Kunstenaars.
Heb je ook ooit al eens nagedacht over volgende vraag?
Wie van de kunstenaars heeft de moeilijkste taak? Uit welke kunstvorm komt de grootste artiest?
Hierop is niet zo eenvoudig een antwoord te geven.Als uit de openstaande vleugel van een piano, hemelse klanken klinken. Als je de vingers van de virtuoos als fluwelen borstels over de witte en zwarte toetsen ziet glijden. De mimiek van de pianist, die in vervoering het concerto speelt. Volledig wegzinkend in de muziek. De tientallen muzikanten van het orkest, die allerlei instrumenten bespelen, met vaste hand in de maat gehouden door de dirigent. Als na een hartverwarmende introductie, de sollist zijn schitterende solo speelt. Als een koor hemelse zang laat klinken. Klanken waarvan sommige passages de haartjes op je armen laten recht staan. De warmte die je voelt, bij de uitvoering van grote muzikale meesterwerken.
Zelfs voor de hedendaagse jeugd, die opgegroeid is met massa’s oorbeschadigende decibels, klinkt hun muziekgenre hen als hemelse muziek in de oren.Maar achter al deze muzikale pracht, zit één iemand. De Componist.Al deze bolletjes en streepjes, neergeschreven op vijf evenwijdige horizontale lijnen, komen uit zijn pen. Uit zijn brein. De partituren voor ieder instrument. De violen, cello’s en contrabassen. De koper- en houtblazers.
Het slagwerk.Alles harmonisch neergeschreven. De solo partijen en koor gezangen. Dat alles ontstaan in de geest van één mens.
Fantastisch toch?
Maar er zijn natuurlijk nog kunstenaars. Bijvoorbeeld de schilder. Wat de grote kunstenaar onderscheidt van het amateurisme, is altijd terug te zien in het resultaat. De harde rechte lijnen van de amateur zijn bij de artiest als het ware, in het oneindige wegvloeiende penseelstreken. De diepte, hoogte en breedte geven de drie dimensies natuurgetrouw weer. Het perspectief dat ons als het ware zelf deel laat uitmaken van het schilderij. En dan het mengen van de verf. De kleuren. Bijna de perfectie, Ik zeg wel bijna, niets of niemand is bekwaam het pallet van de natuur te beheersen. Maar de artiest slaagt er in deze ideale kleuren in zijn werk te benaderen. Zelfs sneeuwlandschappen stralen een gevoel van warmte uit naar de toeschouwer toe. Bij exotische taferelen, lijken de vruchten, in de met zon overgoten schaal, ons uit te nodigen er in te bijten. We voelen als het ware de warme zonnestralen van het schilderij afstralen. Het portret van de moe gewerkte oude man. De rug gekromd van het harde labeur. De vingers die als knoestige dikke twijgen de steunstok omsluiten. De vermoeide blik die in de oneindige verte staart. En op de achtergrond de trieste bomen en struiken in het bruine herfstlandschap. Dit tafereel doet de toeschouwer nadenken over de vergane jeugd. De kortstondigheid van het leven. Maar ook over het grote kunstenaarschap van de artiest
Schitterend toch?
En de beeldhouwer. Uit een blok, door de natuur in grillige vormen gegoten natuursteen, houwt hij met hard getemperde stalen beitels en punten stukje per stukje weg. Het beeld dat zich in zijn geest bevindt, krijgt beetje bij beetje vorm. Een oor of oog. Een arm of de vinger van een hand. Een brede mannenborst. Een sierlijke vrouwenboezem. Alsof hij het uit klei boetseert alles krijgt vorm. De harde doodse steen komt tot leven. Uit donkere grijze brok graniet rijst de beeltenis uit zijn geesteswereld.
Uren, dagen, weken, maanden. Onverdroten werkt hij aan zijn ideaal beeld. Duizenden hamerslagen. Dat wat in zijn geest geprojecteerd wordt verschijnt voor onze ogen. Wat deze kunstenaar produceert, zal de tand des tijds weerstaan. Als brok natuur heeft deze steen miljoenen jaren de natuurelementen getrotseerd. Ook nu zal dit geestes spinsel van de kunstenaar ons en latere generaties overleven.
Of is het hij die van zijn geboetseerde droom een bronzen afgietsel maakt. Is hij de verpersoonlijking van het grote genie, die met verfijnde technieken een fiere heerser op zijn paard, boetseert. Of de strijdvaardige generaal, met ontbloot zwaard ten hemel geheven, uit het niets laat verrijzen. Van zijn meesterwerken mallen maakt waarin hij, met zijn dikke lederen voorschoot voorgebonden, door het gloeiende, vloeibare brons te gieten, zijn meesterwerk tot leven wekt.De bronzen beelden die de arduinen voetstukken zullen bestijgen om er roerloos eeuwen lang, tot eer en glorie van de koningen en heersers, als monumenten boven de mens te tronen.
Meesterlijk toch?
Maar als je ’t mij vraagt. Natuurlijk vraagt niemand me wat, maar stel!Ik zou uit deze moeilijke keuze, en het is enkel door het schrijven van dit stukje dat het mij duidelijk is geworden, de componist distilleren.
Ik verklaar mij nader:
De schilder krijgt een visueel beeld in gedachte en gaat hier over nadenken. Hij maakt schetsen. Trekt lijnen, kringen en laat hier en daar een schaduw vallen. Zo ontstaat zijn ideaal beeld, van dat wat zijn meesterwerk moet worden. Maar hij hoeft niemand in zijn denkwereld te betrekken. Enkel de toeschouwer, die zijn werken in het museum komt bekijken is betrokken bij zijn werk. Niemand hoeft er welke interpretatie dan ook aan te geven. Het geheel ligt vast op doek, en zal de tand des tijds trotseren.Wat ik over de schilder schreef, gaat eveneens op voor de beeldhouwer. Enkel zijn de meeste werken van deze kunstenaar, monumentaal van omvang. Meestal moeten ze eeuwen aan de natuurelementen weerstaan. Maar is dit niet meer de eigenschap van de gebruikte materialen dan van het geniale van de kunstenaar?
Dus mocht het mij toch iemand vragen. Voor mij is de componist de grootste. Met zeven bolletjes op vijf horizontale lijnen (natuurlijk is het niet zo eenvoudig) al dat mooie uit je pen toveren. Dat. Dat is kunst met een huizenhoge K.
Ook in zijn brein moeten de klanken van zijn sonates, symfonieën of concerti geboren worden. Hij hoort, als het ware in zijn geest, het orkest zijn meesterwerk spelen.
De monumentale echo van het koor gezang.
Hij werkt de melodie en begeleiding uit. De strijkers. Violen Cello’s en contrabassen.
De koperblazers. Trompetten, trombones en hoorns. De houtblazers. Hobo’s, klarinetten en de fagotten. De zang van de solisten en koren. Allen hebben een partituur nodig. Voor elk van hen moeten de muzieknoten op papier geschreven worden. De lichte klanken in de sol- de zware in de Fa sleutel. En alles moet harmonisch juist klinken.Geen sinecure, als je het mij vraagt. Maar niemand vraagt mij natuurlijk wat.
Probeer het maar eens. Sluit de ogen en denk aan een door u goed gekend muziek stuk. Probeer nu samen de violen, de cello’s en het slagwerk in harmonie te horen. Wel als je daar in slaagt, neem vlug potlood en muziekpapier en begin te componeren.
Waarschijnlijk is er een nieuw muzikaal genie opgestaan.
Subliem toch?
Epiloog
Gelukkig is de mens in staat om prachtige dingen te bedenken en te maken. Of het nu de schilderijen van grote meesters zijn, of de prachtige beelden die onze leefomgeving versieren. Is het een bundel met gedichten of parels van de literatuur.
Zijn het machtige muziekstukken, die een concertzaal op zijn grondvesten doen daveren.
Al dat mooie dat wij ons als mensen realiseren, onderscheidt ons van de dieren.
De mens heeft het vermogen in zijn geest beelden en gedachten te genereren die, eens ze zijn gerealiseerd, ons samenleven en dat van onze nageslachten o zo aangenaam kunnen maken.
06 juni 2007