Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Een wijze, unieke, nabedenking van G.

Beste Rudo,

't zijn wrede beesten, die Van Leuvens. Te bedenken dat ons vaderlijk kwaliteitsperma te voet, met zijn kanker, naar het hospitaal is gestapt om er te sterven, dienen koppigen smeerlap die dertig jaar lang zijn zes kinderen niet meer heeft gezien. Het leven is een moeras waar bloemen op groeien. Natuurlijk denken Nara en ik, de laatste maanden, dikwijls aan onze Paasvakantie in Brazilië van verleden jaar. Nara is onze dagboek, die we bijgehouden hadden, komen halen om hem eens uit te typen op haren computer. Wat een verschrikkelijke herinnering. Voor Nara is het haar derde neef die ze verloor, twee aan Chris haar kant: Bart, een 22-jarige topkwaliteit jongen die alles had: braaf, slim, mooi en een vrouwtje dat juist in verwachting was, een virulente kanker, ziek en twee weken later dood. En Dieter, ook begin 20, getrouwd en op een zondagmorgen op weg naar de bloemenwinkel om een boeketje te kopen voor zijn vrouwke: doodgereden.

Waarom ik zo somber ben, ik lees uw wedervaren, ik besef dat er altijd hoop is.

's Namiddags kijk ik meestal naar natuurdocumentaires op tv terwijl ik aan het schilderen ben. Wij staren ons 'dood' op de schoonheid van de natuur, maar tegelijk ontkennen we dat die natuur leeft op de dood, planten op de vruchtbaarheid van afgestorven bladeren en bomen, en dieren door te doden. Imèn, dat schoon beezeke, als ik het zo zit te bekijken, het heeft het zo lastig om te leven, zijn neuske zit vol snot en het haalt zijn adem niet, het is zo afhankelijk, 't kan dood zijn terwijl ge een bladzijde van een boek omslaat, maar ge weet dat het zal leven, groot worden en weer een nieuw leven maken en zo de mensheid verder brengen naar een toekomst die gebouwd wordt op de fundamenten van het verlaten verleden. Ja, ik ben een beetje melancholiek. 't Komt omdat nu eindelijk dat Fredje in orde zal komen. Op zondag 5 mei wordt het ingehuldigd. Een jaar van spanning en hopeloos- en hulpeloosheid. Alles wat maar enigzins kon tegenslaan is ook tegen geslaan. Zoveel negativiteit kan alleen maar eindigen in een enorme bom van positiviteit. Voor mijzelf zal het een keerpunt zijn in mijn leven. Eindelijk heb ik het gevoel dat ik op het goede spoor zit en dat ik het waard ben van daar te zitten. Ik denk dat ik toch nog maar eens naar Zuid-Amerika moet komen om een bruisend jong wijfke te stelen, hier wil het niet wreed lukken. De vrouwen hier zien een man meer als een risicoloze investering waarvan ze zoveel mogelijk rendement verwachten (maar misschien is dat overal zo). Bij mij is er veel risico en geen rendement, maar zwijgt als vermoord hé. Het doet mij deugd dat ge zo straf doorzet in uw wil om een nieuw leven te maken. Het is het enige dat we hier op aarde moeten doen: leven doorgeven. Als het maar geen drieling is natuurlijk. Een pakkerd aan Liginha en ook aan Hilma, en ook aan u, stoere borst.

G. (en Fredje, mijn virtueel zoontje)

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Aambetanterikken

Ge zult me niet geloven natuurlijk, maar gedurende één van mijn vliegtuigreizen, terug van Rio, heb ik twee volledig verschillende gebeurtenissen méé gemaakt, waard te vertellen. Gedurende de heenreis, zoals gewoonlijk, zocht ik een plaats uit in de gang, achteraan in het vliegtuig (NB: eigenaardig, maar 't zal waarschijnlijk zijn omdat ik vermoed dat de mensen daar, minder kans lopen om te gaan in een ramp). Ik nam een krant in mijn handen die ik hoog in de lucht open plooide om eventuele kandidaten voor de zitplaatsen juist vóór mij en juist náást mij, te ontmoedigen, van tevoren af aanduidend dat ze met een krant in hun nek zouden moeten rekening houden (plus, het verstorend ritselen) en voor de rest, de ezeloren van diezelfde krant in hun bord zouden moeten verdragen. Die tactiek, totnogtoe, had zich totaal nutteloos bewezen, want niettegenstaande al mijn vurige gebeden, eerst dat er niemand me daar zou durven ambeterenen en later, dat het dan op zijn minst toch een tenger jong vrouwke zou zijn, gebeurd altijd het meest verachtelijke: nen uiterst dikke en lompe middeljarige mens, met schimmeltjes in zijn haar, die onveranderlijk juist vóór mij en een andere, nog groter in omvang, die zich juist náást mij, in de zetels trachtten te wringen. De eerste daad van de dikkerd voor mij was zijn ruglening bruusk naar achteren wentelen, zodat mijn knieën plots pijnlijk gekneld zaten en van de andere, naast mij, onverwachts zijn benen openend, mijn gereserveerde plaats in dringend, terwijl mijn elleboog, zonder medeleden, van de armsteun werd geduwd om daar zijn eigen stompje vlees ontspannend óp te kunnen laten rusten.

Ge weet al lang hoe klein het lontje van mijn bom wel is; hoe rap het bloed in mijn aders begint te stomen, hoe onmogelijk het is tot aan tien te tellen, drie keren droog in te zwelgen, mijn ogen hopend naar de hemel draaiend, hulp en geduld aan mijn engelbewaarder vragend, hen probeer te hypnotiseren om van gedacht te veranderen... allemaal zonder enig resultaat. Ik moest reageren. Mijn betaalde plaats heroveren. De eerste beweging begint altijd waar het me méést kwelt. Mijn elleboog móet terug op de gemeenschappelijke armleuning geraken. Ik kan hem onmogelijk in mijn zak steken, of in mijn schoot leggen, of gebaren dat ik het niet gevoeld heb en dus, daar gaat hij: tergend langzaam en aandringend: VERLAAT mijn plaats. SCHEER u weg. Terug naar UW eigendom. 't Kan me niet schelen hoe dik ge zijt. Mijn plaats is mijn plaats. En hij geeft tenslotte toe dat hij verkeerd is. Langzaam glijdt hij van de armleuning af, tot er alleen maar plaats is voor mijn lichaamsdeel. Jazeker, 't is wel een gemeenschappelijk leuning, maar in overweging genomen dat hij ze alleen voor hemzelf wou, moet hij ze nu ook helemaal afstaan. Eens die eerste strijd gewonnen, duw ik mijn knieën in de rugleuning van de zetel vóór mij. En begin ik daar te wriemelen en te wrijven tot de andere, voor mij, ongelovig achteruit tracht te kijken, onmogelijk eigenlijk, want daar is zijn nek te dik voor. Wat er is? Nikske, hé, nikske, ik ben mijn benen alleen maar een beetje aan het úitstrekken. De kramp bestrijdend. Met of zonder hindernissen. Met of zonder weerstand. Tegen dan en toevallig, komt de air-hostess voorbij en vraagt beleefd aan iedereen hun zetels volledig recht te zetten en hun tafeltjes néér te slaan, gereed dat ze zich moeten maken hun avondmaal te ontvangen. En dat brengt de ontspanning mee. Nu moet men definitief vermijden dat die toestand zich terug herhaalt. Ná het eten. Daarom worden de voorbereidselen met spoed behandeld. Eerst mijn elleboog. Die neem ik voor geen enkele reden meer terug van de leuning. Het mes, in mijn linkerhand, moet ik nu onhandig gebruiken om me niet te verplichten mijn elleboog op te heffen en daardoor de veroverde plaats terug te verliezen. Daarom gebruik ik met méér concentratie het vork in mijn rechterhand, niet helemaal vlot natuurlijk, maar toch beter dan niets. Mijn beide knieën, recht vooruit gestrekt, van de andere kant, laten geen enkele plaats meer vrij voor de eventuele terugkeer van de rugleuning vóór mij. Niet met mij, kleerkast. Het duurt echter niet lang vooraleer de dikkerd daar, met zijn korte nek en de schimmeltjes in zijn haar, vragend naar achteren tracht te loeren om na te gaan waarom juist hij zijn zetel niet meer terug naar áchteren kan wentelen. Ewel, natuurlijk niet. Hij is gebroken. Ziede da dan niet? Hij zit klem. Er is geen doen ne meer aan. Geef het op, vette gehaktbal. Gelukkig kan hij mij niet zien, want zijn nek beweegt maar ongeveer dertig graden. En 't zweet begint hem uit te breken. Ewel, gaadet niet opgeven, misschien? Met al dat duwen en terten. Geen avance. Hier is míjn plaats. Mijn private eigendom. Volle bak voor betaald. Trek uwen plan en zoek een andere plaats op. Hij staat inderdaad recht. Met moeite eigenlijk, want 't is lang geleden dat hij nog zó veel gestreden heeft. Nondedju. Hij kijkt me zorgvuldig aan, meet de breedte van mijn borst, die ik wat óp blaas. De omvang van mijn armen, die ik daarvoor wat wijder plaats en span. Mijn kin wat óp tillend. Ook mijn schouders. Ik zie er groter uit dan ik in werkelijkheid ben. Maar het geeft de gepaste indruk. Misschien is het toch beter geen verdere krachten met hem te meten, moet hij aan het overwegen zijn. En waarlijk, hij trekt het af. Hij vindt een andere plaats, wat verder in de rij. Goddank, den diene bennekik kwijt. Nu me concentreren op die olifant naast mij. Diene gorilla. Maar hij heeft zijn arm al in de schoot gelegd. Nochtans blijven zijn benen wijd uitgespreid. Mijn ruimte binnen dringend. Maar daar wil ik niets meer aan doen. Ik kan niet alles veroveren. Ten andere, ik moet de zetel voor mij strak vast klempen, want die andere kan onverwachts terug keren.
 
Wat een strijd, Rudo. Een ware strijd. Schatteman had gelijk..!!

Geschreven door Rudo om 14:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Prostaat (2)

Ups and Downs? Wanneer was die laatste Up? 't Gelijkt meer op een gelijkstroom. Altijd Down. Maar nooit zodanig dat een mens er echt ziek van wordt. Het is een "Down Light", of zowel een "Down Diet". En inderdaad, ik ben nogmaals door het gaatje van een naald kunnen krabbelen. Gelukkig, want ik ben nog net wat te jong om mijn laatste vaarwel vóór te moeten bereiden..

Zoals ik al geschreven had, ik moest het resultaat van een nieuw bloedonderzoek, in Recife, opzoeken op het einde van februari. Met wankelende benen ben ik er naar toe gestrompeld en door één van die totaal onverwachte redens was juist die dag hun computer kapot geraakt en werd mij gevraagd enkele dagen later terug te keren. Gelukkig voor mij, vond ik, want dat betekende uitstelling van vonnis. Toch ging dat vergezeld van verontrustende gedachten. Zou dat (de kapotte computer) een manier zijn, voor hen, om, voor alle zekerheid, een nieuw bevestigend onderzoek te laten uitvoeren? Toevallig begon ik ook gedurig last van mijn darmen te ondervinden en pijn in de streek van mijn lever. Bovendien zwollen mijn amandelklieren op zonder blijkbare reden, mijn ademhaling bemoeilijkend. Die morgen, vroeg, schoot ik zelfs verward wakker met één enkele, overmeesterende, zekerheid, zoals ik toen net gedroomd had: de prostaatkanker had zich uitgespreid naar keel en lever... hoe grillig...

Om me te verstrooien zijn we op stap geweest met het kleinste zustertje van Gleicy: Vitória, dicht bij een strand in het noorden van Recife, met de naam: "Maria Farinha". Daar is er ook zo'n geval zoals die "Aqua" of "Sun Park"'s in België, maar in de open lucht dan. Een klein orkestje bracht wat leven in de stemming en we hebben er gebruik van gemaakt méér te dansen dan te drinken, om het verdriet te vergeten, in afwachting van het resultaat van het bloedonderzoek, de volgende dag. Weeral met wankelende benen en een voortdurende goesting eerst eens goed te gaan pis-schen.

Alhoewel het resultaat in een verzegelde enveloppe zat, gericht aan de dokter, heb ik de moed kunnen opbrengen, ná eerst eens diep ingeademd te hebben en terwijl ik bevend het hand van mijn vrouw vast hield, mijn geschreven veroordeling zelf te onthullen...

Resultaat?

Volledig normaal. Een PSA nummer van 2,76. Net zoals al mijn andere, eerdere, onderzoeken, in Brazilië. En dat is dan al de tweede keer geweest in amper een paar jaren dat het bloedonderzoek in België mij op stang heeft gejaagd. Wat gaat daar verkeerd met die bloedonderzoeken?? De dokter had me nog duidelijk bevestigd dat hij niets had gevoeld (met zijne uiterst lange middelvinger, precies daarvoor geschikt) en voor de tweede keer had het onderzoek mij een argwanend resultaat opgeleverd. De eerste keer weliswaar wat minder: "5,7", maar nu bijna "11"?? Drie keren het normale? Zou dat opzettelijk zijn om méér echogrammen te kunnen verkopen? Allez, ik weet het niet, maar ik ben er een maand lang kapot van geweest. In afwachting van dat laatste vonnis. En allemaal zonder reden. Ne mens zou er ne kanker van over houden. Dan ben ik wat gaan slapen. En ik heb beloofd ‘s anderendaags ne keer heerlijk te gaan vogelen, zonder aan mijn prostaat te denken. Ik veronderstel dat ik zal ophouden preventieve kankeronderzoeken in België te doen!! Ik ben altijd op het nippertje aan het ontsnappen en het geluk is mij aan het achtervolgen, de laatste dagen toch wel, maar men mag het noodlot niet uitdagen, is het niet..??!!

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Prostaat

Terugkerend naar het reële leven, het volgende spreekwoord is geldig: waar er een reden is, is er een weg. Gevoelens, integendeel, leiden naar dilemma's, naar twijfel, naar onzekerheid, naar het onbekende. Ik mag eerlijk beweren: ik heb altijd weinig twijfels gehad en gekoesterd. De enige die nu tegenwoordig is, is: waarom kan ik niet onmiddellijk drie, vier, vijf nieuwe wezens scheppen als al die honderden miljoenen twijfelaars er meer hebben dan ze zelf wensen? Zo'n oneindige grote smeerlapperij met mijn gevoelens, waar er geen plaats is voor de reden...

Van emoties gesproken, ik had het al eerder moeten schrijven, maar ik dacht bij mezelf, ik wacht eerst beter op de uitslag van mijn nieuw bloedonderzoek dat maar gereed zou zijn in februari en intussen zat ik daar weeral op hete kolen, met een dreigende depressie, lamme benen, lood in mijn voeten, ineengezakt, zonder de moed op te brengen de gang van de zaken óp te spoeden, mij af te vragen waarom alle slechte dingen zo rap met mij gebeuren en de goede altijd zo lang uit blijven, tot ik er gewoon niet meer op reken, om er gene kanker van over te houden..

Mijn vrouw had wel vlug een afspraak gemaakt met een plaatselijke uroloog, vlak na onze aankomst vanuit België, waar mijn huisdokter daar, na een bevredigend "vingeronderzoek" van de prostaat, had vastgesteld dat de PSA bloedtest een resultaat had opgeleverd buiten het tolerantiegebied, maar ge kent dat wel, als die raadpleging betaald moet worden door de ziekteverzekering dan moet ge maar wachten tot hij beschikbaar is. En dat was dan gebeurd, op een donderdag, enkele weken daarna. Hij vond het bloedonderzoek dat ik vanuit België had meegebracht wel interessant, maar vooraleer een echografie goed te keuren, wilde hij eerst zelf een nieuwe bloedtest bestellen, om er daarna ook nog eens aan te tasten...

... en intussen liet ik me weer méé slepen in mijn afwachting, want twijfel, in zo´n geval, is beter dan de naakte waarheid en deed ik niet wat gedaan zou moeten worden en onmiddellijk een andere dokter raadplegen, vooral ook omdat ik opnieuw zou moeten wachten op zijn volgend beschikbare dag, begin maart. Intussen besloot ik toch wel eens (in het geheim) te loeren naar de uitslag van die meest recente bloedtest. Moest het PSA-nummer gelijk zijn of groter dan tien, dan zou ik, besliste ik, een andere dokter, in Recife, onmiddellijk opzoeken. Indien kleiner, minder dan vijf bijvoorbeeld, dan zou ik nog wat verder van mijn twijfels leven...

..... en het was toeval natuurlijk, maar op welk kanaal ik ook de TV afstemde, werd er luidruchtig uitgewijd over prostaatkanker, niet bij henzelf natuurlijk, maar vooral bij de anderen en hoe die rap de eerste plaats aan het innemen was bij de huidige ziekten die de dood veroorzaken bij de mannen en niet, zoals algemeen verondersteld, door roken, drinken of geslachtsziekten, maar gewoonweg door het van dieren afkomstig vet en hoe ik op datzelfde ogenblik dat heerlijk stukske jonge kaas dat ik uit vervelende verstrooiing aan het opknabbelen was, met geweld vervloekte en terug in de ijskast verborg, want ik kon het niet over mijn hart krijgen het weg te smijten, maar toch inwendig belovend nooit ne meer rond de afdeling "kaas" in de supermarkt te passeren en me content te stellen met een pakske droge lucht, want wat ge ook eet of drinkt, het doet allemaal kwaad aan iets, of aan iets anders, tenware bier misschien waarvan ge alleen maar kanker in uwe slokdarm krijgt...

Amaai, mijn vrouw moet mij maar verdragen, voelde ik, want ze is mijn enige redding, Gleicy (mijn allerliefste dochter, waar ik, wat verder, veel liefdevolle pagina's zal aan wijden) niet inbegrepen natuurlijk, omdat ze nog niet begrijpt wat er aan de gang is en ten andere, zoals ik al eerder bevestigde, liever bij mij dan bij hen, want ik voel me veel sterker en rijper daarvoor (!!??).... en zweten maar, en de hartslag voelen versnellen, iedere keer dat men er áán begint te denken.

Jamaar, jamaar ´t kan ook een simpel gezwel zijn hé, jaja, jazeker, ik weet het wel, maar er zal toch wel aan gefoefeld moeten worden natuurlijk en ene keer dat ze aan uw prostaat beginnen te prutsen, is de vrijheid om nog eens goed te kunnen "zwellen" in andere lichaamsdelen, er ook verre van af, tenware ge er een plastieken, plooibaar in het midden, buisje in laat steken, gewoonweg om de indruk te kunnen blijven geven, eerst naar boven gericht om áán te vallen en dan naar beneden om te kunnen pis-schen en hem óp te bergen....

Echt waar, ne mens vraagt zich af waarom hij dat allemaal moet méé maken en wat achteraf de "winst" daarvan zal zijn. Ik geloof, eerlijk, dat ik twintig jaar ouder ben geworden in tien jaar tijd... en juist nu terwijl ik eindelijk van plan was er nog eens extra goed van te profiteren.. van het leven, bedoel ik.

Geschreven door Rudo om 16:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Michael Moore

A Senseless War Begins Its 10th Year ...an address to the nation from President Barack Obama (as reported by Michael Moore)

Thursday, October 7th, 2010

My Fellow Americans:

Nine years ago today we invaded the nation of Afghanistan. I’d just turned 40. I had a Discman and an Oldsmobile and had gotten really into LiveJournal. That was a long time ago. It was so long ago, does anybody remember why we're even there? I think everyone wanted to capture Osama bin Laden and bring him to justice. But he got away sometime in the first month or so. He left. We stayed. Looking back now, that makes no sense.

Needing to find a new reason for the mission, we decided to overthrow the religious extremists who were running Afghanistan. Which we did. Sorta. Unlike Osama, they never left. Why not? Well, they were Afghans, it was their country. And, strangely enough, a lot of other Afghans supported them. To this day, the Taliban only have 25,000 armed fighters. Do you really think an army that tiny could control and suppress a nation of 28 million against their will? What's wrong with this picture? WTF is really going on here?

The truth is, I can't get an answer. My generals can't quite tell me what our mission is. If we went in there to rout out al-Qaeda, well, they're gone too. The CIA tells me there are under 100 of them left in the whole country!

My generals have also admitted the following to me:

1. There is no way we can defeat the Taliban. They enjoy too much popular support in the rural areas, the majority of the country.

2. Even though we've been there nine years, the truth is the Taliban, not us, not the Afghan government, control the country. After nine years, we’ve only completely run the Taliban out of 3% of Afghanistan.

3%!! (Just for reference, it took us only ELEVEN MONTHS after D-Day to entirely defeat the Nazis across all of Europe.)

3. Our troops and their commanders are still trying to learn the language, the culture, the customs of Afghanistan. The fact is, our troops are simply not trusted by the average people (especially after they've killed numerous civilians, either through recklessness or for sport).

4. The Afghan government we installed is corrupt beyond belief. The public does not trust them. President Karzai is on anti-depressants and our advisors tell us he is erratic and loopy on many days. His brother has a friendly relationship with the Taliban and is believed to be a major poppy (heroin) dealer. Heroin poppies are the #1 contributor to the Afghan economy.

The war in Afghanistan is a mess. The insurgency grows -- and why wouldn't it: foreign troops have invaded and occupied their country! The people responsible for 9/11 are no longer there. So why are we? Why are we offering up the lives of our sons and daughters every single day -- for no reason anyone can define.

In fact, the only reason I can see is that this war is putting billions of profits into the pockets of defense contractors. Is that a reason to stay, so Halliburton can post a larger profit this quarter?

It is time for me to bring our troops home -- right now. Not one more American needs to die. Their deaths do not make us safer and they do not bring democracy to Afghanistan.

It is not our mission to defeat the Taliban. That is the job of the Afghan people -- if that is what they choose to do. There are many groups and leaders of countries in this world who are despicable. We are not going to invade 30 countries and remove their regimes. That is not our job.

I am not going to stay in Afghanistan just because we're already there and we haven't "won" yet. There is nothing to win. No one from Genghis Khan to Leonid Brezhnev has been able to win there. So the troops are coming home.

I refuse to participate in scaring the American people with a phony "War on Terror." Are there terrorists? Yes. Will they strike again? Sadly, yes. But these terrorist acts are few and far between and should not dictate how we live our daily lives or make us ignore our constitutional rights. They should never distract us from what our real priorities are in making our country safe and secure: Everyone with a good job, families able to own a home and send their kids to college, universal health care that's coordinated by your elected representative government -- not by greedy, profit-hungry insurance companies. THAT would be true homeland security.

And what about Osama bin Laden? Nine years and we can't find a 6'5" Arab man who apparently is on dialysis? Even after offering $25 million to anyone who will tell us where he is? You don't think someone would have taken us up on that by now?

Here's what I know: Osama bin Laden is a multi-millionaire -- and if there's one thing I've learned about the rich is that they don't live in caves for 9 years. Bin Laden is either dead or hiding out in a place where his money protects him. Or maybe he just went home.

Just like we should do. Now. My condolences to the families of all who died in this war. Most of them signed up after 9/11 and wanted to do their duty because we were attacked. But we were not attacked by a country. We were attacked by a few religious extremists. And you don't defeat a few thugs by shipping halfway around the world thousands of armored vehicles and hundreds of thousands of soldiers. That is just sheer idiocy.

And it ends tonight.

God be with you.

I'm not a Muslim.

(End of speech, as transcribed by Michael Moore)

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Van piranhas, raparigas, quengas in het bijzonder en andere mocreias, in het algemeen

Op een zekere late namiddag, nadat ik mijn vrouw naar haar engelse cursus had gebracht (ze volgt engelse taallessen al ruim twintig jaar en vraagt iemand haar nu simpelweg: "how are you?", zal ze, zeker en vast, antwoorden: "what?"), zat ik een beetje te piekeren op het muurtje aan het strand, juist vóór ons appartementsgebouw (vooral ook om daar, zonder iemands aandacht te trekken, naar de konten te kunnen gluren van de voorbij passerende afgevaardigden van het vrouwelijk geslacht), toen er opeens een meisje stopte van ongeveer achttien (ze beweerde dat ze al lang over de achttien was en al een kind van drie had, maar ik kon het bijna niet geloven) en verbaasd wilde weten of ik iemand was die ze ooit eens op de TV had gezien (altijd diene zelfde oude truc). Alhoewel negatief reagerend wilde ze toch persé met mij naar bed gaan, maar kom, ge kent me nu al wel, hé; puurder dan ik, kan het niet. Dus heb ik haar aanbod, spijtig genoeg, moeten afwijzen. Ze was wel aantrekkelijk en was vergezeld van haar nichtje, nog een betere blikvanger eigenlijk, dat pas gestart was het beroep aan te leren. Toen ik, belangstellend, wilde weten wat ze met haar nichtje zou gedaan hebben moest ik toevallig toch haar aanbod aanvaard hebben, beweerde ze dat ze wel op ons gewacht zou hebben, op een stoel, in de kamer, naast het bed. Ik dacht bij mezelf, ze zou zo goed mijn kloten kunnen gekust hebben, maar dat heb ik er niet luid aan toegevoegd, natuurlijk.

Dan wilde ze weten of ik geen broers had die een beurt nodig hadden en ik antwoordde, jawel, maar de broer waar ik nu aan het denken ben is nog praktisch maagd en hij vreest dat het pijn zal doen, waarop ze repliceerde: oké, ik zal wel heel voorzichtig zijn, dan. Ze schreef zijn naam op een stukje plastiek (ik had de indruk dat het de emballage van een condoom was) voor wanneer hij eraan zou komen en dan recht hebben op een speciale afslag. Naast de naam heeft ze nog opgeschreven: “voorzichtig zijn”. Prijs met afslag: vijftien reais. Ze vroeg ook hoeveel tijd hij, gemiddeld, nodig had om zijn zaad te lozen en ik antwoordde, niet veel, want hij heeft last van “ejaculação precoce” en toen haalde ze een streep door de prijs en schreef ernaast: vijf reais. ‘t Is praktisch de moeite niet waard, voegde ze er dromerig aan toe.

Een paar dagen later, op dezelfde plaats, kwam er een ander meiske, blijkbaar vrolijk, maar toch met bloeddoorlopen, uitpuilende, ogen, voorbij huppelen. Ze stopte, keek me eerst aarzelend en dan onderzoekend aan en vroeg me of ik geen "programma wilde maken" met haar zuster. Welke zuster wilde ik weten, verrast maar toch belangstellend, rondkijkend. Ze wees naar een weliswaar nog jong maar toch uiterst lelijk scharminkel dat een paar minuten eerder, slenterend, voorbij was gepasseerd, zonder mij toen enig teken van interesse te hebben gemanifesteerd. Ik had het maar gevraagd vanwege mijn altijd prikkelende nieuwsgierigheid, want er bestond geen enkele kans zo een type van een aanbod, nuchter, te aanvaarden. Toch taterde ze verder: vijftien reais, vijf voor haar en tien voor mij. En waarom tien voor jou? Wel, ik ben toch het moeilijkste part van het werk aan het doen, zekers? Oké, ge hebt gelijk en jaja, de markt maakt hier ook zijne prijs…

Terug schakelend naar mijn eerste jaren in Rio en om te bewijzen dat ik niet altijd niet te vermurwen ben geweest door de aantrekkelijke wereld van het genot, alhoewel ik soms de ingescheepte vrouwen van de nachtclubs meebracht naar huis (toen nog vrijgezel), verkoos ik meestal naar verder afgelegen “motels” te rijden. Die zijn hier echt luxueus ingericht, met enorme spiegels, ronde zachte bedden, kleine privé zwemkommetjes en voortdurend en gevarieerde pornovideo’s op het tv-scherm. Ze zijn redelijk goedkoop en werken efficiënt (de motels bedoel, ik). Zonder veel vragen. De grootste meerderheid (meestal uitgebuit door Spanjaarden en Portugezen), heb ik persoonlijk bezocht, met hetzelfde of met meerdere meisjes. Ik herinner mij hoe ooit eens een lief en zachtaardig negerinnetje, met een ongeloofkijk prachtig lichaam, benen, billen en borsten en dan nog een heel proper klein en uitnodigend nestje, mijn opgehoopte spanningen uit mijn lichaam heeft doen vloeien. Die zalige en volmaakte perfectheid van een vrouwelijk wezen. Iets wat ge urenlang kunt liggen strelen en bewonderen. Ze was me de gehele avond aan het verleiden geweest. Een voortdurend wiegen en loeren, tot ik haar eindelijk uitnodigde te dansen. Er zijn vrouwen die er echt overtuigd van zijn dat ze goed kunnen dansen en soms zelfs de leiding over willen nemen, zoals dat enig meisje, beschreven in een vorige anekdote en er zijn vrouwen die veel bewegen, maar weinig ritme hebben. Maar er bestaan nog andere, die ge niet moet leiden en die ook niet geleid moeten worden, die ge stevig en toch zacht in uw armen voelt glijden en die helemaal niets wegen, die uw ritme automatisch en zonder inspanning volgen, zelfs als ge een stap mis zet. Die teder aan uw hals hangen en toch niet aan uw lichaam plakken. En die geen inspanning vragen. Gemakkelijk dansen. Zo was het die avond. Onweerstaanbaar. Hoe langer hoe beter. Een voortdurende droom…

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Recifolia

Dat brengt mij aan mijn regelmatig schrijven over mijn, bijna onuitputtelijke voorraad, dromen, naar mijn jongere, begrijpende, broers en, bijvoorbeeld, langdurig uit te wijden over onze in de nabije toekomst nog aan te schaffen (intussen al gekochte) boot in België, om er in ettelijke grachten, rivieren en stromen, wat rond mee te zwalpen, zonder doel noch bestemming, tenware, wat wazig te gluren naar al die, op het vasteland, voorbij passerende achterwerken en zielig bepeinzen wat we daar allemaal wel méé zouden kunnen doen, hadden we zelf geen verslaafd en definitief achterwerk, op wacht bij ons thuis en dan ontroerd beslissen ons naar onze persoonlijke, nogal donkere, stamcafé te begeven, om er, met criterium, uitgekozen muziek te beluisteren, een paar rustverstorende of schandalige klanten buiten te laten smijten en een paar ijskoele biertjes in te zwelgen (waarvoor we gisteren, we begrijpen nog altijd niet juist waarom, geen tijd genoeg hadden kunnen verzamelen) en wat u verplicht uw tong luid te doen klinken op uw gehemelte, als levende getuigenis van de uitstekende smaak ervan en dan te beslissen wat te kaarten met vier van uw tofste, trouwste en betrouwbaarste vrienden (die ook allemaal, opstandig, het heersend en oppressie stimulerend systeem bestrijden), voor klein geld natuurlijk, om het spannend te maken, onder een laag hangende roodkleurige en overwelvende lichtkap, tot een gat in de nacht en dan afspreken 's anderendaags, nieuwe bestelmeisjes te contracteren die niets liever's doen dan topless de mensen te bestellen, zonder schande of schaamte en overwegen of we niet beter de naam van de café zouden veranderen in “Casablanca”, in plaats van “Stella Artois” en dan afspreken morgen helemaal niets te doen, tenware misschien een tochtje maken met de boot, alias “yacht”, want van bootjes hebben we onze buik al vol en dan afspreken elkaar terug te ontmoeten in onze kroeg (waar het plafond vol hangt met oude velo’s) en er nog één op te drinken, zonder wroeging noch haat, vooraleer nog wat te kaarten, om het geld, dat we gisteren verloren hadden, vandaag terug te winnen, in het dubbel, als het kan en dat moet, enz.. enz.. tot we het compleet beu geraken en verlangen een wereldreis te organiseren op een transatlantische “cruise” met vier grote zwemkommen, waar we af en toe eens kunnen langs- en omheen slenteren om te verifiëren of er geen tentoonstelling is van blote, verlaten, konten en dan beslissen langzaam áf te zakken naar de gezelligste bar in de boot, waar ze hoge houten barkrukken gebruiken en vrouwelijke bestelmeisjes hebben die er al aan gewend zijn de mensen topless te bestellen, zonder schande noch schaamte en er zelfs van genieten als men er, af en toe maar niet voortdurend, eens geniepig in knijpt, in allebei natuurlijk, niet alleen de borsten maar ook in het aantrekkelijk poepje, terwijl we gretig de eerste togen pakken van dat ijskoud biertje dat onze dorst zo gemakkelijk doet vergeten… en dan afspreken zo vlug mogelijk terug te keren naar onze oude stamkroeg in Gent waar het, zonder onze fiscalizerende aanwezigheid, het waarschijnlijk allemaal op een rotzooi aan het gelijken is, enzovoort, enzovoort…

Het klimaat en verder iedereen overigens, was heter aan het worden (letterlijk en figuurlijk) en we waren volop in de “RecifeFolia” geraakt, een vier dagen lang durend plaatselijk volksfeest dat op carnaval gelijkt en meer dan een miljoen mensen in de wijk "Boa Viagem" samen verzamelt, die achter tientallen van die traag rijdende “muziekcamions” marcheren en die honderdduizend Watt geluid produceren, met oneindig veel blote benen, buiken en poepen, van alle kleuren (meestal bruin), vormen en geuren en allemaal uiterst bekommerd de gelegenheid niet te verliezen eens goed te “eten”, of “gegeten” te worden, alles in de naam van de meest democratische vrijheid. Binnen het jaar staat er dan nog eens een leger van tienduizend nieuwe kindjes aan mijn autovenster te tikken om wat geld te trachten los te peuteren, wat niet gemakkelijk is, maar dat is een zorg voor binnen een jaar. Voor het ogenblik wil iedereen er nog eens goed van profiteren, terwijl dat probleem nog niet om de hoek aan het luren is. De weinige meisjes die hun overbodig “velletje”, voor de ene of de andere reden, nog niet eerder hadden verloren, maken er ook gebruik van, die ellendige vracht, in een duister hoekje, achter een dun boompje, voor eens en voor altijd kwijt te geraken, zodat hun mond dan terug vrij komt om er meer natuurlijke voorwerpen mee in te slikken. Het is een opmerkelijke uitspatting van dans, lust en drank. Niet noodzakelijkerwijze in deze volgorde. De wat oudere vrouwkes (allang boven de twintig) willen dan nog eens goed, persé, ineen gedrukt worden, terwijl de rijpe meiskes alles samen drukken wat enigszins samen kan gedrukt worden en de jongste wanhopig voor hun deel vechten, vooraleer een ander er mee gaat lopen.

Wij, mijn vrouw en ik, blijven intussen in ons hoekje, rustig wachten op het juiste uurtje om er ook een paar te gaan drinken, vluchtend van het gedrang en de warboel. Uw oren kunnen er letterlijk van staan tuiten en trillen, net alsof ze onder spanning staan. Moest ik wat gemener zijn, ik zou er ook gebruik van maken om mijn buik, hier en daar, wat tegen aandringende poepen te drukken, maar ge kent me, van ´t één komt ´t ander en vooraleer ge begrijpt wat er aan de gang is zit ge al met uwe stengel in vreemde nesten. Zonder plastiek erom. Beter thuis blijven dan; zonder schrik.

In alle geval, ge kunt het u goed voorstellen: ge zijt rap midden in het gedrang geraakt, kan er niet meer van onderuit ontsnappen en wordt rustig van achteren in de rug geduwd om méé naar voren te bewegen, op de maat van de muziek, met kleine stapjes en een wiegend gatje, tot ge bijna verplicht uw handen op de voorafgaande schouders moet leggen, om niet onverwacht over dat mens te struikelen. Als het een vent is of een vrouwelijke kleerkast, tracht ge dan vlug van rij te veranderen, tot ge op een meer aantrekkelijk wezen terecht komt en van daar niet meer weg te slagen zijt, om dan te voelen dat haar poepje ook heen en weer aan het zwiepen is en het geduw van vanachter het u verplicht nog wat dichterbij aan te schuiven en ge vast stelt dat uwe onschuldige lul toevallig in een gezellige spleet terecht is geraakt, waar hij zichzelf eigenlijk niet helemaal slecht voelt, terwijl de eigenares niets doet om daar iets aan te veranderen en ge voelt dat de druk ook van voren aan het stijgen is, in een nu niet alleen wiegende beweging, maar ook een op en neer gaande, dat toch niet de greep aan uw lul doet ontsnappen en ge op een helemaal onpersoonlijke manier aan de druk hoeft te antwoorden, net alsof de lul niet van u is en het achterwerk niet van haar en ge in complete harmonie de straat af zakt, zonder haast noch luiheid en ge zout durven zweren dat ge elkaar al ettelijke jaren kent en er geen jaloersheid tussen u bestaat, want haar vrijer, hebt ge toevallig opgemerkt, loopt een paar meters verder voorop, terwijl ge er voor zorgt dat die mens die van achteren tegen u aandrukt gene zwetende en brakende ezel is, maar integendeel, een beschermende zachte hand bezit die niet toelaat dat andere, zonder uitzondering dronken gasten, voldoende plaats vinden om hun ook opdringerig en schommelend schip in uw haven vast te laten ankeren.

Dat is het wat ik bedoel: op zo´n moment kan uw min of meer verdoofde stengel ineens wakker worden, om dan vanonder uit uw slappe onderbroek te trachten te gluren naar de vooráfgaande spleet en er zich opstandig tussen wil steken, wilde of wilde niet, om dan wat later, nuchter wordend, het profiel van het meisje te bezien en vast te stellen dat ge ze herkent, ge weet eerst niet juist van waar en wanneer, maar dan plots beseft dat het die hoer is, die ge alle dagen aan de andere kant van de straat ziet wandelen en die blijkbaar met iedereen meegaat want ze zegt nooit "nee" tegen de bestuurders van de voorbij passerende en kalm stoppende auto’s die haar vragen in te stappen, wat ze glimlachend naar u, aanvaardt, tot ge er donkerrood van wordt, want hoe kon dat toch, zo´n flater…

Puntje bij paaltje gezet, het is beter er niet eens mee te beginnen. Thuis en kuis blijven. Mijn onderbroek aanspannen. Op mijn bloeddruk letten. Overwegen dat het eigenlijk grappiger zou zijn G. uit te nodigen en hem in die rij te zetten en dan, na enkele uren, verwittigen dat, zoals ik vroeger al gezegd had, het gat van een dronken mens, hier in Brazilië, geen eigenaar heeft…

Geschreven door Rudo om 14:48 Reageer op dit bericht Stuur door

Forever

Dat ze tegenwoordig vroeg beginnen herinnert mij aan een commentaar ooit eens geopperd door mijn vrouw toen ze, als Sociaal Assistent in een weeshuis, dagelijks de kinderen moest bezig houden en gedurende het eindeloos aanhoren van kleine geheimpjes, te weten kwam dat het woord “forever” door hen, jongens en meisjes tot en met twaalf jaar, regelmatig gebruikt werd om hun gevoel te beschrijven wanneer de ene of de andere collega bereid was hunne vinger, ’s avonds laat, in hun “gat” te steken en hem daar te houden tot ze in slaap vielen...

Enkele dagen daarna is Lígia, voor de tweede keer, bevrucht geweest. Ongelukkig genoeg en ondanks mijn gepruttel, nogmaals met enkel en alléén maar één embryo. De dokter dacht waarschijnlijk dat ik alle geld van de wereld ter beschikking had en bereid was wel ne keer of vijftig te proberen. Toch had hij er drie voorbereid (zijn medewerker, een bioloog, had ze me zelfs laten bewonderen in de microscoop) maar op de dag van de bevruchting zelf waren er nog vier andere koppels aanwezig en ik vermoed dat hij de twee overige aan een goed reclameprijsje heeft doorgespeeld aan één van hen. Op mijn aandringen wáár de twee andere bevruchtte eicellen waren beland, ontsnapte hij mij met een wazige uitleg over een overheveling naar een ander glazen plaatje en zo...

Enfin, ik heb er niets van verstaan maar ik heb er ook niet verder durven op aan dringen. Het werden weeral spannende ogenblikken en soms was ik er bijna zeker van dat ze terug zwanger was. Op andere momenten voelde ik dat ik zo veel geluk niet samen kon rakelen. Lígia sprak over niets anders dan terug over een tweeling: Rudootje en Maria Mariane, alhoewel ze maar bevrucht was geweest met één enkele cel. Maar voor de rest rekende ze op de gunsten van "Santa Maria", die voor een ware tweeling zou zorgen..

Het resultaat van het bloedonderzoek, twee weken daarna, deed inderdaad ons hart terug opnieuw versneld kloppen. Weeral positief. Ik had de dokter over de telefoon verwittigd en hij had verbaasd gestameld: dat is niet mogelijk, weeral!? “Ge zijt (ik weet niet of hij mij bedoelde, of Lígia) uiterst vruchtbaar". Ik bloosde wel wat en ben vergeten direct mijn diensten aan te bieden, mits betaling van een kleine vergoeding; R$ 300,00 per spuiting, aangezien de betere hoeren hier ook die prijs vragen, met hetzelfde objectief. Allez, dat is voor het lachen hé. Maar het bleef toch een mirakel, als men op de statistieken vertrouwt. Ik durfde zelfs suggereren aan de dokter dat hij, in het vervolg, terwijl hij geïnteresseerde koppels voorbereidde op de kansen van voortkomende bevruchtingen, hij zich wat uitbundiger mocht tonen en zelfs zijn eigen statistieken zou moeten aanpassen aan de resultaten die hij met ons had bereikt. Deze keer toonde de bloedtest een nog groter getal van het hormoon dat geproduceerd werd door ons “kind”, in de maak, in de buik van Lígia en dat zich innig vermengde met haar eigen bloed, vergeleken met het bekomen resultaat van onze eerste poging. Hij had nog gevraagd eens rap in zijn kantoor binnen te springen, de volgende morgen, om haar baarmoeder te onderzoeken, maar ik besliste dat niet te doen, want het was toevallig (min of meer) op dat moment geweest dat Lígia, de eerste keer, ook haar "vrucht" had verloren. Men weet nooit wat het geld teweeg kan brengen en ik had juist in de krant gelezen dat zijn (chique) dochter ging trouwen, dat zelfde weekeinde nog en misschien was hij er op uit zijn inkomen wat te vergroten, die bepaalde maand, om de onkosten te kunnen betalen. Allez, dat koteren daar, dat stond me niet erg aan, op zo een ogenblik en doordat de wijze mensen sterven van de ouderdom...

De volgende twee weken waren hartverslindend. Ik was echt bewonderd op de verantwoordelijkheid en de tederheid die Ligia koesterde voor ons(ze) nog ongeboren kind(eren). Ze durfde niet meer kuchen. Ze wreef gedurig en teder over haar buik. Kwam praktisch niet meer uit bed, of van de sofa, met angst dat het een risico betekende. Las met enorm veel geduld en goesting de gehele bijbel. Bad verwoed. Sprak geregeld en luid met het (de) kind(eren) om het(n) gewoon te maken aan haar stem. Rechtte zich op van het bed, of van de sofa, in een trage goed uitgerekende beweging om het(de) kind(eren) niet te storen. Bleef regelmatig naar de baby op de omslag van een magazine kijken om (een) gelijk lijkend kindje(s) te verwekken. Haalde geduldig mijn zware arm van boven haar buik om hem wat hoger en veiliger, terug néér te vleien. Luisterde urenlang naar een katholieke radiostation met lange preken en bijbehorende missen. Maakte wat moeilijk uit te voeren beloften. Streelde totaal geconcentreerd haar buik terug, enz..

Bekommerd en om haar te sparen van risico’s heb ik zelfs een daarvoor speciaal gecontracteerde meid geholpen met de grote kuis van het appartement. Ze was wel kwaad geweest op mij, sedert de dag ervoor, maar ik ben niet te weten gekomen waarom. Zoals altijd, praktisch. Ik word er nog gek van, maar kom, ne mens moet geduld hebben, anders geraakt hij niet vooruit. In alle geval, iedere keer dat het gebeurt en het gebeurt ne keer (of twee) per maand, herinner ik me mijn gewezen vader. Gestraft worden zonder te weten waarom. En beide types van straffen zijn pijnlijk; de eerste lichamelijk, de tweede geestelijk. Ik denk dat hij me wilde straffen, gewoon omdat ik niet helemaal perfect was, lichamelijk en geestelijk gezien, bedoel ik. Niet iemand die hij met trots of plezier aan iemand anders voorstelde, vermoed ik nu. Is dat uw zoon? Zone lelijke'n uil? (maar dat zegden ze niet, natuurlijk..).

Terugkerend naar Lígia: alles was goed onder controle geweest. Ze was al vierentwintig dagen onder weg in haar tweede zwangerschap en de buik begon zichtbaar úit te puilen...

Verdommelingen, mijn haan had weeral te vroeg gekraaid. Lígia was weer wat beginnen bloeden. Eerst had ze getracht het te verbergen. Weeral. Niettegenstaande mijn voortdurende bezorgdheid en medeleven had ze mij alleen maar op de vrijdagavond bekend dat ze opnieuw wat bloed had gevonden in haar slipje, de dag daarvoor. We zaten in de auto en waren juist op weg om een pintje te gaan drinken op de gezondheid van de juist één maand oude bébé. Op het moment van de mededeling herinnerde ik me in een flash de dood van Rudo Júnior (toen praktisch een jaar geleden), de eerste miskraam en de pijnlijke gezichtsuitdrukking van Lígia toen we, te voet, terug waren gekeerd van het laboratorio met het resultaat van het tweede bloedonderzoek in onze handen. Toen had ze, in de lift, mij haar rug toe gedraaid en had ze, in een hoek, hevig en schouderschuddend staan schreien, net als een gestraft schoolmeisje. Ik had niet geweten wat ik moest doen om al dat verdriet te overmeesteren. Het begon mij te verbazen dat ik het recht niet kreeg een kind te hebben. Een echte smeerlapperij, vond ik. En zeggen dat ik op de straat miljoenen kinderen zag, plus nog eens honderdduizenden zwangere vrouwen. En wij, NIETS??!!

In alle geval, ik besloot de dokter op te bellen om misschien wat optimistische woorden van hem te horen. En inderdaad, hij bevestigde dat dat het einde van de wereld niet was, dat het bloeden gedurende de zwangerschap niet uitzonderlijk is, dat hij niets kon doen, zelfs geen superbonder vóór schrijven en dat het beter was áf te wachten. Zolang er geen pijnlijke buikkrampen waren of de uitstoting van een bloedklont, was er hoop. Hij had dat vroeger al eens gezegd, antwoordend op mijn vraag, maar ik had er niet veel in geloofd. Toch was dat voor Lígia de reden geweest het feit me te verbergen, niettegenstaande mijn hardnekkige achtervolging en de tientallen keren dezelfde vragen van: Hoe gaat het? Alles goed? Geen problemen? Het woord "bloed" werd toen zorgvuldig vermeden om de vijand niet bij zijn naam te noemen. Maar schijnbaar kon Lígia die ervaring goed verbergen, want zelfs toen ik onwillekeurig een "absorvente" had gevoeld in haar onderbroekje, had ze mij uitgelegd dat ze het aan het gebruiken was omwille van de druppelende hormonen die ze daar in moest plaatsen, ene keer per dag.

De rest van de avond, de zaterdag en de zondag zijn we min of meer wanhopig geweest. Soms radeloos. Maar ook afgewisseld met hoopvolle momenten, want de bloeding verergerde niet. Integendeel, we hadden de indruk dat het langzaam aan verminderde. En de hoop vergrootte. De volgende morgen heb ik de dokter terug op gebeld in plaats van het voordien afgesproken bezoek te maken, want hij beweerde dat mét bloed, hij niets kon doen. De "prognósticos" zijn echter uitstekend, beweerde hij. Ondertussen deed Lígia nieuwe, en nog moeilijker te verrichten beloften, terwijl ze nog heviger bad en nog meer rustte. Ze riep me, iedere keer dat ze naar de kleine WC wou gaan. Zo konden we samen het klein beetje bloed vast stellen. En voor mij was het een teken dat er nog kansen bestonden. Wie weet, 't zou ook een vechter zijn. Enen die het niet gemakkelijk zou óp geven. Een echt Van Leuventje...

Maar ik had toen al schrik van de uitslag, van de definitieve proef van negen, de bloedtest. Lígia was geestelijk aan het aftakelen. De kracht om opnieuw en opnieuw te proberen begon te verzwakken. Ze begon te vinden dat God het niet wilde. Dat ze al te oud was. Dat ze het niet verdiende. En wat moest ik doen als zij het óp gaf? Ik zat tussen een steen en een harde plaats. Ik vroeg aan mijn broer Mama te verwittigen dat het vlammetje van het kaarsje dat ze had aangestoken voor die gelegenheid wat aan het wapperen was en dat het beter was het venster dicht te doen...

En de bloedtest, wat kon men anders verwachten, was inderdaad negatief. Vooraleer we samen een (symbolische) mis hadden laten lezen in de kerk hier dichtbij, ook omwille van Júnior's vroegtijdig heengaan, besloten we eerst de uitslag van de test te ontvangen om dan, hoe dan ook, met nog méér, of zowel met minder reden, de mis (ik herhaal het, méér voor Júnior zelf, Lígia en Hilma, die het mij gevraagd hadden, dan voor mezelf) bij te wonen. Ongelukkig genoeg kregen we een reden temeer om het hoofd nog wat nog dieper tussen onze schouders te laten zinken..

Tot diezelfde morgen had ik nog, weliswaar, een kleine hoop gekoesterd, want Lígia had op geen enkel moment hevige buikkrampen gevoeld en de bloeding was uitzonderlijk flauw geworden, zonder die bloedklonters die we verwachtten en andere, veel inspirerende, "voorwerpen". De dokter had aangedrongen op een echografie, enkele dagen later en dan werd het definitief: alles is uitstekend in haar baarmoeder: ze is helemaal proper en LEEG. Hij had mij voordien laten weten dat een eerdere patiënt ooit eens met een negatief bloedonderzoek was binnengestapt in zijn kantoor en er buiten was gegaan met een baby in haar buik. Op zo een ogenblik gelooft men nog in sprookjes..

In alle geval, ik heb van het bezoek gebruik gemaakt om wat ernstiger met de dokter te gaan spreken en hem mijn oprechte mening duidelijk te laten weten. Lígia wou zelfs niet meer méé gaan en was goed op weg van het gehele project af te zien. Dus, dát was het ogenblik. Er waren verschillende besluiten te trekken:

- Het moeilijke in een artificiële inseminatie is het vast hechten van het ingespoten embryo aan de baarmoederwand. Het is DE niet te controleren stap en de kansen bedragen, gemiddeld, drie keren succes op tien pogingen. Dat was dus, ongelooflijk, twee keer op twee keer met Lígia gelukt. Veel gemakkelijker is vermijden dat het er daarna "áf" valt. Daar bestaan medicamenten voor en de kansen op succes bedragen zeven keren op tien. Dat is bewezen door de huidige statistieken. Vanaf de tweede week dus van de zwangerschap moest de aandacht volledig daaróp worden gericht. Hij vermeldde toevallig dat de "uitvinder" van de gebruikte techniek een Belg was van Brugge (het opzuigen van de spermatozoïde in een uiterst fijn naaldje en het inspuiten ervan in een eicel, met het gebruik van een microscoop). Misschien heeft dienen uiterst intelligente West-Vlaming (die heel waarschijnlijk nog in de Broederschool van Roeselare gestudeerd heeft), suggesties voor aangepaste medicamenten.

- Één embryo is gelijk aan géén embryo, in mijn opinie. De volgende poging zou hij op zijn minst met twee en misschien zelfs met drie of vier bevruchte eicellen moeten doen. Dat was beloofd. En, die zijn beloften niet vervult, krijgt een bult (in feite had hij er al een kleintje, in ontwikkeling, moeten hebben).

- Alles weten van de "doadora" kan natuurlijk niet en dat wil ik ook niet. Maar enkele kleinigheden, waarom niet? De huid- en haarkleur. De ouderdom. Of ze een prominent achterwerk heeft of niet. Allez, ge weet wel...

- Goesting om opnieuw te proberen? Natuurlijk! De kwestie was, wat kon er gedaan worden om het gemakkelijker voor ons te maken? Wat minder geld? Wat meer tijd om aan het geld te geraken? Enfin, ge weet wel. Jaja, wees gerust, ik zal uw geval wel eens goed bestuderen. Hij had niet gezegd hoeveel en wanneer maar ik had de indruk dat hij wel wat zou dalen met zijn pretenties. Goed, ik was 'd er al over en Lígia was aan het bíj komen...

Mijn broeder vertaalde het als “poor lonesome cowboy". Het is niet helemaal verkeerd uitgedrukt, maar beter zou zijn: "Don Quixote de la Mancha".

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Niet te geloven

Zoals ik eerder al eens vermeld heb (of niet), drie keren per week verdrijf ik de duivel uit mijn lichaam, door tergend zware lichaam’s oefeningen uit te voeren. Zweten en lijden. Later meer daarover.

Enkele dagen nadat we er in geslaagd waren het slechte nieuws (van de miskraam) op gekauwd en in gezwolgen te hebben, op een zaterdag-laat-in-de-namiddag, besloot ik, uitzonderlijk, mijn pruik te laten knippen, ná de geleverde inspanning en niet er juist vóór, zoals te verwachten was. Toen ik, nog altijd zwetend (waarvoor ik beleefd verontschuldiging had gevraagd aan de kapper, een mollig sensueel vrouwtje van een jaar of vijfentwintig, die geregeld haar grote borsten tegen mijn schouder wreef, plus haar billen tegen mijn benen, wat ik onveranderlijk vergoedde met een extra fooi), maar nu met een piekend hoofd en schouders, aanstalten maakte in de auto te stappen, aan de andere kant van de hoek van de straat, doken er opeens twee meisjes op, één ervan lachend, met één van die omgedraaide petten op haar hoofd (de klep haar nek, dus, bedekkend), tennisschoenen zonder sokken, een loshangende ruime T-shirt en een spijkerbroek, wat haar wat jongensachtig deed gelijken en het ander wat ernstiger, vrouwelijker, maar met een nogal onnozelachtige uitdrukking op haar aangezicht. Terwijl het tweede meisje zich langzaam naar achterkant van de auto bewoog, keek het eerste recht en onbeschaamd in mijn ogen, zich dicht tegen de passagiersdeur aandrukkend, gereed om in te stappen. Doordat ik ook nog aan de buitenkant stond en met de sleutel op weg naar het slot, werd ik onzeker over hoe juist te reageren. Draaide ik de sleutel om, dan zou ze ook direct binnen kunnen glijden, want mijn slot opende, tezelfdertijd, alle andere sloten. Dus besloot ik nog wat af te wachten. Het begon al te schemeren en ik vond me niet helemaal gerust. Ze leken me beiden jonger te zijn dan achttien, maar zij (het eerste) zweerde me later van niet. Achttien; jawel meneer. En denkt ge misschien dat ik een jongen ben, vroeg ze, terwijl ze terstond en zonder enig teken van aarzeling of schaamte, haar losse T-shirt tot aan haar schouders óp hof. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er niet náást heb gekeken (ik ben zone vuile smeerlap). Ze liet me geen tijd om er verder over na te piekeren en riep het ander meisje. Vraag het haar maar. Toon ook uw “tieten”, beval ze, maar ik weefde het bevel onmiddellijk weg met mijn vrije hand. Intussen had ik nog altijd niets gezegd en bleef ik de sleutelbos in mijn hand rond draaien. Nogmaals bleek ze verrast te zijn door mijn stilzwijgendheid en meteen trok ze ook de voorkant van haar broek naar beneden, mij daar haar dun schaamhaar aanwijzend, uitlopend op een spleet. Ze drong aan met haar vriendin hetzelfde te doen. Wij zijn twee "meisjes", legde ze kalm en geruststellend uit (in het Portugees van Brazilië, het woord "meisjes" wordt vertaald als "moças" en in het Portugees van Portugal, als "raparigas" - wat hier "hoeren" betekend). Ik ben nog maagd, vervolgde ze, maar mijn vriendin niet. Wilt ge ons méé nemen? Ik “sar” met u (dat betekend letterlijk de man ophitsen door hem te wrijven, te masturberen en zelfs te pijpen, zonder echter tot de volledige daad over te schakelen), maar als ge verkiest kunt ge ook met mijn vriendin vrijen. Alle drie tezamen. Zonder problemen. Ewel, gaade nu of gaade nu niet? Op dat ogenblik begon ik mij een beetje wanhopig te voelen. Ze drong nogal veel aan en achter mij was er een pizzarestaurant. Ik kon niet uitmaken of de mensen ons daar aan het bekijken waren, of onverschillig bleven, zoals dat hier te verwachten is. Het was wel redelijk donker al, maar het meisje maakte geen aanstalten het óp te geven. Nogmaals trok ze haar hemdje op. Geloofde mij nog altijd niet? Ik besloot de deur te openen en binnen te wippen. Ik vroeg haar het ander meisje wég te zenden, waarmee ze terstond akkoord ging. Ze spraken af elkaar terug te ontmoeten binnen twee uur, op een bepaalde plaats en stapte in. Ewel, wat is dat allemaal? Ziet, ‘t is ‘t volgende, later vanavond willen we een show bezoeken in “Recife Antigo” (het historisch en oud centrum van Recife dat onlangs helemaal op gekalefaterd is geworden en waar het stads bestuur regelmatig "live shows" promoveert), maar we hebben geen geld. Tien real is genoeg. Ik zuig u af. Er is een hotelleke hier dichtbij, dat ook tien real kost, voor twee uur. Allez, laat ons gaan. Allez, waarom niet? Ik zeg haar, dat kan toch niet, ik ben helemaal bezweet. Dat geeft toch niets, zeg man! Neem een bad. Wees gerust, ik heb ervaring (allemaal zonder blozen). Ik zuig mijn “coroa” (i.e. een middeljarige man) bijna alle dagen af. Het is een Duitser, hij spreekt praktisch geen Portugees (ze had nog niet ontdekt dat ik ook een buitenlander was) en is negenendertig jaar oud (had hij beweerd). Ik heb hem zelfs al voor gesteld aan mijn moeder en ze is volledig akkoord met onze verhouding. Hij geeft me regelmatig wat geld: twintig, dertig real en dan laat ik hem foto’s van mij trekken in dat hotelleke. Bloot, van voren en van achteren. Of zowel terwijl ik hem aan het pijpen ben. Hoe heet dat fotoapparaat weeral? Een Polaroid? Dat is het! Maar vandaag heb ik onze afspraak gemist. Oké, maar zal hij niet jaloers zijn? Wel, hij moet het toch niet weten zekers? En hebt ge gene echte vrijer, iemand van uwen eigen leeftijd? Nee hoor; geloof mij, ik verkies de “coroas”. De jongens van tegenwoordig willen alleen maar uwen buik vol spuiten en mijn moeder heeft me doen beloven niet zwanger thuis te komen. De “coroas” verstaan dat. En dan? Wel, dan spuit hij op mijn tieten! Wilt ge ook mijn moeder leren kennen? Bijlange niet! Waar haalt ge dat vandaan? Met dat trok ze voor de derde keer haar hemdje op en ik moet eerlijk toegeven dat ze prachtige borsten had. Niet groot, maar stevig en met harde, blinkende tepels. De goesting om er aan te zuigen en ze nog harder en preutser te maken, was enorm. Nogmaals stak ze haar beide duimen onder haar broekband en zonder er ooit om gevraagd te hebben, duwde ze de voorkant diep naar beneden om me ervan te overtuigen dat ze echt “feminina” was. De spleet, tussen het mager schaamhaar door, was duidelijk te onderscheiden…

Wel, weet ge wat ik gedaan heb? Niets! Ik heb haar tien real gegeven om ze kwijt te kunnen geraken. Ze vermeldde nog rap dat ze de volgende zondagmorgen, om elf uur, aan een vrouwelijk voetbalkampioenschap zou deelnemen op het strand, daar dichtbij en weg was ze, op zoek naar haar vriendin, om samen naar die bepaalde show te gaan zien. Spijt heb ik er wel van gekoesterd, achteraf overwogen. En alhoewel ik niets heb gedaan, heb ik er toch nog een gewetensprobleem van over gehouden. Want ik heb op het randje gestaan…

De volgende zaterdag, op ongeveer hetzelfde uur, heb ik, gedurende een kwartiertje ongeveer, daar terug mijn auto geparkeerd om na te gaan of er een vervolg aan het verhaal te naaien was. Maar ze zijn niet óp gedoken. Gelukkig eigenlijk, want ik vrees dat ik aan een tweede aanval bezweken zou zijn.

Terwijl ik vanuit de auto aan het rond gluren was, kwam er echter opeens een koppel uit dat pizzarestaurant. De man was bijna volledig kaal, over de veertig, misschien zelfs bijna vijftig, had een dikke buik en een broek die voortdurend aanstalten maakte, áf te vallen. De vrouw was ietske boven de twintig. Ook nogal rond, vooral in de heupen. Ik vermeld dat allemaal omdat er iets is gebeurd dat me volledig heeft verrast. Ze leunden voor enkele ogenblikken tegen hun wagen, schenen iets af te spreken en dadelijk daarna kropen ze in de achterste zetel. Ik dacht bij mezelf, ze zullen hun relatie eens deftig bespreken; maar nee, ze kuste hem teder op zijn wang, dan aan zijn hals, zijn borst, zijn buik en dan verloor ik haar hoofd uit het gezicht. Enkel voor een paar momenten maar, want opeens verscheen haar hoofd terug. En dan verdween het weer. En dan terug… Ik zei bij mijn eigen, dat kan toch niet, midden in de straat, wel aan het schemeren al maar toch duidelijk zichtbaar. De helft van de voorbij passerende voetgangers en vooral auto bestuurders konden er gewoon niet náást kijken. Des te meer omdat hun auto amper enkele meters van het kruispunt stond, wat iedereen verplichtte, op zijn minst, wat te vertragen en zelfs te stoppen, juist aan hun zijde. Dat op-en-neerbonzende hoofd was gewoonweg belachelijk. En ‘t duurde een eeuwigheid. De man had waarschijnlijk last om gereed te geraken. Bovendien kwamen er nog twee andere koppels uit het restaurant en gingen die ook tegen diezelfde auto leunen. Ze wendden zich naar de man in de auto die blijkbaar uitlegde dat hij nog een extra minuut nodig had, wat ze hem uiteraard met plezier gunden want ze bleven enkele meters verder rond plakken. Tot ze het waarschijnlijk beu werden, want het op en neer bonzende hoofd hield niet op en ze terug keerden. Allez, allez, laat het maar voor straks. We moeten weg. De kinderen zijn alleen thuis. Wel, dat is het wat ik veronderstel dat ze beweerd hebben, natuurlijk, want de pomp viel stil en iedereen stapte binnen, in de enge wagen. Mijn ogen puilden uit hun kassen. Die plaats daar zal waarschijnlijk gekend zijn als de zuig-af-plaats van de straat. En niemand is er gegeneerd in. De mannen niet, de vrouwen niet (het leken me geen hoeren te zijn), de voorbijgangers niet, niemand niet. Alleen Rudo zat daar met zijn mond open. Hoe is dat mogelijk? Ik heb nog een minuutje gewacht en dan ben ik weg gereden. Ik voelde me zo paterachtig..

Tedjú met mijn gewetensproblemen. ’t Wordt tijd dat ik mijne gans verdrink. Ik herinnerde me de woorden van een brief die ik naar één van mijn broers gezonden had: “Daarom G., spreek me niet meer over bruisende jonge wijfjes… ‘t Zit er hier vol van en hun grootste plezier is ne jonge man zoals gij af te zuigen. Méér dan normale seks hebben, want vooraleer ik het vergeet, aftrekken en afzuigen wordt hier niet als een echte seksdaad beschouwd. Dat doen ze gewoon om een vriend of een werkcollega een pleziertje te doen. En het leidt zelden naar een vaste relatie. Het is bijna zoveel als niks. Veel minder bijvoorbeeld dan een tongkus. Zelfs getrouwde vrouwen beweren dat. Het betekent puur plezier voor de man en weinig of niets voor de vrouw. Tenware, er over te kunnen toefen bij hun vriendinnen en zo te kunnen vermelden wat uw (geheime) maat is…

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Hoop en Wanhoop

Gedurende die twee weken van sublieme verwachting op de uitslag van het eerste bloedonderzoek dat de zwangerschap van mijn vrouw zou bevestigen, of niet, besloot ik partner te worden van J., mijn jongste broer in België, in de aankoop van een rivierboot (ook zeewaardig), uitgerust met twee dieselmotors en over zes slaapplaatsen beschikkend. Zijn droom, was mijn droom. Om mijn levensplannen nog duidelijker te maken kocht ik ook een studio in een hotel genaamd “Golden Beach”, enkele kilometers weg van waar ik woonde, juist vóór de oceaan, op het strand, in Recife. Achtste verdiep. Nogal klein, maar met een prachtig uitzicht.

Het slechte nieuws, die dagen, was dat ze mijn huis in Rio volledig hadden leeg geplunderd. Op een zondagavond (juist één week nadat ik daar zelf toevallig aanwezig was geweest). Alles wat gedragen kon worden, inclusief bijna alle kleren van Rudo Júnior, zijn mee gepakt geweest. Ze (op zijn minst drie dieven) hebben gelukkig niets gebroken en hebben de honden ook niet gekwetst. Ze zijn binnen geraakt en zijn gevlucht over een muur heen, dicht bij de zwemkom. De politie is ter plaats geweest en ze verdachten onmiddellijk één van die mensen die aan het huis reparatiewerken had uitgevoerd, enkele weken eerder. Het kon ook niet helemaal anders, want ze wisten precies hoe binnen te geraken, hoe de honden op te sluiten, wanneer juist het gemakkelijker was, enz. In alle geval, een hele stunt, want het aantal muren, trappen en hindernissen die overbrugd moesten worden was indrukwekkend. Ik had zelfs een geldige huisverzekering daar, maar het was niet verzekerd tegen diefstal, want ik vond het praktisch onmogelijk dieven binnen te krijgen. De buur van links was ook niet thuis, op dat moment en hun waakhond was onlangs (vreemd) gestorven. Een tegenslag. Het feit dat mijn huis al een tijdje leeg stond (na Junior's dood) en de veronderstelling dat er daar veel schatten verborgen lagen, heeft hen áán gelokt. Alles is uit de kasten verwijderd geworden en zelfs suiker- en koffie potten hebben ze uitgepluisd. Ik heb, daarna, de omringende muren laten verhogen en nog méér prikkeldraad laten aan brengen.

De uitslag van Lígia’s eerste bloedonderzoek, ondertussen, tot onze maximale verrassing, was positief voor zwangerschap. Gedurende twee weken leefden we zoals in de hemel op de aarde. Hoeveel verdronken hoop bloeide er niet terug op? Fantastisch. Heerlijk. Tot wanneer Ligia het in haar hoofd haalde een grote kuis te ondernemen, met het daarbij altijd toebehorend slecht humeur, als gezelschap. Ik geloof niet dat dát de oorzaak is geweest, maar vooraleer we het resultaat van de tweede bloedtest hebben gekregen, enkele dagen later, was ze op een zeker moment naar de WC van haar slaapkamer geslopen en toen ik haar daar, na enkele minuten, ongerust, had óp gezocht, vond ik ze plat uitgestrekt, volledig onder de dekens verborgen, op het bed terug, schokkend schreiend, zoals ze zich altijd gedraagd als ze, zonder dat ik ooit te weten kom waarom, kwaad is op mij. Na wat aandringen kon ik er uit halen dat ze, gedurende het afdrogen van haar intieme delen, wat bloed had ontdekt en dat direct aan een miskraam had verbonden…

Zoals alle moedige vaders heb ik beweerd van niet… een druppeltje bloed wil niks zeggen… en waarom hebt ge me dat niet dadelijk gezegd.. en maak u geen zorgen.. en we gaan onmiddellijk de dokter bellen.. en die gaat dat wel bevestigen… en inderdaad… dat is absoluut normaal, maak u geen zorgen.., kom maar af als het past.. en neem een pilletje om de eventuele pijn te verstillen… wat ook normaal is… en we zijn opgelucht gaan slapen en tevreden wakker geworden.. en zijn, op het afgesproken uur, op ons gemak, het resultaat van de test gaan opzoeken… en ik was er zodanig zeker van dat ik zelfs mijn bril niet had méé genomen… terwijl Lígia, ook onschuldig, wat water stond te drinken aan het fonteintje… en ik moeite kreeg om de nummers op het papiertje te onderscheiden… alhoewel ik er met mijn best oog praktisch tegenaan geplakt stond.. tot ik alleen maar kleine nulletjes kon onderscheiden, zoiets als: 0,00000 UI/ml, plus nul, keren nul…. en ik aan het ontvangstmeisje vroeg of ze die nummers eens beter kon lezen voor mij… vooral daar waar er geen nullen stonden… en ze beweerde dat ze ook alleen maar nullen onderscheidde… en zijde gij blind misschien? … en ik haar vroeg het laboratorio op te bellen om met de verantwoordelijke dokter te spreken, die bevestigde dat het geen schrijffout was, nee, en dat de kansen op zwangerschap kleiner waren dan nul… zelfs helemaal onmogelijk… en dat het gemakkelijker was nu een koe door het venster van de wachtkamer te zien binnen zweven…

We zijn, met (opgestapelde) tranen in onze ogen, terug naar huis getrokken, hebben de dokter opgebeld en die heeft ons aan geraden ’s anderendaags vroeg in zijn kliniek te verschijnen, om Lígia’s baarmoeder te onderzoeken...

En nu? Opnieuw proberen natuurlijk. Daar bestaat geen twijfel over. Ene keer, twee keren, drie keren, hoeveel keren het nodig zal zijn...

Lígia zal moeder worden en ik, terug, vader...

Geschreven door Rudo om 14:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten