appels


appels

melk
Hij heeft de meeste winst gekregen.
Hij kan goed met mensen slijmen.
Hij weet niet wat hij moet kiezen.

Iemand die vakwerk aflevert wordt daar uiteindelijk ook voor beloond.
Het kaartspel.
schip
In de haven schipbreuk lijden
Ik ben in veilge haven
Bij kalm weer is iedereen stuurman
tol
Als je niet naar de argumenten wil luisteren dan kan ik ook straffen.
Alles is weg.
Je moet je aan veranderende omstandigheden aanpassen.
Iemand steeds maar doorverwijzen zonder dat hij er iets mee opschiet.
Hij is gestorven.
opschieten
Wij moeten poot-aan spelen.
Iemand beetpakken.
Hij heeft teveel gedronken.
Hij is iemand die je voor alle (rot)klusjes kunt gebruiken.
Iemand ernstig hinderen.
been

burgemeester
De één verkondigd de leer en de ander moet er voor opdraaien.
Het beste part.
Geen werk kunnen krijgen.
Als je eenmaal een hoge positie hebt bekleed behoud je je aanzien.
De leidinggevenden zijn het niet met elkaar eens.