Donderdag 22 januari 2009
Aquarel: tuinhuisje in Herbricht Neerharen:Fase 1 / deel 5

Vandaag ga ik weer iets verder met het schrijven over de manier hoe ik dit werk tot stand heb gebracht. In de vorige beschrijving heb ik uitgelegd dat ik met de negatieve vormen te schilderen een object (in dit geval de kolen) kan weergeven. Vandaag ga ik iets meer schrijven over het op kleur brengen van deze kolen. Op de foto kan je duidelijk zien dat ik nu heel gemakkelijk de verschillende kolen kan gaan bewerken. Door het feit dat zij door de negatieve vormen te schilderen zelf als object naar voor komen kan je gemakkelijk het resultaat gaan voor op zetten. Door in de eerste plaats goed te kijken naar de verschillende onderdelen van dit gewas krijg je natuurlijk een heel goede kijk op de struktuur en de onderdelen waar de kolen zijn uit opgebouwd. Het is daarom niet alleen belangrijk dat je weet waaruit je onderwerp bestaat maar het is evenzeer van uitzonderlijk belang dat je de relatie die de verschillende onderdelen tot elkaar hebben weet te vangen en ontleden. Om het eenvoudig te zeggen moet je weten dat zulke groene kolen bestaan uit een aantal bladeren die rond een middenste hart van bladeren zijn opgebouwd. Natuurlijk weten de meesten onder ons dat zo'n kool uit verschillende bladeren bestaat maar deze ontleding is voor ieder object van belang. Wanneer je het onderwerp ontleed hebt, dan komt weer het gegeven van heel goed te kijken om de hoek loeren. Je weet natuurlijk ook weer uit ervaring dat de buitenste bladeren meer licht gaan vangen dan de bladeren die iets verder in de kool zitten maar je moet ook de verschillende nerven en struktuur gaan weergeven. Ook is het in dit geval zeer belangrijk dat je de verschillende kolen ten opzichte van elkaar gaat bekijken. Je moet als het ware iedere kool als een los van elkaar staand gegeven of object gaan beschouwen. Je moet er van uitgaan dat iedere kool verschillend is en andere kenmerken heeft. Dat wil ook zeggen dat iedere kool een iets andere kleur heeft. En meestal worden tegen de kleur de grootste fouten gemaakt. Het is niet omdat het allemaal groene kolen zijn dat je ze allemaal met hetzelfde groen moet schilderen. Neen je moet voor iedere kool een aangepaste kleur verzinnen en of maken. En je moet er zeker niet voor terug deinzen om een aantal kleuren die het geheel opvrolijken te gebruiken. In dit geval zie je dat ik in één van de kolen een roodachtige/bruine kleur gebruikt heb. Je ziet dat door deze kleur en het okergeel dat ik op verschillende plaatsen gebruikt heb, het zeer banale onderwerp (kolen) iets moois en ondefinieerbaars over zich gaat krijgen.
En laat dat nou net de kunst zijn, om die kleine verschillen die er tussen de verschillende onderwerpen (van dezelfde soort) bestaan, weer te geven. Je mag van mij aannemen dat je schilderij zal slagen op het moment dat je durft een aantal beperkingen in kleur en of vorm over boord te gooien en het onderwerp speels gaat benaderen. Want wanneer je dat gaat doen, dan komt er iets op het papier of de doek te staan dat iets meer dan alledaags is en daar gaat het om. Met andere woorden de alledaagse dingen zo te schilderen dat zij boven het alledaagse uitstijgen en dat je door de juiste benadering deze onderwerpen de moeite worden om door derden bekeken te worden.
De volgende keer zal ik starten met de afwerking waardoor je kan zien hoe ik het schilderij verder afwerk en er een mooie aquarel van maak.
0121
