
1966 ben ik naar Duitsland gegaan en omdat ik Jenaer Glass kende, ben ik daar gewoon naar toe gegaan en heb gesollici-teerd. Ik werd onder gebracht in een hotel dat van de fabriek was en kon de maandag daarop al in dienst treden als Auslandskorrespondent. Ik moet daar alle handelingen veriichten die voor de Engels sprekende landen nodig waren.
Dat heb ik enkele weken gedaan tot er op een dag een delegatie uit Australie op bezoek was en ze mij vroegen om ze te begelei-den en als tolk/vertaler op te treden.
Ik moest een aantal fabrieken met ze bezoeken, zorgen voor het onderkomen etc. Ik had de beschikking over twee auto’s met chauffeur en reisde zo met ze rond. Veel in restaurants gegeten en ‘s avonds borrelen in de bar.
In het begin vond ik het leuk en toch gaat het op den duur vervelen omdat je geen tijd voor jezelf hebt. Je bent konstant bezig met je gasten.
Regelmatig moest ik met allerlei delegaties rondreizen met als gevolg dat mijn werk op kantoor bleef liggen. Ik heb ze toen wel voorgesteld om mij of als korrespondent of als tolk/vertaler aan te stellen. Uiteindelijk werd het tolk/vertaler. In die tijd groeide mijn gewicht naar een respectabel volume van 125 kilo. Alleen maar in de auto zitten, veel dineren dat had zijn tol geeist.





