Categorie: jaargetijden
wintertijd

Wintertijd
Het is voorbij de zomertijd
Meestal kijkt een mens terug met spijt
Het was zo mooi die zomertijd
Maar deze keer was de herfsttijd zo mooi
Er kwam in verhouding weinig regen
De zon en droogte gaven lust tot leven
Maar nu is het voorbij
Dan zijn we ’s morgens blij
Maar ’s avonds gaan we nachtschuit in
Dan zijn we weer in het besloten gezin
Het lijkt dan of we elkaar minder zien
Totdat er iets is waardoor we naar buiten stromen
Ja, dan moet het ijs en sneeuw hun gezicht vertonen
Zo is de wintertijd een vreugd
Ook de winter heeft zo zijn deugd
Daarom is het zo dat je, je altijd
op de wisselingen van de seizoenen verheugd
Nooit is een jaar hetzelfde
Elk jaar brengt z’n eigen identiteit mee
Zo zien we vaak terug op het weder
Het weer komt nimmer precies hetzelfde weder!
Zo vliedt een mens door de tijd
Een mens gemaakt voor de eeuwigheid

lied

Herfstlied
Droeve tonen van violen die in 't najaar klinken laten mijn hart in verlangende smart verzinken. De keel gesnoerd, doodsbleek, geroerd als klokken luiden, denk ik nog aan wat is gegaan en wil ik huilen. En ik moet voort waar wind mij voert, mee op zijn boze pad, van hier naar daar, als was ik maar een najaarsblad.
(vert. M.H. Teunissen)

herfstlied

Daar komen twee spinnetjes aan.
Daar komen 2 spinnetjes aan,
Kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel
De ene heet Piet en de ander heet Jan
Kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel
Fft, weg is Piet
Fft, weg is Jan
Daar komen ze, daar komen ze
Daar komen ze weer aan
Kriebel krabbel, kriebel krabbel, kriebel krabbel

herfstliedje

Herfstliedje

Gaat de wind zijn herfstlied zingen,
schudt hij speels aan boom en tak.
Strooit hij duizend fijne dingen
die ik juichend zoek en pak.
Beukenootjes om te eten
en kastanjes, glanzend glad.
'k Zal de eikels niet vergeten.
'k Zoek ze tussen kleurig blad.
Gaat de wind zijn herfstlied zingen,
zing ik mee en speel mijn spel.
Om die duizend fijne dingen
zeg'k de zomer blij vaarwel
Janneke van Cleef / Luit Doornbos
zomer

lentevogel
Vogeltje fiet fiet,
Geef me eitjes,
Geef me eitjes van porselein
'k Zal ze niet breken,
'k Zal ze bewaren
'k Zal er oh zo voorzichtig mee zijn;
Mijn eitjes fiet fiet
Die krijg je niet,
Dat worden zangertjes
Wiedewiedewiedewiet
winter


Winter
De winter is nog in het land
De sleeën en schaatsen zijn nu aan de kant
De wintersporters zijn nu op reis
En genieten in het verre van sneeuw en ijs
Daar hoor je ze niet dat het vervelend is
Dat het winter en koud is
Daar viert men zoals vele keren
De wintersport met slee en skiën
En daarna maken ze vaak gebruik
Van een stevige warme kruik
Een kruik in de vorm van een wijntje of een borrel
Zoals dat altijd de gewoonte is
Het après-ski!
Eigenlijk moeten al deze mensen over de knie
Als het maar verstrooiing geeft
Dan lijkt het wel of het kindmens leeft!



winter

Nog…
Terwijl het nog winter is
En moeder het lentekleedje knipt
Daarna de naadjes stikt
Met naald en draad
Voor een nieuw gewaad
Dan is het lentekleedje klaar
Wanneer het zonnetje gaat schijnen
Dan zijn de hartjes blijde
En hoeven we niet meer aan kou te lijden
In de winter zijn we meestal wel blijde
Als de sneeuwman geweest is
Maar tussen sneeuw en lente
Is het een nare overgangstijd
Maar alles komt zo op z’n eigen tijd




