ver de hond en de papegaai

|
ver de hond en de papegaai
|
ver thuis in de stad2
![]() |
Dit (waar gebeurd) kort verhaaltje schreef ik als deelname aan “Thuis in de stad”.
Dit was wel het tweede dat ik schreef,
maar……ik was te laat om dit in te sturen.
Mijn mooiste plekje in mijn stad? Als ik daar aan denk, gaan Mijn herinneringen altijd terug naar mijn jeugd. Ons geliefkoosd speelterrein waren het stadspark en het osbroek. En een van deze herinneringen gaat terug naar 1944. Aan de rand van het bos, bewerkte mijn vader een lapje sompige grond. Wat groenten en aardappelen kweken weet je. Ik ging regelmatig met hem mee, en trok dan het drassige woud in. Op zoek naar ….ja naar wat? Op een zonnige namiddag in september, was ik weer een heel eind tussen struiken en bomen gelopen. Plots stond ik voor een brede beek. Aan de overkant lagen honderden, in mijn ogen, stukken papier. En ja. De beek te breed om over te springen. Maar de nieuwsgierigheid om te zien wat daar was neer gekomen, haalde de bovenhand. Een verre aanloop en hop! Buiklanding op de rand van de beek. Grabbelen naar struiken en netels, maar ik schoof naar beneden. Tot de knieën in het water en de kikkerdril, klom ik omhoog. De stukken papier bleken krantjes te zijn gedropt door geallieerde vliegtuigen. Ik raapte er zoveel als ik kon bijeen. Met de stapel in beide handen, ging ik op zoek naar een plaats waar de beek wat smaller was. En wat denk je nu, een eind verder hield de beek op en kwam ik zonder probleem bij mijn vader. Vliegensvlug verstopte hij deze, in die tijd, levensgevaarlijke berichten uit de vrije wereld,zoals dat toen noemde. Later heeft hij ze dan aan mensen van het verzet bezorgd.
Het leuke aan dit verhaal is, dat ik nog steeds één van deze krantjes bezit. Een herinnering aan mijn lang vervlogen jeugd.
Roger. 14/06/07
thuis in de stad1Met dit (waar gebeurd) verhaal,werd ik laureaat van de wedstrijd “mijn mooiste plekje in mijn stad” De TV opnames voor TV Oost, hadden plaats in ons stadspark op 13/08/07
(Uitzending op 24/25 oktober 2007)
Ik ben Roger Schellinck. Geboren (1933) en getogen in Aalst. Ik was nogal avontuurlijk aangelegd en ging dan ook al op jeugdige leeftijd op verkenning uit in mij stad. Straatjes, steegjes en achterkoertjes ging ik opzoeken Dit alles liet een blijvende herinnering na over het Aalst van de jaren veertig. Het bombardement van 10 mei 1940 de voorbij trekkende legers. De stukgeschoten bruggen over de Dender. De doden die vielen onder de burgers door deze bombardementen. Het drinkwater tekort door de vernieling van de aanvoerleiding. Al deze nare beelden staan mij nog steeds voor de geest.Maar mijn mooiste plekje in mijn stad? Aalst telt ontelbare mooie plekjes. Ze opsommen zou quasi onbegonnen werk zijn. Maar de plek waar ik het meeste herinneringen aan bewaar, zowel vrolijke als trieste, dat is wel ons stadspark. Het was lente 1944. Als jonge dartele tieners, was het stadspark ons speelterrein. Het plons vijvertje op het speelplein, De bomen in de “bosjes” de vijvers, als onze plek om stiekem te gaan vissen. Een “wijm” uit het osbroek, en een eindje van moeders garen. Een haakje, geplooid van een speld, dat was ons vistuig. Verdoken tussen het afhangende gebladerte van de grote treurwilg, haakten we een pier aan het haakje, en gooiden we onze vislijn in de ballonvijver. Steeds moest er iemand de paden in het oog houden, om stil alarm te slaan als parkwachter Clement kwam aan gereden. Dan doken we in het al flink opgeschoten gras, tot het onheil voorbij was, en we konden verder vissen. Natuurlijk kregen we geen enkele vis aan de haak. Wel was menig keer de pier tot tegen het haakje op gegeten, maar een vis verschalken zat er dus niet in.Een van deze mooie lentedagen, gingen we met de vrienden naar ’t park. Gewoonlijk kwamen we langs het “klein poortjen” maar vandaag namen we “de groten entréé”. In het lommer van de grote bomen, die als zuilen het gebladerte torsten, stonden zitbanken. Op een ervan zaten enkele jonge mannen. Ze maakten grapjes en floten de jonge meisjes achterna. Een van hen, Lucien onze buurman, zwaaide naar mij en riep iets. Maar we waren spelenderwijs al te ver om het nog te verstaan. Intussen was er bij hem thuis een drama aan de gang. Ik heb dat maar ’s avonds vernomen als ik thuis kwam. De” Gestapo” was bij hen binnen gevallen. Zijn oudere broer, die juist op het koertje was, is nog over het muurtje kunnen springen, maar de tweede broer werd opgepakt en weggevoerd Een paar van deze “gestapo’s” zijn er blijven wachten tot Lucien thuis kwam, en hebben ook hem meegenomen. Geen van beiden is terug gekeerd. Nu nog wanneer ik het park in wandel moet ik terug denken aan deze verschrikkelijke gebeurtenis. Maar ik heb ook plezante herinneringen aan ons stadspark.. Het najaar 1944. De geallieerde legers bevrijden ons land en onze stad. Ze sloegen hun kamp op in het park en genoten er van een relatieve, en voor hen tijdelijke rust. Wij waren natuurlijk niet weg te slaan bij deze, overwegend Britse, soldaten. “Sigarettes for Papa and Chocklat for Mama” hoorde men ten alle kanten. Ook nog “Tommy kom home with me” weerklonk het bij valavond.De eersten, want één soldaat ging nooit mee met een burger, waren ene Frank en Len, gingen met mij mee naar ons thuis. Uiteraard hadden ze sigaretten en wat chocolade mee, en, ik herinner het me nog alsof het gisteren was, een groot blik met thé. Zo iets wat we nu” instant thé” zouden noemen. Ze toonden aan mijn moeder hoe ze deze thé moest zetten. En bij hun “cup of thé”, en met de enkele woorden Engels die ik al had geleerd bij de soldaten. Moeder en vader met wat Frans en enkele Engels klinkende woorden, slaagden we er in het gesprek levendig te houden. Maar de legers gingen verder en er kwamen andere aan. En in een van deze Britse regimenten leerde ik ene Jack Davies kennen .Een Welsh man in hart en nieren, en zoals bijna alle ingezetenen van Wales, een formidabele zanger. Maar ook na enkele dagen moest zijn groep weer verder. Maanden later, is hij nog eens langs geweest, om dag te zeggen. Maar intussen was mijn vader overleden. Dat maakte op hem zo’n indruk dat als hij de volgende dag verder moest, hij tranen huilde, en vol weemoed afscheid nam. En dat was het begin van een vriendschap, Maar deze vriendschap zou echter maar een vervolg krijgen twintig jaar later .Ze zou duren tot zijn overlijden nu 5 jaar geleden, maar nog steeds voort duurt tussen zijn echtgenote en kinderen, en onze familie. Maar mijn plekje, blijft ons stadspark waar een groot deel van mijn jeugdig leven zich afspeelde, en waarvan de herinneringen in mijn geheugen gegrift blijven.
Roger. Aalst 04/05/07
bed energie besparen
bed politici mag ik wat vragenPolitici, mag ik eens wat vragen?
Voor het goede begrip, ik ben GEEN RACIST, en heb niet de minste interesse voor welke POLITIEKE PARTIJ dan ook. Maar omdat ik begaan ben met de welvaart en welstand van gans onze bevolking nu, en in de toekomst voor onze nakomelingen, stel ik mij vragen bij vele dingen. Zaken waar de gewone burger, meestal niet bij stil staat, of die zonder al te veel rumoer worden weggemoffeld in schuiven van duistere burelen.Daarom zou ik graag aan een, door ons verkozen politieke dame of heer een paar vragen willen stellen. Vragen die naar mijn weten nog nooit publiek gesteld werden. En als ze dan al zouden gesteld zijn, waarop nog nooit een concreet antwoord is gegeven. Ja, vage verklaringen, als rond de honingpot draaiende bijen, met hoog geleerde(of wat daar moet voor doorgaan) woorden. Verwijzende naar al het goede dat ze al verwezenlijkten. Maar antwoord op de gestelde vraag……Hola dat niet Er zou hen eens een woordje kunnen ontvallen waar de tegenstrevers” gretig gebruik zouden van maken om hem/haar in diskrediet te brengen. Een minister, die met geen kennis van zaken, en met de glimlach privileges aan een zware crimineel, ondertekent. Een minister die de meest absurde verklaringen aflegt ten aanzien van onze buitenlandse betrekkingen, even op de teen wordt getrapt, en vlug bakzeil haalt. Een bende hulpeloze verkozenen die deel uit maken van allerlei kommissies, maar er niet in slagen om onze politiediensten efficiënt te laten functioneren. Anderen die de platenindustrie enkele miljoenen euro’s cadeau doen om Vlaanderen te promoten in het buitenland, naar aanleiding van het Euro songfestival. Zij die er voor zorgden dat de uitbreiding, en de daar aan gekoppelde werkgelegenheid, op onze luchthaven wordt afgeremd. Hij die enkele maanden later de meest absurde idee lanceert om de luchthaven van Zaventem op te doeken. Die voor zijn aanstelling moord en brand schreeuwde over de vliegtuigen die over zijn huis vlogen en hem en zijn gezin, door hun lawaai, als het ware het graf in hielpen. Vliegtuigen nota bene die reeds jaren deze routes volgden. Ik schrijftegenstrevers in een vette letter, omdat deze term echt van toepassing is op de heren en Dames, die er moeten voor zorgen dat alle verkiezings beloften worden waar gemaakt. Maar die in plaats daarvan geen ander doel hebben dan zij die regeren, zo snel mogelijk ten val te brengen. Enkel met de bedoeling dat zij die in de “OPPOSITIE” zitten op de stoelen van de "TEGENSTREVERS" kunnen gaan zitten en de absurde molen van voor af aan terug starten.En om dit te bereiken, zijn hen alle middelen geoorloofd. Gemeenschapsgelden worden misbruikt om vrienden te plezieren en aan vet betaalde contracten te helpen. Regels en reglementen bedenken om bevriende industrieën miljoenen euro’s te laten binnen rijven. “OFFICIËLE” organisaties, die met de goedkeuring van onze regeringen ook duizenden, goedgelovige burgers geld aftroggelen, onder het mom van hulp voor ontwikkelingslanden. Deze organisaties spenderen hopen geld aan TV en andere media reclames. Uitgemergelde, stervende kinderen worden ten tonele gevoerd. In lompen gehulde sukkels, ergens ver weg, verbannen door de grote industrie in hun land, naar onvruchtbare en ertsarme streken, spelen de hoofdrol in de filmpjes van deze organisatie. Maar eens de inzameling van alweer miljoenen euro’s, verdwijnt alles via duistere constructies ergens op buitenlandse bankrekeningen. De opbrengst van deze gelden, (lees intresten) wordt gebruikt om deze organisaties in stand te houden. De administrateurdirecteurs-generaal en andere hooggeplaatsten hun schandalig hoge wedde en onkosten vergoedingen met de regelmaat van een klok uit te betalen. Bovenop deze onkosten vergoedingen, gaan ze regelmatig op (snoep)reis naar de landen waar ze vorstelijk worden ontvangen.Waar de machthebbers van deze landen met de glimlach de royaal geschonken dollars (Euros) in ontvangst nemen. Om ze vervolgensop hun beurt te laten verdwijnen naar bankrekeningen in Zwitserland en andere finantiële paradijzen. En wie zegt ons als er officieel, ik zeg maar, 25 miljoen euro wordt geschonken voor “HUMANITAIRE HULP”, er onder weg geen paar miljoentjes “van de vrachtwagen vallen?”.Hoe zit dat Heren/Dames politici?