Jonge haviken geringd in het Prinsenpark

Op maandag 27 mei 2013 werden in een afgelegen deel van het Prinsenpark (Retie) vier jonge haviken (Accipiter gentilis) geringd door Herman Berghmans, die een erkenning heeft als vrijwillige vogelringer bij het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) te Brussel. Het ging om twee vrouwtjes en twee mannetjes. Dat konden we zien aan de forsere poten van de vrouwtjes. Volgens Herman Berghmans waren de jongen al behoorlijk groot in vergelijking met andere broedsels van haviken in onze regio. Op de meeste locaties zaten de haviken nog met kleine jongen of waren ze zelfs nog aan het broeden. Deze vertraging ten opzichte van andere
jaren was ongetwijfeld te wijten aan het koude voorjaar.
Het Prinsenpark wordt reeds lang bewoond door een koppel haviken. We hebben weet van zeker twee nesten op geringe afstand van elkaar, die eind jaren ‘90 ontdekt werden. Het ene nest bevindt zich in een Weymouthden,
het andere in een Japanse lork. De vogels wisselen geregeld van nest om parasieten te voorkomen. Vermoedelijk worden de nesten reeds vele jaren gebruikt door hetzelfde koppel, want de paarbinding zou volgens de
literatuur voor het leven zijn. De baltsroep van het koppel kan gehoord worden vanaf begin januari en in maart voeren de haviken baltsvluchten uit. Buiten die periode zijn ze moeilijk te spotten want ze zijn erg schuw. De havik is in onze contreien een uitgesproken, erg honkvaste
standvogel.
De havik komt voor in een groot deel van Europa, Azië en Noord-Amerika (in verschillende ondersoorten). Nog niet zo lang geleden werden in Europa veel roofvogelsoorten meedogenloos vervolgd. De havik is waarschijnlijk de meest vervolgde roofvogel geweest, doordat hij verschillende jachtwildsoorten zoals houtduiven, fazanten, patrijzen en konijnen en daarnaast ook tamme
duiven op zijn menu heeft staan. In de jaren 50 veroorzaakten de onophoudelijke vervolging en ook pesticiden zoals DDT overal in Europa enorme populatiecrashes. In de jaren 60 trad een langzaam herstel in en werd de Belgische populatie geschat op 100-130 paren. Dankzij het verbod op een aantal bestrijdingsmiddelen en de sterk afgenomen vervolging zijn de populaties in de meeste landen nu weer boven het niveau van de laatste 100
jaar. De Atlas van de Vlaamse Broedvogels 2000-2002 vermeldde voor die periode een populatieschatting van 300-400 paren voor Vlaanderen. Het zwaartepunt van de verspreiding in Vlaanderen ligt in de grote boscomplexen van de Antwerpse en Limburgse Kempen.
Meer info?
Provinciale Groendomeinen Regio Kempen
Dirk Meeus
T 014 37 50 36
Dirk.meeus@groenkempen.provant.be


















