leven

Hij is in de bloei van zijn leven.
Hij is in de mooiste periode van zijn leven.
Hij eet een bord wasem zonder mes.
Hij eet alleen maar om zijn honger te stillen maar vindt het eten niet lekker.
Hij kijkt als een kat in een vreemd pakhuis.
Hij weet niet hoe hij het moet aanpakken.
De bakens zijn verzet.
De situatie is veranderd.








