “legakker” en vervolgens als brandstof diende.

Dat turf als brandstof kon gebruikt worden werd ontdekt in de middeleeuwen.

Moeras- en veengronden vormden turf door afgestorven planten als het ware te “composteren”.

Het turfsteken is een handeling waarbij met een speciale spade, blokken of plakken turf werden gestoken.Vervolgens werden de plakken op een legakker gelegd om te drogen.

Dit arbeidsintensieve werk, werd tot ongeveer 1850/1860 in Bachte Maria Leerne nog gedaan.

Tegenwoordig wordt turf enkel nog op kleine schaal gewonnen, als turfmolm voor in de tuin. De turfputten in de Tweekoningstraat te Bachte Maria Leerne zijn nu ingenomen door de natuur en de watervogels.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door LOU PARADOU om 13:28 Reageer op dit bericht

Turfputten

Turfputten te Bachte Maria Leerne.

De turfputten, zoals wij dat indertijd noemden, en eigenlijk nu nog bekend is onder deze naam, liggen in de Tweekoningstraat. De Tweekoningstraat loopt van de Ooidonkdreef, oostwaarts in de richting van de momenteel bestaande “Amakers”.

Het was in ons jeugd dat wij de turfputten frequenteerden. De eerste turfput komende van de dreef werd gebruikt als stortplaats door de inwoners van Leerne.

Blijkbaar was er toen nog geen probleem met asbest. Geregeld werden er “eternitplaten” gestort. Wij als kleine snaken, maakten vuur in het afval en wierpen er de eternitplaten op. Na verloop van tijd knalden de stukken eternit in het rond. En plezierig dat dit was! Nu weten we natuurlijk meer, en beter!

Een gezondere manier van ontspanning op de turfputten, was in de winter. De “vijvers” waren dichtgevroren en er kon naar hartelust geschaatst worden.

In de Tweekoningstraat woonde Leonce Dhaenens (1883-1959) gehuwd met Elodie Ally (1898-1997)

Leonce, familie van mijn jeugdvriend René Corijn, was een man die steeds bereid was iets voor ons te maken, wat met het ijs te zien had. “IJsstoelen, eigenlijk zitbankjes met onderaan T-railtjes, geplooid en geslepen door Leonce. “Prikkels”, stokken van ongeveer 60 à 70 cm lang met een geslepen pin, om ons op de ijsstoel voort te bewegen, eveneens door Leonce gemaakt.

Als we iets ouder waren kregen we hier of daar van familie of kennissen, een paar schaatsen. Het waren houten blokken met een primitief metalen onderste, geslepen en “gezet” door Leonce. Deze schaatsen bonden we aan met riemen en koorden! Nu moeten het schaatsen zijn in één stuk! Maar blijkbaar zijn er nu minder strenge winters, zodat de schaatsen, goed ingevet, bijna winter na winter, aan de balk mogen blijven hangen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door LOU PARADOU om 11:25 Reageer op dit bericht

De verdoemde eik

De verdoemde eik

 

In het zuidoosten van het mooi Ooidonkbos

stond daar een reuze eikenboom te prijken

ver weg van de openbaarheid, vrij en los,

daar waar de natuur nog niet moest wijken.

Er omringd van duizenden andere bomen,

zag hij soms een schaarse bezoeker komen.

 

De verdoemde eik was een goede bekende,

ik kon nog zijn ruwe bast betasten en voelen.

Vaak hoorde ik thuis over die vreselijke bende,

die menig mens in zijn slaap deed woelen.

De leider en rovers waren in de val gelopen,

de eerste tot de laatste zou men opknopen.

 

Aan de voet van de eik werden ze begraven,

het was hun beschoren lot na ‘t felle vechten

en die ‘s mensens vechtlust enkel kon laven,

en eerlijke lieden deed staan op hun rechten.

Vrijmoedigen op rooftocht naar het kasteel,

kregen rond de verdoemde eik de dood ten deel.

 

Jaren later heeft het er nog duchtig gespookt,

in de nacht tussen Allerheiligen en Allerzielen,

kwamen zwarte katten dansen met ogen gepookt,

tot gloeiende kolen die precies uit de lucht vielen.

Reusachtige vleermuizen die vochten en kijfden,

zweefden er tussen stalkeersen die kwamen drijven.

 

En als opeens de stoere boom was omgezaagd,

ben ik meermaals bij de gevelde reus geweest,

ik mijmerde daar en heb mij dikwijls afgevraagd,

nu hij hier ligt geveld, komt hier nog een geest?

Ik ben daar ‘s nachts nooit meer langs gekomen,

hem nooit meer ontmoet ook niet in mijn dromen.

 

 

Louis Van de Reviere

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door LOU PARADOU om 10:46 Reageer op dit bericht

Meer van Ruiselede tot Leerne

↑ Terug naar de berichten