Zaterdag 19 juli 1997
2e rit Geraardsbergen - Cambrai 133km
Ik heb vannacht, als naar goede gewoonte, zeer goed geslapen. Het wekkertje riep om 7 uur en na een verkwikkende douche, een ontbijt met grof brood, beleg en confituur waren we klaar voor de start. Het regenen was sinds gisterenavond opgehouden en na een paar kilometer besloot ik zelfs om mijn trainingsvest uit te doen, de zon was aan de hemel verschenen en zodoende was dat voor deze jongen al voldoende om in te grijpen. We reden door hartje Geraardsbergen ;op zoek naar het jaagpad dat weer langs de Dender leidde. In Deux-Acren steken we de taalgrens over en voor de fietser is dit de overgang van goed bollend asfalt naar een grindpad dat, wat de kwaliteit betreft, toch iets te wensen overlaat.angs Lessines met zijn Abdij-gasthuis van O.L.Vrouw met de roos (gesticht in 1242) gaat de tocht naar Tournai (Doornik)langs een heuvelachtig, rustig landschap en slaperige dorpjes. Plots doemt de kathedraal op, met de typische vijf torens...,Doornik. Voor mij geeft de stad niet wat ik er van verwacht had,enkel het kleine oude centrum kon mij bekoren. Het is weer middag en dus tijd om een kleinigheid te eten. Wat er bij mij altijd ingaat is een broodje smos, mijn vrouwtje zal dat niet ontkennen.
Terug op de fiets,richting Franse grens ontluiken schitterende vergezichten en landschappen. Wat opvalt is de stilte in elk dorpje dat we passeren. We fietsen weer over een jaagpad langs de Schelde en echt opvallend, het water is hier merkelijk properder dan in de contreien waar we vandaan komen. Prachtige groene wieren groeien er in het water tot tegen de oevers.Toch ook hier en daar wat minder fraaie uitzichten, de oude kalkovens zijn nog de stille getuigen van hoe het vroeger was. Bij Remegies steken we de grens over en vanaf nu volgen we de D 327. Onze Belgische frankskes worden opgeborgen om plaats te maken voor de Franse.
In de late namiddag komt Cambrai of Kamerijk in het oud vlaams, in zicht. Tijdens de lichte afdaling rijden we een koppel per fiets voorbij en een eindje verder zeg ik tegen Ludo, “ dat zijn volgens mij Hollanders “; er wordt eens mee gelachen, maar op dat moment hebben we er nog geen erg in dat we deze mensen nog een paar keer gaan ontmoeten. De stad Cambrai geeft een gezellige indruk, tenminste nadat we na enig zoeken de jeugdherberg hadden gevonden. Het is een oude Romeinse plaats tussen Boulogne, Keulen en Straatsburg. Er is een oude stadspoort (Porte de Paris) uit het jaar 1300 met ook nog de resten van oude stadsmuren. Vanaf de tijd van de Capetingers was Cambrai een belangrijk bedevaartsoord, en bezat de stad al een bisschopszetel.Herinner je nog het koppel dat we op weg naar Cambrai voorbijstaken? Tijdens het avondeten in de jeugdherberg,- op het gazon overigens want het was goed weer,- komen ze plots opduiken. “ Goedenavond, nou wij hebben wel de Nederlandse identiteit “ vertellen ze, “ maar we worden toch liever vereenzelvigd als Zeeuwen “. Er ontspon zich een gezellig gesprek en wat bleek? Hij was Kees Raes, broer van Jan, ex-beroepsrenner en nu sportbestuurder van een wielerploeg. Zijn vriendin Marleen was een Kortrijkse en door omstandigheden in Hulst aanbeland. Enfin, na het eten hebben we nog wat gebabbeld over van alles en nog wat, en voor we het wisten was het alweer bedtijd.
Terug op de fiets,richting Franse grens ontluiken schitterende vergezichten en landschappen. Wat opvalt is de stilte in elk dorpje dat we passeren. We fietsen weer over een jaagpad langs de Schelde en echt opvallend, het water is hier merkelijk properder dan in de contreien waar we vandaan komen. Prachtige groene wieren groeien er in het water tot tegen de oevers.Toch ook hier en daar wat minder fraaie uitzichten, de oude kalkovens zijn nog de stille getuigen van hoe het vroeger was. Bij Remegies steken we de grens over en vanaf nu volgen we de D 327. Onze Belgische frankskes worden opgeborgen om plaats te maken voor de Franse.
In de late namiddag komt Cambrai of Kamerijk in het oud vlaams, in zicht. Tijdens de lichte afdaling rijden we een koppel per fiets voorbij en een eindje verder zeg ik tegen Ludo, “ dat zijn volgens mij Hollanders “; er wordt eens mee gelachen, maar op dat moment hebben we er nog geen erg in dat we deze mensen nog een paar keer gaan ontmoeten. De stad Cambrai geeft een gezellige indruk, tenminste nadat we na enig zoeken de jeugdherberg hadden gevonden. Het is een oude Romeinse plaats tussen Boulogne, Keulen en Straatsburg. Er is een oude stadspoort (Porte de Paris) uit het jaar 1300 met ook nog de resten van oude stadsmuren. Vanaf de tijd van de Capetingers was Cambrai een belangrijk bedevaartsoord, en bezat de stad al een bisschopszetel.Herinner je nog het koppel dat we op weg naar Cambrai voorbijstaken? Tijdens het avondeten in de jeugdherberg,- op het gazon overigens want het was goed weer,- komen ze plots opduiken. “ Goedenavond, nou wij hebben wel de Nederlandse identiteit “ vertellen ze, “ maar we worden toch liever vereenzelvigd als Zeeuwen “. Er ontspon zich een gezellig gesprek en wat bleek? Hij was Kees Raes, broer van Jan, ex-beroepsrenner en nu sportbestuurder van een wielerploeg. Zijn vriendin Marleen was een Kortrijkse en door omstandigheden in Hulst aanbeland. Enfin, na het eten hebben we nog wat gebabbeld over van alles en nog wat, en voor we het wisten was het alweer bedtijd.

