Trein 02
Trein 02
regendruppels
glimwormen
onhoorbaar
door de ochtendduisternis
nieuwe passagiers
beladen de trein
met frisse lucht
Waalse vrouwen
verkakelen de rust
Trein 02Trein 02
regendruppels
glimwormen
onhoorbaar
door de ochtendduisternis
nieuwe passagiers
beladen de trein
met frisse lucht
Waalse vrouwen
verkakelen de rust
boterhammen in hetparkboterhammen in het park
een man zat
zwijgzaam
op een bank
in het park
en at
een boterham
met kwark
een klein meisje kwam
en vroeg :
heb je ook mijn popje gezien ?
de man zweeg en at
zijn boterham
met kwark
het meisje vroeg :
wat eet jij ?
de man zei :
ik eet
een boterham
met kwark
het meisje zei :
ik lust wel ham
en mijn popje ook
toen zei
de man
in het park :
ik heb alleen maar
brood en
kwark
Trein 01Trein 01
reizigers kijken
onbeschoft
in de intimiteit
van de achtertuinen
langs het spoor
zij kijkt bleek
naar het vermoeide
ochtendgelaat
in het raam
met vluchtende achtergrond
één zak op het tafeltje
één zak in haar schoot
het station van Leuven
rukt haar weg
uit zijn dromen
oud gedichtoud gedicht
ze vond
in een verloren boek
een oud gedicht
dat hij jong
geschreven had
een jong gedicht
van een oude man
ze las het vele malen
en was verrast
even vele malen
ze dacht :
zo heb ik hem
nooit gekend
breekbaarbreekbaar
liefde was haar op
het lijf geschreven
hij had het
tot op de bodem
uitgespit
dan sloeg hij haar
op het hoofd
met een porseleinen beeldje
maar nu is alles weer goed :
de stukken zijn gelijmd
en zij is ook weer fit
Antwoordantwoord
hij dacht de ganse nacht
en nam ’s morgens
een kloek besluit :
als ik vandaag
ophoud met bestaan
zal ik maar dadelijk
naar de hoeren gaan
Vraagjevraagje
?
ze vroeg hem :
wat zou je doen
als je nog
twee dagen
te leven had
?
zou je nog
van me houden
of zou je naar
de hoeren gaan
?
MondriaanMondriaan
kritiek
blauw
één punt
één kleur
één lijn
het had
géél
moeten zijn
Acht88888888
vervuld
van
vlijt
voor
vrijheid en
vaderland
beschreef hij alle nachten
de ganse buurt
met witte achten
de buren dachten
dat dit de pijn
van het lange wachten
voor hem verzachtte
maar het enige
dat hij betrachtte
was het schrijven van
zo veel mogelijk witte achten
Ambtenarenambtenaren
ze klimmen ’s ochtends
torenhoog
veilig voor weer en wind en zon
achter stenen glas staal en beton
urenlang ruggen kromgebogen over
documenten papieren en dossiers
ze zinken ’s avonds
in stalen kooien
naar diepe gangen
van trieste treinen
de helle van het heden
ze heten jan en miet en piet
ze zijn van het prikken uitgeput
hebben uren moe gestreden
en snakken stil
naar vrouw en haard en stede
Oorlogfor war
with love
toen kwam de minister van
oorlog kijken
en sprak :
zo nu en dan een lijk en
wat bommen op je dak
moet je afstandelijk bekijken
dan ga je
heel wat vlugger
over lijken
Vliegenvliegen
twee vliegen
paren
op de oude broek
van een jonge immigrant
een geïntegreerde sikh komt
en reikt
de jonge immigrant
de hand
de vliegen
paren verder
op de oude broek
van de jonge immigrant
Kastanjelaarkastanjelaar
hij wou weer
twintig zijn
onder de kastanjelaar
in de rademakersstraat
zij knikte stil van ja
en ze groeiden samen verder
met de kastanjelaar
onverbiddelijk jaar na jaar
steeds een beetje verder
uit elkaar
GodGod
soms is mijn
godsbesef
beperkt
tot
slechts
een vloek
godverdomme
nom de dieu
soms is Hij
in mijn vloeken
niet meer
herkenbaar
dan besef ik
Hem
helemaal
niet
meer
Kwantumkwantum
de geleerde staart
nieuwsgierig
in het water
van de vijver
en denkt :
er is een deeltje hier
en tegelijkertijd daar
God ziet dat het goed is
en zegt :
hij gelooft in Mij
In de treinin de trein
mama ! mama !
gaan we achteruit ?
neen, mijn jongen
mama gaat naar achter
maar jij,
jij gaat naar voren
Aritmiearitmie
uit het donker
van mijn kamer
staar ik naar
het maanlichtraam
ik luister
slapeloos
naar de echo
van een verre hond
mijn slapen bonzen
mee met
het droeve dier
en ik heb meelij
met zijn buren
De filosoofde filosoof
wat je doet
is niet zo vreemd
je eet brood
je drinkt water
je drinkt wijn
je slaapt en
je denkt aan het zijn
maar je weet niet
door wat je gedragen wordt
is het door je dromen
is het door de lucht
die je ademt
is het door het water
is het door de wijn
is het door het brood
of is het slechts schijn
?
Eenzaamheideenzaamheid
toen hij haar
schuchter vroeg
weet je wel wat
eenzaamheid is
zei ze
laat ons
samen
eenzaam zijn
Egelegel
het regent
op de snelweg
er ligt een egel
op de snelweg
een plas bloed
en heel wat stekels
op de snelweg
egels zijn niet
zo snel weg