Zestien lentes was ze
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Filedroom
Ik zat altijd wel ergens op de baan
of in de file op de ring
en boven mij vlogen vliegtuigen
met overvolle koffers wasgoed
zakenman naast zakenman
een Don Juan naast een blonde babe
met een Merlot wijntje
en vonken rond hun hoofd.
De file stond er niet bij stil
en ik gaf mijn voorganger
een duwtje in de rug
omdat ik in de wolken zat
met mijn zonnebril.
Met een handgebaar
alsof ik getikt was
werd ik een filegevaar
iemand knipperde met zijn licht
tot ik met beide voeten
weer in de monsterfile schoof.
Even later klonk op de radio
dat er een dagdromer meereed
op de ring.
Ook dat nog!
Rita Jouck
Grootmoeder
ochtendgebeden, paternosterbollen lang.
Ingetogen bewandelde je Zijn weg,
met Hem aan je zijde, van de duivel geen spoor.
Godschuchter liet je je leiden
door Zijn tuin van vruchtbaarheid.
Je baarde en bracht groot.
Van ochtend tot avond
was werken je doel,
het was je heilig en veilig.
Een mooier vrouw
heb ik nooit gekend,
met zilverjuwelen
in haar lokken,
haar lange zwarte lokken,
haar blozen zonder poeder
prachtmoeder.
Rita Jouck
Poreuze liefde
de pasgeboren krokus kreeg
zijn eerste winterprik
tegen hooikoorts en lentekriebels
de wind hield niet op en zoende
de takken van de bomen
en een sneeuwman in mijn marcelleke
stond te klappertanden
van de koorts
het was liefde
op het eerste gezicht
hij kon niet meer wachten
zij was zijn zonnetje
hij smolt voor haar
zijn ogen vielen uit zijn hoofd
hij kreeg een valling en een loopneus
vanmorgen vroeg
was hij er helemaal vandoor
langs sloten en beken
naar de eeuwige zeeën
wellicht...
Rita Jouck
Winter

van de vrieskoorts
terwijl grijze wolken huizen
in tengere bomen en in mijn hoofd
geen vogel die zin heeft om te fluiten
mistroostig verdwijnt een dag
omdat iedereen gebukt gaat
net als mijn kater op zoek
naar warme stralen
al was het maar een streepje
lig ik overhoop
met de zon
die de winter
gijzelt
omdat zij
die mooie sneeuwman
wel zitten zag.
Hopelijk smelt hij voor haar
Rita Jouck
Lieve kaboute lui
Slaap nog maar een beetje
op jouw waterbedje
straks word je meegezogen
en spoel je aan
op het strand van de mensenzee
je hebt niet veel mee
schrik niet
wanneer je ons in een hemd en broek
en een jas aan ziet
ook jij krijgt je eerste pakje aan
even zacht als je moeder
al gauw zul je weten
dat je slapen mag en eten
terwijl wij kijken hoe je bloeit.
Het geeft niet als je de wereld naar vindt
en in de wolken wil leven
doe maar...
Rita Jouck
Eeuwigheid van een kinderjasje
staarde ik in de wolken,
toen je het lint
van de wereld doorknipte.
Je verlanglijstje op je schouder
uitroeptekens om je heen
en weg was je,
vliegen als een vogel.
Je vergeten kinderjasje
aan de haak
met zacht vervlogen paardengeur
hoe goed het was
om kind te zijn...
Rita Jouck
Zomermorgen
deelt mijn ochtend, terwijl wind
mij aangenaam bepotelt
en zwoel onder mijn T-shirt ademt
wekt zon de bloemen en ruimt dauw op
ik, badend in haar zachtgeel
de velden in groen
de hemel in blauw
in dit stukje wereld
nog niet verknoeid
wil ik kameren onder het oog van God
verhalen van Zijn blauwdruk lezen
en luistervinken naar wat een vogel
te fluiten heeft
je zou voor minder jezelf uitlaten
en bordjes plaatsen
'Uitgezonderd vogels en vlinders'...
Rita Jouck
Brugge
dwepen met een jeugd
zonder eind.
Wat wij zochten, beseften we pas
op het water
toen we drijvend als
verliefde zwanen
ontroering vonden...
(jongen steelt
een zoen van meisje)
Rita Jouck
Vondeling
Het was een Koreaanse schone
die als bladwijzer
tussen pagina zeven en acht
zat van mijn boek.
In een land met veel zon
doch zonder toekomst
vond men haar ooit
als Mozes in een mandje
aan de rand van de straat.
Nu rijdt ze van Lummen naar Diest
in een cabrio
met de muziek van Mozart
in haar oor.
Ze had geluk
op het randje...
Rita Jouck
Samuel
dwarrelde je
ons leven binnen
als een winterkoninkje
je was het wonder
van het jaar
en smolten
als een sneeuwvlok
voor je knipoog
met zoveel charme
mag je de wereld bespelen
van lento, largo tot crescendo
en de wereld weer
een mensje meer
Samuel rijker.
Rita Jouck
nieuwjaarsgedicht
Hij was de prins
van ons leven, dit jaar
met vallen en opstaan
leerde hij stappen
na een traantje kwam
alles weer goed
in zijn ogen was alles
een wonder dit jaar.
Straks weer het nieuwe...
We zullen luchtkastelen bouwen
op safari gaan
bij de poes en de hond
en door zijn ogen kijken
hoe groot een jaar wel is.
Rita Jouck

