ONDER MELKWOUD
ONDER MELKWOUD
Koel is mijn dak
van riet,
zwoel is de wind,
hij klimt
naar de avondkim.
Rood, oranje
schemert aan de horizon;
pigmentenlicht
zakt in kobalt
van de nacht
en in het marineblauwe
meer.
De zeearend krijst
en zoekt zijn pluimennest.
De dwerguil
roept oehoe, oehoe.
De springbokken verspreiden
en verdwijnen over de bergkam.
De stilte
van de bruinmens,
blankmens luistert
naar wild nachtleven.
Tussen lamplicht
en mijn boek
lees ik...
ek pluk vir jou een dag.
Schiller Erwin
Het gedicht is onder bescherming van SABAM

















