Zondag 20 juli 1997
3e rit Cambrai - Noyon (Ourscamp) 117km
Vanmorgen afscheid genomen van onze Zeeuwse vrienden en ons kompas ingesteld op Noyon. Het weer is goed vandaag,zelfs in die mate dat we besluiten om toch maar in te smeren,tegen de branderige zonnestralen. Een omleiding in een dorpje bracht ons op een echte ouderwetse brocante markt, waar allerlei oude spulletjes te koop werden aangeboden. Steeds verder fietsten we van dorpje tot dorpje, door het mooie Picardië, de graanschuur van Frankrijk. Langs een rustig jaagpad, naast het “ Canal du St Quentin “ naar de bron van de Schelde. De heuvels worden inderdaad wat pittiger,dit schreef één van onze voorgangers.
Voor het eerst wordt ons versnellingsapparaat gebruikt om naar wat kleiners over te schakelen. De Schelde is hier nog maar een zielig beekje,maar wel mooi! Nogal een verschil met de smeerpijp in de buurt van Antwerpen. Het dal waar we doorheen fietsen kruist bij Les Rues-des-Vignes,Honnecourt en Venduile het Canal du St Quentin,in de tijd van Napoleon werden hier al een soort van tunnels gegraven,waar de schepen ook nu nog doorheen varen. Tussen Le Chatelet en Riqueval,op een paar kilometer van onze route, zijn deze vaarsloten zelfs wel vijf kilometer lang. We rijden nu langs de voormalige abdij van Vaucelles,het was vroeger een cistercienzerklooster,nu grotendeels een ruïne met een kerk uit de 13e eeuw.
In het dorpje Gouy en op één kilometer van het kleine centrum komen we aan de bron van de Schelde.Ze is wat van de weg gelegen, maar we besluiten om toch maar een bezoekje te brengen, al was het maar om te controleren of onze onderwijzers vroeger in de lagere school, niet gelogen hadden! De plaats is echter een vuile bedoening, want wees eerlijk; als je van een bron spreekt stel je je toch iets borrelend voor, met zuiver en helder water! Er is wel een gedenksteen opgesteld, een gift van de stad Antwerpen aan Gouy. Terug op de route zien we weer een verlaten abdij, het is de ruïne van een Premonstratenzer abdij of ook wel Norbertijnen, genoemd naar hun stichter.
In Estrées wordt de D 932 overgestoken, van oorsprong een Romeinse weg. Estrées is een verbastering van het Latijnse Strata, wat weer afgeleid is van de Romeinse aanduiding voor heirbaan.Tussen Joncourt en Levergies ligt het hoogste punt van deze etappe:150 m. Hier ligt de scheiding tussen de Escaut(het Franse woord voor de Schelde) en de Somme.Het laatste stuk naar St Quentin loopt over een wat bulterig jaagpad, om op een gemakkelijke manier de stad te bereiken. St.Quentin is een levendige stad met ongeveer 70000 inwoners, als pelgrimsstad tot bloei gekomen rond het graf van ST. Quentin: een martelaar uit de 3e eeuw.Het stadhuis uit het jaar 1500, in gotische stijl, ligt aan het autovrije plein. Met zijn vele terrasjes rondom, toont het nogal wat Vlaamse trekjes. We besluiten om hier een stukje van de middag door te brengen en onze knapzak op te peuzelen.
Het heeft weer gesmaakt en we vervolgen de tocht richting Noyon. De duivenmelkers onder jullie zullen wel weten, dat hier verschillende duifjes gelost worden en richting huiswaarts vliegen. De route loopt nu door de groene rand van de rivier La Somme, prachtige oevers nopen ons om er even bij stil te staan en te genieten.De hengelaars laten mij het water in de mond komen, als verwoed visser begrijp ik volkomen de Bij Artemps beginnen de nog steeds uitgestrekte akkerlanden van graangewassen in dit gebied.Na enige tijd fietsen komt Noyon in zicht.
Deze stad werd al in het jaar 531 gesticht,met de vestiging van de bisschopszetel St. Médard.Voor de 9de eeuw stond er al een kathedraal, waarin Karel de Grote werd gekroond.Al fietsend door de straatjes van de oude stad bemerken we een opvallend gebouw, voor het grootste gedeelte opgetrokken uit verweerd hout dat de tand des tijds echter wonderwel heeft doorstaan. Napluizen in onze gids leert ons dat het hier gaat over een bibliotheek die nog in zijn oorspronkelijke staat is gebleven: een prachtig gebouw.Het is rond 4 uur in de namiddag en het leek ons de moeite om er hier een streep onder te zetten voor deze dag, dachten we, want na enige inlichtingen kwamen we er achter, dat in Noyon geen jeugdherberg te bespeuren viel.Dan maar weer de fiets op, richting Ourscamp, waar een camping was.Dit stukje traject van zeven kilometer was weer een juweeltje wat natuur betreft, de naar hars ruikende, gemengde bossen deed ons met volle teugen genieten.In Ourscamp passeerden we weer een ruïne van een cistercienzer abdij uit de 12de eeuw,alleen de “ Salle des morts “ uit de 13de eeuw is overeind gebleven.
Na enige tijd bereikten we de camping “ La montagne “, een deugddoende douche en een simpele maaltijd van fritjes met worst gaven mij een zalig gevoel. Voor ons tentje nog wat nakeuvelend over de voorbije dag, kregen we plots weer die aangename verrassing.Daar verschenen als uit de hemel gevallen, onze Zeeuwse vrienden: vlug de fiets op, snelde Ludo naar het dichtsbijzijnde winkeltje en hebben we met z’n allen genoten van een paar flessen wijn.
Voor het eerst wordt ons versnellingsapparaat gebruikt om naar wat kleiners over te schakelen. De Schelde is hier nog maar een zielig beekje,maar wel mooi! Nogal een verschil met de smeerpijp in de buurt van Antwerpen. Het dal waar we doorheen fietsen kruist bij Les Rues-des-Vignes,Honnecourt en Venduile het Canal du St Quentin,in de tijd van Napoleon werden hier al een soort van tunnels gegraven,waar de schepen ook nu nog doorheen varen. Tussen Le Chatelet en Riqueval,op een paar kilometer van onze route, zijn deze vaarsloten zelfs wel vijf kilometer lang. We rijden nu langs de voormalige abdij van Vaucelles,het was vroeger een cistercienzerklooster,nu grotendeels een ruïne met een kerk uit de 13e eeuw.
In het dorpje Gouy en op één kilometer van het kleine centrum komen we aan de bron van de Schelde.Ze is wat van de weg gelegen, maar we besluiten om toch maar een bezoekje te brengen, al was het maar om te controleren of onze onderwijzers vroeger in de lagere school, niet gelogen hadden! De plaats is echter een vuile bedoening, want wees eerlijk; als je van een bron spreekt stel je je toch iets borrelend voor, met zuiver en helder water! Er is wel een gedenksteen opgesteld, een gift van de stad Antwerpen aan Gouy. Terug op de route zien we weer een verlaten abdij, het is de ruïne van een Premonstratenzer abdij of ook wel Norbertijnen, genoemd naar hun stichter.
In Estrées wordt de D 932 overgestoken, van oorsprong een Romeinse weg. Estrées is een verbastering van het Latijnse Strata, wat weer afgeleid is van de Romeinse aanduiding voor heirbaan.Tussen Joncourt en Levergies ligt het hoogste punt van deze etappe:150 m. Hier ligt de scheiding tussen de Escaut(het Franse woord voor de Schelde) en de Somme.Het laatste stuk naar St Quentin loopt over een wat bulterig jaagpad, om op een gemakkelijke manier de stad te bereiken. St.Quentin is een levendige stad met ongeveer 70000 inwoners, als pelgrimsstad tot bloei gekomen rond het graf van ST. Quentin: een martelaar uit de 3e eeuw.Het stadhuis uit het jaar 1500, in gotische stijl, ligt aan het autovrije plein. Met zijn vele terrasjes rondom, toont het nogal wat Vlaamse trekjes. We besluiten om hier een stukje van de middag door te brengen en onze knapzak op te peuzelen.
Het heeft weer gesmaakt en we vervolgen de tocht richting Noyon. De duivenmelkers onder jullie zullen wel weten, dat hier verschillende duifjes gelost worden en richting huiswaarts vliegen. De route loopt nu door de groene rand van de rivier La Somme, prachtige oevers nopen ons om er even bij stil te staan en te genieten.De hengelaars laten mij het water in de mond komen, als verwoed visser begrijp ik volkomen de Bij Artemps beginnen de nog steeds uitgestrekte akkerlanden van graangewassen in dit gebied.Na enige tijd fietsen komt Noyon in zicht.
Deze stad werd al in het jaar 531 gesticht,met de vestiging van de bisschopszetel St. Médard.Voor de 9de eeuw stond er al een kathedraal, waarin Karel de Grote werd gekroond.Al fietsend door de straatjes van de oude stad bemerken we een opvallend gebouw, voor het grootste gedeelte opgetrokken uit verweerd hout dat de tand des tijds echter wonderwel heeft doorstaan. Napluizen in onze gids leert ons dat het hier gaat over een bibliotheek die nog in zijn oorspronkelijke staat is gebleven: een prachtig gebouw.Het is rond 4 uur in de namiddag en het leek ons de moeite om er hier een streep onder te zetten voor deze dag, dachten we, want na enige inlichtingen kwamen we er achter, dat in Noyon geen jeugdherberg te bespeuren viel.Dan maar weer de fiets op, richting Ourscamp, waar een camping was.Dit stukje traject van zeven kilometer was weer een juweeltje wat natuur betreft, de naar hars ruikende, gemengde bossen deed ons met volle teugen genieten.In Ourscamp passeerden we weer een ruïne van een cistercienzer abdij uit de 12de eeuw,alleen de “ Salle des morts “ uit de 13de eeuw is overeind gebleven.
Na enige tijd bereikten we de camping “ La montagne “, een deugddoende douche en een simpele maaltijd van fritjes met worst gaven mij een zalig gevoel. Voor ons tentje nog wat nakeuvelend over de voorbije dag, kregen we plots weer die aangename verrassing.Daar verschenen als uit de hemel gevallen, onze Zeeuwse vrienden: vlug de fiets op, snelde Ludo naar het dichtsbijzijnde winkeltje en hebben we met z’n allen genoten van een paar flessen wijn.

