ZACHT IS MIJN SCHADUW
ZACHT IS MIJN SCHADUW
Koud zijn herfstregens
en korrels aarde gekneed
tussen skeletvingers;
tijdelijk is de aarde verdeeld
en het morgenzaad begraven.
Kil is de nevel
uit de wortel
van de aarde.
Stil stijg ik
naar de kosmos
van nieuw leven,
slechts een boogscheut
van de blauwe maan.
De storm is getemd
en de streelwind
draagt mijn ziel
naar de hoge witte wolken.
Kleine klokjes klinken
uit het hart
van zeven meren,
zacht draagt mijn dauw
een vederlichte ziel
naar het tempelwoud
waar gezangen leven
en mijn vuursteen van licht
zal ik bewaren
tot ik jou tegenkom
ver van de aarde.
Schiller Erwin
Het gedicht is onder bescherming van SABAM.








