paddenstoelen

Op een grote paddestoel
Op een grote paddestoel
Rood met witte
stippen
Zat kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
Krak, zei toen
de paddestoel
Met een diepe zucht
Allebei de beentjes
Hoepla in de
lucht

paddenstoelen
Op een grote paddestoel
Rood met witte
stippen
Zat kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
Krak, zei toen
de paddestoel
Met een diepe zucht
Allebei de beentjes
Hoepla in de
lucht

paardEen matroos.
Hij heeft een goede bui.
Ongedurig zijn.
Hij is een kleingeestig man die moeilijk doet over allerlei details.
Doodgaan in de strijd.
Te voet gaan.
zichzelf kunnen redden.
hond
Hij heeft op die plaats iets verschrikkelijks gezien.
Het verloopt erg soepeltjes.
Sterven van ouderdom.
Als er veel aanbod is van (inferieure) waar dan worden ook de betere kwaliteitsprodukten
Het is niet netjes om voor je beurt te kruipen; iedereen moet op zijn beurt wachten.
werken
Iedereen heeft zijn eigen problemen en verdriet.
Aan de werkelijkheid ontleend.
Als ondergeschikte moet je doen wat je baas je opdraagt.
Wat een vervelende vent.
Dat is rampzalig om te doen.
rijk?
Ze zijn rijk.
Als je aan de macht wilt blijven moet je de verschillende oppositiepartijen tegen elkaar
Wie al te vaak koopt zit snel zonder geld.
Naar bed gaan.
Je kunt van iemand niet meer verlangen dan waartoe hij in staat is.
Kwaadspreken over iemand.
zee
Hij heeft het erg arm.
Ieder zijn meug zei de boer en hij braadde boter op
Een situatie waarbij beide partijen voordeel hebben.
Het is heel prettig om naar te kijken.
Hij is bang om een pak slaag te krijgen.
Ontelbaar veel.
Dat is iemand die iedere dag weer een andere mening heeft.