veren
Hij eet dat hij zweet en arbeidt dat hij kou lijdt.
Je zult moeten werken voor de kost.
Op eigen veren drijven.
zichzelf kunnen redden.
Hij krijgt zijn trekken wel weer thuis.
Hij zal voor zijn streken wel moeten boeten.
Zij was poeslief.
Zij deed heel erg aardig en lief maar alleen maar om in de gunst te komen.
De dingen bij hun naam noemen.
Rechtstreeks zeggen waar het op staat en geen omfloersde termen gebruiken.





