1941 - 1945
Oorlog met Japan
Geboren onder de tropenzon,
Waar mijn leven begon
Wist niets van oorlog en vrede,
Of van mensen met een mening en een
duistere rede.
Opeens … was het noodlot daar
Onvoorzien, onbegrijpelijk, echter: het was waar
Overheersing door een moorddadige macht,
Gestoeld op superioriteit en misdadige, militaire kracht.
Vele vrouwen, mannen, kinderen,
opgesloten in een concentratiekamp
Een laatste groet, kus, traan, het afscheid van een dierbare,
was een regelrechte ramp.
Zo spoedden de jaren zich voort,
Zonder uitzicht op hoop, die misschien aan de einder gloort
Vele mensen bezweken voor Koningin en Vaderland,
In het Indië, ons moederland, gewoon begraven,
Alleen, of op een hoop, onder het bruine zand.
Maar ééns komt aan alle ellende en verdriet een einde,
Het recht zal zegevieren, zo voorspelde een Wijze.
Twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki
waren nodig om de oorlog te winnen,
Uit vele kelen kwam schor het Wilhelmus,
de verstopte Nederlandse vlag verweerd,
werd weer gehesen, door de geïnterneerde gezinnen.
Vele landgenoten zijn de oorlog niet doorgekomen,
want de Jappen hadden al gruwelijk een voorschot opgenomen.
Laten we ons deze mensen blijvend herinneren met liefde, respect,
en zo lang we kunnen: eren.
Tenslotte moeten we ook het rentmeesterschap op aarde,
zonder oorlog, kunnen beheren!
Ik roep het weggevlucht verleden
Tempo dulu, die oude tijd niet weer
Ik wil slechts leven in het heden
Zonder heimwee naar ’t weleer
Toch komt daar steeds het stille verlangen
Naar die lang vervlogen tijd
Dan wil ik altijd gaan, ver van hier
Naar dat land vol lieflijkheid
Dan zie ik Indië’s wondertuinen
Waar ik dwalen mocht als kind
En hoor ik een lied uit vroeger tijden
In het zachte zingen van de wind
Neen, ik wil niet leven in ’t verleden
Maar geen gedachte doet mij zo deugd
Als die naar tempo dulu uitgaat
Die mooie tijd, vol dierbare herinneringen uit mijn jeugd.