Naar de inhoud

De Beul van Rumbeke

Herinneringen, anekdotes, gebeurtenissen...
akke.beakke.be

Archief

Miljartedju

Men beweert dat het leven maar echt begint eens de kaap van de veertig overschreden te hebben. Dus zat ik toen midden in mijn tienerjaren en zou ik eigenlijk ene of meerdere keren per dag, naar de WC moeten geslopen hebben om daar de nek van mijn kieken, zonder “dó nem piedade” (medelijden), om te wringen.

De specialist van die menselijke reproductie kliniek in Recife, waar wij, na de dood van mijn zoon, onze eerste kans waagden nieuw leven te verwekken, had me kuis aangeraden die oude gewoonte ietwat te herinneren, want hij had het zaad nodig in een glazen buisje en nergens anders. Zoals te verwachten was natuurlijk, in de omstandigheden, kon de nek van mijn kieken zich niet recht houden gedurende de verwoedde poging en bleef maar vertederd naar de grond staren, net alsof daar alléén maar het wonderlijke leven van de slekskes en de wormkes te ontdekken was. Ik had er al verschillende keren aan zitten wringen, allemaal tevergeefs, want hoe roder hij werd hoe méér hij inéén kromp. Met één oog op de schrompelende nek en het ander op het uurwerk gericht (want de dokter had mij een bepaalde tijd verstrekt, anders moest hij die verlangende eicellen, die op een glaasje in zijn kantoor, geduldig aan het wachten waren op bevruchting, terug in de ijskast opbergen), kwam ik tot de walgende conclusie dat mijn, diezelfde morgen nog blinkende en zelfs preuts uitdagende, zwanenhals, bij iedere sprong van het seconden aanwijzend naaldje, een hupje verder ineen smolt. Hoe nerveuzer ik werd hoe moeilijker het was er een hand aan te krijgen en tenslotte moest ik mezelf tevreden stellen met twee vingers. Mijn vrouw had er de gehele tijd met ontroerend medelijden óp zitten kijken en tenslotte wou ze weten of ze kon helpen. Ik begon mezelf, zwetend, met een krampaardige halsverkrachter te vergelijken. Natuurlijk! Roep ne keer dat zwart verpleegstertje daar, dat ze mij beloofd hebben indien ik er niet in slaagde verse mostaard te fabriceren. Ze snelde er meteen om en ik, wat rustiger, besloot plat op mijn rug, op de vooraf voorbereide strijkijzerplank, te gaan liggen en sloot geconcentreerd mijn ogen. Toen ze beiden terug binnen strompelden, vroeg de verpleegster met een tedere stem of ik de één of de andere bepaalde voorkeur had. Ik overlegde wat en vroeg haar dan aarzelend of ze al 69 gedaan had. Nee, antwoordde ze beslist; “nog niet, binnen twee jaar”. Allez, allez, wat is dat? Zijn ze mij aan het proberen te bedriegen? Verbaasd opende ik mijn ogen en daar stond ze: het dikst en meest versleten scharminkel dat ik in jaren te zien had gekregen. Meteen gaf mijn al zolang getergde kiekenek nog een duidelijker teken van aanzienlijke verontwaardiging en was ik verplicht haar beleefd, maar teleurgesteld, uit te nodigen ons, in ons drukkend verdriet, alleen te laten. Mijn vrouw heeft dan moedig die last op haar schouders genomen. Ik zal de rest niet vertellen, maar ge kunt u voorstellen wat er gebeurd is met dat buisje dat eigenlijk recht moest gehouden worden, met de opening naar boven, terwijl ik vanuit mijn horizontale positie, op het belangrijkste ogenblik, in de juiste hoek niet kon geraken, terwijl zij ook mijn abrupte bewegingen niet helemaal perfect had kunnen volgen, zodat de eerste druppels op de pas schoon gedweilde grond pletsten. Gelukkig lag er een pollepel in de schuif van het nachttafeltje en heeft ze de helft ervan terug kunnen óp scheppen, zonder dat iemand het ooit heeft opgemerkt...

In afwachting van het resultaat van de bloedtest en uit pure verveling is het niet overdreven eens rap te vertellen, voor de grap, waarom wij (mijn vrouw en ik), bij gebrek aan betere redens, twee keren ruzie hebben gemaakt, in amper vier dagen tijd. Dat gebeurt heel zelden, dus, maak u niet ongerust.

Er was een quiz programma geweest op de TV en de vraag was welke van de vier genoemde beesten een slang was. Één van de vier namen was: “Anaconda”. Ik keerde mij naar haar om en zei grinnikend: “Anaconda, da zijde gij”. Ze klemde terstond haar ogen en mond toe, stak haar hand onder haar kin, trok haar schouders op en daar was het.. ruzie…

We waren het juist aan het bijleggen, twee dagen daarna en we waren, gezellig samen, een Hitchcock film aan het bekijken op de TV. Opeens stamelde ze: “wat een terreur!!”.

We hadden toevallig, diezelfde morgen, een oogspecialist geraadpleegd, aanbevolen door een hartsspecialist, vanwege mijn constant hoge bloeddruk, met het doel enkele foto’s te maken van de "achterkant" van mijn oogballen. Tot op dat moment was ik er absoluut zeker van geweest dat (mijn beurt afwachtend, samen met nog een tiental andere mensen) het zich om iets eenvoudigs betrof, zoals gewoon in een “buisje” kijken, om dan “geflashd” te worden in elk oog, toen ik, een beetje geprikkeld door de nieuwsgierigheid, aan Lígia vroeg of ze wist hoe precies dat examen werd uitgevoerd. Positief haar hoofd schuddend vertrouwde ze me gezellig toe dat ze dat toevallig ook had gevraagd aan haar zuster die in een farmacie werkt in Rio en dat zij had beweerd dat ze dat onderzoek heel goed kende en dat die druppeltjes, die ze ons om de tien minuten in de ogen kwamen mikken, dienden om de ogen te verdoven, want dat de dokter de twee oogballen, het één na het ander, uit hun kas zou “wippen”, ze een beetje rond zou draaien tussen twee van zijn vingers om de juiste staat ervan te bespieden en zich dan te concentreren op de achterkant ervan en er tegelijkertijd een fotootje van te trekken. Ik voelde dadelijk een hele hoop rillingen door mijn ruggengraat trekken, besloot praktisch op datzelfde ogenblik van het examen af te zien, begon mij vóór te stellen hoe de dokter mijn oogballen uit hun kassen zou tillen (of zuigen misschien, met een “sucking rubber” zoals deze waarmee men een WC mee ontstopt?), hoe ik opeens onwillekeurig in alle richtingen zou beginnen staren, hoe hij hen zorgvuldig zou betasten en onderzoeken en hoe hij hen daarna, met wat begrijpelijke moeite, ze terug in de oogholten zou trachten te wringen en dan, met genoegen, vast te stellen dat het deze keer, gelukkig, allemaal goed was afgelopen. Ik besloot dat het beter was niets van mijn zenuwachtigheid te laten ontsnappen, lette verbaasd op die tien andere mensen die gerust in hun hoekje aan het wachten waren, besloot een onbekende held te worden, tóch niet te vluchten en moedig te zijn, alhoewel ik ooit eens had gelezen dat men een oog nooit uit zijn kas haalt omdat het er onmogelijk terug ín kan gestoken worden, enzovoort.., terwijl ik de andere mensen één voor één zag verdwijnen en gedempte zuchten meende te onderscheiden en begon te betwijfelen waarom dat allemaal nodig was; tenslotte mijn probleem had niets met mijn ogen te zien en wel met mijn bloeddruk, maar het wel allemaal kloek verdroeg tot ze mijn naam riepen en ik met knikkende knieën naar mijn beul en slachttafel strompelde en daar tot de ontdekking kwam dat het eigenlijk niets te zien had met wat Lígia mij, met medelijden, had toevertrouwd en de verpleegster mij, integendeel, beleefd vroeg in dat buisje te kijken, naar boven, naar links, naar rechts en naar onder, terwijl de flash niet stopte van schitteren tot ik er praktisch blind van werd en geen steek meer voor mijn ogen zag en wankelend terug naar de wachtkamer ben gestreefd waar ik opgelucht Lígia terug vond en we samen, gelukkig, naar huis reden met een vooraf bestelde taxi. Ik had, in de auto, wel gemompeld dat haar zuster er geen barst van had verstaan, maar had er verder niet veel op áán gedrongen. Toen mijn vrouw, die avond, met onze vorige stomme ruzie nog in haar achterhoofd, het woord “terreur” stamelde terwijl ze, gespand, de film volgde, wendde ik mij lachend naar haar toe om te verklaren dat terreur datgene was wat ze mij die morgen had wijs gemaakt, maar ze nam dat vreselijk kwaad op, stond nerveus recht en ging als een Egyptisch standbeeld, plat uitgestrekt, aan haar kant van het bed liggen en deed verder alsof ik niet méér bestond.

Die twee stomme ruzies in één rij hebben me dan weer twee dagen van mijn leven gekost, tot we, zoals altijd, het geval hebben kunnen bijleggen, zonder explicaties en verdere onnodige verklaringen en uitleg te verstrekken. Een hel. Gelukkig, duurde het maar een paar dagen… en in afwachting van het resultaat van haar zwangerschaptest… dus geduld maar…
Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Even herinneren

Hier volgt nu geen gedacht, geen zin, geen goesting, geen suggestie, geen overweging en geen toekomst, maar gewoon een herinnering. Of beter: vijf aparte herinneringen.

De eerste heb ik beleefd toen ik op een koude, nog praktisch donkere, morgen de garage van ons huis(?) in Rumbeke uit reed op mijn lompe vrouwenfiets, bestemd eigenlijk voor Hilde, maar ik had toen nog geen keuze, alhoewel uitgerust met de nieuwste technologie wat betreft de rem van het achterwiel, type "torpedo", richting Guido Gezellelaan. Nog in de Spanjestraat merkte ik plots verbaasd op dat er een verlaten bromfiets geparkeerd stond aan de kant van de baan en dat er enkele weinige mensen voorover gebogen stonden op de spoorweg, bijna juist op de plaats waar ik er over moest, starend naar enkele duistere schaduwen, te klein om afzonderlijk een mens te kunnen betekenen, maar toch genoeg om samen ietwat in die zin te kunnen veronderstellen. Ik begreep niet onmiddellijk wát er juist was gebeurd, maar besefte toch dat het zich om iets verschrikkelijks moest betreffen en waarlijk, bij betere onderscheiding, een mens, overreden door een trein in het midden van een vriezende nacht en in drie stukken omvormd. Het hoofd en een deel van de schouders aan één kant van de rails, de borst tussen de rails en de benen aan de andere kant ervan. Eerlijk gezegd, ik heb uitzonderlijk verschrikt vermeden naar die "warboel" te kijken alhoewel ik er heel dicht voorbij moest, om een veldwegeltje in te rijden. Toch kon ik niet vermijden enkele stukjes vlees op te merken, verspreid over de stenen. Bruin vlees. Net alsof het zich om een lever betrof. Ik was toen twaalf of dertien jaar oud. Later heb ik vernomen dat het zich om een zelfmoord betrof. Een korte afscheidsbrief lag op het zadel van de bromfiets. Hij was rond de dertig en zijn moeder was enkele weken eerder overleden. Hij was vrijgezel, had geen kinderen en wilde haar gewoon terug zien. Wáár ze was...

Meerdere jaren later, al in Brazilië, in Rio De Janeiro, vernam ik van de algemene manager dat zijn beste vriend, beiden zonder kinderen, waarmee hij verschillende keren per week kaarten speelde, de avond daarvoor tegen zijn verbaasde vrouw had gemompeld dat hij wat op het strand wilde wandelen. Verbijsterd heeft ze hem door het venster nagestaard, want hij had dat nooit éérder gedaan. Hij is er naar toe gestapt, recht vooruit (ze woonden op de zeedijk), volledig gekleed, de straat over, het muurtje over, het lage struikgewas in, het zand over, het water in, recht vooruit, de golven in, zonder aarzelen, zonder achteruit te kijken, zonder nog eens afscheid te wuiven, tot zijn hoofd onder het schuimend water verdween, bewust en onvermurwbaar door trappend... en niemand heeft hem ooit terug gezien, want hij kon niet zwemmen. Dat was een harde beslissing geweest, blijkbaar, want hij had wat schulden opgebouwd over de loop van de laatste jaren en toch had hij nooit enkel teken gegeven van wanhoop...

Nog enkele jaren later, in Recife, heeft een algemeen gewaardeerde politicus, jonger dan zestig jaar en gezond, naar het schijnt, politiek gezien links gericht, zonder één schram op zijn openbaar leven, maar toch gescheiden van zijn vrouw en dochter, een kogel door zijn open gesperde mond gezonden, niet vooraleer een briefje buiten op de voordeur te spijkeren met een korte boodschap voor zijn meid, om haar te verwittigen dat ze, die volgende morgen, voorzichtig binnen moest stappen en vooral kalm moest blijven. Onder de stoel waar hij zat had hij zorgvuldig meerdere open geplooide kranten uitgestrekt zodat het bloed niet op de grond zou spetteren. Nooit eerder had hij een teken gegeven van onrust. Op een afscheidsbrief vermelde hij dat hij bang was de ouderdom alléén te moeten trotseren...

Onlangs sprak mijn vrouw me over de moeder van één van haar vriendinnen. Over de tachtig. Ze was al jaren aan het kampen met een kanker en dacht dat ze hem overwonnen had. Tot ze terug keerde naar de dokter voor een vooraf gepland onderzoek en hij haar inlichtte dat hij terug was óp gedoken. Ze heeft niet geweend, deed net alsof er niets gebeurd was, maar vroeg in de morgen is ze uit haar venster gesprongen, op het tiende verdiep. Zelfs geen kreet van kwijl heeft ze geslaakt.

En dan is er daar de moeder van mijn broer's minnares: met een dergelijk probleem aan het kampen. Ze heeft, zonder enige voorafgaande waarschuwing en terwijl haar dochter op een vakantiereis wég was, verslagen door de pijn, een doosje verdovingsmiddelen ín geslikt en een plastieken supermarkt zakje om haar hoofd vast gesnoerd en is nooit ne meer wakker geworden.

Spijtig hé! Waarom doet een mens zoiets? Zo koudbloedig. Zonder enige kans op redding, op een mogelijke terugkeer. Op hoop. En zonder God er tussenin gefrommeld. Verschillende manieren om zelfmoord te plegen. Verschillende redens. En geen enkele van de vijf heeft er gebruik van willen maken enkele totaal nutteloze mensen méé te nemen. De mensheid zou hen later bedankt hebben.

Ik heb van andere zelfmoorden geweten en gehoord. Maar nooit met datzelfde gebrek aan emotie. Integendeel. Redens waren er alleszins, maar emotie, (bijna) niet te bespeuren.

Dat doet me er aan denken dat hier in Brazilië zelfmoord pogingen hevig toegejuicht en zelfs enthousiast geïncentiveerd worden door de bevolking in het algemeen (herinner u de poging van mijn eerste vrouw, op het balkon?).

Eens kwam ik in een straat in het centrum van Rio voorbij een menigte die opgewonden naar boven stond te wijzen. Toen ik daar ook mijn ogen naar toe wendde werd ik geconfronteerd met wat ik het meest haat in mijn leven: de dreiging ván of mét de dood. Een middeljarige vrouw zat in een vensterluik op het achtste verdiep, met haar benen naar buiten gewenteld, klaar om te springen. Ik heb het geen twee verdere seconden vol gehouden en ik ben als ´t ware gevlucht, ernstig bekommerd dat ik misschien toch niet zou kunnen vermijden een droge plof achter mij te horen pletsen. Terwijl ik me weg haastte, hoorde ik de opgewekte menigte (waaronder een groot aantal vrouwen en kinderen) in koor roepen: "pula...pula...pula...", wat overeen komt met: spring...spring...spring...De volgende dag heb ik in de krant geleden dat ze niet gesprongen heeft en gered is geworden door de brandweer.

In compensatie, de razende en ontgoochelde menigte heeft de vrouw, eens naar beneden gebracht, gedurende haar begeleiding naar de brandweerwagen, met gemene woorden uit gescholden, terwijl sommige officeboys, wraaklustig, getracht hebben haar fysisch te kwetsen en zelfs te lynchen, doordat ze hun gratis spektakel hadden gemist en hun dure tijd nutteloos in beslag had genomen, die stomme hoere...
Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een betonnen bankje op een klein pleintje

Op een regenachtige avond was ik, alléén, verzeild geraakt in de “Bolero”, een nachtclub aan het strand van Copacabana, juist om de hoek van de straat "Republica Do Perú", waar ik toen woonde. Ik was uitgeput van het werk en voelde behoefte aan ontspanning. De bedoeling was niet, echt waar, een meisje op te scharrelen maar wel gewoon van het leven, de zachte muziek, het schone vrouwvolk en de koele drank, te profiteren en er, diep zuchtend, van te genieten. Enfin, de tijd voorbij te laten passeren. Om het uur werd er een show van iedere keer een verschillende stripper opgevoerd en op den duur begon de lust mij in haar greep te krijgen. Helaas echter, hoe later het werd, hoe minder hoeren er beschikbaar bleven en toen ik pas echt de beslissing nam om er dan toch maar ééntje uit te kiezen, al een stuk in de vroege morgen, was er geen enkele, “onbezette”, meer te bespeuren. Ik begon last te krijgen van mijn opstandige vennoot en ik begreep dat hij niet, zonder iets, tevreden zou kunnen gesteld worden. Van de andere kant, ik had wel genoeg geld mee gebracht maar ik was niet van plan geweest het te verteren, die avond toch niet. In mijn achterste broekzak, had ik nog ongeveer vijftien “reais” (de plaatselijke munt) over, ná de drank betaald te hebben, die ik wel bereid was op te offeren om de honger van mijn vriend te kalmeren. Zorgvuldig opgevouwen en weggestoken in dat piepklein zakje, bovenaan in de broek, dicht bij de riem, had ik echter nog een ander bankbiljetje van vijftig reais verborgen, bedoeld voor eventuele dringende gevallen. Na nog wat nauwkeuriger de nachtclub te hebben overschouwd, ontdekte ik in een donkere hoek, één van die altijd glimlachende, alléén zittende dames, heel waarschijnlijk al ferm over de zestig, die geduldig, zoals een spin, haar laatste kans (klant) aan het afwachten was. Er blijft altijd wel een (ver)blinde dronkaard over, redeneerde ze, zeker en vast alle avonden en ze had negen keren op de tien, gelijk. Een klein teken, rap uitgelegd dat ik maar tien reais ter beschikking had (elk soort vlees heeft zijn eigen prijs, nietwaar?) en weg waren we. Mijn gedacht was in een dichtbij gelegen, goedkoop, hotelletje, haar weinig gebruikte pruik aan haar onderbuik in twee te splitsen, in minder dan vijf minuten tijd en dan, met alle vrede op mijn aangezicht, thuis, tussen de lakens te kruipen om er van ná te genieten, niet vergetend, in het donker, haar oud kiekevel te vervangen door vers kippevlees. Het noodlot wilde dat het hotelletje stampvol zat. Goesting om een wat verder afgelegen hotel of motel op te zoeken had ik niet. Dus keek ik haar vragend aan, alsof ze misschien zelf wel een idee had. En werkelijk, ze had er één. Ze wees naar een klein pleintje dichtbij, waar, in het midden ervan, een betonnen zitbank pronkte. De motregen was intussen langzamerhand stil gevallen en alhoewel de eerste lichtstralen al aan de horizon boven de zee aan het uitbreken waren nam ik mijn kans. Niemand was te bespeuren in de omgeving en ook niet aan de vensters in de gebouwen die het pleintje omringden. Toch niet tijdens mijn oppervlakkig onderzoek. En om langer en nauwkeuriger te blijven gluren had ik het geduld niet. We zetten ons beiden op de bank en zij draaide zich half naar mij toe, om met haar rug de voortkomende handactie zo goed als mogelijk, voor eventuele nieuwsgierigaards, te verbergen. Ze knoopte rustig en alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, mijn broekrits open, trok, met haar twee duimen, mijn onderbroek wat omlaag tot hij juist onder mijn zak geklemd zat, hield met de palm van één hand mijn gezwollen teelballen vast en haalde, met haar andere hand, de reden van al mijn nerveuze onrust naar boven. Ah, wat een zalig moment. Eindelijk toch eens iemand die zich om hem bekommerde. Een door de lange jaren ervaren paar handen hadden geen enkele moeite niet alleen een stevig ritme aan de zaak te geven, alsook, tegelijkertijd, een zachte genegenheid en wrijvende vriendschap over te hevelen. Dromend van een heet negerinnetje en tevreden met de massage, liet ik mijn hoofd achteruit tuimelen en sloot mijn ogen om er zo méér van te kunnen genieten. Het ritme verhoogde naargelang ze me naar het toppunt werkte, wat het oude vrouwtje ook wel juist wist te controleren. Wat ik niet had opgemerkt en zelfs kompleet was vergeten, was dat, vanwege mijn open geknoopte broek, dat klein doorschijnend zakje, waar ik die vijftig reais in had verborgen, achter de ontkoppelde riem, nu volledig zichtbaar was geraakt. Ik kan me nu goed voorstellen hoe ze daar met opengesperde, verlangende, ogen op heeft moeten zitten staren, aangezien ik haar eerder wanhopig had verzekerd dat ik enkel en alleen maar die tien reais ter beschikking had. Van de andere kant, ze moet verschrikkelijk hebben zitten plannen hoe ze dat bankbiljetje daaruit zou kunnen vissen zonder mijn aandacht te trekken, zonder daarvoor haar bezette handen te kunnen gebruiken en zonder het ritme drastisch te mogen veranderen. Net toen de eerste stralen de koele buitenlucht ontdekten, begonnen haar pompbewegingen onverklaarbaar te mankeren (ze was, juist op dat moment, ik begreep dat alleen maar later, aan het trachten, met haar lange, fel rood gelaakte, vingernagels, het zakje binnen te dringen om het geld eruit te peuteren), wat mij verplichtte, nog altijd volledig geconcentreerd en met samengeperste ogen, de laatste stuiptrekkingen zelf te hervatten met mijn eigen heupen om mezelf niet in de volledig vrije lucht te voelen verdrinken. Een totale ramp. Ik vroeg ze daarna, ongeduldig, terwijl ik mijn intussen flauw gevallen geval aan het verbergen was en haar slecht verdiende taak betaalde, waarom ze ineens mijn piemel aan zijn eigen lot had over gelaten, maar ze glimlachte maar wat, terwijl ze de boel met een papieren zakdoekje aan het opruimen was. Rechtstaand en mijn broek opknopend stopte ik met een hoofdknikje een net voorbij passerende taxi (die ik dadelijk vooraf betaalde met het gespaarde geld van het hotel) en terwijl ze in vrede weg reed wuifde ik haar met één hand vaarwel na, terwijl ik met het andere koortsachtig het piepklein zakje aftastte om mij ervan te overtuigen dat het geld er, per ongeluk, niet úit was gevallen. Ze grijnsde me kalm ná, zich omdraaiend in de wegrijdende taxi en toen viel opeens mijne frank. Wat een kemel, Rudo…

Lege pleintjes met een eenzame zitbank erop, laten me nu altijd wazige herinneringen achterna.

Geschreven door Rudo om 14:33 Reageer op dit bericht Stuur door

Ge meugt me nie klotenéé!!

De vele reizen die ik moest ondernemen, naar de acht kanten van Brazilië, voor het werk, gaven me intussen toch veel kansen op avontuur en ook, op seks. Soms betalend, zoals in São Paulo, Porto Alegre en Brasilia, maar ook soms voor de “amor” (wie had kunnen veronderstellen dat dat nog bestond, in de eenentwintigste eeuw?), zoals in Natal, Curitiba en Belo Horizonte.

In Porto Alegre heb ik niet echt moeten betalen, omdat de onkosten op de “rekening” mochten gezet worden van een plaatselijke ambtenaar van de firma. Na onze professionele taken voltooid te hebben, vroeg hij me, scheefweg, of ik zin had een verjaardagsfeestje bij te wonen, wat later in de avond. Zonder er echt naar uít te zien, omdat zulke soort fuifjes nu precies mijn grootste hobby niet zijn, stemde ik, in afwachting van verveling, toch toe. Hij schreef het adres op een stukje papier en op het afgesproken uur stond ik dáár. Een nogal donker kruispunt, in een ietwat afgelegen wijk. Ik had moeite het juiste huis te vinden. Stil van buiten en donker van binnen. Toen ik aanbelde kwam er een meisje, doorheen een klein luikje in de voordeur, loeren. Een beetje verdwaasd door het eigenaardig gedoe legde ik haar beleefd uit dat ik een uitnodiging had ontvangen voor een verjaardagsfeestje. Ze opende goedkeurend de deur en vroeg me de ervoor liggende trap te gebruiken. Toen ik aanstalten maakte dat te doen, greep ze mij bij de arm vast en voegde er fluisterend aan toe: “eerst uw kleren uit trekken, a.u.b.”. Nu verstond ik er nog minder van. Hoezo, een verjaardagsfeestje zonder kleren? Ik ben nooit de slimste van de klas geweest, maar ook nooit de allerdomste; daarom besloot ik haar uitnodiging te weigeren en niet bloot, met een belachelijk rond zwengelende klepel, een trap op te klimmen om dan, boven arriverend, hoogst waarschijnlijk, luidruchtig ontvangen te worden door een troep (uit)lachende, volledig geklede mensen. Ze vroeg me, mijn delicate toestand begrijpend, wat te wachten dan in een aangrenzende, lege barruimte. Toen ik, na een half uurtje, aanstalten begon te maken het verjaardagsfeestje te vergeten, kwamen er, juist op dat moment, een twintigtal volledig geklede mensen de trap naar beneden wandelen, allemaal in een schijnbaar leutig en vrijmoedig gesprek gewikkeld. Er waren praktisch twee meisjes voor elke aanwezige man, inclusief mijn goedmoedige en sociaal aangelegde gastheer. Het duurde niet lang vooraleer ik begreep dat ik in een private sauna/massage/thermos/bordeel was beland en het jarig mens was juist één van hen, een masseuse. Van de bar vertrokken we, door een paar enge gangetjes passerend, met veel kamerdeuren aan beide zeiden, eerst naar een goed verlichte zaal, waar ons een weinig smakelijk en koud avondmaal werd opgediend en daar gezellig “happy birthday” voor het meisje hebben gezongen en daarna, naar een soort van “openlucht” nachtclub. Pas later viel het mij op dat de donkere hemel en de heldere sterren, artificieel waren. Een zacht romantisch muziekje zweefde door de verduisterde sfeer. Sommige koppels begonnen vrijend te dansen, andere trokken zich haastig terug in donkere hoekjes en ik, daar zat ik, als een olifant in een kristalwinkel. Ik had vergeten een verse onderbroek aan te trekken, verdacht er mijn sokken van minder fris te zijn en kon op geen enkele reden stuiten mijn uiterst slappe worst op stang te jagen. Ik was niet in de juiste stemming, die avond. Nog minder om aan een orgie deel te nemen. Toch leek het er niet op dat ik, met goesting of zonder goesting, er van onderuit zou kunnen sluipen. De boodschap was, “Quem pode, pode. Quem não pode, SE fode..”, wat vrij vertaald kan worden als: “wie kan, mag. Wie niet kan, draait zich om en stelt zich ter beschikking…”

Ik heb me nochtans niet omgedraaid want ik ben genen ezel en ne mens weet nooit: één van die dronkaards kon zich opzettelijk van gat vergissen. Een maagd is een maagd en die trekt altijd de aandacht van de aanwezige veroveraars. Over dronkaards gesproken: er bestaat hier ook nog een ander spreekwoord; “cu de bebado não tem dono”, wat wil zeggen: “het gat van een dronkaard heeft gene eigenaar”. Altijd oppassen, dus.

Daarom heb ik iedereen zo maar een beetje, met mijn rug naar de muur gedraaid, benieuwd blijven gadeslaan. Vooral de mannen waren niks verrukkelijks. Allen allang over de veertig. Veel blote en enorme, witte, poepen, veel pezige, platte en slappe borsten, veel bolle of zowel holle buiken, veel kletskoppen, veel gedempt geknor, veel straaltjes zweet en weinig beweging. Dat is te zeggen: vanwege hun kant. Want de meisjes zwoegden. Heften op. Bogen over. Zwierden van links naar rechts en van rechts naar links. Openden en slootten hun verschillende toegangswegen. Enzovoort. Men zou er voor minder van af zien. Alhoewel twee van die meisjes me voortdurend hadden bezig gehouden, kreeg de lust mij niet te pakken. Ik heb niets gedaan. Maar ik heb ook niets betaald.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Bateau Mouche

Van onderwerp veranderend, eens werd me, vanwege de firma, gevraagd voor wat ontspanning te zorgen voor een koppel, pas gearriveerd vanuit Zweden. Waarom maakt ge geen uitstapje met een plezierbootje, in het weekeinde? Akkoord, dank u wel. Dan kiezen we de “Bateau Mouche” uit, dat vanaf het strand van "Botafogo" áfscheept, de oceaan in. Een nogal zwalpend reisje in een zwalpend bootje. Eens ingestapt merkte ik op dat er weinig mensen, die morgen, datzelfde idee hadden gekoesterd. Alleen enkele jonge toeristen van Argentinië.

Vertrouwd met het zeeleven van vroegere avonturen greep ik, rechtstaand, de handleuning vooraan het dek vast en bleef daar, achteromkijkend, wat gedachten wisselen met het middeljarig koppel dat neer was blijven zitten op een houten bankje, juist vóór de schipper. Zolang we nog in de "Baía De Botafogo" verbleven viel het zwalpen nogal mee, maar eenmaal rond de "Pão De Açucar" gedraaid, de open zee in, werd het mij ineens onmogelijk me naar een betere en rustigere plaats te begeven. Het bootje zweepte op en neer. Twee, drie meter hoog; alleszins op de plaats waar ik mij bevond. Ik voelde me verplicht geduld te oefenen tot het water wat kalmer werd. Dus, vastklampen maar. Gelukkig dat ik me niet te veel moest bekommeren met mijn gasten. Die zaten daar ook vast geklonken op hun bankje, zich waarschijnlijk afvragend of het eigenlijk wel dat was geweest wat ze zo erg graag verlangd hadden te doen, gedurende hun enig weekeinde in Rio. Eens vóór het strand van Copacabana beland en dan daarna, rechtover Ipanema, werd de zee wat kalmer en kon ik mijn plaats verlaten om een biertje te bestellen. Meteen viel het mij op dat alle Argentijnen, achteraan de boot, aan het kotsen waren, over de leuning heen. Ook het Zweedse koppel voelde zich niet helemaal lekker en had besloten, lijkbleek, hun reddend bankje niet prijs te geven. Niemand sprak van eten, noch van drinken. Enfin, de plezierreis leek een totaal fiasco te worden en het heersend gemoed was dat van een begrafenis. Met algemene goedkeuring werd besloten onmiddellijk terug te keren naar de huishaven, zelfs zonder ooit dicht bij de bestemming geraakt te zijn.

Gedurende het afschepen wilde de onnozele bootmanager weten of we soms interesse hadden enkele plaatsen, op datzelfde vaartuig, te reserveren voor een ander uitstapje, op oudejaarsavond, binnen enkele weken toen, om de fameuze vuurwerken van middernacht, in Copacabana, vanuit het water te bewonderen. Wel, overwoog ik, als we zelfs niet kunnen drinken en eten om er niet zeeziek van te worden, welk droog feest zou dat dan niet kunnen worden?

Datzelfde jaar nog, rond elf uur, op oudejaarsavond, hoorden we VERSTOMD het laatste nieuws op de TV: het bootje waarop wij hadden gezeten en daarna waren uitgenodigd ^geweest om er oudejaarsavond op te vieren, enkele weken daarvoor, was omver geslagen door de hoge golven, die nacht en was, zonder méér, gezonken, dicht bij de "Pão De Açucar" (Sugarloaf), recht vóór het strand genaamd "Praia Vermelha". Ongeveer veertig mensen waren ingescheept, die avond. Dertig ervan zijn verdronken. Ik heb de dood letterlijk onder mijn neus zien voorbij passeren, want ik zwem als een steen…

(het respectief proces, in het gerecht, ná twintig jaar verlopen te zijn, heeft nog altijd niemand definitief veroordeeld voor dat ongeluk)

Een andere keer dat ik de dood, door verdrinking, op het nippertje heb kunnen ontsnappen is gebeurd in Aracajú. De hoofdstad van de Staat Sergipe. Ik was daar (voor het werk weeral) uitgenodigd geweest door een kranteigenaar, om samen met mijn vrouw, een weekeinde in een aan hem toebehorend strandhotel, door te brengen. We slenterden wat op het strand, over en 't were en er was niets speciaals of iemand te bespeuren. Op een bepaald ogenblik waagde Lígia zich in het water en besloot ik haar te volgen. Altijd een voorzichtig mens geweest zijnde, zelfs eerbiedig, ten opzichte van de geheimen van de natuur, verkoos ik achter een enorme steenrots te blijven plassen, een twintigtal meter in het water. En dan nog wat dieper, met de bedoeling te trachten die rots te bereiken en er óp te kruipen, alhoewel ze uiterst steil en glad was. Ik verwachtte eigenlijk dat de golven daar minder hoog zouden zijn en dat was wáár. Wat ik echter niet besefte, was dat er een diepe put, in het zand achter die steen, verscholen zat. En daar ben ik opeens in geraakt. Of beter, in gezogen. Er was geen tegenspartelen aan. Ik kon de grond onder mijn voeten niet meer vinden. Lígia, die zich wat verder bevond, had het wel zien gebeuren en kwam mij onmiddellijk te hulp snellen, alhoewel ze zelf ook niet kan zwemmen. Ik heb haar vingertippen nog kunnen voelen en kon er mij aan vastgegrepen hebben, had ik dat gewild. Maar als ik dan toch moest sterven, zweepte het door mijn hoofd, dan zou het beter zonder haar zijn en ik heb haar los gelaten. Gelukkig. Ik begon al redelijk veel water in te slikken en de grond bleef ongelooflijk diep en wervelend onder mijn voeten weg trekken. Tenslotte besloot ik nog eens een allerlaatste poging te doen om het zand met de tippen van mijn tenen aan te raken en me zó weg te stuwen, naar boven en vooruit, het strand op. En dat is me dan uiteindelijk gelukt. Wat een opluchting, want ik besefte dat ik de strijd, daarna, opgegeven zou hebben. Het was wel degelijk op het laatste nippertje gebeurd.

Dát tenminste, beweerde ook de veiligheidsagent van het hotel, die gehurkt en met een sigaret tussen zijn lippen, in de schaduw van een palmboompje, rustig mijn lijden had zitten observeren. Een beetje meer en ge waart er aan, hé, riep hij me grijnslachend toe. Ik had hem op zijn muile kunnen slaan. De smeerlap.

Maar eerst moest ik nog die drie liters zeewater uit mijn maag en mijn longen spugen…

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Een stukske zondige weg...

Om compleet te zijn, historisch gezien, moet ik vermelden dat ik, enkele jaren nadat ik me hier in Brazilië definitief heb gevestigd, samen met een Vlaamse vriend, in een verhouding van fifty/fifty, eerst een stuk grond heb gekocht en er dan later een huis op heb laten bouwen, in een wijk aan een strand in het zuiden van Rio, met de naam Recreio Dos Bandeirantes, nu wereldbekend. We hebben er nooit echt gebruik van kunnen maken, aangezien er rap ruzie ontstond tussen onze twee bekvechtende vrouwen. Ooit heeft iemand het in brand gestoken en na wat discussie in het gerecht hebben we ons geld gedeeltelijk terug kunnen krijgen van de verzekeringsmaatschappij. Vandaag zou het zeker tien keren méér waard zijn.

Later, zoals eerder vermeld, heb ik dan dat huis, boven op een heuvel, gekocht in een wijk genaamd Engenho Novo, die niet helemaal veilig was en waar er voor Júnior’s plezier een zwemkom en een voetbalpleintje aan toe behoorden, zonder veel enthousiasme, nochtans, van zijn kant. Maar daar is hij dan opgevoed geweest. Zijn tienerjaren. Zijn overbevolkte feestjes, waar ik mij niet geneerde met talloze schalen rond te lopen, aan iedereen onweerstaanbare promoties aan te bieden, zoals: neem maar een koekske aub; ’t is voor nieten vandage; profiteer ervan, ze zijn allemaal al betaald. Of zowel, pak er maar twee, want anders zullen ze rap óp zijn, of: wie er twee pakt krijgt het derde gratis, enzovoort, zodat er zelfs veel mensen een lange toote trokken en beleefd weigerden, mij verplichtend, de volgende dagen, de overgebleven kabeljauw ballekes en kaastaartjes zelf op te moeten vreten, tot ze er langs mijn oren uit kropen…

Zijn oneindig veel vrienden en vriendinnen en de bewondering die hij van hen afdwong. Zijn oprechte drang naar Jesus Christus. Zijn aandacht en ware inzet aan het koor dat hij gevormd had in de kerk. Zijn dedicatie aan het ernstige, aan de spirituele afzondering gedurende carnaval, aan de meditatie en de solidariteit met de armen. Zijn eenzame bezoeken aan een ”abrigo” (weeshuis), ver van Rio…

Mijn appartement, dat ondertussen leeg stond, had ik (dat was één van de grootste stommigheid die ik van mijn leven heb begaan) aan een oud koppel, advocaten en Staat's Vertegenwoordigers, verhuurd, wat mij, over de loop van zeven jaar, minder dan vijftienhonderd Euro’s op heeft geleverd. Een schande, maar volledig volgens de Braziliaanse wet. Het heeft me vele dagen en nachten hoofdpijn veroorzaakt. Achteraf heb ik het kunnen verkopen aan een homofiel, die me er toen min of meer de juiste waarde voor heeft betaald. Met dat geld heb ik me dan mijn eerste huis in België aangeschaft, vervolgens heeft ook Hilma haar appartement kunnen verwisselen voor een ander, dakappartement (penthouse), met zwemkom, in datzelfde flatgebouw en dan ik terug, mijn eerste appartement in België (tussen haakjes, allemaal met eerlijk verdiend geld) en dan uiteindelijk een nieuw appartement, in de wijk, Barra Da Tijuca, bestemd voor Rudo Júnior. Dát heeft hij, ongelukkig genoeg, niet meer kunnen inhuldigen.

In feite ben ik nu bezig de gang van zaken wat in te lopen, want intussen is Lígia in mijn leven verschenen. Het gelukkigste (Júnior’s geboorte niet inbegrepen, alsook onze geadopteerde dochter Gleiciane) wat er ooit met mij is gebeurd. Ik zal niet uitwijden over ons intiem leven, dat volmaakt is, uit eerbied. Het spijt me alleen dat we samen geen kinderen hebben kunnen verwekken.

Toch zijn er enkele pikante anekdoten gebeurd die waard zijn verteld te worden, alhoewel ze me niet naar bedrog hebben geleid, voor zover mijn eigen geweten mij heeft getroost. Eén van die merkwaardige gebeurtenissen heeft zich af gespeeld na een verjaardagsfeestje van Júnior.

Zoals altijd en tegen mijn raad in, waren er een tweehonderd tal mensen uitgenodigd geweest, waarvan er ongelukkig genoeg honderd vijftig waren opgedaagd; de meerderheid, jonge protestanten die zich redelijk beschaafd gedroegen met uitzondering van een paar koppels die de donkere hoekjes opzochten en waar ik ’s anderendaags verschillende gebruikte capootjes heb samen gerakeld. Algemeen gekend voor mijn spaarzaamheid (niet te verwarren met gierigheid) heb ik ze schoon uitgewassen, een week in de zon laten drogen en ze als cadeautje aan een arm koppel overhandigd die dicht bij ons huis, op het voetpad, woonde en in de heersende duisternis daar, al vier kinderen hadden weten te scheppen, met de opdracht ze te gebruiken gedurende hun toekomstige relaties. Spijtig genoeg heb ik één van die zoontjes, de volgende morgen, zien spelen met vier ballonnetjes. Ik geloof dat ze er het doel niet goed van begrepen hebben. Spijtig.

Terugkerend naar het feestje, waar Júnior al gewoon was de leiding te nemen en op het juiste moment de mensen rond hem heen te verzamelen om luid God in het openbaar te bedanken voor de “gezegende ouders” die hij had (ge kunt u wel voorstellen hoe ik mijn borst liet opzwellen, hé?). Er waren daar ook een paar vriendinnetjes van onze meid die, afkomstig vanuit het binnenland en zonder derde bedoelingen, nogal dikwijls gewaagde kleren droegen en uiterst gezellig waren. Een beetje in het genre van die twee zusters, onze vriendinnen, van vroeger. Één ervan beweerde altijd dat ze nog maagd was. Ze was een beetje van het schuchtere type, had grote witte borsten (dat merkte ik aan haar diepe decolleté) en droeg een zware plastieken bril met dikke glazen (daarom mijn onmiddellijke sympathie). Enkele weken eerder had ze een man ontmoet, die, beweerde ze, ook van haar streek afkomstig was, namelijk, het binnenland van de staat van Pernambuco en daardoor had ze haar grenzen wat verzet en bezweken onder zijn aandrang om haar vliesje, voor eens en voor altijd, kapot te scheuren. Ze heeft er een geslachtsziekte van over gehouden en negen maanden later, een kind. We hebben dan ook ontdekt dat hij aan de drugs zat en nog later hebben ze hem, met bruut geweld, vermoord. In alle geval, zonder daar, toen, iets van te beseffen is ze de volgende dag, een zondag, teruggekeerd om de “restjes” te verslinden en wat te zonnen aan de zwemkom. Het nieuwe ervan was dat ze vergezeld was van een vriendinnetje, een niet al te knap, lichtbruin gekleurd negerinnetje, met het schoonste (niet overdreven, hé!!) poepje dat ik van mijn leven van zó dichtbij heb kunnen bewonderen. Een prachtig voorbeeld van hoe alle achterwerken er zouden moeten úit zien. Ze leefde in een krottenwijk, genaamd Mangueira en droeg één van die uiterst kleine bikini’s, die hier “fio dental” genoemd worden, wat overeen komt met “tanddraad”. Het wordt dus duidelijk dat, vooral van achteren, niets verborgen wordt. Twee volle bruine ongerepte billen, zonder één enkel teken van vlekken, spataders, vet, rimpels, haar, puistjes, cellulitis of weet ik nog meer, gescheiden door een dun, wit, draadje. Gewoon perfect. De rest van haar lichaam, tenandere ook. Ze strekte zich lui neer, stond langzaam op, nam een verkoelend stortbad, gleed vloeiend in het water zonder zelfs één rimpeltje in het stille wateroppervlak te veroorzaken, zwom kalm heen en terug, kwam er gracieus uit, nam een ander verfrissend stortbad, vlijde zich lenig terug neer op haar buik, opende haar benen wat om er de zonnestralen tussen te laten dringen en blikte zwoel in mijn richting. Ondertussen had ik geen enkel ogenblik mijn prooi uit het oog verloren. Soms denk ik dat, moest dat ogenblik terug kunnen keren op mijn sterfbed, er nog eens een laatste rilling door mijn ruggengraat zou trekken en dat ik dan met een wrede glimlach op mijn aangezicht, de laatste adem zou uit blazen. Feit was dat ze totaal bewust was van haar aantrekkingskracht, zonder schaamte en mij alles liet zien waar ik behoefte in had. De toestand verbeterde aanzienlijk toen de drie andere meisjes (die vriendin van de meid, de meid zelf en mijn vrouw) aanstalten maakten om beneden, de rijst voor het middagmaal gereed te gaan maken. Júnior was nog aan het slapen, op dat ogenblik. Pas hadden ze hun rug omgedraaid en het meisje vroeg me of ik er een beletsel in vond moest ze het bovenste stuk van haar bikini verwijderen. Ik voelde dat ik rood werd tot achter mijn oren, maar kon toch nog uitbrabbelen dat: zeker en vast niet; ga maar gerust uwe gang, niemand kan u hier zien (buiten ikzelf natuurlijk). Met dat, draaide ze zich om en trok zonder meer haar soutien af. Op minder dan één meter afstand van mijn uitpuilende ogen. Een indrukwekkend gezicht. Vooral van vanonderen, naar boven glurend, want ik zat op de grond, met mijn armen om mijn knieën geslagen. Zoals ik al eerder gezegd heb, ze was niet echt knap, maar in compensatie, haar lichaam was compleet volmaakt gebouwd. Nadat ze zichzelf wat ingesmeerd had met zonneolie, inclusief haar perfecte borsten, altijd met haar rug naar mij toegekeerd, terwijl de bruuske bewegingen haar gespannen billen deden trillen, keek ze me zonder veel verlegenheid over een schouder aan en vroeg ze me of ik wat kon helpen met haar “achterkant”. Natuurlijk, natuurlijk kon ik er haperend en hakkend uit krijgen, vooraleer ze van gedacht veranderde. Meteen vlijde ze zichzelf terug op haar buik, op haar grote badhanddoek, weeral haar benen wat openend zoals haar gewoonte bleek te zijn, nu niet alleen meer om er de zonnestralen door te laten passeren, maar ook om mij toe te laten de olie evenredig te verdelen om en rond haar gespierde dijen en slanke onderrug. Hoe zalig warm en stevig voelde haar vlees. Hoe heerlijk. Ze uitte geen enkel woord en vond het niet overdreven toen ik twee en zelfs drie keren de weg om en rond haar achterwerk hervatte, soms aarzelend de spleet wat indringend om dan langs de binnenkant van de billen naar beneden te glijden en daar, langs de gebogen buitenkant om, terug naar boven, knedend eerst, maar dan zachter, net alsof ze daar kwetsbaar was. Ook de rest van haar rug, schouders en beneden, in haar knieholten, kuiten en enkels, kregen een beurt. Toen ze aanstalten maakte zich om te draaien, om me ook haar voorkant aan te bieden, gaf ik het op en stond kalm recht. Dat zou me zekers te verre leiden. En ik zat al in vreselijke papieren. Spijtig, maar deze keer zou ik met de goesting blijven zitten. Begrijpend bleef ze op haar buik liggen, me het gezicht van haar open gehouden en door God gezegend “poepgat” op geen enkel moment verbergend.

Een man zou eigenlijk een premie moeten betalen om daar zijn vuile en besmette poten áán te mogen roeren. Nooit heb ik begrepen waarom Braziliaanse meisjes zonder enige schande hun kont laten zien en rieken en toch hun borsten, met meer verlegenheid bedekken. Ik heb haar zitten bekijken tot het tijd werd om te gaan middagmalen. Tenslotte heeft ze me haar fluweel aanvoelend soutientje aangeboden als herinnering en ik heb het jarenlang als een trofee bewaard. In zijn originele staat. Piepklein. Een schatje…

Geschreven door Rudo om 17:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Putjes in de wangen

Verwijzend naar mijn eigen strijd, jaren geleden, nadat ik wanhopig al een paar schuchtere, nog niet zelfzekere, pogingen had ondernomen alléén te trachten (weg) te vliegen (in andere woorden, locomotief te worden, in plaats van wagon te blijven), ook om mijn oude wens te vervullen mijn "bruin" vrouwke te ontmoeten, dat, noodzakelijkerwijze, moest gelijken op dat negerinnetje van Belgisch(?) Kongo, vereeuwigd op dienen ouden almanak aan de muur van mijn slaapkamer in de Spanjestraat van Rumbeke, met haar pittige putjes in de wangen... (hoeveel heimwee!!)... ,wel, ik ben er in geslaagd, maar niet onmiddellijk.

De eerste vleugelslagen gebeurden richting Duitsland, op een maandlange proefperiode in een daar gelegen chemische fabriek dicht bij Mannheim en dan, wat later, met de toen beroemde "lange omvaart", naar het verre Oosten, van Antwerpen uit, voor anderhalve maand. Toen was ik al rond de achttien en had ik beslist dat er in België, voor mij, niets ne meer wég gelegen lag. Na enkele voorafgaande bezoeken aan die wereldstad, meest belangrijke uitweg naar het vreemde, kon ik daar mijn splinternieuw "zeemansboekje" verkrijgen, paspoort dat ik nog steeds, met zorg, in mijn souvenirrekje, bewaar. Zo groen als een onrijpe citroen, pas uit mijn korte broek gegroeid, na de nodige inentingen te hebben ontvangen (voor malaria en weet ik veel) en een getuigschrift van goed gedrag en zeden verkregen te hebben van het gemeentebestuur van Rumbeke, melde ik mij aan, op de afgesproken dag, aan de eerste officier van de boot. Het betrof zich om een stoomschip (toen nog in gebruik), een olietanker met de naam "Petrofina" behorend aan de firma S/S Fina America, met een capaciteit van ongeveer twintigduizend ton, reis nummer 72.

De originele bestemming was een haven aan de Arabische Zee, langs de Kaap van Zuid-Afrika om, met de te verwachten "doop" door mijn gedachten spokend, eens we de evenaar voorbij zouden streven, maar de Kapitein vond zich verplicht middenin de reis het doel te veranderen, voor herstellingen in de haven van Genua, Italië, waar we, onverwachts, een paar dagen vrij kregen, om dan de reis te hervatten en recht voor de haven van Tripoli, in de Middellandse Zee, de ruwe olie, uit een buis, enkele honderden meters van het strand, over te tanken. Ik heb dus kunnen ontsnappen van die traditionele doop, waarover ik, onderweg, verschillende afschuwelijke verhalen te horen kreeg, waaronder, het gezelligste, een verplichte duik in een met ruwe olie gevulde drum (en ik kan zelfs niet zwemmen). Maar vooraleer dát gebeurde, was ik nog op de Schelde, onderaan in de machinekamer, ongeveer vier verdiepen hoog, maar onder de waterlijn.

Eens afgescheept werd ik direct naar beneden geleid en onmiddellijk in de functie van "onderofficier" omgetoverd (omwille van mijn technisch diploma, als assistent mechanieker), met de taak geregeld ne hele hoop tabellen in te vullen, vooral met druk-en temperatuur informatie, kleine herstellingen uit te voeren aan motoren, generators, kleppen en kranen en vooral dáár waar de stoom er langs alle kanten uit spoot, in slecht verlichte kanten, tussenin ne hele hoop hete buizen, waar alléén ik tussen kon, tenger zoals ik toen nog was.

Maar dat is niet meteen gebeurd. Amper waren we de Schelde aan het opvaren (ik had mijn mager valiesje reeds op het ijzeren, ongemakkelijk, bed gedepositeerd, in mijn enge cabine, waar ik de allereerste kakkerlakken van mijn leven heb ontdekt), richting Noordzee en ik begon met de zeeziekte te kampen. Ongelooflijk hoe rap die me te pakken heeft gekregen. Het heeft me vier dagen in de uiterste ellende gestort. Mijn uurrooster verplichte mij vier uur te werken om recht te hebben op vier uur rust. Dag en nacht. Alle dagen van de week. Gedurende de werkuren moest ik de stikkende hitte in, voortdurend trapje op, trapje af. Ge kent ze, die nauwe, steile, ijzeren trapjes. En het was onvermijdelijk. Ik heb vier dagen gebraakt. Vooral op de ogenblikken dat ik de trapjes áf strompelde, want juist dan bewoog het schip zich ook, naar beneden. En vooraleer ik het begreep scheurde mijn mond open en vloog de verse strognoff eruit, alle richtingen in. Tot op de machines, beneden mij en ook op de hoofden van de daar zwoegende, andere mechaniekers. Een schaamte die mij lang heeft vervolgd. Op den duur kon ik alleen maar de kotsende bewegingen van de maag, slokdarm en mond uitvoeren, want de strognoff was allang op. Vers eten kon ik niet meer binnen krijgen. Slapen kon ik ook niet, dronken zoals ik was. Een verfrissend stortbad nemen zat er ook niet in. Een manier om mijn ellende te verminderen was op het meest neutrale punt van de boot te gaan mediteren, het dek, in de frisse, zelfs koude, wind, op de middellijn van het schip, dat over de honderd meter lang was; achter de machinekamer. Daar kwam ik enigszins tot mijn bewustzijn, mijzelf aan het voorbereiden voor een nieuwe duik daar beneden, nooit koeler dan veertig graden en op sommige plaatsen de vijftig graden overschrijdend. Een ware hel voor een zuivere ziel zoals ik. Op den duur kreeg mijn chef er genoeg van en nam hij me mee naar de Kapitein, die in zo'n gevallen ook de rol speelde van de Dokter aan Boord. Ewel, wat voelde gij misschien (in het Frans, toen nog, want het Vlaams werd beschouwd als een onbeschaafde taal, tot ze de puntjes op de "i" hebben gezet en de schone afkorting "ABN" gefabriceerd hebben, om ons duidelijk te vernederen)? Ewel meneer, ik voel me zódanig ziek. Jaja, dat weet ik al, maar voelde ergens pijn misschien? Neenee, meneer, geen pijn, tenware in mijn maag, van de krampen. Oké; maar hebde dan koorts misschien? Neeneetje meneer, geen koorts. En hebde ietske gebroken of zo? Neenee, toch niet. Niets gebroken. Ewel dommekloot, dan hebde gij nikske, hé! Ge zijde gij ziek nietenmedallenéé. Naar uw werk, verdommelingen, onmiddellijk... en ik moest het, verslagen, af trappen. Gelukkig dat ik niet ziek was. En mijn chef? Die heeft nog twee dagen van mijne strognoff méé gegeten.

Onze maaltijden echter, genuttigd in het restaurant van de officiers, waren uitstekend. Dat ik heb ik dan later, verrukt, kunnen vast stellen. De matrozen, van hun kant, kregen goedkopere kost. En ze staarden me altijd zo begerig achterna, ten andere. Net zoals ik nu de hoeren achterna kijk. Alhoewel ik er verschrikkelijk uit zag, mijn huid geschonden door het gebruik, op die walgende zee, van één enkel roest, tweedehands gilletje, zonder handapparaat (dat ik thuis vergeten had...wat een flater Rudo), die de dunne baardhaartjes eraf moest scheuren, samen met de toen nog overvloedig aanwezige puistjes, wat diepe lidtekens veroorzaakte en het bloed ettelijke minuten deed stromen, was ik jong en zuiver. Een droom voor die ervaren zeelui, de meeste ervan, kleine (niet hun gestalte bedoelend) misdadigers die hun gevangenisstraf eventueel konden vervangen zien worden door zich aan te schepen bij de "lange omvaart", waar ze, zoals bij deze reis het oorspronkelijke doel was, twee maanden op zee zouden verblijven, zonder ooit ergens aan land te kunnen gaan. Zelfs de kok wierp altijd duidelijke, verleidelijke, blikken naar mijn maagdelijk achterwerk en mijn chef waarschuwde mij hem te ontwijken, bepaalde gangen niet te gebruiken en voortdurend "op te letten". Ik had toen nog altijd weinig kennis van seks en had geen enkel benul van de vele variaties die er, op dat gebied, bestonden. Toch nam ik de situatie ernstig op, gebruikte vanaf dat ogenblik twee onderbroeken en vermeed direct contact met de matrozen in het algemeen, wat mij waarschijnlijk van ne hele hoop verrassingen heeft gespaard.

Eens genezen, wat ook bevorderd werd door de spiegelgladde Middellandse Zee, eenmaal de Straat van Gibraltar voorbij gevaren, heb ik wat meer tijd en goesting gevonden om van de reis te genieten. Een verfrissend bad pakken was absoluut nodig geworden. En in de zon zitten braden, op het dek, ook. In Genua zelf heb ik voor het eerst van mijn leven de hoeren ontdekt. Zoals eerder al eens vermeld staken ze hun flikkerende tongen naar mij uit, waarvan ik de echte mening, toen, nog niet begreep en een beetje beledigd antwoordde, twijfelend toch, met dezelfde daad. 's Avonds, na het werk, slibberde ik door de nauwe straatjes van die vreemde stad en kocht ik mijn eerste muziekcassette van "The Platters": "Smoke gets in your Arse", of zoiets dergelijks, na de helft van de prijs ervan áf gedwongen te hebben en een miniatuur "gondola" er gratis bij gekregen te hebben, als herinnering, die ik dan later, op mijn aankomst in België, aan Tante Georgine heb cadeau gegeven en die ze jarenlang, preuts, op haar schouw heeft tentoongesteld, voor haar, overigens, weinige bezoekers.

Zo heb ik mijn eerste passen gezet op de wereld van de zaken en sedertdien is het een erepunt geworden de voorgestelde prijzen altijd af te dwingen, zelfs al is het maar symbolisch.

Mama en Hilde zijn me komen afhalen op mijn terugkeer in Antwerpen en toen heb ik besloten mijn studies te hervatten, want als assistent mechanieker op een stoomschip zou ik het niet verre brengen, vond ik. Ten andere, de "lange omvaart" is voor eigenaardige mensen.

Geschreven door Rudo om 21:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Bah, wat een smeerlapperij allemaal

Terwijl we over schaamte en verlegenheid bezig zijn, dat herinnert me aan een andere episode, bijna zo erg of nog erger, dan diegene die ik, enkele post's geleden, heb verteld.

Het is gebeurd bij ons thuis, op de avond juist vóór Kerstavond. Mijn vrouw had zes katholieke madammekes uitgenodigd, allen allang over de zestig, sommige al dichter bij de zeventig: weduwen, ongetrouwde moeders, verstikte vrijgezellinnen en andere kwezelaarinnen in het algemeen, om samen een "novena" (ik weet de juiste naam niet meer in het Vlaams, maar ik vermoed dat het "noveen" is) te verwezenlijken in onze eetplaats, rond onze zwarte tafel, wanneer ze luid en elk op hun beurt wat opgeschreven zinnen moesten lezen die de anderen dan, nog luider, moesten herhalen, tot ze twee of drie keer de tafel rond geraakten, dan baden, zongen en herbegonnen, tot iedereen luidruchtig begon te gapen om te tonen dat het al genoeg geweest was voor diene dag en verlangden dat er een einde aan gemaakt werd door de gastvrouw, die dat niet begreep natuurlijk en aan een nieuwe reeks begon.

Ik had elk van hen persoonlijk en met zorg ontvangen, want mijn vrouw heeft elk jaar méér tijd nodig om zichzelf op te kalefateren en is dus nooit stipt klaar om de uitgenodigde mensen welkom te heten wat ik dan, zonder veel goesting, op mijn eigen schouders had genomen. Vanaf het ogenblik dat ze zich allemaal rond de tafel hadden verzameld oordeelde ik het juist en rechtvaardig me terug naar mijn computer te wenden om daar wat verse pornosites op te zoeken, zoals dat nooit zelden een uitzondering is geweest, mijn aandacht concentrerend op sites met downloadable "black sister"-videoclips die er altijd een erepunt van maken duwend en strijdend één enkele gemeenschappelijke lekstok te veroveren. Ik had zelfs geniepig gewaagd het volume van de luidspreker wat óp te drijven, zodat de toon bij de daad werd gevoegd, zeker dat ik er van was dat ze het eigenaardig gekreun niet zouden opmerken tussen hun eigen gejank door. Om ongelukken te voorkomen had ik ook de hoogte van mijn directeurstype stoel wat aangepast, zodanig dat mijn rug, die volledig naar hen toegedraaid was, hun eventuele schuine blikken naar mijn scherm volledig zou verhinderen en ik rustig de natuur zijne gang kon laten gaan. Toen ik vast stelde dat het gezaag plots fel aan het verminderen was en ik, af en toe zelfs, een zedig lolleke meende te onderscheiden tussen het gezeur door, besloot ik de internet verbinding over te schakelen naar een katholieke site, om zo te vermijden onverwachts betrapt te worden op mijn vieze daden, niet vooraleer nog een laatste, digitale, fel belovende, download te starten van een video clip met een viertal, wat oudere en nogal struise "sisters", die een recht staande blanke man, uitgerust met een enorme, vooruitpuilende buik, aan het bepotelen waren. En inderdaad, het duurde niet langer dan enkele ogenblikken vooraleer drie van die vurige zondaressen zich naar mij wendden, met één oog op het scherm gericht (terwijl mijn vrouw de anderen aan het bezig houden was), om er zich van te verzekeren dat ik er geen misbruik aan het maken was smerige pornosites te bezichtigen, iets waar ze zelf intens naar verlangden en zich zelfs, voor dat doel, splinternieuwe computers hadden aangeschaft, mij uitnodigend deze te installeren, wat ik nooit echt had gewild en gedaan, met het oog op de morele schade die daardoor zou kunnen veroorzaakt worden, zodat ze nog altijd volledig ingepakt in hun keuken, onder de tafel, stonden te wachten op een geduldige martelaar en er, als boete, mij altijd trachtten op te betrappen kleine dagelijkse zonden te bedrijven op mijn eigen toestel, wat hen nochtans nooit was gelukt. Geduldig toonde ik hen meerdere beeldjes van verschillende katholieke heiligen, die er op de site te bezichtigen waren, beklemtonend dat ze allemaal maagd waren gestorven en dus nooit echte schade aan hun schede hadden geleden, wat ze ontroerd en genegen in hun handjes deed klappen. Intussen echter, was ik helemaal vergeten dat er een digitale download aan het gebeuren was en pas toen het zwart gekleurde kader van een videoclip opeens verscheen, kreeg ik in de gaten wat er terstond ging gebeuren en verrichtte ik verwoedde pogingen het kader in zijn minimale vorm om te vormen, maar nerveus klikte ik op het verkeerde knopje en de nog lege kader nam de vorm aan van het gehele scherm en vervolgens begon het filmfragment zich onmiddellijk en in al zijn totale glorie áf te spelen. De kwezelaars stonden in de vorm van een halve maan achter mijn stoel, diep gebukt, over mijn schouders, naar het scherm te gluren en ik meende zelfs de borsten van één ervan rond mijn nek te voelen rusten. Ik sloeg onmiddellijk rood uit maar ze hadden nog niet begrepen wat er aan de hand was. Het beeld toonde duidelijk hoe één van die zwarte "bitches" de man aan het aflekken was, haar hand rond zijn werktuig klemmend, terwijl een andere een vinger in zijn achterwerk pookte en nog een andere aan één van zijn tepels prutste terwijl ze haar dikke, slijmerige, tong in zijn mond wroette. De vierde was bezig één van zijn harige kuiten te strelen. "Wat is dat Rudo?", kraaide één van die vrouwen verrast (haar naam is Fátima, advocaat en ze had enkele weken eerder ergens nen oude pee van Portugal op gescharreld die er voortdurend had op aangedrongen anale seks met haar te bedrijven en ze had toen beleefd mijn vrouw gepolst over hoe ze zo'n geval moest aanpakken, want ze was eigenlijk van plan geweest eerst haar "verdroogd velleke" van van voren óp te offeren, maar hij had daar absoluut geen enkele belangstelling in getoond en mijn vrouw had haar streng aangeraden alles te doen wat ze echt wilde doen, maar toch zeker niet ná te laten een klontje boter bij de hand te hebben, vooral ná in overweging genomen te hebben de grootte van zijn kastaar, niet al te dik van voren maar van achteren uitgroeiend naar een werkelijke piramide, suggestie die ze later opgebiecht heeft, voldaan te hebben, zonder echter eerst de Portugees gewaarschuwd te hebben dat ze van "hemorroïden" aan haar uitlaatbuis aan het lijden was en wat hij later heeft aangewend als reden voor hun abrupte liefdesafbreuk), terwijl de ogen van de andere twee bijna uit hun kassen puilden. Ik, verlamd van de schaamte, kreeg er alleen maar uit, met een bibberende stem, dat ik het ook niet begreep; dat het die katholieke zender was die waarschijnlijk juist op dat moment een aanval aan het ondergaan was van protestantse "hackers"; dat het niet anders mogelijk was want dat ik een hekel had aan zo'n daden, vooral bedreven door zo'n lelijke oude wijven, terwijl ik met afschuw vast stelde dat de man een dikke straal spuug op de blonde pruik van de zuigende bitch aan het spuiten was, waar het er langzaam vanaf droop, moment waarop ik er eindelijk in slaagde het kader te minimaliseren, zodat het zondig gedoe geleidelijk aan verdween. "Wat was dat Rudo?" kraaide één van die andere zondaressen opnieuw (haar naam is Zezinha, ook advocaat en ze was ettelijke weken bezig geweest haar leraar Engels te trachten te verleiden, zonder echter te beseffen dat hij homoseksueel was en hij uiteindelijk en uitgeput besliste de vervelende zaak aan de eigenaar van de school op te biechten om haar van zijn klas te verwijderen en verdere storingen te vermijden, vooral ná te weten zijn gekomen dat ze al een kamer in een vijfsterren hotel had gereserveerd, voor hen beiden, om daar samen een heet weekeinde door te brengen en waar ze geduldig, in een vers gekochte doorschijnbare babydoll, op hem heeft blijven wachten, tot ze het beu werd en ons, mijn vrouw en ik, telefoneerde om het geïnvesteerde geld niet helemaal te verliezen en wat we ook niet aanvaard hebben want ze was bijna zo lelijk als die joodse vriendin van G.). Ik weet het ook niet goed, beweerde ik met een neergeslagen blik. 't Gelijkt een beetje op een pornofilm, vind ik; kon ik er uit krijgen. Een aanval van "hackers", zeker en vast. Onmogelijk, zo'n smeerlappen. "Ebde die straal gezien?", vroeg de derde (haar naam is Laura, socioloog en een ongetrouwde moeder die, gedurende de militaire dictatuur hier alle vuile boekjes moest lezen, om ze te rangschikken volgens de heersende censuur en meende alles te weten over seks en zijn afwijkingen). Dat was toch gene spuug zeker? reageerde Zezinha. Ze drongen nog dichter aan om zeker een eventuele nieuwe attack van de Sossen niet te missen en Laura spotte luid: "eide de vinger van die oere in zijn gat nie gezien?". "Njeenek, k'inder nie op gelet, maar eide gij diene spuug gezien?". Zone vuile smeerlap. Het duurde een tijdje vooraleer de ene de andere begon weg te trekken, bekommerd dat ze waren over een mogelijke nieuwe aanval, zodat ze zelfs hun hoofd niet meer om durfden draaien, vooraleer ze zich naar de voordeur wendden en beroerd aan Lígia mede deelden dat ik toch zone brave mens was die zelfs niet met rust werd gelaten terwijl ik godsdienstige sites aan het bewonderen was, maar dat zij, Lígia, toch eens bij mij moest aandringen om hun gekochte computers te installeren, want ze wilden echt iets méér leren over die vuile "hackers"..."

Met al mijn miserie besloot ik, vanaf die dag, beter op te passen en minder lang achter seks-sites te zitten jagen op het internet. Zo kreeg ik méér tijd om van het groeiend geweld hier te genieten. Ik vind dat ik er helemaal door omringd ben zelfs..

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meiden: nuttig, zwoel en verleidelijk, maar gevaarlijk

Over mijn eerste meid nog (ik heb er, over de loop van de jaren, verschillende gehad, maar niet met allen heb ik die zelfde harde seks bedreven - één van hen verkoos duidelijk de genoegens van de alternatieve seks, boven die van de genitale en is daardoor, tot op het laatst, met mij toch, maagd gebleven en het is dáár waar het er in feite op aan komt wanneer ze dan uiteindelijk, met een serieuze mens, ongerept, zullen willen trouwen), ze bleef wel en noodzakelijker wijze in haar eigen kamertje slapen, maar af en toe was er ook feest in mijn bed. Na enkele maanden echter was de situatie onhoudbaar geworden en begon ze mij plechtig als haar officiële vrijer te beschouwen. Mijn zondige daden begonnen zich rap om te vormen in een publiek geheim want ze verspreidde het nieuws in de vier richtingen, ondervroeg de portier of ik in de weekends (wanneer ze haar familie, alleen, in het binnenland bezocht) vrouwelijk bezoek had gekregen en begon mij zelfs geniepig te achtervolgen.

Soms organiseerde ik gezellige verjaardagsfeestjes, in de mode toen, waar er onveranderlijk een dertigtal mensen aan verschenen, waaronder niet alleen mijn maten vanuit São Paulo, maar ook andere Vlamingen, van Rio, waar ik ze had leren kennen en ook sommige collega’s van het werk, vooral de vrouwelijke, die dadelijk de heersende sfeer wisten te onderscheiden en (toevallig?!) het slipje van de meid in mijn ijskast hadden gevonden, waarmee ze dan, net zoals met een vlag, alle kamers rond draafden, als meende het een bewijs te zijn van mijn onkuisheid en ook tezelfdertijd, een veroverde buit en bewijs van mijn kromme bokkensprongen.

Het begon me echter de mogelijkheden om een meer geschikte vrouw op te scharrelen en er mee te trouwen degelijk te vermoeilijken. Op den duur heb ik haar dan moeten verbieden mijn slaapkamer nog binnen te treden, zelfs wanneer ze uitdagend bloot rond pronkte. Van daar naar een open breuk was het vlug en op een zekere dag riep ze er zelfs de politie bij. Dat was het magere einde van een spijtige verhouding, omdat de commissaris haar verbood mij nog óp te zoeken. Hier moet ik er nog aan toevoegen dat ik ze altijd wel degelijk betaald heb, voor haar professionele diensten alleszins. De seks was goed geweest voor ons beiden en moest dus niet in geld vertaald worden.

Geschreven door Rudo om 17:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Heimwee

Terugkerend naar mijn zondig leven, in Rio De Janeiro nog, gedurende mijn vrije tijd, herinner ik me dat ik toen, zonder een vast lief en met een altijd vervelende goesting in mijn broek, regelmatig het bezoek kreeg van enkele van mijn beste vriendinnen die ik eerder, in de “Club de Paris”, had ontmoet. Ze waren definitief niet aan het beroep van “hoer” geraakt en in plaats daarvan hadden ze werk gezocht en soms gevonden als oppasmeisjes of familiemeiden, alhoewel dat de goesting niet uit hun versleten en verslenste minislipjes had verdreven, wat ze geregeld bewezen door zich dáár, zonder veel valse schaamte, met inzet te scharten, iedere keer dat het jeukte. Sommige ervan heb ik verschillende keren mee kunnen lokken naar mijn gastvrije slaapkamer. Ze waren geduldig, niet opdringerig en protesteerden niet wanneer ik voorstelde naakte foto’s van hen te trekken, zogezegd om ze op te zenden naar magazines voor mannen waar ze misschien nog “ontdekt” zouden kunnen worden en een extra bijverdienste zouden kunnen garanderen. Ze openden dan lachend en vrijwillig hun slanke benen, zowel van voren, liggend op het bed of zittend op een stoel of in de sofa, als van achteren, naar voren bukkend en pronkten met hun nog weinig (daar ben ik niet helemaal zeker van) betastte borsten, maar zouden eigenlijk nooit echt succes hebben gehad in de wereld van de prostitutie. Ze waren wel bezeten van de hete lust, maar de commerciële kant ontbrak er een beetje aan. Om het in ’t kort te zeggen: ze waren geen echte hoeren, maar meer te vergelijken met “deurklinken” (iedereen mag er zijn handen óp leggen). Ze beseften, van de andere kant, dat het ook niet genoeg was alleen maar de benen, gewillig, open te houden. Ze zouden ook het initiatief nemen.

Eens, met Gerald (die Zwitser, herinnert ge u?) erbij, konden we twee ervan overtuigen zich te ontkleden in de woonkamer om ze elkaar hun eigen intieme delen te doen vergelijken. De vorm en de grootte van hun borsten, hun platte buiken en hun achteruit puilende “bundas”. Dan is de temperatuur rap opgelopen geweest (alhoewel we trachtten professioneel te blijven) en hebben we, na wat bewijzende geile foto’s getrokken te hebben, onszelf afgezonderd in onze respectieve slaapkamers om daar het ongeduldig wachtend werk te voltooien en uiteindelijk onze lang uitgestrekte ganzennekken te versmooren.

Één van die meisjes wilde op den duur en persé, als meid, voor mij blijven werken. Ik had eigenlijk wel iemand nodig, ja, maar het is moeilijk zo’n verhouding in stand te blijven houden zonder jaloersheid op te wekken. Vandaag of morgen wilde ik haar wel eens néér spijkeren, maar dan overmorgen zou ik toch nog een andere kans niet willen verliezen en zo begon de ruzie, eerst stilletjes, maar dan met tranen. Ze was lichtbruin en had een schoon fris lichaam, met een platte buik en harde, ietwat kleine, borsten. Haar vriendin, integendeel, was wat donkerder en molliger, met zachte ronde borsten, die ze me opzettelijk liet bewonderen door altijd van die enorm diepe decolleté’s te gebruiken. Het gevolg was dat ze me hen ook gretig lieten betasten iedere keer we “toevallig”, op mekaar botsten, vooral in de keuken, waar de plaats wet enger was. Op een zonnige zondagmiddag, na het strand, had ze me eens schuchter gevraagd foto’s van haar te trekken, om ze zogezegd op te zenden naar haar ouders, in het binnenland. Beetje bij beetje, maar zonder veel moeite, heb ik er haar kunnen van overtuigen, eerst haar borsten te ontbloten, dan zich van haar jeans te ontdoen, haar slipje naar omlaag te trekken, eerst van achteren en daarna ook van voren, tot ze op den duur alle schaamte verloor en alle standjes nabootste die ik haar toonde in een Amerikaans tijdschrift, ik geloof de “Hustler”. We hebben daarna op ons gemak gefuckd, in mijn bed, op de missionarisstijl. Het kon wel beter geweest zijn, maar voor die dag was het voldoende.

Een andere vriendin was blank, klein en mager en uitzonderlijk lief. Ik zou het eigenlijk een zonde gevonden hebben haar te willen neuken en we zouden niet verder gaan dan gezellig samen te zitten kletsen over het leven, in de sofa. Nooit meer dan dat. Behalve die ene enkele keer dat ze me één borst toonde, haar bloesje en beha lichtjes naar beneden trekkend, om te weten of ze niet wat te klein geschapen was. Dat heb ik dan kordaat ontkend, voor de beleefdheid natuurlijk, want ze was niet ver van de waarheid beland. Bovendien hing hij wat naar beneden, zoals een gebruikte koffiezak. Zeker en vast niet veroorzaakt door overvloedige behandeling. Eerder een familietrek, veronderstelde ik.

Nog een andere vriendin (die dan toch waarschijnlijk het beroep, later, met liefde heeft omhelst, want ze was verschrikkelijk vurig) twijfelde er niet aan mij regelmatig op het middaguur, midden in de week, zonder enige waarschuwing, te bezoeken, onveranderlijk met één van die kleurige, loshangende minirokjes uitgerust, een beetje langer van voren dan van achteren, omdat het de heuvel van haar preuts achterwerk moest overbruggen en dan zonder veel blabla, schrijlings over mijn schoot plaats nam, terwijl ik me op mijn stoel aan de eettafel bevond. Na onbeschaamd één van haar rap ontblootte harde....censuur.....

Een vijfde vriendin nog, was een ware negerin, mager en groot. Onbeschaamd. Ze zou niet terug deinzen voor gemeenschappelijke seks of zelfs een orgie. Nu spijt het me, maar toen, op het laatste moment, verkoos ik toch iedere keer de intimiteit met alleen maar één van hen, op hetzelfde moment, te bedrijven.

Geschreven door Rudo om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van De Beul van Rumbeke

↑ Terug naar de berichten