Reisverslag Santiago

Van Lier naar Santiago de Compostella
27-06-2013
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 27: zondag 7 april 2013

van Haye naar Vindey

Het is zondag, en dan wordt de heilige mis opgedragen om 10 uur in plaats van 8 uur ’s morgens. Maar om 8 uur zijn er de ochtendgebeden. Ik ben stipt op tijd in de kleine kapel. Een dame vraagt of ik een gebedenboek wil “pour suivre le fils.” Ik krijg een gebedenboek en een zangboek.

Na het ochtendgebed is het ontbijt. Ik mag kiezen: ofwel samen met de gemeenschap van het huis in stilte het ontbijt nemen, ofwel samen met père François. Ik kies voor het ontbijt in stilte. Daarna verontschuldig ik mij dat ik niet voor de mis kan blijven: ik moet vandaag nog teveel kilometers stappen.

Het is zondag en kalmer op de weg dan anders, maar in tegenstelling tot de vorige dagen is het zonnig. De eerste dag zon, sinds ik vertrokken ben! De tocht verloopt vlot. Ik ben vrij vroeg in Sézanne en neem een paar uur rust in een café. Een 4-tal kilometer verder heb ik een overnachtingadres. Ik loop even in de verkeerde richting. Gelukkig komt er iemand aan. Ik vraag hem de richting, en als hij hoort dan ik naar Saint Jacques stap, fleurt hij helemaal op: “mon pays!” roept hij. Het is een Spanjaard, en als hij met zijn enthousiaste uitleg uiteindelijk al in Bordeaux zit, ga ik door.

Het overnachtingadres is niet zo gemakkelijk te vinden; ik heb een telefoonnummer, maar geen adres. Gelukkig staat de vrouw mij op te wachten. Ze is heel vriendelijk, maar stelt het wel op prijs dat ik zo snel mogelijk betaal.

Haar man is een heel enthousiaste prater, die voor zijn werk veel in Nederland, Engeland en België heeft gezeten. Hij vertelt over al zijn Nederlandse vrienden, en weet precies hoe Nederlanders, Engelsen, Belgen en Fransen zijn.

Tegen 21 uur geraak ik toch op mijn kamer.

27-06-2013, 14:08 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 26: zaterdag 6 april 2013

van Montmort naar Haye

Om 8 uur hebben we afgesproken voor het ontbijt. François zou zijn best doen om er te zijn, maar het lukt hem niet.

Als ik wil, mag ik nog een dag langer blijven. Ik heb wel zin, maar ik heb gisteren al gebeld voor het overnachtingadres voor vanavond, en het blijkt iets bijzonders te zijn. Dus spreken we af dat ik blijf tot na het middagmaal, en dan vertrek ik naar Haye.

François heeft uiteindelijk de weg naar beneden gevonden en haalt nog een paar Dvd’s met Belgische acteurs uit.

's Middags zijn er om te beginnen escargots. Twee soorten wijn, eentje bij de escargots, de andere bij de rest, en natuurlijk nog de schotel met kaas.

Kar laden, afscheid nemen en verder trekken. Dat is het leven van een pelgrim: eeuwig op stap. Het is koud en bewolkt en dat weerspiegelt zich in de straten: de mensen blijven binnen. Ik loop bijna de hele weg zonder iemand te zien.

 

Tegen 5 uur ben ik aan 'Foyer de Charité', een kasteel dat onbewoond was van de jaren ‘30 tot de jaren ‘60 en dat totaal vervallen was. Vanaf het begin van de jaren ‘60 werd het stelselmatig gerenoveerd. De bewoners zijn mannen en vrouwen die celibatair leven, op een heel christelijke, katholieke wijze, in dienst van de Heer.

Het is er stil. Gelukkig staat er buiten iemand een sigaret te roken. Hij nodigt mij uit binnen te komen en ik krijg iets te drinken. Dan roept hij iemand. Ik blijf in de hall wachten. Na ongeveer een kwartier verschijnt een kleine, vriendelijke dame. Ze wijst mij mijn kamer en zegt iets van een demonstratie in de kapel. Mijn Frans is niet goed genoeg om te begrijpen wat ze bedoelt, maar ik zeg toch maar dat het mij interesseert.

Het grootste deel van de bewoners, een tiental mensen, zitten in de kapel in stilte te bidden, terwijl de demonstrans, de Heilige Hostie in een straalkrans, op het altaar staat. Dit blijkt deel uit te maken van hun dagelijkse activiteiten. Ik blijf tot het eind rustig zitten.

Om 19h30 is er avondeten voor mij, samen met père François, de geestelijke herder van het huis. Het avondeten begint met een paar Weesgegroetjes en een Onze Vader in het Frans. Er wordt niet verwacht dat ik meedoe. Ik krijg van père François als geschenk een papiertje met het Weesgegroet en het Onze Vader in verschillende talen.

Het avondeten is sober, maar père François is geïnteresseerd in wat ik zoal doe en hoe ik het leven bekijk. Om 20h45 is er iets te doen in de grote kapel. Ik word uitgenodigd. Er is ook mogelijkheid voor het heilig sacrament van de biecht, maar dan wel in het Frans, in het Engels kan ook nog.

Na het eten help ik afruimen, wat père François sterk apprecieert.

Nu ik daar toch ben, ga ik om 20h45 naar de grote kapel. Het is iets van misericordiam. Om 21h30 ga ik terug naar mijn kamer: ik heb de indruk dat het biechttijd is en mijn Frans en Engels zijn toch niet zo goed.

27-06-2013, 14:03 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 25: vrijdag 5 april 2013

van Mardeuil naar Montmort

Ik sta vroeg, want ik wil met alles klaar zijn vóór de kinderen aankomen voor de voorbewaking.

Dat is heel vroeg en het is nog koud. Het eerste gedeelte van de tocht loopt door de wijngaarden; het terrein is heuvelig. De route volgt de berg afwaarts, volgens het boekje tot in Piercy. Ik kom uit in Épernay, op een andere plaats dan aangegeven in het boekje. Dat wil zeggen dat ik een lange afstand de drukke hoofdweg moet volgen tot in Moussy, waar ik weer kan aansluiten op de Santiagoroute Via Champiens. En dan gaat het bergop. Als ik aan het kerkje kom, boven op de berg, sta ik helemaal in het zweet. De tocht gaat verder bergopwaarts, nu over een met puin verharde weg, over holten en bulten. Mijn kar blijft wonderlijk goed volgen.

Lap, platte band! Ik houd een bandplakpauze. De vorige keer heb ik het niet goed gedaan en nu moet ik het overdoen. Om 3 uur kom ik aan een boerderij. Het ziet er nog ver uit naar Montmort, en ik heb nog geen overnachtingadres. Ik vraag aan een vrouw die naar de blaffende honden komt kijken of ik mijn tent mag opzetten. “Je ne suis pas la propriétaire”, zegt ze. Maar het is maar 5 km tot aan Montmort, zegt ze. Het is een (voor plaatselijke normen) drukke weg. Ik probeer de contactpersonen in Montmort nogmaals te bereiken, maar geen van beiden neemt op. Dus stap ik maar goed door; over een uurtje moet ik er zeker zijn. Ik stap door en door en door, er komt geen einde aan. Links bos, rechts bos. Uiteindelijk, na 2 uur stappen, zie ik de eerste tekenen van een bewoonde wereld en een affiche waarop Montmort staat. Ik bel nog eens een contactpersoon op en doe mijn verhaal: ik ben er bijna, maar heb nog geen overnachtingadres. Ik krijg een verontwaardigde reactie: ik moet 48 uur op voorhand bellen! Mijn voet natuurlijk: ik weet niet hoever ik met mijn voet kan stappen en daarom had ik nog niet gebeld, maar ik heb een tent bij, en of ik die eventueel in de tuin van iemand kan zetten. Als ik aan La Mairie ben, moet ik nog eens terugbellen, ze zal zien of ze iets kan regelen. Ik stap door, nog een uur.

Montmort blijkt zijn naam niet gestolen te hebben: het ligt op een berg. Met mijn kar achter me aan dan maar de berg op, op zoek naar La Mairie. Een vriendelijke dame wijst me de weg, het is een paar honderd meter verder. Ik stap er zo snel mogelijk heen, want het is al na 5 uur. Ik bel de dame op. Ze heeft iemand gevonden met een tuin, maar ik moet wel in de tent slapen. Wachten aan La Mairie, ze komen me halen.

Plots staat er een jonge kerel voor mij, 17 jaar oud, denk ik. “Tu es le pèlerin?” Ik kom je halen, het is bij mijn grootmoeder, “je suis le petit-fils”.

Ik loop hem achterna. Het is niet ver, een paar honderd meter. Het is een huis met een grote tuin. De vrouw, « la grand-mère », bekijkt mij even en zegt dan: « Si tu veux, tu peux dormir à l’intérieur, j'ai encore une chambre libre. «  Ik ga vlug op haar voorstel in, want als ik in mijn tent slaap is ze morgenvroeg met dat weer kleddernat.

Dan komt François, een van haar zonen, binnen. Hij haalt een blikje bier uit de koelkast, want Belgen drinken bier. François werkt in Noord-Ierland, als journalist voor een plaatselijke krant, en is hier twee weken met vakantie.

We zijn met zijn vieren om te eten. We beginnen met aperitiefhapjes en champagne - we zijn immers in de Champagnestreek. Daarna kip met pasta en salade, met wijn natuurlijk - we zijn niet voor niets in Frankrijk. Als afsluiter is er een schotel kaas.

François is zowat overal geweest en kan zelfs tot tien tellen in het Nederlands. Enthousiast vertelt hij dat de Fransen zot zijn van de Belgen, de Franstalige Belgen dan toch. Hij kent er heel wat van, ook van Belgische films.

Na het eten kijken we nog wat teevee. 

27-06-2013, 14:02 geschreven door hendrik


16-05-2013
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 24: 4 april 2013

Van Rilly-la-Montagne naar Mardeuil

's Morgens zorg ik dat ik op tijd wakker ben. Mijn kleren zijn droog. De centrale verwarming stond niet erg hoog en ik vreesde dat alles nog nat zou zijn. Op het gasvuur kook ik water voor thee, het enige wat ik nog heb, en om mijn thermos te vullen met warm water.

Ik overweeg om de gewone weg te volgen, want het pad in het boekje loopt dwars door het bos.

Ik breng de sleutel terug. Volgens de sleutelvrouw vormt het pad door het bos geen probleem, enkel de eerste halve kilometer, maar daarna niet meer. Ik waag me dus door het bos. Ik ben alleen bang om vast te zitten als mijn voet me in de steek laat. Ik doe het rustig aan. Het eerste stuk is inderdaad zwoegen, maar daarna liggen er goede boswegen voor de machines van het bosbeheer. Overal liggen gekapte bomen. Er is niemand in het bos, ik ben helemaal alleen. Na een 5-tal km zie ik iemand wandelen. Een eind verderop komt een wagen heel traag aangereden. Iemand zit vooraan op de motorkap, terwijl de chauffeur met zijn hoofd buiten het raam zit rond te kijken. Ik wacht tot ze voorbij zijn. Het is een auto van de universiteit van Reims. Wat ze daar doen weet ik niet.

Ondertussen heeft de wandelaar van daarnet me ingehaald en we lopen samen verder. De man woont een paar kilometer verderop en maakt iedere dag zijn wandeling. Als we in Les Haies aankomen, het dorp waar hij woont, nodigt hij mij uit voor een kop koffie. Ik ben wat blij dat ik even binnen kan zitten. De koffie, die nog in de kan staat van ’s morgens, warmt hij op in de microgolf. De man is 63 jaar, en één van zijn zonen heeft een tuinaanleg-bedrijf. Dit is hier de champagnestreek, en zijn zoon verdient goed de kost.

Dan weer op pad, naar Germaine, serieus bergop. Na iedere bocht een nieuwe berg, en zo verder.

Als ik eindelijk voorbij Germaine ben, stop ik even. Ik ga aan de kant zitten en eet een appelsien, die ik in de proxy in Rilly-la-Montagne heb gekocht. Plots stopt er een auto en de dame aan het stuur vraagt of ik naar Saint Jacques ga en of alles in orde is. Zij is de plaatselijke contactpersoon in Germaine voor de pelgrims.

Dan maar weer de volgende berg op, en de volgende. Plots doet mijn kar raar, een platte band. Ook dat nog. Ik heb plakgerief en een reserve binnenband bij, allemaal nog van Bert, maar of het zal lukken, valt af te wachten. Ik installeer me aan de kant en haal mijn plakgerief uit. Plots stopt er een auto naast mij staat. De man vraagt of alles in orde is. Ik hoop van wel, ik heb toch alles bij. De man rijdt verder. Het stoppen van de band verloopt vlot, en het oppompen met zo'n minipompje gaat ook goed. Ik kan weer verder.

Ik stap verder, deze keer niet door het bos, want de weg zit vol diepe putten, over de ganse breedte van de weg, die vol staan met water.

Ik moet een paar kilometer langs een heel drukke weg, maar dat is het enige alternatief.

In Champillon heb ik weer aansluiting op het bewegwijzerde Santiago pad. Opnieuw door de bossen. Het is niet moeilijk, want het zijn hier ofwel wijngaarden ofwel bossen waar ze aan bosbouw doen. Overal liggen gekapte bomen, en er staat hier een vrachtwagen die boomstammen aan het opladen is. Het stappen verloopt anders goed. Geen aanduidingen meer te zien – misschien zijn ze weggekapt. Het bospad loopt tot in Hautviller. Daar bel ik naar het gemeentehuis van Mardeuil, want zij zorgen voor opvang. Er wordt niet opgenomen. Ik volg de route door Hautviller, tot ik plots wordt teruggebeld door het gemeentehuis van Mardeuil. Overnachten is geen probleem, naar de Mairie komen.

Het dorp na Hauteviller is Cumières. Daar gaat het steil naar beneden, tussen de wijngaarden. Ik doe het heel rustig aan. In Cumières duiken de aanduidingen van het Santiago route terug op. Nog twee kilometer naar Mardeuil. Ik stap even door: misschien sluit het gemeentehuis om vier uur, en ik wil op tijd zijn.

Het gemeentehuis in Mardeuil is gemakkelijk te vinden. Als ik aankom, staat de vrouw die ik aan de telefoon heb gehad net buiten. Ze stempelt eerst mijn stempelboekje af en brengt me dan naar de gemeenteschool aan de andere kant van de straat. Ik krijg de volledige school tot mijn beschikking. Keuken, douche, slaapplaats (daar slapen de kleuters die in de namiddag nog slapen). Er staat eten klaar, ik moet maar nemen wat ik nodig heb. En als ik morgenvroeg vertrek vóór er iemand is, zijn er een paar schakelaars om de deuren te openen.

Enkel tussen 16h30 en 18h15 is het wat druk: ik zit tussen de kinderen van de naschoolse opvang. Daarna is het stil en kan ik doen wat ik wil.

Ik neem een douche en warm eten op in de oven.



16-05-2013, 11:12 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 23: 3 april 2013

Van Reims naar Rilly-la-Montagne

Toon heeft zijn wekker op 7 uur gezet, en dat vervelend ding loopt af.

We staan op. Toon maakt zijn rugzak in orde en we gaan naar de cafetaria voor de petit dejeuner. Het is niet uitgebreid, maar lekker. Ik hamster wat voor de dag die komt, want je weet nooit of er een winkel op je weg ligt.

Na het ontbijt vertrekt Toon zo snel mogelijk, want hij wil zo’n 30 km stappen. Voor mij is het de eerste dag stappen na mijn verblijf in Reims, en mijn voet laat zich nog voelen.

Alles ingepakt, kar uit garage gehaald. En ik besluit om toch eerst nog een wegenkaart te gaan kopen. De winkel is open, maar ze hebben geen kaarten. Aan de overkant van de straat, in de boekenwinkel, zegt de vrouw aan de kassa. Had ik gisteren ook kunnen doen. Dat heeft me nu een uur extra tijd gekost en enkele km meer voor mijn benen… maar ik heb een kaart.

Ik keer terug tot waar het Santiago pad loopt. Dat is bijna helemaal terug tot aan het CIS, langs het water. Ik neem de lift boven op de brug en laat me zakken tot op het pad naar de rivier. Nu ben ik weer echt op stap.

Ik stop een paar keer onderweg, want ik wil de pijn in mijn voet niet negeren. Maar behalve de pijn doet mijn voet het goed. Ik hoop dat het zo blijft, en zonder pijn. Op een gegeven moment zie ik weer de aanduidingen van de via Santiago. Ik zit dus op de goede weg. Nu gewoon de aanwijzingen volgen en ik kom automatisch terecht. Het pad loopt langs de rivier. Op een bepaalde plaats zijn er werken en moet ik een parallel pad volgen. Er zijn weinig aanwijzingen en ik neem er een paar keer mijn kaart bij om zeker te zijn dat ik niet verkeerd loop. Na een tijdje zie ik weer een aanduiding, dit keer weg van het water, Cormontreuil binnen. Cormontreuil is een randstad van Reims. Daar moet ik door om aan de landelijke wegen te komen. Af en toe zie ik een aanduiding, maar vrij weinig. Op een bepaald moment kom ik aan de Decathlon waar ik gisteren andere schoenen heb gekocht. Geen aanduiding van het Santiago pad. Het is er zo druk, dat ik begin te twijfelen of ik wel op het juiste pad zit. Ik keer terug naar de laatste aanduiding die ik heb gezien, maar moet toch terugkeren naar de drukke weg en langs het verkeer tot over een brug. Op de brug staat er een aanduiding. Ik zit toch juist. Ze waren beter niet zo zuinig geweest met hun plakkertjes. Eens over de brug zijn het weer rustige wegen met weinig verkeer.

Ik volg het boekje Randonneurs & Pèlerins 51 – Via Monastica Reims-Sezanne-Troyes. Het wordt weer koud en de meeste wegen zijn niet verhard. Mijn kar volgt verrassend goed. Vanaf Rilly-la-Montagne gaat het pad door de bossen, en om mijn voet niet teveel te belasten bel ik een adres op in Rilly-la-Montagne. Ik kan er naartoe. Geen ontbijt en geen beddengoed, zelf slaapzak meebrengen.

Overal zijn er wijngaarden, en men is overal aan het snoeien. Nergens staat er al iets in het blad. Nog steeds een winters landschap. Uiteindelijk kom ik aan in Rilly-la-Montagne. Het is even zoeken naar het adres. De overnachtingsplaats is in een ander huis, en de vrouw die ik aan de telefoon heb gehad brengt er mij heen. Het is een groot huis met eetkamer, keuken, verschillende kamers, badkamer met ligbad.

Ik krijg slippers om aan te doen, want ik mag niet door het huis lopen met mijn wandelschoenen. Ik krijg de sleutel en mevrouw neemt mijn stempelboekje mee. We spreken af, dat ik morgenvroeg om 8u30 de sleutel zal terugbrengen en dan krijg ik mijn stempelboekje terug.

Eerst loop ik naar een kleine proxy winkel die in de namiddag pas om 16 uur open is. Er is geen avondeten voorzien en ik koop iets om in de microgolf op te warmen.

Wanneer ik terug ben, neem ik een bad. Dan was ik mijn spullen. Er is een wasmachine, maar daarvan gebruik ik alleen de centrifuge – dat is beter dan alles voorzichtig uit te wringen. Het duurt wel even voor ik dat ding aan de praat krijg, maar het lukt.

Vóór ik naar bed ga, neem ik nog een bad… wie weet wanneer ik dat nog eens zal kunnen doen.

Het bed kraakt verschrikkelijk (gelukkig ben ik alleen). Het huis kraakt navenant, precies of er een spook in woont. Het laat mij in elk geval slapen.




16-05-2013, 11:04 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 22: 2 april 2013

van  Reims naar  Reims

Om 8 uur opgestaan, ontbijt beneden in de cafetaria. Hier is er tenminste volk.

Voor ontbijt is er een beetje van alles: baguette, natuurlijk, maar ook cornflakes, fruitsap, fruit, koffie, confituur in grote dozen die je met een pompje in een klein potje moet overpompen. Ik neem een appelsien mee naar mijn kamer.

Gisteren heb ik op internet gezien dat er in Reims een Decathlon is. Daar wil ik  vandaag naartoe. Ik schrijf me in voor een tweede overnachting, maar moet verhuizen naar een andere kamer. 

In de nieuwe kamer ben ik niet alleen. De man die in de kamer is, doet zijn best om Frans te spreken. Toon, een Nederlander uit Eindhoven, is op weg naar Santiago. Toon is altijd wijkagent geweest, maar is nu op pensioen. Hij stapt goed door: hij heeft op een dag 47 km gedaan. Teveel, vindt hij, maar het was koud.

Hij vertelt over de problemen die hij thuis heeft gehad met zijn schoenen en laat de schoenen zien die hij op het laatste moment heeft aangekocht. Ze zijn soepel en hij heeft geen problemen met zijn voeten.

Ik ga eerst naar het toeristisch informatiebureau om te weten welke bus ik moet nemen naar Decathlon.  Bus 9 tot aan de terminus. Een paar honderd meter verderop is de winkel.

Zo heel veel keuze is er niet, maar ze hebben Lowa wandelschoenen. Ik pas tot ik een paar vind dat goed zit aan mijn voeten en loop met die schoenen de winkel rond. Ik besluit het erop te wagen en koop ze.

Terug naar de bus, weer een buskaartje kopen. De bus rijdt tot in het centrum van Reims. Bij het uitstappen staat er controle te wachten. Ik geef mijn twee kaartjes. Pech, ik had ze moeten valideren! De man ziet dat ik een buitenlander ben en is zo vriendelijk om me te tonen hoe ik ze moest valideren – anders was dat 30 euro boete.

Terug naar het CIS de Champagne (Centre International de Séjour de Champagne). Toon zit nog op de kamer zijn administratie bij te werken.

Ik heb geen wegenkaart van Reims tot de volgende grote stad. Het is wel handig om een idee te hebben van de weg en de omgeving. Op de receptie geven ze me het adres van een winkel waar ze dat waarschijnlijk hebben, 10 minuutjes te voet. Na een half uur ben ik er. De winkel is gesloten. Er hangt een briefje aan het venster: vandaag uitzonderlijk gesloten wegens inventaris. En ik kan terugkeren.

Samen met Toon ga ik naar beneden, naar de cafetaria. Die blijkt gesloten, maar ervoor staan enkele tafeltjes en stoelen. We eten er het overschot van een baguette met wat chocolade en de appelsien die ik vanmorgen uit de cafetaria heb meegenomen. Dat is ons avondeten.

Terug op de kamer merken we dat een derde bed in gebruik is genomen, door wie weten we niet. Een geheimzinnige man… wie zou dat kunnen zijn? Even douchen voor hij binnenkomt, want in die kamertjes is er net genoeg ruimte om te slapen, en als die onbekende man er ook is en je moet dan nog een douche nemen, weet je niet waar je je voeten kunt zetten.

Rond 8 uur kruip ik in bed. Toon een kwartiertje later. Plots gaat de deur open en de vreemde man komt binnen. Een minuut later is hij weer verdwenen.

Ik doe mijn ogen dicht en ik slaap. Goede nacht allemaal.




16-05-2013, 10:55 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 21: 1 april 2013

van  Reims naar  Reims

Vandaag verlaat ik La Maison Diocésaine. Het was hier goed: ik heb kunnen uitrusten en mijn voet is al heel wat beter.

Tegen 9u30 ben ik klaar en ik breng ik de sleutel naar de receptie.

Het is heel stil in de straten. Ik had gedacht dat het druk zou zijn op maandag. Zo stil had ik het helemaal niet verwacht. Ik loop tot aan de sportwinkel, maar die is gesloten. De stilte in de straten! Het is paasmaandag, ook de Fransen doen daar aan mee. Uiteindelijk stap ik de McDonalds binnen. Daar hebben ze Wi-Fi en ik wil even op internet.

Ik wilde vandaag nog naar de apotheek en een sportwinkel, maar dat zal voor morgen zijn. Ik bel het CIS in Reims op om een overnachting te boeken. Ze hebben pelgrimskamers. Om 14 uur ben ik er. Mijn kar moet in de garage beneden en ik krijg een sleutelkaart voor mijn kamer. Het is een kamer voor 4 personen, maar ik ben alleen.

Ik ga ook hier vroeg slapen.




16-05-2013, 10:06 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 20 : 31 maart 2013

van  Reims naar  Reims

Met mijn voet gaat het beter. Ik moet wel nog sandalen dragen, maar ik kan er ten minste fatsoenlijk op lopen.

In  La Maison Diocésaine  staat alles in het teken van Pasen. Rond 9u loop ik even tot aan de kathedraal. In een kleiner gedeelte van de kathedraal wordt een Gregoriaanse mis opgedragen. Het is er stampvol. Ik blijf met nog wat laatkomers langs het hekken staan. De priester is van Afrikaanse origine.

Na de mis keer ik terug naar mijn kamer. Het is koud en de straten zijn verlaten. Bovendien begint mijn voet weer pijn te doen.

Rond 14 uur ga ik nog even de stad binnen. Er is heel weinig volk te zien, alleen hier en daar een restaurant dat stampvol zit. Ik ga op een verwarmd terras zitten en drink een koffie. Daarna keer ik terug naar mijn kamer. Mijn voet heeft rust nodig.

Er is een feestje in La Maison Diocésaine: het gezin van de conciërge heeft ter gelegenheid van Pasen familie uitgenodigd. In de namiddag worden op het binnenplein eieren verstopt voor de kinderen, en om drie uur, bij het luiden van de klok, stormen 33 kinderen naar buiten.

Morgen vertrek ik, om 9u30 moet de kamer vrij zijn.

Ik zal zien hoe het morgen is met mijn voet. Misschien blijf ik nog een dag, maar op een andere locatie. Als ik te vlug begin te stappen zou het verkeerd kunnen aflopen met mijn voet. En in die kleine dorpen rijden er zelfs geen bussen.


16-05-2013, 09:40 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 19 : 30 maart 2013

van  Reims naar  Reims

Ik sta op rond 8 uur. Het is heel stil. In feite is het huis gesloten tijdens het weekend, maar ik kan via de  achterdeur binnen en buiten.

Ik loop even tot bij de bewaking. Petit dejeuner? Nee, alles is gesloten, maar er is een bakker in de buurt. Het is pas 9 uur en alle winkels zijn nog dicht. Er is enkel hier en daar een boulangerie.

Ik ga terug naar mijn kamer.

Tegen de middag ga ik terug naar buiten. Er is weinig volk in de straten en ook weinig drukte in de winkelstraten.

Ik loop in de richting van de kathedraal en zie daar het bureau voor toerisme.

Om 19u klopt de verantwoordelijke van het huis op mijn deur met de vraag of ik blijf tot morgen.

Mijn voet is nog erg gezwollen en doet pijn. Ik denk dat ik nog een paar dagen moet blijven. In elk geval zeker tot morgen.


16-05-2013, 09:38 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 18 : 29 maart 2013

van  Signy-l'Abbaye naar  Château-Porcien en verder naar Reims

Ontbijt om 8h30.

Mevrouw Lefort regelt een afspraak met het gemeentehuis van  Château-Porcien, en ik kan met een gerust hart vertrekken. Het pelgrimsverblijf is van de gemeente en er zijn maar vier bedden.

En dan gaat het richting Château-Porcien. Op aanraden van mevrouw Lefort volg ik niet het pad door de bossen, want met mijn voet moet ik opletten, maar de gewone weg. Het is een secundaire weg met heel weinig verkeer. Alles verloopt vlot tot in Lalobbe, en van daar tot in Wasigny. Daar neem ik dan toch een onverharde weg door bossen en velden. Valt in feite heel goed mee. In Wasigny moet ik even zoeken, en ten slotte kom ik op een plein waar een middeleeuwse hal staat. Ik zet mijn kar even aan de kant om een paar foto's te nemen, en word aangesproken door een vrouw die vraagt of ik Belg ben. Zij is Nederlandse en heeft een huis Wasigny.  Wanneer ze hoort, dat ik problemen heb met mijn voet, nodigt zij mij uit voor een koffie bij haar thuis en stelt voor om mij naar Château-Porcien te brengen. Daar ben ik heel blij meet. Mijn voet is helemaal gezwollen.

Ze brengt mij tot aan de Mairie in  Château-Porcien. Het is even vóór 14 uur en het gemeentehuis is nog dicht. Het is een piepklein kamertje, net groot genoeg voor twee stapelbedden naast elkaar.

Er is al iemand: George, een Pool die in Litouwen woont. Hij is heel gelovig en zet zelfs zijn Mariabeeldje met het kindje Jezus voor mij, om me te beschermen. In het eerste half uur dat ik er ben, drinkt hij een fles wijn leeg. Dan gaat hij met zijn fiets een ‘toerke’ doen, en hij gaat kijken of er een bus of trein is naar Reims, want ik moet heel goed opletten met mijn voet. Pelgrimstocht is geen calvarietocht, zegt hij, en hij kan het weten: hij zwerft al 9 jaar rond op zijn fiets. Hij is invalide: hij heeft een heel zwaar ongeval gehad, waarbij zijn wervelkolom gebroken is en waarna hij twee jaar verlamd is geweest. Maar door zijn liefde voor Jezus kan hij weer fietsen. En weg is hij.

Een uurtje later is hij terug. Ik lig op mijn matras en reageer niet.

Weer een half uur later gaat de deur open en komt er nog een pelgrim binnen: het is Lionel van twee dagen geleden. Hij is totaal kapot, de afstand naar Château-Porcien was inderdaad te groot. Hij weet niet wat hij moet denken als hij mij daar ziet zitten. Hij heeft mij gisteren voorbijgestoken, en nu zit ik daar al.

Als George hoort dat er nog een vierde pelgrim komt, besluit hij om met zijn fiets naar het volgende dorp te rijden. Op mijn vraag of hij daar een overnachtingsplaats kent, krijgen we goede raad. Hij gaat er zelfs bij zitten: Ik vraag altijd aan Jezus om voor mij te zorgen. Vraag aan Jezus een overnachtingsplaats en hij zal er je een geven. Jezus laat zijn kinderen nooit stikken.

Lionel is het nog niet gewoon en probeert nog even zijn visie te geven, maar hij heeft ongelijk.

En weg is onze vreemde vogel.

Tegen 18u30 verwacht Lionel een vriendin, met wie hij een eind zal optrekken. Vorig jaar is ze van Brussel naar Château-Porcien gestapt en nu wil ze van hieruit verder gaan. Haar ouders brengen haar.  Niet veel later komen ze aan. Als ze hoort van de ontsteking aan mijn voet, vraagt ze haar ouders om mij naar Reims te brengen.

We laden eerst mijn kar in de auto. Het is wat foefelen, want we moeten er met zijn drieën in en er zitten al een paar koffers in, maar het lukt. 

We rijden naar La Maison Diocésaine van Reims. Als we rond 20u aankomen is de hoofdingang gesloten en moeten we naar de achterkant van het gebouw. De bewaking komt even later opendoen en laat de  “pèlerin blessé” binnen.

En zo zit ik tegen 20u op een kamer. Het is blijkbaar heel typisch voor een pelgrim: je ziet maar wat de dag brengt.

In elk geval, ik zit hier beter dan onderweg. Een paar dagen rust en zien wat mijn voet doet. Die zal alles bepalen.

Het is een klein kamertje: bed, minitafeltje, toilet met douchecabine. We zullen het ermee doen.




16-05-2013, 09:31 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 17 : 28 maart 2013

van  Aubigny-les-Pothée naar Signy-l'Abbaye

Ontbijt om 8h30. De andere pelgrim, Lionel, is er ook.

Rond 9h vertrek ik richting Signy-l'Abbaye, dat ca. 10 km verder ligt. Het is de bedoeling in totaal 20 km te stappen.

Het legt goed aan, maar plots loop ik midden in het bos: het pelgrimspad – dat overigens heel goed aangeduid is – loopt dwars door het bos – niet over wegen in het bos! – en daarna door weilanden. Tot mijn verrassing volgt mijn kar zonder problemen. Ik doe er wel 5 uur over om in Signy-l'Abbaye te geraken.

Eerst ga ik naar mevrouw Boucher, één van de contactpersonen voor de pelgrims op deze route. Ik heb haar gisteren opgebeld, en ze heeft mij uitgenodigd om eens langs te gaan. Ik krijg meer en meer last van mijn rechtervoet. Mevrouw Boucher regelt een afspraak met de dokter. Signy-l'Abbaye heeft twee dokters en een apotheek – de dorpen in de omgeving hebben er geen. Ze regelt ook een overnachting bij iemand in het dorp.

Ik neem eerst een douche. Er liggen handdoeken klaar en ik kan kiezen uit een hele rij verschillende soorten zepen.

Om 17h45 heb ik een afspraak met de dokter. Ik kan mijn schoen nog moeilijk aan houden. Mijn voet is ontstoken. Het is niet erg, maar het moet verzorgd worden en ik moet oppassen met stappen.

Ik breng de avond door met mevrouw Lefort: ze heeft eten klaargemaakt en praat aan één stuk door. Ik besluit de volgende dag door te stappen en geen rustdag te nemen.

Veel overnachtingsmogelijkheden zijn er niet in deze omgeving. De enige mogelijkheid is in Château-Porcien, 29 km verder.




16-05-2013, 09:25 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 16 : 27 maart 2013

van  Rocroi naar Aubigny-les-Pothée

Ik heb een  overnachtingsplaats bij particulieren kunnen regelen, maar dat is 33 km verder. Daarom sta ik vroeg op – om 7u. Mijn kar is ingepakt om 7h30. De bediening is onvergetelijk. Er is brood met confituur voor ontbijt. Waarschijnlijk is er een probleempje met de bakker: hij is de laatste week  niet langs geweest.

Maar goed, ik overleef het en ik kan weer verder, heuvel op, heuvel af. Heel wat anders dan het vlakke pad langs de Maas, maar tot nu toe valt het nog mee. In deze tijd van het jaar zijn er maar weinig mensen die hun hoofd buitensteken. 33 km is wel veel.

Ik zie dat er na ongeveer 20 km een adres is in Aubigny-les-Pothée. De wegbeschrijving zit er bij. Ik bel vlug en kan er heen. De wegbeschrijving is in het Frans en het Nederlands. Het lijkt eenvoudig: onder de brug van de spoorweg door, dan rechts, daarna links enz. maar… de laatste paar honderd meter naar het huis gaan steil omhoog. Het huis staat boven op een heuvel. Het is het een Gîte, maar ze hebben ook een pelgrimskamer met twee bedden. Gelukkig word ik goed ontvangen. Er is nog een tweede pelgrim, Lionel, maar die heeft liever een kamer alleen. Ik zie hem pas bij het avondeten. Mevrouw heeft erg haar best gedaan om te koken, want pelgrims moeten goed eten, vindt ze.




16-05-2013, 09:21 geschreven door hendrik


15-05-2013
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 15 : 26 maart 2013

van  Fumay naar Rocroi

Om 6 u sta ik op, was mij beneden aan de pompbak – met warm water: ik verwarm water met de elektrische waterkoker en neem het mee naar boven, naar mijn verwarmde kamertje, waar ik heb geslapen. Ik zet thee en eet de de rest van de baguette van gisteren op.

Als mijn kar ingepakt is en alles klaar staat om te vertrekken, verschijnt plots de oude pastoor. “Tu as déjà mangé?” vraagt hij, en nodigt mij uit om in zijn persoonlijke vertrekken koffie te drinken.

Op tafel staan voor elk 2 tassen: een grote bol en een kleinere tas. De kleine of de grote, vraagt hij, en giet op mijn aanwijzing de grote vol. Dan haalt hij nog een pak suikerbrood tevoorschijn. Gekregen, zegt hij en zet het ook op tafel. Hij is 82 jaar oud en heeft geen verantwoordelijkheden meer. Hij vertelt over alle parochies waar hij heeft gewerkt, en over de rare snuiters die in de parochie rondlopen. Hij ziet er blij uit met mijn gezelschap.

Maar het is het lot van de pelgrim, dat hij onderweg moet zijn, en het is tijd voor mij om door te gaan. Dit keer niet langs de Maas, maar over de heuvels – we zijn immers in de Ardennen. Eerst koop ik nog een baguette in de plaatselijke winkel en dan stap ik richting Rocroi. Bij gebrek aan een kaart met alternatieve wegen volg ik de hoofdweg. Het is er niet druk, maar het is wel klimmen: kilometers na elkaar een stijgend slingerpad door de heuvels. Af en toe moet ik even stoppen. Het is koud en ook nu kan ik niet lang blijven staan.

Het is een eentonige weg, eerst door het bos – het grootste deel van de weg – een enkele km voor Rocroi is het open. Bij het binnenkomen van Rocroi zie ik een Aldi. Bijna al die kleine stadjes in Frankrijk hebben een Aldi, dat is blijkbaar een van de enige winkels die er zijn. Ik loop door naar de oude stad Rocroi, een zeer goed bewaarde vestingstad in stervorm.

Er is een toeristische dienst in het centrum van de oude stad en volgens de gegevens waarover ik beschik, is er in Rocroi een opvangplaats voor pelgrims. Ik daarnaar toe. Nee meneer, vroeger wel nu niet meer, maar we hebben wel B&B, enz., Ik vraag naar de pastorij, want ik had dat meegekregen uit Fumay. Eventjes zoeken, maar aangezien het historische Rocroi niet groot is, vind ik het vrij snel. Ik bel aan en na een tijdje staat er een oude pastoor in zijn zwart kostuum met zijn zilveren kruisje in de deuropening. Ik doe mijn verhaal en met een onbewogen gezicht zegt hij: “Non, je ne fais pas ça.” En ik kan gaan.

Ik slenter terug naar het centrum, want het is nog maar 14h30, en ik heb geen zin om verder te trekken. En wonder boven wonder: er is een café open. Ik stap binnen. Er zitten vier mensen: West-Vlamingen uit Dadizele en Menen. Ze maken hun jaarlijkse trip door de Ardennen. Ik zoek in het boekje met de pelgrimsroute naar adressen voor overnachting en vind in Rocroi een adres was ze ook aan pelgrims onderdak verlenen.

De zoon is thuis, maman is er nog niet. Het is er heel apart. Overnachting in een caravan. Ik bekijk de caravan en houd mijn mond.

Ze hebben een kamer voor drie personen (pelgrims) voor 60 euro. Dat komt dan op 20 euro per persoon. Gisterenavond hebben hier 2 pelgrims geslapen die onderweg zijn met een ezel, en afhankelijk van hoe ver ze vorderen met de ezel zullen ze al dan niet terugkomen om te slapen en de ezel op de weide van de moeder van maman laten staan. Ze komen niet terug en laten niets meer van zich horen. Ten slotte mag ik voor 20 euro op de kamer slapen.

Het toilet spoelt niet door. Gelukkig staat er een oude pispot naast en kan ik die gebruiken om water in te gieten. Het moet gezegd, dat de douche van alle mogelijke snufjes voorzien is: het water spuit naar boven, naar onder, links, rechts en het loopt zelfs weg. Ik ben gewassen.




15-05-2013, 23:21 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 14 : 25 maart 2013

van  Givet naar Fumay

Om 6 u sta ik op, neem een douche, eet en maak alles klaar om te vertrekken.

Om 8 u komt de man van de parochie – dit verblijf is een initiatief van de parochie – de poort van de binnenkoer openen, en tegen die tijd wil ik klaar zijn. Ik moet nog iets in het gastenboek schrijven.

Om klokslag 8 uur is hij er. We praten nog even na en dan vertrek ik richting Fumay, via de Route Verte – een mooi aangelegd fietspad langs de Maas, dat van Givet tot Charlesville-de-Mesière loopt.

Het is nog 30 km tot Fumay. Dat vind ik te ver, omdat ik wat last heb met mijn rechterbeen en vooral met mijn rechtervoet. Hopelijk gaat het over. In Givet is de hoogwatersperring gesloten en moet ik met mijn kar over een muur klauteren om mijn weg te kunnen verderzetten.

Het regent niet, maar het blijft koud. Ik probeer goed door te stappen en niet te veel aan mijn voet te denken. Het is heel rustig, alleen af en toe een eenzame wandelaar.

Na een paar uur stappen houd ik halt voorbij enkele huizen. Ik ben nog maar net gestopt of een man komt naar me toe: “Saint Jacques?” zegt hij. Hij woont in een van die huizen en had me zien aankomen. Hij doet meteen zijn verhaal: dat hij vorig jaar met zijn kleindochter van 13 met de fiets naar Santiago is gereden, korte etappes van 60 km – dat meisje mocht er niet de brui aan geven.

Na 10 min stap ik weer verder, want het is nog te koud om lang te blijven zitten.

De tocht verloopt heel vlot en ik kan vrij snel doorstappen, sneller dan de vorige dagen. Ik stop een paar keer om iets te eten of wat water te drinken, en probeer vóór 3 uur in Haybes te zijn, dat op 3 km vóór Fumay ligt. Ik heb geen overnachtingsplaats en besluit mijn geluk te beproeven in het gemeentehuis van Haybes. De dame aan de receptie is heel bereidwillig en zegt onmiddellijk “oui, oui”, als ik vraag of ze een arme dakloze pelgrim kan helpen, maar de man die ze erbij haalt denkt daar duidelijk anders over en wimpelt het af. Hij stuurt mij door naar Fumay, 3 km verderop. Tegen dat ik er ben, zal het gemeentehuis gesloten zijn. Toch stap ik snel door. Plots komt een nieuwsgierige man naast mij lopen, die vertelt dat het zijn droom is om met de fiets naar Saint Jacques te gaan. Ik zit goed en vertel hem vlug ik dat ik nog geen overnachtingsplaats heb, maar wel een tentje om in te slapen. Heel enthousiast nodigt hij mij uit in zijn tuin. Maar een paar minuten later rol ik naar beneden, want zijn tuin helt af, en ik zou in de Maas kunnen belanden. Dus stap ik verder naar Fumay. Het is ongeveer 16 uur als ik aankom, en te laat om naar het gemeentehuis te gaan. Ik besluit dan maar om toch alleen op de gesloten camping municipale van Fumay te gaan staan. Maar eerst nog wat inkopen doen. Ik vraag aan een man die in mijn richting komt waar er een winkel is. In onverstaanbaar Frans wijst hij de weg.

In de winkel doe ik een boodschappen en informeer of ze ergens iets weten voor pelgrims. Ze horen het in Keulen donderen. Ik weet wat mij te wachten staat: de camping municipale.

Ik loop nog even rond op het plein. Geen enkel café is open, en nu al in een tent zitten is geen mooi vooruitzicht. Plots zie ik boven een naaiwinkel, waar ze herstellingen doen, iets staan van 'catholique' en ga daar nog eens mijn kans wagen. Ze kijken bezorgd: iets om te overnachten? Nee, ze weten niets, en sturen mij ten slotte naar de pastorij.

Ik bel aan en er beginnen een hele reeks klokken te luiden. Niets. Ik blijf nog wat kijken naar de affiches aan het raam, en plots staat er een man in de deuropening. Hij zegt: “Entrez,” en wijst mij zonder meer waar ik kan slapen. Hij verdwijnt even vlug als hij gekomen is.




15-05-2013, 23:15 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 13 : 24 maart 2013

van  Givet naar Givet

Vandaag is het Palmzondag. Op het binnenplein, aan mijn kamer, verzamelen de mensen zich met palmtakken. Ik ga bij hen staan. De pastoor komt er bij. Ik heb ook een takje genomen, maar sommigen hebben bijna een volledige boom mee.

Na de wijding van de palm gaan ze in processie naar de kerk, een paar honderd meter verderop. Ik loop mee en volg een hele mis in het Frans. Ze spreken er geen schoolfrans! Op de markt koop ik een bakje aardbeien en wat druiven – bediening in het Vlaams!

De rest van de dag breng ik rustig door op mijn kamer.




15-05-2013, 23:05 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 12 : 23 maart 2013

van  Hastiére-par-dela naar Givet

Het heeft bijna de hele nacht geregend. Ik sta op rond 8 uur en pak alles in

Aan de deur van de pastorij hangt een papier dat er de vorige avond niet hing, met de vermelding – in het Frans en het Nederlands – dat dit geen pastorij meer is en dat ze geen onderdak verlenen aan pelgrims. Zo, dat weten we dan voor de volgende keer.

Weer loop ik langs de Maas, maar nu aan de kant van Hastiére-par-dela. De weg is onverhard en het is moeilijk stappen, vooral omdat er overal plassen zijn. Aan de eerstvolgende barrage steek ik over en volg de Maas aan de andere kant. Het pad  loopt hier gemakkelijker. Het regent bijna de ganse weg.

In Hastiére, net voor de grens, vind ik een café dat open is. Ik stap binnen en drink een  koffie om op te warmen.

Dan steek ik de grens over: nu ben ik in Frankrijk, niet meer thuis. Aan beide kanten van de weg is de Franse vlag op de grond geschilderd.

Nu loop in niet meer langs de Maas. Er is zo goed als niemand te zien: wie niet naar buiten moet, blijft binnen.

Ik heb deze morgen niet gegeten en begin honger te krijgen. Ik stop in de straat, zet mijn stoeltje (een driepikkel) recht, ga er op zitten en eet langs de weg rustig een banaan en twee appels (die uit Anhée). Een jongen fietst voorbij en kijkt wat vreemd.

Ik stap verder naar Givet. In het centrum op een plein staat er gelukkig een stadsplan; daarop zoek ik de straat waar ik moet zijn. Ik heb niet verwittigd. Op het betreffende adres staat een gebouw met een hoge muur en daarin een ijzeren deur met een bel. Ik bel, en nog eens, en nog eens… maar niemand doet open. Dan zie ik een blad met een pijl die verwijst naar de andere hoek van het gebouw. Ik loop erheen en plots hoor ik roepen “pèlerin”. Ik draai me om en een man komt me achterna gelopen. “Pèlerinvraagt hij. Ik zeg ja, en hij brengt mij naar het verblijf voor de pelgrims. De bel werkt niet meer. Ik zag je lopen en ben je maar gevolgd, zegt hij.

In de kamer staan twee bedden, een klein keukentje met kookplaat, microgolfoven. Er staat soep (pakjes). Er is een douche, toilet, verwarming. Alles erop en eraan. Ik mag zelfs blijven tot maandag – een dagje rust na zes dagen stappen!

Even later komt er een tweede pelgrim binnen. Het is Jos, iemand uit Laakdal. Hij blijft maar tot morgen, zondag.




15-05-2013, 23:00 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 11 : 22 maart 2013

van  Tenneville naar Anseremme en verder naar Hastiére-par-dela

Om 7h gaat mijn wekker.

Kris is al aangekomen en staat in de keuken met Karl te praten. Karl bakt eieren met spek. De tafel is gedekt voor het ontbijt.

Rond 9h nemen we afscheid van Karl, en Kris brengt me terug naar Dinant, of beter gezegd naar Anseremme, iets onder Dinant, omdat het van daaruit beter stappen is. Kris zet mij af aan de barrage, die ik oversteek. Zij rijdt naar de eerstvolgende brug, steekt die over, parkeert haar auto aan het kasteel van Freÿr en komt mij te voet tegemoet. We lopen een eindje samen tot we terug aan het kasteel zijn. Daar eten we nog iets en ik drink de warme soep op die Kris me in mijn thermosfles heeft meegegeven. En nu is het tijd om afscheid te nemen.

Weer verder langs de Maas, koud en killig. Normaal wordt de afstand Dinant-Givet in één keer afgelegd, maar ik voel mij nog niet helemaal in orde. In Hastière-par-dela is er een café-boulangerie open en ik stap binnen om een koffie te drinken. In het boekje ‘Via Monastica’ vind ik een adres met telefoonnummer in Hastière waar ze onderdak verlenen aan pelgrims. Ik bel, maar het nummer is niet meer in gebruik. In de boulangerie vraag ik waar dat adres zich bevindt – 3 km terug. Uiteindelijk verwijst de vrouw mij naar de pastorij, de  presbytère, 50 m verderop, vlak achter de kerk. Ik loop erheen, maar alles is dicht. Ik hoor wel een hond blaffen. Het is al na 17 uur en het wordt koud. Voor alle zekerheid zet ik mijn tent op.

Ik hoor een paar huizen verder een auto aankomen, en ik ga daar eens informeren hoe het zit met de opvang in de presbytère Ik word heel vriendelijk ontvangen, maar ze vragen wel naar mijn geloofsbrief. Zodra ze die zien, is alles in orde. In de  ‘presbytère’ zit het blijkbaar een beetje vreemd in elkaar: er woont iemand, Narcis, en dan is daar een zekere meneer Petit bij komen wonen. Meer weten ze niet. Meneer Petit blijkt de man te zijn van het adres in ‘Via Monastica’ en dat geeft me hoop. Ik keer terug naar mijn tent en wacht tot meneer Petit er is. Even later stopt de wagen van Narcis, een refugié van Afrikaanse origine. Ik leg uit wie ik ben en wat ik kom doen en vraag naar meneer Petit, maar het enige antwoord dat ik krijg is: “Je ne sais pas.” Ik zeg dat ik zal wachten tot hij er is en ga terug in mijn tent zitten.

Plots roept de vrouw van daarnet mij. Ze nodigt mij uit om te komen eten. Veel honger heb ik niet, maar toch liever ergens binnen zitten dan in mijn tentje.

Ik doe mijn verhaal over Narcis en zij en haar man zijn heel verontwaardigd. Mevrouw is heel beslist en verzekert mij dat ze vader abt van de abdij van Leffe daarover zal aanspreken. Zelf heeft ze altijd voor de abdij gewerkt.

Meneer zoekt op het internet een overnachtingsplaats in Givet. Het enige wat ik heb, is een telefoonnummer en een adres.

Ik ga terug naar mijn tent, maar bel eerst nog even aan aan de pastorij. Niemand doet open en ik ga gewoon slapen.

Plots hoor ik buiten stemmen die nogal hoog oplopen. Ik blijf stil. Geen reactie.




15-05-2013, 22:54 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 10 : 21 maart 2013 van Anhée naar Dinant en verder naar Tenneville

Dag 10 : 21 maart 2013

van  Anhée naar Dinant en verder naar Tenneville

Ik sta op om 7h,  en breng mijn spullen naar beneden. Ik pak eerst mijn kar in en ga dan aan tafel, waar het ontbijt klaar staat.

Mevrouw vraagt: “Bien dormi?” en ik doe mijn verhaal, maar ze hebben er niets van gemerkt, want ze slapen beneden. Ondertussen komen een paar ouders met hun kinderen binnen. Mevrouw doet aan kinderopvang. De kinderen kijken verwonderd en mevrouw legt uit aan de ouders dat ze onderdak verleent aan pelgrims, en dat er dus 's morgens iemand kan aanwezig zijn. Tegen een van de kinderen die heel verrast kijkt, zegt ze: “Tu vois, monsieur mange!”

Mijn systeem ligt nog overhoop en ik eet zo weinig mogelijk. Ik heb trouwens geen zin in eten. Ik krijg een lunchpakket mee, maar dat houd ik ook heel beperkt. Wel een paar appels.

Bij mijn vertrek wordt er aan de deur een foto genomen van mij samen met Jacques en de coquille, voor het fotoboek. En dan loopt Jacques nog een eindje mee, ongeveer 100 m, tot aan de Maas. Vanaf nu ben ik weer alleen.

Ik loop verder naar Dinant. Jacques heeft vader abt van de abdij van Leffe laten weten dat er een pelgrim zou komen. Om 11h00 is er mis van de monniken en ik wil die zien. Het valt niet mee: de diarree is nog niet over, en ik voel mij nogal leeg, maar ik stap verder om op tijd in Leffe te zijn. Het is tenslotte maar 6 km.

Een beetje vóór de sluis voor Dinant – in de buurt van de abdij – zie ik iemand op een bank zitten. Het is een pelgrim, Johan, die op terugweg is. Nog drie dagen te gaan en hij is thuis. Hij is in september vertrokken en helemaal te voet naar Santiago getrokken en te voet teruggekeerd.

Wij praten een kwartiertje, maar moet dan verder, wil ik op tijd in Leffe zijn.

Even later bereik ik de sluis. Ik steek over en loop dan de verkeerde richting uit. Een kilometer verder vraag ik de weg en sturen ze me terug. Ik ben net op tijd terug aan de abdij. Een paar minuten later begint de mis met een 10-tal monniken.

Na de mis ga ik terug richting Maas en bel ik Kris op. Ik wacht op haar in een taverne die aan het water ligt, net buiten het centrum van Dinant. Ik val bijna in slaap. Plots kijk ik op en ik kijk recht in het gezicht van de kelner, die was komen kijken wat er aan de hand was.

Uiteindelijk komt Kris aan en we rijden tot bij haar thuis in Tenneville.

Eerst kijken we of Karl thuis is, want bij hem mag ik overnachten. Hij is er niet en we rijden door naar haar appartement. Het is ijzig koud geworden en we gaan vlug naar binnen. Kris doet mijn was. Veel is het niet, maar alles moet op tijd gewassen worden, want ik heb niet veel bij.

Kris maakt eten klaar, maar mijn eetlust is nog niet groot en de rest geeft ze mee voor de volgende dag.

Rond 8 uur laat ze Karl weten dat we eraan komen. Karl wijst mij mijn kamer. En nu terug naar het gastenverblijf, want Thuis mag niet gemist worden. Ik neem plaats naast de brandende houtvuurkachel.

Daarna praten we nog wat over Santiago, want Karl is er ook geweest.

Om kwart vóór 22U ga ik naar mijn kamer. Het wordt een betere nacht dan de vorige.



15-05-2013, 22:18 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 9 : 20 maart 2013 van Namen naar Anhée

Dag 9 : 20 maart 2013

van  Namen naar Anhée

Ik heb mijn wekker gezet op 7h. Ontbijt om 8h.

Ik pak alles in en laad mijn kar voordat ik de eetkamer binnenga. Mevrouw is druk in de weer en meneer Jean zit rustig aan tafel.

Ik vertrek richting Dinant. Het is koud en regenachtig. Ik blijf de Maas volgen. Dat is de route die aangeduid is als de Santiagoroute, met de nodige markeringen.

Ik heb het zwaar na gisteren en moet regelmatig stoppen, maar het is te koud om langer dan 10 min stil te staan. In Profondeville is er een taverne open. Binnen drink ik een kop koffie om mij op te warmen, maar mijn kar moet buiten blijven.

Ik loop verder langs de Maas via Godinne. In Anhée aangekomen zoek ik een overnachtingsadres. Het dichtstbijzijnde is in Anhée, ca. 1 km van waar ik mij nu bevind. Ik bel en kan er gelukkig naartoe. Het is onverwacht, maar meneer is thuis. Een half uur later kom ik aan. Het is dicht bij de Maas en ik hoef er niet voor om te lopen.

Op tafel staan veel flessen bier: Meneer Jacques is voorzitter van de plaatselijke wandelclub en zondag houden ze een tombola. Ze moeten nog alles voorbereiden. Vandaar al die flessen bier op tafel.

Ze ontvangen veel pelgrims, vorig jaar 70, en ze houden een fotoboek bij van alle pelgrims die er zijn geweest. Meneer Jacques toont mij zijn boek en geeft uitleg bij alle ‘specialekes’, zoals een man uit Helsinki die te voet naar Santiago ging en hier halfweg was, twee ingenieurs met een zelfgemaakte steekkar met alles erop en eraan: keukentje, tafeltje, stoeltjes en een gps op zonnepanelen… in totaal 90 kg. Vóór ze in Vézelay waren, hadden ze al de helft teruggestuurd.

Daarna wijst hij mij mijn kamer en de badkamer. Ik kan gerust eerst douchen en dan naar beneden komen. Ik neem een douche en tegen dat ik beneden ben is mevrouw thuis. Ze maakt vlug eten klaar: spek met eieren. Normaal is er vlees, maar omdat ik onverwacht ben gekomen is er geen vlees. Ondertussen komen er nog een paar vrouwen om de tombola voor te bereiden: pakjes maken, nummer opplakken, enz.

De telefoon rinkelt en ik hoor Jacques zeggen: «Non, mais il y a ici quelqu’un qui parle néerlandais», en ik krijg de telefoon toegestoken. Een Nederlander is op zoek naar een overnachtingsplaats. Die heeft even geluk gehad, anders was hij nu aan het zweten.

Door de drukte van de voorbereidingen voor de tombola loop ik er wat verloren bij. Ik kan op de laptop mijn e-mails bekijken via internet, en daarna kijk ik boven op een kamer naast mijn slaapkamer naar een mini-Tv’tje. Ik hou het niet lang vol en kort daarna ga ik slapen.

Het wordt een nacht om niet te vergeten: diarree! Ik ben wel 10 keer opgestaan. Het vreselijkste is nog het doorspoelen: zoveel lawaai! Ik ben bang dat ik het hele huis wakker maak! Gelukkig is het toilet vlak naast mijn kamer.




15-05-2013, 22:14 geschreven door hendrik


Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag 8 : 19 maart 2013 van Huppaye naar Namen

Dag 8 : 19 maart 2013

van  Huppaye naar Namen

Om 7h30 sta ik op en begin ik in te pakken. Mijn tent is nat en buiten regent het nog een beetje. Ik pak alles in terwijl ik het buitenzeil laat opstaan. Als laatste pak ik het buitenzeil in en steek het natte zeil in een aparte zak, die ik boven op mijn kar bind. Net op tijd: Sebastien komt mij roepen voor het ontbijt.

De kinderen moeten naar school en we nemen afscheid.

Ik volg weer de Ravel, deze keer tot in Namen. Het is kil en regenachtig, twee keer vallen er zelfs hagelstenen. Terwijl ik rust neem aan een bank, komen er plots twee pelgrims aan.  Het zijn Paul uit Lille (provincie Antwerpen) en Tilda uit Peer. We praten even en dan trekken ze verder.

Ondertussen begint het te regenen en trek ik mijn poncho aan.

In Eghezee stop ik even aan het stationsgebouw te lunchen,  want er is nergens een café open – die zijn blijkbaar alleen open in het toeristisch seizoen. Het gebouw dateert van toen de Ravel nog een spoorlijn was. 

Ik heb nog geen overnachtingsplaats voor vanavond en bel naar een adres uit het boekje 'Via Monastica'. Geen probleem, maar niet vóór17 uur. Dat is dan ook weer in orde.

Ik probeer goed door te stappen, want als je stopt, krijg je het heel snel koud. Het is nog 15 km tot in Namen – verder dan ik gedacht had. En de overnachtingsplaats is dan nog eens 4 km onder Namen. Ik probeer er niet aan te denken en stap door.

In Namen aangekomen ben ik doodop.  Het is koud. Dan volg ik de Maas. Vanaf nu ‘tjsool’ ik verder. Het is niet meer plezant: kilometer na kilometer tot ik er ben.

Aan de deur hangt een briefje: bel kapot, kom maar binnen. Ik sleur mij kar binnen. Mevrouw komt onmiddellijk: de kar is geen probleem, maar ze moet een beetje aan de kant staan.

Ik neem het hoogst nodige mee naar boven en ze wijst me de kamer, de badkamer en het toilet. Het is een oud huis met hoge kamers.

Ik neem een douche en ga naar beneden. De tafel is gedekt. Haar man, Jean, is er ook. Even later komen haar zoon en zijn vrouw er ook bij.

Er is ook soep van de drie laatste preien uit de tuin. Na het eten gaat de zoon en schoondochter weg. Ik blijf nog even beneden, maar ben zo moe dat ik heel vroeg naar bed ga.

Het is ongeveer 8 uur.



15-05-2013, 22:10 geschreven door hendrik


E-mail mij

Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


Blog als favoriet !


Blog tegen de regels? Meld het ons!
Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!