O parel,die de Heer ons gaf
Van aan ons wieg tot aan uw graf,
Mijn heilig Moederken.

Zoo'n liefde straalde door uw lach,
Dat ik er iets van God in zag,
Mijn éénig Moederken.

En daar gij uitverkoren waart,
Werd ook het leed U niet gespaard,
Mijn edel Moederken.

In hart en oogen,in de ziel,
Daar overal het kruis op viel,
Mijn vrome Moederke.

Maar hoe de pijn door 't hart U sneed,
Toch stond uw "Fiat" steeds gereed,
Heldhaftig Moederken.

Uw leven was een wierookvat;
Voor Paus en Kerk en vreê gij badt
Zo vurig, Moederken.

Uw consummatum is geweest
Op dit zoo tragisch Pinksterfeest,
Wanneer ,o Moederken

Begraven levend onder 't gruis
Van ons aan stuk geslagen huis,
Dààr naast mij Moederken.

Gij als offerlam U boodt,
U leggend in Maria's schoot
Voor eeuwig...Moederken.
M.-L. M.

1 reactie op dit bericht
Alfons De Grauwe
C. De Schutter
P.S. Ik had in het verleden al eens een reactie gezet, misschien is het niet aangekomen.