slof
Hij krijgt twee platten en een dunne.
Hij krijgt niets.
Een slof sigaretten Een doos met daarin pakjes sigaretten.
Een snelle jongen.
Dat ligt voor het grijpen.
Daar is nog genoeg van.
Dat is klets met kontjes.
Dat is larie.
Elk is een dief in zijn eigen nering.
Iedereen komt voor zichzelf op ook als dit ten koste gaat van anderen.





