Naar de inhoud

Mijn Levensboek / René Schupp

Verhalen & Gedichten
akke.beakke.be

Archief

6.2 TAI CHI / QI GONG

Na mijn werkzame periode en de vervroegde uittreding uit het arbeidsproces, mij enkele jaren bezig gehouden met kracht- en conditietraining op de sportschool ´La Vita Sana´ te Venlo. Daarnaast kennis gemaakt met Yoga; mogelijk voor velen een mooie en nuttige beoefening. In mijn persoonlijke beleving werd dit helaas als passief ervaren. Derhalve overgestapt naar het beoefenen van Tai Chi en Qi Gong voor senioren.

GESCHIEDENIS
De geschiedenis van Tai Chi Chuan is een eeuwenoude beweegkunst die is opgebouwd uit houdingen die in elkaar overgaan tot een langzame vorm, het beoefenen hiervan leidt tot ontspanning van lichaam en geest; is niet aan leeftijd gebonden. Tai Chi is een oud Chinees systeem van oefeningen en is terug te voeren op de Dao filosofie, die ongeveer 4000 jaar geleden ontstond.

VITALE ENERGIE
Chi is de levenskracht of vitale energie die de kosmos vervult en voortdurend via kanalen genaamd meridianen door ons lichaam stroomt. Middels Tai Chi vindt men weer aansluiting bij deze universele natuurlijke energiestroom en daardoor ook de energiestroom in onszelf. De bewegingsleer is gebaseerd op de eeuwenoude filosofie van Yin en Yang.

YIN YANG
Yin en Yang staat voor het grote natuurlijke evenwicht tussen lichaam en geest, doen en denken, spanning en ontspanning, gevoel en verstand. Men verkrijgt niet alleen meer energie en vitaliteit, ook kan men allerlei lichamelijke en geestelijke klachten verminderen of genezen. Tai Chi werkt positief op de verhoging van weerstand en ondersteuning van het afweersysteem.

QI GONG
Uitspraak: tsjie ghong is een onderdeel van de Chinese leer, die men zich aanleert, om de lichamelijke en geestelijk gezondheid te behouden en te verbeteren. Oefeningen zijn meestal opzichzelfstaande oefeningen waarbij men de lichaamsdelen volgens een voorgeschreven patroon beweegt. De nadruk wordt gelegd op ademhalingsoefeningen. Middels Qi Gong oefeningen poogt men deze balans te onderhouden of te herstellen.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

7.0 ARBEID

Aanvankelijk werkzaam geweest in de mijnbouw. Ingrijpend waren de gevolgen van bedrijfssluitingen; ruim 60.000 mensen kwamen op straat te staan. Limburg had geen of weinig vervangende werkgelegenheid. Voor de ouderen een bittere pil; echter jongeren hebben tijdig kans gezien het zware en ongezonde beroep te ontvluchten. Limburgers verknocht aan stad of streek; elders was de vraag naar personeel groot. Noodzakelijke verhuizingen en omscholing voor behoud van de boterham.

INHOUD
7.1 MIJNBOUW
7.2 ENKA
7.3 PHILIPS

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

7.1 MIJNBOUW (1958-1966)

17 december 1965: een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Limburg. Toenmalig minister van Economische Zaken, Joop den Uyl, kondigde de sluiting van de mijnen aan. Veel is er over gezegd en geschreven. Enerzijds de nostalgie in zwart wit en anderzijds de inkleuring van zwart naar groen. Voor hen die de zware en ongezonde tijd daadwerkelijk hebben meegemaakt een beladen onderwerp. Uiteraard ook velen die terugverlangen naar de tijd van koempels met hun kameraadschap. Er was bestaanszekerheid, maar ook kommer en kwel. Wij zijn snel geneigd om nostalgie om te zetten in een verheven tijd. Witte boorden en geestelijkheid bepaalde vaak het lot. Normen en waarden vaak met de paplepel ingegoten.

OORZAAK EN GEVOLG
Sluiting van de mijnen: voor ouderen met vele dienstjaren een bittere pil. Echter jongeren hebben tijdig kans gekregen om het zware en ongezonde werk te ontvluchten. Uiteraard werden offers gebracht. Huis en haard verlaten om elders een bestaan op te bouwen. Dat is de realiteit en minder romantisch als velen in huidige beleving veronderstellen. Verhalen vanuit diverse invalshoeken, uiteraard ieder met eigen ervaring. Motivatie en positieve instelling hebben bijgedragen aan persoonlijke ontwikkeling. Promoties en meerde verhuizingen waren het gevolg. Het viel niet altijd mee om weer eens te verhuizen. Vriendschappen en contacten elders opgebouwd, maar ook vertrouwde omgevingen. Elke keer weer deed afscheid nemen pijn. Een terugblik op ontwikkeling en ervaringen, al met al ook een geestelijke verrijking.

PERSOONLIJKE BELEVING
Na het volgen van de OVS werd ik als 17½ jarige knaap geconfronteerd met het zware en ongezonde beroep van mijnwerker. In Limburg generaties lang het hoofdmiddel van bestaan. Persoonlijke beleving of andere wensen telde niet. Toegegeven; de mogelijkheden waren beperkt en de lonen waren hoog. De mijnsluitingen waren voor ouderen met vele dienstjaren een bittere pil. De jongeren kregen nieuwe kansen; gelukkig maar. Tussentijds zou echter nog het een en ander gebeuren. Uiteraard werden offers gebracht. Huis en haard verlaten om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Dat is de realiteit en minder romantisch als velen in huidige beleving veronderstellen. Verhalen uit diverse invalshoeken; uiteraard ieder met eigen ervaring. Uiteindelijk goed terecht gekomen in de maatschappij.

PENNINGNUMMER
Mijn penningnummer 3207 van de OVS werd gewijzigd naar het nummer 1901. Tot de leeftijd van 18 jaar hadden wij een afzonderlijk kleed- en bad lokaal. Hierna moesten wij ons onder de "volwassenen" voegen en kregen het definitieve penningnummer. Aan het ophalen en inleveren van deze penning was het loon gekoppeld. Zegge en schrijven kreeg ik penningnummer 1 (één); ik vond dit wel grappig.

MILITAIRE DIENST
Mijnwerkers waren in principe vrijgesteld van militaire dienst; echter hiervan heb ik geen gebruik gemaakt. Als vrijwilliger ging ik naar de speciale opleiding van het ´Korps Commando Troepen´. Pittige tijd; discipline en karaktervorming door grenzen te verleggen. De ´Groene Baret´ was de basis en rode draad voor verdere levensloop; tevens sleutel tot succes.

BELEVING
Ondanks de zware opleiding heb ik deze tijd vele malen prettiger ervaren dan mijn ondergrondse jaren als sleper en houwer. Het zware en ongezonde werk; maar ook het verstoken zijn van daglicht, kwelde mij zeer. Na mijn militaire diensttijd wilde ik aanvankelijk naar de Politieschool. Echter om diverse redenen tot aan de sluiting van de mijnen ondergronds werkzaam gebleven. Kort vóór de mijnsluiting bezocht een vakbondsleider de mijn voor een excursie. Zijn beschrijving van deze excursie moge voor zich spreken...!!!

EXCURSIE

  • "Eerst jaagt men met de lift naar de 800 meter verdieping. Ik kreeg een beklemmend gevoel op de borst. Mijn oren begonnen te suizen. Als men beneden aankomt staan er natuurlijk geen antracietwanden gereed, waaruit de mijnwerkers met een pikhouweel de stukken antraciet kappen. Neen, dan begint eerst een tocht door een lange, tochtige benauwde gang. Door deze gang rijden treinen die de kolen naar de schacht transporteren.

  • Belangrijke personen laten zich wel eens graag in zo'n treintje fotograferen. Zo van: hier ben ik dan, honderden meters onder de grond, zelfs zwart van de kolen. Meestal staan die persoon er dan lachend op. Ontspannen heet dat. Maar het huilen staat je nader dan het lachen als je die twee of drie kilometer lange gang achter je hebt gelaten en op handen en voeten kruipt door een pijler, waarin je haast niet kunt ademhalen.

  • Waar je plat moet liggen, of op je zijde, om je tussen een woud van stempels door te wringen. Die stempels houden het antracietplafond op zijn plaats. Honderden; de enige steun om de zaak niet in elkaar te laten zakken. Ik ben bang geweest in die ruim 200 meter lange, schuin oplopende pijler van 60 cm hoogte. Ik moest er over benen van andere mijnwerkers kruipen. Zwarte, tot het hemd toe bezwete mannen, die de koollagen loswoelen. Die dan zorgen dat de stukken brandstof op de transportband komen.

  • Die werken in wolken zwarte stof en die bijna alle slachtoffer worden van longaandoeningen. Ik wilde ze tellen, de stempels in die nauwe gang, maar bij tien ben ik opgehouden, omdat mijn aandacht alleen was geconcentreerd op de voor mij uit kruipende gids, die ik in het oog wilde houden.

  • Ik voelde mij zó verschrikkelijk alleen in die zwarte duisternis, soms minuten lang geklemd tussen twee stempels, die mijn ongeoefend lichaam niet doorlieten. Als ik vastzat of de kabel van de lamp bleef haken achter een uitsteeksel had ik de neiging om te gaan schreeuwen. Soms verbeeldde ik mij dat ik geen lucht meer kon krijgen.

  • Het enthousiasme waarmee ik de mijnwerkersgroet ´Glück Auf´ in het begin beantwoordde, was gauw verdwenen. Ik zag er eenvoudigweg geen kans meer toe. Het werd een onverstaanbaar gemompel, gesmoord in kolengruis onder mij, waarin ik soms met mijn gezicht terecht kwam. Af en toe gleden mijn benen weg in een waterpoel, mijn knieën schuurden over stukken antraciet, mijn vingers schrijnden door de beschadigde huid, waarin de kolensplinters venijnig prikten.

  • De helm, die ik in het begin van de tocht zo joyeus had opgezet, heeft tientallen malen mijn schedel gered. Niet alleen door het vallend gesteente op te vangen, maar ook om weerstand te bieden, aan mijn voortdurend botsen tegen de uitsteeksels van de steunbalken. Het was soms of ik de controle over mijn lichaam kwijt was. Ik bonkte van de ene stempel tegen de andere.

  • Mijn lichaam sopte van het zweet. Mijn handen kon ik niet gebruiken om het vocht van mijn gezicht te wissen. Die handen waren slechts twee kolenknoesten. Meter voor meter won ik terrein.´Glück Auf´, ik hoorde het niet meer. Achter mij geruis van vallend kolengesteente.´Glück Auf´.

  • God wat is twee honderd meter lang. Die gang, die eindeloze gang van stof, hitte en duisternis; van kolengruis, stempels, honderden stempels waar je tussendoor wringt en die ik vervloekte omdat ze in de weg stonden naar een spoedig eind van deze tocht. Dat eind is gekomen, maar vraag niet hoe. Ik ben aan het kolenfront geweest. Eenmaal maar nooit meer...!!!"

BROOD DER NATIE
In nauwelijks vijftig jaar beleefde Limburg zowel het absolute hoogtepunt als de tragische neergang van de Nederlandse mijneconomie. Een ontwikkeling die diepe sporen heeft nagelaten in de Limburgse gemeenschap. Een tal van zaken zijn onbekend gebleven: arbeidsverhoudingen in de mijnen; de relatie van de rooms-katholieke geestelijken tot de mijndirecties en hun gevecht tegen het opkomend socialisme; de onveiligheid in de mijnen; collaboratie en verzet in oorlogstijd; de stabielere sociale verhoudingen in de jaren van wederopbouw. Ingrijpend in de Limburgse samenleving is de sluiting van de mijnen geweest. Kompels; zwoegend in stof en zweet, voor een brandstof die ooit het brood der industrie werd genoemd.’

GLÜCK AUF
Werkgelegenheid, van vader op zoon; ongezond en zeker niet schoon. Mijnen werden onrendabel; de omstandigheden miserabel. Gebakken wordt ons dagelijks brood; overal, daarom geen nood. Verknocht aan stad of streek; huis en haard lieten we in de steek. Behoud van werk het lot; verhuizingen verliepen vlot. Naar hier, naar daar, naar waar; al met al; soms heel erg zwaar.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

7.2 ENKA (1966-1973)

ENKA Breda; bedrijf van synthetische garens met ruim 1700 werknemers. De eerste wervingsacties waren reeds achter de rug. Op eigen initiatief een sollicitatie formulier opgevraagd; als zodanig ingevuld en verzonden. Enkele dagen later kregen wij huisbezoek van de personeelschef de heer Hoebink.

ONDERHOUD

Tijdens het zeer prettige onderhoud met de personeelschef, gaf deze aan dat gemeente Breda een groot aantal nieuwe woningen beschikbaar had gesteld voor nieuwe ENKA werknemers; toen nog geheten de Algemene Kunstzijde Unie (AKU). In de laatste fase van toewijzingen kwamen alleen nog gezinnen in aanmerking met minimaal één kind. Voorzichtig werd gevraagd naar een mogelijke gezinsuitbreiding.

ALTERNATIEF
Broer Sjaak was 15 jaar en werkzaam bij kruidenier Simon de Witt, zocht eveneens een andere baan. Als alternatief werd deze mogelijkheid besproken en positief ontvangen. Enkele weken later werd de verhuizing gerealiseerd. Blij met de baan en een prachtige woning, maar een emotioneel afscheid. Sjaak kwam in dienst van een jeugdafdeling. Hij miste zijn vrienden erg; kreeg enorm heimwee. Een half jaar later keerde hij terug naar Kerkrade.

CONTINU DIENSTEN
In de wijk woonden veel werknemers van ENKA; zo ook een aantal Limburgers die via eerdere wervingsacties waren aangenomen. De werkzaamheden waren in volcontinu diensten; het waren lange dagen maar de lonen waren goed. Zeven aaneengesloten dagen werken; hierna drie dagen vrij. Ik was werkzaam als operator in de Twijnderij en tevens lid van de Bedrijfsbrandweer.

BEDRIJFSBRANDWEER
Op het bedrijfsterrein bevond zich de brandweerkazerne met brandweerwagen met nodige inventaris. In elke ploeg zat een groep medewerkers die naast de productie tevens lid waren van de bedrijfsbrandweer. Elke woensdag na afloop van de vroege dienst, om toerbeurt instructie in de brandweerkazerne, maar ook op het bedrijfsterrein of aanwezige gebouwen.

Aangezien er in de productiehallen door de draaiende machines enorm lawaai heerste, waren oordopjes verplicht gesteld. Om die reden waren de leden van de bedrijfsbrandweer niet in bezit van oproeppiepers. Bij daadwerkelijke calamiteiten of oefeningen had de portier de opdracht om de TL verlichting in de hallen vijftien seconden te laten knipperen.

Een teken om zich onmiddellijk naar de brandweerkazerne te begeven. Het uitrukken van de bedrijfsbrandweer werd dan ook regelmatig beoefend. De ene keer was het om ´zogenaamde´ gewonden van het dak te halen, de andere keer was het een brandend olievat of pallet box. Uiteraard speciaal voor de oefening veroorzaakt. Als de sirene van de brandweerwagen loeide, stond het personeel van het administratie kantoor via de ramen toe te kijken.

In bepaalde gevallen werd de zuigkorf van de pomp in het ´Markkanaal´ gedropt. De pompbediende gaf vol gas waarna het waterfestijn kon beginnen. Nieuwsgierigen op de kade keken toe hoe de klus werd geklaard. Af en toe met een applaus. Binnen de organisatie van de brandweer de nodige opleidingen, als zodanig de vereiste diploma´s behaald: ´Brandwacht, Redder, EHBO en Reanimatie.´ Ook interne opleidingen gevolgd voor operator in de productie.

SPORT
ENKA deed veel aan welzijn voor de medewerkers. Een prachtig aangelegd voetbalveld; werknemers uit Breda Noord hadden een elftal samengesteld met de toepasselijke naam BRENO. Aldus werd deelgenomen aan bedrijfscompetities en overige wedstrijden. Na verloop van tijd opstond er een kleine doorstroming van voetballers. Ook niet ENKA -werknemers werden toegelaten. De wedstrijden heerlijke ontspanning, soms met de nodige spanning of humor.

In het Bourgondische België speelde we een aantrekkelijke wedstrijd tegen onze Belgische collega´s. Winnen was echter niet zo belangrijk, het was meer bedoeld als een verbroederingsfeest. De echtgenote van een van deze collega´s had een kippenfarm; na afloop van de wedstrijd zaten we aan de rijk gevulde dis.

Bij een andere gelegenheid was het ENKA voetbalterrein reeds in gebruik. Om alsnog een geplande wedstrijd te kunnen spelen weken we uit naar Prinsenbeek. Een van onze medespelers had dit ´stadion´ gearrangeerd. De eigenaar stelde ons in de gelegenheid om op een hobbelig weiland te voetballen. Hij had er doelpalen op geplaatst en kalklijnen aangebracht. Hij was niet veeleisend, we hoefden er niet voor te betalen. Hij stelde het wel op prijs als we naar afloop een pilsje zouden drinken. In een schuur was een kantine ondergebracht. Zo gezegd zo gedaan; we maakten dan ook dankbaar gebruik van deze faciliteit in ´Bonanza stijl´.

Een van onze medespelers (Twan) stond bekend om de enorme boeren die hij kon laten. Na afloop van de wedstrijd stond ik mij in een koeienstal bij een van de troggen te wassen. Plotseling hoorde ik weer een enorme boer. Met het schuim in de ogen zei ik: "Twan, kun je dit nu echt niet laten." Ik kreeg echter geen reactie; toen ik mijn ogen opende keek ik in een paar enorme koeienogen.

HEIMWEE
Inmiddels woonden wij twee jaar in Breda; in deze periode kwam moeder en schoonvader te overlijden. De geboorte van onze kinderen hebben ze helaas niet meegemaakt. Maandelijks gingen we in Kerkrade op familiebezoek. Zee verheugend voor alle partijen; als wij dan weer vertrokken zei schoonmoeder: "Jammer dat jullie weer moeten gaan en zo ver weg wonen." Het heimwee stapelde zich op.

In overleg met bedrijfsleiding werd mogelijkheid geschapen om over te stappen naar dochterbedrijf ENKA-GLANZSTOFF in Oberbruch Duitsland; werd wel op een wachtlijst geplaatst. Kort voor Kerstmis de resterende vakantiedagen opgenomen; weer op bezoek in Kerkrade. Een kennis tipte mij dat er in Duitsland een grote vraag was. Hierbij wees hij naar het standbeeld van de mijnwerker in Kerkrade.

FRÖLICH UND KLÜPFEL
Deze firma was werkzaam in de Duitse mijnen. Middels springstof werden steen gangen gedreven. Wij waren weer thuis met goede verdiensten; echter met veiligheidsvoorschriften namen ze het niet zo nauw. Toen ik hierover opmerkingen maakte kreeg ik als antwoord: "Zeit ist Geld."

Inmiddels een oproep ontvangen om mij op datum en tijd te melden bij ENKA-GLANZSTOFF in Oberbruch; een nieuwe opleidingsgroep zou van start gaan. Mijn ontslagaanvraag werd door het mijnbedrijf niet in dank aangenomen; mij werd te kennen gegeven dat ik een termijn van zes weken moest uitwerken. Helaas kreeg ik op dezelfde dag van de ontslagaanvraag, een ongeval; werd hiervoor behandeld in het ziekenhuis van Bardenberg. Laat in de avond werd ik met een taxi thuis gebracht. Claire was inmiddels geïnformeerd; zat in spanning te wachten.

OBERBRUCH DUITSLAND (03-03-1969 t/m 12-04-1969)
Enkele weken later begon ik daadwerkelijk bij ENKA-GALANZSTOFF. Met een groep nieuwelingen werd ik ingewerkt in de procedures; had hierbij wel het voordeel dat ik de technische werkzaamheden niet verleerd had.

Nadat wij ingewerkt waren werden we in ploegdiensten ingedeeld; elke dag werden we met pendelbussen opgehaald en gebracht; heen en weer ruim anderhalf uur. Interesse in de omgeving was er niet; meestal werd een dutje gedaan. De pauze in het bedrijfsrestaurant ; voor enkele Duitse Marken kon men een volledige warme maaltijd kopen.

De diensten op zondag bestonden uit 12 uur aaneengesloten in de productie. Vertrek bij donker en thuis bij donker; het waren lange dagen. De cultuur in het bedrijf was echt Duits; tegen het einde van een zondagsdienst was ik de handen aan het wassen. Plotseling stond een voorman naast mij en snauwde: "Herr Schupp; hier wird bis zur Dienstende gearbeittet."

KERKRADE - BREDA – PRINSENBEEK
Tijdens een doordeweekse vroege dienst zag ik een excursie groep door de fabriekshal lopen. Al snel bleek dat het een groep van ENKA Breda betrof; enkelen waren verbaasd mij te zien en vroegen hoe het mij verging. Thuis vertelde ik over deze ontmoeting.

Of het zo moest zijn; enkele dagen na deze ontmoeting had ik een telefonisch onderhoud met personeelschef van ENKA BREDA. Wij hadden nog geen eigen telefoon; belde vanuit een telefooncel. Met betrekking tot het in te vullen belastingformulier deed ik navraag naar een loonverklaring. Tijdens dit gesprek vroeg de personeelschef mij eveneens hoe wij de terugkeer naar Kerkrade ervaren hadden. In het kort vertelde ik over het ongeval in de Duitse mijn; maar ook over de cultuurverschillen tussen Breda en Oberbruch.

Het waren nog gouden tijden; personeelschef  bood mij aan om te overwegen om naar Breda terug te keren. De eerst vrijkomende woning zou hij voor ons reserveren. Ik gaf aan dat ik het met Claire zou bespreken. De rest van de dag en de nacht werd van gedachte gewisseld; voor en tegens afgewogen. De ellende van afgelopen weken; het ongeval in de mijn; de lange werk- en reistijden; het probleem dat Limburg niet veel te bieden had; en uiteindelijk advies van familie om de gelegenheid toch maar aan te grijpen.

Enkele dagen later opnieuw een  telefoongesprek met de personeelschef. Deze gaf aan inmiddels een bestaande woning voor ons gereserveerd te hebben. De volgende dag werden wij aan station Breda met een taxi opgehaald om de woning te bezichtigen en om een vervolggesprek te houden. Met alle goede bedoelingen; de aangeboden woning bleek totaal uitgeleefd te zijn. Personeelschef gaf aan op korte termijn geen andere woning ter beschikking te hebben. Hij bood aan om de woning tijdelijk aan te nemen; vervolgens een toezegging om eerste keus te krijgen uit  ruim zeventig woningen die in Prinsenbeek in aanbouw waren. Na zoveel ´goodwill´ was de keuze snel gemaakt.

Na een aantal maanden konden wij daadwerkelijk een prachtige hoekwoning betrekken. Heel veel dank aan de personeelschef: "Een man een man, een woord een woord". Inmiddels weer een aantal jaren werkzaam; gingen als vanouds regelmatig op familiebezoek in Kerkrade. Heimwee gevoelens waren gelukkig verdwenen.

ONZEKERE TIJDEN
Het verdienen van een goede boterham was belangrijk; plotseling bleek dit een onzekere toekomst tegemoet te gaan. Op het terrein van kunstvezels bestond al enige tijd een internationale overcapaciteit. Niet alleen het AKZO-CONCERN ondervond daarvan de nadelige gevolgen, maar ook andere Europese producenten. De meesten werkten al enige tijd op een deel van hun capaciteit. De onzekere situatie bracht de directie van het concern er toe een saneringsplan op te stellen.

STRUCTUURPLAN
Op 6 april 1972 bracht ENKA-GLANZSOFF een zogenaamd structuurplan in de openbaarheid. Dit plan van deze volle dochter van het chemieconcern AKZO sloeg in omvang en betekenis alle geruchten. In Nederland moesten de bedrijven in Breda (1750 man) en Emmercompascuum (500 man) dicht. In Duitsland lag het plan de fabriek in Wuppertal (3000 man) sluiten.

Het was vooral de sluiting van het zeer moderne bedrijf in Breda, die velen tot wanhoop bracht. Maar ook de reacties in Wuppertal waren heftig, terwijl ook elders de boodschap hard aankwam. Breda was een geval apart, het bedrijf draaide voortreffelijk. Tegen zulke lage productiekosten, dat het zelfs in een totaal bedorven markt nog winst kan maken. In 1971nog ruim 30 miljoen.

MEDIA AANDACHT
Uiteraard had een en ander de nodige media aandacht. De pers wilde een artikel publiceren; met name over ´Limburgers´ die via wervingsacties door ENKA waren aangetrokken. Om hier een bijdrage aan te leveren werd verslaggever en fotograaf, door personeelszaken naar mijn persoon doorverwezen. Middels een interview thuis en in het bedrijf, maar ook begeleid naar een vakbondsbijeenkomst in congrescentrum ´Het Turfschip´ in Breda, werd onderstaand verslag in het regionale dagblad ´De Stem´ en in landelijke dagbladen gepubliceerd.

DAGBLAD DE STEM
"Ik was 25 toen aangekondigd werd dat de mijnen dicht gingen. Eerlijk gezegd was ik er niet zo rouwig om, toen met het werk te stoppen. Het is ontzettend slecht voor je gezondheid, dat had ik in mijn familie wel gezien. Ik heb niet afgewacht, daar hou ik niet van. Via de wervingsacties en eigen initiatief ben ik hier terecht gekomen. Het viel wel tegen in het begin. Het was ploegenwerk. Dat garandeerde me wel hetzelfde inkomen als ik in de mijn verdiende, maar het betekende ook dat ik zeven dagen achterelkaar moest werken."

"Ik ben hier heel goed ontvangen, maar na twee jaar zijn we toch weer weggegaan. Mijn moeder en schoonvader kwamen te overlijden en mijn vrouw kreeg heimwee. Het was hier ook heel anders werken hè. In de mijn was je redelijk zelfstandig. Je nam zelf de beslissingen. De mentaliteit was er anders. Vooral onder elkaar. Als je in een kritieke situatie je chef verrot schold, dan was dat boven de grond zo weer vergeten. Toch zou ik als ik nu mocht kiezen niet meer naar de mijn terug willen. Je onthoud er alleen de goede dingen van. De dagen dat je zes uur in het water lag te tikken tegen koollagen vergeet je maar."

"Toch zijn we alweer snel teruggekeerd naar Breda. Het werken in Duitsland, als een van de weinige Nederlanders op het bedrijf, het pendelen beviel mij toch niet. Ik moet zeggen ze hebben ons geweldig opnieuw opgevangen. We kregen tijdelijk een oudere woning, tot dat dit nieuwe in Prinsenbeek klaar was. Ik ben weer gaan werken als operator in de productie. Daarnaast ben ik lid van de Bedrijfsbrandweer."

"Als zo´n bericht komt als gisteren middels een expresbrief, voelt dat wel eigenaardig van binnen. Je hebt erg gespannen naar een beslissing toegeleefd en het valt toch nog tegen. Vooral dat ik er nog een paar tegenaan moet kijken zit me niet lekker. Van mij hadden we direct dicht gemogen, dan weet je waar je aan toe bent."

Thuis is het gesprek afgelopen. We gaan naar de fabriek. Met veel enthousiasme wordt er niet gewerkt. De secretaresse bij personeelszaken: "We werken de hele dag onder hoogspanning." Er blijken in één ochtend al tientallen aanbiedingen voor banen binnengekomen. Veel mensen komen op de personeelschef af om t vragen: "Wat moeten we doen, direct weg

Als we over het terrein lopen zegt de heer Schupp: "Snapt u nou dat zo'n bedrijf dicht gaat?" Dáár, die atoomvrije bunkers, vijf jaar geleden aangelegd. Noch maar kort geleden zijn er veertien nieuwe machines bijgekomen van een half miljoen het stuk. Dit is een super modern bedrijf." Via sluizen komen we van de ene afdeling in de andere.

Ontelbare spoelen maken een herrie, die officieel het dragen van oordoppen noodzakelijk maakt. De ENKA wierf in het zuiden arbeiders. "We dachten hier wat op te kunnen bouwen, nu kunnen we ergens anders weer opnieuw beginnen."
BRON: Dagblad De Stem. Verslaggever Jan Reiff.

ROERIGE TIJD
Inkrimping en bedrijfssluitingen geven de erbij betrokken werknemers altijd een morele dreun. De zekerheden vallen weg en pas als de broodwinning een onzekere zaak wordt merk je, hoe zeer het hele leven eigenlijk is ingesteld is op dat werken. Aan bedrijfssluitingen gaan altijd geruchten vooraf. Geruchten die tegengesproken worden. Daaraan ontlenen werknemers nieuwe hoop. En dan is het zover. De tent gaat dicht. De ontzetting volgt dan op het ongeloof. De Centrale Ondernemingsraad van het concern was al enkele malen duidelijk gemaakt, dat er iets moest gebeuren. De toekomst in de vezelindustrie zag er niet rooskleurig uit.

VAKBONDEN
De vakbonden waren buitengewoon verontwaardigd over voorgenomen maatregelen, maar nog meer over de gevolgde procedure, die hen voor voldongen feiten stelde. Veel kritiek werd geoefend op het economische beleid van de raad van bestuur van de AKZO en op het negeren van de vakbonden bij de besluitvorming. Deskundigen kwamen tot de slotsom dat het niet vaststond dat sluiting van de ENKA fabrieken in Breda de beste oplossing zou zijn om uit de problemen te raken. Voorstel werd gedaan om een alternatief plan uit te werken.

ONDERNEMINGSRAAD
Op 30 augustus 1972, wees ook de Centrale Ondernemingsraad van ENKA het structuurplan van de hand, nadat dit een week eerder al door de vakbonden was gedaan. Ook de vakbonden uit Duitsland en België verwierpen de plannen, en kondigden acties aan als AKZO toch aan zijn plannen zou vasthouden. Op 11 september1972, vond overleg plaats tussen de internationale vakbonden en de raad van bestuur van ENKA. Voor de vakbonden was het kernpunt het behoud van de werkgelegenheid; voor de ENKA-directie stond rentabiliteit centraal. Het verliep zonder tot resultaten te leiden.

BEDRIJFSBEZETTING
De naam ENKA is onlosmakelijk verbonden aan de eerste bedrijfsbezetting in Nederland. Op maandag 18 september 1972 bezetten de werknemers van ENKA-Breda hun bedrijf uit protest tegen een structuurplan van het moederconcern AKZO. Dat wilde het winstgevende bedrijf in Breda sluiten. De bezetting werd gesteund door gezamenlijke Vakbonden en Ondernemingsraad. Op zaterdag 23 september werd de bezetting opgeheven nadat het structuurplan was opgeheven. Dat wilde het winstgevende bedrijf in Breda sluiten.  In 1982 werd de fabriek alsnog gesloten, voorafgegaan door de vestiging in Emmercompascuum. In 2002 ten slotte viel het doek voor ENKA-Ede.

ACTIEVE DEELNAME
Op 18 september 1972; om tien minuten voor twee in de middag, op het moment, dat de middagploeg de ochtendploeg afloste, werden in de fabriek van ENKA-Breda de vitale onderdelen, zoals de telefooncentrale, de telexkamers en de machines, bezet. In het ploegenrooster hadden we een keer per maand een vrij weekend. Bij die gelegenheid verbleven we met ons gezin vaker bij schoonfamilie in Kerkrade.

Op maandag 18 september 1972 zou ik dan weer beginnen aan het nachtdienst rooster van zeven dagen. Toen we in Breda op het station aankwamen, hoorden wij van omstanders dat de ENKA door personeel en vakbonden bezet was.

Nadat de bagage en kinderen thuisgebracht waren, begaf ik mij met de fiets naar de ENKA om poolshoogte te nemen. Er was een enorme toeloop van belangstellenden en de poort was gesloten. In en om de portiersloge; grote bedrijvigheid. Aan de binnenzijde stonden tientallen werknemers, leden van Vakbonden en de Ondernemingsraad. Met een aantal aanwezige ploeggenoten informeerden we naar onze status. Ons aanbod om met de reeds aanwezige bezetters de nacht in te gaan werd dankbaar aangenomen. Onze namen werden genoteerd om enkele uren later aan een spannende week te beginnen.

ROOSTERS
Om schade aan bedrijfseigendommen en inventaris te voorkomen werden roosters opgesteld. Hiervoor was strakke discipline en organisatie noodzakelijk. Faciliteiten zoals slaapplaatsen, toiletten, voeding en ontspanning waren reeds geregeld. De eerste nacht werd ik met een aantal ploeggenoten aan de hoofdpoort en omgeving ingedeeld. Tot laat in de nacht bleef het een drukte van belang. Ik wist dat er ook gesprekken gaande waren met regeringsfunctionarissen.

HUMOR
Gedurende deze nachtelijke ´passieve´ uren werden mijn oogjes enigszins klein. Om het in beeldspraak uit te drukken: ´De man met de hamer had toegeslagen´. Plotseling hoorde ik iemand een opmerking maken over bezoek midden in de nacht van ´Den Uyl´. Verrast antwoordde ik dat 'Joop´ toch niet zo laat op bezoek kwam. Er werd hartelijk gelachen en gewezen naar een uil die op een draad was neergestreken. Zo zie je maar dat humor overal te vinden is.

Na het verstrijken van deze eerste nacht, enkele uren slaap; kostbare zaligheid. Daarna enigszins verfrissen en een hapje eten in de bedrijfskantine. Ondanks de onzekerheid heerst er een prettige sfeer. Kaartjes werden gelegd; hier en daar een dambord of praatgroepen.

STEUN EN OVERLEG
Intussen werd er druk overlegd tussen de leiding van AKZO, Vakbonden en Ondernemingsraad. De vakbondsbestuurders hadden tevoren duidelijk gemaakt, dat zij niet aan een bemiddelingspoging wilden deelnemen, omdat dit alleen door de bezetters kon worden beslist. De ENKA vrouwen deden eveneens van zich spreken. In grote getale togen zijn naar het ´Binnenhof´  voor een grote protest demonstatie.

Aan de hoofdpoort steeds een drukte van belang. Medewerkers uit het Duitse ´Wuppertal´ waren gearriveerd om eveneens hun steun en sympathie te betuigen; zeer verwarmend en emotioneel. Door het traliehek heen werden gesprekken gevoerd met belangstellenden en persdiensten. Naast het reeds eerder gehouden interview met de pers heb ik onder andere een gesprek gevoerd met Duitse collegae en TV interview met WDR.

BESLUIT
Na dagen van onderhandelen en inspraak van ´Regering´ maakte de ´Raad van Bestuur van AKZO´ op 21 december 1972, bekend dat besloten was om het structuurplan in te trekken´. Het gejuich van de bezetters was tot aan de poort en wijde omgeving te horen. Op voorstel van de vakbonden en de actieleiding werd besloten de actie te beëindigden en de productie weer op gang te brengen.

BIJZONDERE DAG
Op 23 september 1972 werd de bezetting metterdaad opgeheven. Om half tien in de morgen zwaaide de met bloemen getooide slagboom eindelijk weer open. Het traliehek, dat de buitenwereld vijf dagen hermetisch scheidde van de bezetters, rolde zwaar en traag opzij. ENKA bezetters veen hun verwanten in de armen. Mensen lachten en huilden. Het was gelukt en voorbij. Een succesvolle week, maar ook een emotionele dag; het was immers ook de viering van onze 'TROUWDAG'.

TENSLOTTE
De strijd was gestreden; werkgelegenheid behouden. De sfeer was echter anders. In beginsel hadden reeds enkelen gebruik gemaakt van een ´voorlopige´ vertrekregeling. Echter vrij snel werden individuele regelingen ingetrokken. Het doel van vakbonden en ondernemingsraad was ´behoud van werkgelegenheid´, maar niet het bevorderen van vertrekregelingen. Uiteraard de keus om te blijven in nodige onzekerheid of alsnog te vertrekken. Voor velen een zoektocht naar enige zekerheid. Alhoewel; de toekomst anders zou leren.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

7.3 PHILIPS (1973-1995)

Het hoofdstuk ´Philips´ maakt wezenlijk deel uit van mijn arbeidsverleden. Aanvankelijk werkzaam geweest in de mijnbouw; later bij AKZO als operator in de productie en lid van de bedrijfsbrandweer. De laatste fase zoals omschreven bij Philips doorlopen. Wat mijn werkzame loopbaan betreft de mooiste tijd van mijn leven.

SOLLICITATIE
In eerste instantie had ik gesolliciteerd bij de politie in Amsterdam. De landelijke norm van aanname leeftijd bedroeg 25 jaar; de grote steden hadden een marge tot 28 jaar. Helaas bleek mijn leeftijd van 33 jaar deze norm te overschrijden; jammer…!

In het dagblad ´De Stem´ las ik een advertentie van Philips Bedrijfsbeveiliging. Algemene voorlichting in een restaurant door Philips Centrale Personeelsdiensten. In het gesprek met de personeelschef, bleek we dat we een aantal raakvlakken hadden. Groene Baret bleek de rode draad in ons bestaan; eveneens de sleutel tot succes. Formaliteiten werden geregeld.

BEDRIJFSBEVEILIGING
Philips Bedrijfsbeveiliging bestond uit Geüniformeerde Dienst, Staf- en ondersteunende diensten met een personeelsbestand van ruim 670 medewerkers. Bestaande uit eigen directie, staffunctionarissen, personeelsdienst, recherche- en inlichtingen, verkeersdienst, centrale meldkamer, mobiele surveillance, hondenbrigade, opleidingen en overige ondersteuning. Geüniformeerden deden dienst op een achttal grote complexen in Eindhoven en omgeving. Eveneens belast met de beveiliging van alle complexen of vestigingen van Philips in Nederland.

OPLEIDING
Op 1 november 1973, trad ik in dienst van ´Philips Bedrijfsbeveiliging´. Korte tijd later kon ik aan de noodzakelijke opleiding beginnen. Tijdens een stage van zes weken had ik een vaste mentor; met raad en daad stond hij mij terzijde. Een dag per week had ik met overige aspiranten een volle dag studiebegeleiding; overige verplichte vakken werden in mijn vrije tijd bestudeerd. Al met al zou een en ander ruim een jaar in beslag nemen. Het viel niet mee om mij al de wetten en voorschriften eigen te maken. Maar dat was nu eenmaal de voorwaarde.

HUISVESTING
In afwachting van definitieve huisvesting werd ik met een aantal aspiranten ondergebracht in zogeheten vrijgezellen tehuis ´Ons Thuis´. Intussen draaide ik de diensten bij Philips volgens dienstrooster; uiteraard de vrije dagen bij het gezin. Gedurende die periode verbleven Claire en kinderen in Kerkrade; schoonmoeder vond het erg prettig om dochter en kleinkinderen zo dicht bij haar te hebben.

GEZINSHERENIGING
Na zes maanden weekend huwelijk kregen wij een nieuwe woning toegewezen. Gelukkig voor het gezin; echter voor familie in Kerkrade was het feit moeilijk te dragen. Met de kinderen was voornamelijk ´Limburgs´ gesproken; voor hen was de nieuwe situatie eveneens een moeilijke stap. Wij kregen een mooie eengezinswoning.

ORGANISATIE EN PERSONEEL
Het was een professionele organisatie. Veel leden waren afkomstig van Politie of Marechaussee. Maar ook vaak met beveiliging of militaire achtergronden. Daarnaast via bedrijfsleven of overige overheidsdiensten. Zo ook een grote groep oud mijnwerkers die via de Europese Gemeenschap Kolen en Staal (EGKS) omscholing hadden ondergaan. Uiteindelijk hoorde ik in later stadium ook hierbij, zij het op privé initiatief.

CENTRALE MELDKAMER
Specifieke taken voor centrale meldkamer; landelijke alarmcentrale. Mobiele surveillance; controle en toezicht van vrijstaande- en speciale objecten. VIP beveiliging en waarde transporten. Vraagbaken voor de wereldwijde ´Philips Organisatie´.

DIENSTHONDEN
Zowel in Eindhoven als de rest van Nederland lagen een aantal complexen in een landelijke omgeving. Om die reden werd er ook gewerkt met ruim 60 diensthonden. Uiteraard werd de kwaliteit op peil gehouden door regelmatig trainen van diensthonden en geleiders. Om een en ander te stimuleren vonden er ook jaarlijks landelijke kampioenschappen plaats. Hiertoe werd uit het landelijk arsenaal van diensthonden en geleiders een voorselectie gehouden. Uiteindelijk kwamen tien koppels in aanmerking voor deelname. Ondanks het feit dat ik bij de tussenstanden met diensthond ´Marco´, geruime tijd had voorgestaan, werd de wedstrijd in het voordeel van een ander koppel beslist. Hulde en proficiat. Het was in ieder geval een hele eer om deelnemer te zijn.

TOEZICHT EN CONTROLE
Duizenden medewerkers en bezoekers passeerden dagelijks de poorten. Zo ook vrouwelijk schoon; we kwamen ogen te kort. In de zomer kregen wij vaker plagende opmerkingen te horen zoals: "Mooie baan hebben jullie, mooi weer, mooie dames kijken en hiervoor ook nog worden betaald." Echter in de winter keken ze ons meewarig aan: "O wat zielig." Hieruit blijkt dat elk voordeel ook weer een nadeel heeft...!

SURVEILLANCE
Deze werden gehouden in de avond, maar ook in de nacht- en weekend diensten. Allerlei aspecten met betrekking tot voorschriften en veiligheid hadden de aandacht. Onderdeel hierin was een signaalfunctie naar verantwoordelijke functionarissen of instanties. Uiteraard conform vastgelegde procedures. De hoofdtaak: ´Het voorkomen van schade, of reeds ontstane schade beperken.´ Deze periode heb ik prettig ervaren; immers een groot verschil met de mijnbouw, waar men van het daglicht verstoten was. Samengewerkt met leuke collegae; echter bij promoties: ´ROERDE DE TROM…..!´

RANGEN
Men begon als Aspirant; na enkele maanden praktijk bevorderd tot Surveillant 2e klas. Na behalen van het verplichte vakdiploma vond bevordering plaats tot Surveillant klas. Vervolgens na zes jaar praktijkervaring en flexibele instelling, maar ook studiebereidheid, bevordering tot Hoofdsurveillant

KADERFUNCTIES
In principe als er een vacature beschikbaar was en men middels een sollicitatieprocedure, hiervoor geschikt werd geacht. Uiteraard was de nodige praktijkervaring, positieve instelling, maar ook vervolgstudies een randvoorwaarde. Onderstaand mijn persoonlijke loopbaan:

BEDRIJFSBEVEILIGING EINDHOVEN
01-11-1973 t/m 31-12-1973 Aspirant Beveiliger
01-01-1974 t/m 31-12-1974 Surveillant 2e klas
01-01-1975 t/m 31-12-1981 Surveillant 1ste klas
01-01-1982 t/m 31-12-1982 Hoofdsurveillant / Diensthondengeleider
01-01-1983 t/m 30-04-1985 Assistent Groepschef Beveiliging

BEDRIJFSBEVEILIGING SPREIDING
01-05-1985 t/m 22-03-1987 Groepschef Beveiliging: Almelo / Enschede
23-07-1987 t/m 31-07-1988 Groepschef Beveiliging: Deurne / Pope Venlo
01-08-1987 t/m 30-06-1992 Groepschef Beveiliging: Pope Venlo
01-07-1992 t/m 04-07-1995 Hoofd Beveiliging / Chef Facilitaire Diensten: Pope Venlo

POPE VENLO
Pope was een volledig dochterbedrijf van Philips, de geschiedenis had hier aan bijgedragen. Frederic Pope kwam uit Engeland; vertrok in 1889 naar Venlo en richtte met behulp van de Venlose koopmansfamilie Goossens, een van de eerste gloeilampenfabrieken van Nederland op. De familie Goossens verschaft Pope het kapitaal om de fabriek op te richten. Vervolgens werden andere gloeilampenfabrieken in Nederland opgericht, zoals Philips in Eindhoven. Al in 1904 nam Philips het bedrijf over.

  • Sinds de overname door Philips werden bij Pope ook andere producten geproduceerd in de fabriek. Pope mocht nog wel als dochter van Philips, gloeilampen vervaardigen onder eigen merknaam. In 1927 begon de fabriek ook met het produceren van draad en kabels.
  • In 1995 werd Pope Cable & Wire door Philips verkocht aan het Amerikaanse bedrijf Belden Wire & Cable. Zij vestigde in Venlo het Europese hoofdkantoor van het bedrijf. In principe vond beveiliging van Pope plaats door ´Philips Bedrijfsbeveiliging´, ondanks het feit dat de dochter Pope ouder was dan het moederbedrijf Philips.
  • Bedrijfsprocessen, inbraak en brandveiligheid waren gekoppeld aan de ´Alarmcentrale´ van Pope. In een wisselend rooster 24 uur bemand, afwerking van procedures. In samenwerkingsverband met Philips Deurne werd over en weer personeel uitgewisseld.

REORGANISATIES
Philips Multinational: personeelsbestand wereldwijd 360.000; waarvan in Nederland 90.000 medewerkers. Aanvankelijk groeide de bomen tot in de hemel, echter de winstmarges werden steeds kleiner. Onder leiding van ´Jan Timmer´ vond ´Operatie Centurion´ plaats. Doelstelling:´Back to the Basic.´ Meerdere saneringen volgden; het uiteindelijk personeelsbestand in Nederland kromp naar amper 25.000 werknemers

DECENTRALISATIE
Decentralisatie van verantwoordelijkheden was het begin van het einde. In de veelvoud aan saneringen moesten directies ´eigen keuzes´ maken over de mate en kwaliteit van beveiliging. Helaas bleek beveiligen vaak het ´sluitstuk´ op de begroting te zijn; taakverschuivingen vonden plaats met geleidelijk inkrimping van personeel of gehele opheffing.

Voor Pope Venlo betekende decentralisatie, ontkoppelen van eerdere samenwerking met Philips Deurne. Daarnaast uitbreiding van facilitaire taken. De lasten die hierdoor op de schouders werden gelegd, tilden erg zwaar. Uiteraard kwam ik hier niet aan voorbij. Uiteindelijk werden afdelingen opgeheven en facilitaire taken als zodanig ingekocht. Op 4 juli 1995 vertrok ik met een gouden handdruk en individuele vertrekregeling. Begrijpelijk; maar zeer pijnlijk.

TENSLOTTE
Motivatie en positieve instelling hebben bijgedragen aan persoonlijke ontwikkeling. Promoties en meerdere verhuizingen waren het gevolg. Helaas door reorganisaties, vroegtijdig vertrek uit arbeidsproces. Enkele jaren na gouden handdruk, na afwezigheid van ruim 38 jaar,  teruggekeerd naar geboortestreek. Enerzijds nostalgie en anderzijds de realiteit; afscheid nemen doet pijn. Bedrijfssluitingen of reorganisatie zijn orde van de dag. Helaas enkele malen persoonlijk ondervonden; het station is inmiddels gepasseerd. Desondanks groot begrip voor allen die in het zelfde schuitje zitten of deze maatregelen (nog) moeten ondergaan. Uiteraard, leef erg met hen mee.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

8.0 SOLDATENLEVEN

Korps Commando Troepen; pittige tijd, discipline en karaktervorming. De Groene Baret; rode draad in het leven en de basis voor verdere levensloop. Vaak sleutel tot succes; tevens symbool van drie persoonlijke doelstellingen. 
http://korpscommandotroepen.nl 

Deze rubriek maakt wezenlijk deel van ‘Mijn Levensboek’. In de jaren 60-62 heb ik gediend bij het KCT. Uiteraard heb ik persoonlijke belevingen weergegeven; echter in grote lijnen voor elke commando herkenbaar. Ongeacht welk lichtingsjaar; fysieke en mentale vorming zal niet veel van elkaar hebben afgeweken. Collectieve vorming en individueel bewustzijn bracht grote saamhorigheid. Nooit heb ik spijt gehad over de opleiding bij het KCT. Vaker bleek de ’Groene Baret’ de sleutel tot succes. Kennelijk hebben onze voorgangers en de duizenden die in de loop der tijd de ‘commando opleiding’ hebben gevolgd het hart op de juiste plaats zitten. Mentaliteitskwestie.

Korpsgeschiedenis heeft als doel een beeld te verschaffen van oorsprong en ontwikkelingen in de loop der tijd. UIteraard gevolgd door een aantal persoonlijke hoofdstukken. 

INHOUD

KORPS GESCHIEDENIS
1. OPKOMST EN WERVING
2. TENTENKAMP
3. KAZERNE ROOSENDAAL
4. LIMBURGWEEK
5. SPORTDAG
6. AFMATTING
7. SPECIALISATIES
8. PARAAT
9. DUITSLAND
10. BALLADE
11. BURGERLEVEN

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

KORPS GESCHIEDENIS

Sinds de oprichtingsdatum 22 maart 1942 is er veel gebeurd in de wereld en met het Korps. Hoogte- en dieptepunten wisselden elkaar af. Eind 1989 wierpen grote veranderingen hun schaduw vooruit. De val van de muur in Berlijn was de start van een historisch veranderingsproces binnen de krijgsmacht. Zo leidde de veiligheidssituatie in Europa tot een herbezinning van  taken, een herstructurering van de krijgsmacht en het afschaffen van de dienstplicht. Een gewijzigde taakstelling en een actieve deelname aan crisisbeheersingsoperaties hebben de waardering voor het Korps zowel binnen de krijgsmacht als binnen de samenleving vergroot. Onderstaand volgt de geschiedenis KCT in vogelvlucht.

EERSTE COMMANDO'S
De wortels van de Nederlandse commando’s liggen in de Tweede Wereldoorlog. Het Britse leger trainde de eerste ‘groene baretten’ van No. 2 (Dutch) Troop. Zij maakten deel uit van No. 10 (Inter Allied) Commando. Die multinationale eenheid kon worden ingezet tegen nazi-Duitsland of tegen de Japanners in Azië. Daar dienden Nederlandse commando’s bij het Korps Insulinde.

Vanaf 1944 waren de Nederlanders ook aanwezig bij de opmars van de geallieerde troepen door West-Europa. Zij dienden bij de zogenoemde ‘Jedburgh’ - teams. Deze Special Forces werden achter vijandelijke linies gedropt om het lokale verzet te organiseren. Ook gingen ze mee als tolk of bemiddelaar. In Nederland waren zij in het najaar van 1944 actief bij de Slag om Arnhem. In het voorjaar van 1945 namen de ´Jedburghs´ deel aan de bevrijding van Noord- en Oost-Nederland.

NEDERLANDS-INDIË 
Tijdens de dekolonisatieoorlog in Nederlands-Indië van 1945 tot en met 1949 waren ook eenheden commandotroepen actief. Het ging om paracommando’s (rode baretten) en reguliere commando’s (groene baretten). De groene baretten behoorden tot de eenheid Depot Speciale Troepen (DST). Later werd dit het Korps Speciale Troepen (KST). In 1949 gingen de paracommando’s en gewone commando’s samen in het Regiment Speciale Troepen (RST).

STORMSCHOOL
In 1950 ontstond het Korps Commandotroepen (KCT) uit de infanterie trainingseenheid 6e Koninklijk Nederlands Infanterie Depot (6e KNID). Door het zware karakter van zijn opleiding had het sinds 1946 al de naam ‘Stormschool Bloemendaal’. De Stormschool was toen al het ‘paradepaardje’ van de Nederlandse krijgsmacht. De eenheid verhuisde in 1949 van Noord-Holland naar de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal.

PARATE COMPAGNIEËN
In de jaren ‘50 kende het KCT 3 parate compagnieën: 104, 105 en 108 Compagnie Commandotroepen. In de jaren ’60 was er een reorganisatie. De accenten verschoven toen naar de taak van superverkenner. Alleen het 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie bleef over als parate eenheid van het KCT.

ORGANISATIE KCT ANNO NU
Het Korps Commandotroepen liet na afloop van de Koude Oorlog vanaf 1989 de specifieke blik op waarneming en verkenning weer los. Het huidige korps is een allround Special Forces-eenheid. Deze eenheid treedt wereldwijd op in alle disciplines van de speciale militaire operaties.

In de laatste decennia waren er grote veranderingen op het wereldtoneel. Denk daarbij aan het einde van de Koude Oorlog en de toename van internationale crisisbeheersing. Denk ook aan de Amerikaanse Global War on Terror na ‘9/11’. Deze gebeurtenissen zorgden voor grote veranderingen bij het KCT. Deze veranderingen leidden tot een stevige groei van de eenheid en een verbreding van de taken en specialisaties. Ook leidden de veranderingen tot een oriëntatie op offensieve inzet.

BRON: MINISTERIE VAN DEFENSIE  / https://defensie.nl
Tenzij anders is vermeld, is op de inhoud van deze website de Creative Commons zero-verklaring (CC0) van toepassing. Dit houdt in dat iedere vorm van hergebruik van de inhoud van deze site is toegestaan, tenzij bij of in een bepaald onderdeel (bijvoorbeeld een foto of een document) staat aangegeven dat op dat onderdeel een auteursrechtelijke uitzondering van toepassing is.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

8.1 OPKOMST EN WERVING

Als 17½ jarige knaap werd ik geconfronteerd met het zware en ongezonde beroep van mijnwerker. In Limburg generaties lang het hoofdmiddel van bestaan. Beleving of andere wensen telde niet. Toegegeven; de mogelijkheden waren zeer beperkt. Mijnwerkers waren vrijgesteld van militaire dienstplicht; echter ik heb geen gebruik gemaakt van de vrijstelling. Het zware en ongezonde werk in de mijnen wilde ik ontvluchtten. Tevens wilde ik mij bewijzen; smachtte naar erkenning. Daarnaast had ik grote bewondering en respect voor onze bevrijders. Hun pad is niet over rozen gegaan. Velen van hen hebben helaas de eindstreep niet behaald. Margraten; of elders hun laatste rustplaats...!

OPKOMST
Dinsdag 14 juni 1960 was mij voor de tijd aangebroken dat ik de wapenrok moest aantrekken. De Tapijnkazerne in Maastricht was mijn opkomstadres. Hier werd ik als burger voor het eerst geconfronteerd met het soldaat zijn. Op de appelplaats zag ik onder luid geschreeuw van sergeanten de soldaten heen en weer exerceren. In de loop van de dag arriveerde van heinde en verre de rest van de opkomstlichting. Een sergeant deelde ons mee: "Vanaf nu staan jullie onder de krijgstucht en de komende maanden mogen jullie het burgerpak aan de kapstok hangen."

FOERIER
Nadat wij in pelotons waren ingedeeld werden wij naar de eetzaal afgemarcheerd. Daar aangekomen werden wij door een oudere lichting in de maling genomen. "Fillers, hoe lang moeten jullie nog?" Na de maaltijd togen wij naar de foerier waar ons een persoonlijke uitrusting (PSU) werd verstrekt. De foerier keek mij met argusogen aan, greep in een van de rekken en zei: "Past precies!"

KRIJGSTUCHT EN EXERCITIE
Onderwezen werden wij in krijgstucht, rangen, wapenleer, sporten en exercitie. Een kamergenoot uit Scheveningen was de lolbroek van het peloton. Tijdens exercitie liep hij als een telganger en bij het commando: "rechts.....omkeer", liep hij tot ergernis van de sergeant rechtdoor. Rechtervleugel man en bij het commando: "uitrichten", dribbelde hij eveneens naar rechts, het peloton op sleeptouw nemend. Het was dolle pret; helaas zat hij vaker in de cel. Op de Sint Pietersberg werden wij wegwijs gemaakt in camouflage technieken en gingen wij enkele dagen in bivak...!

OVERPLAATSING VUGHT
Van onze lichting had een groep studie-uitstel gehad en kwam zodoende enkele weken later in dienst. Om deze reden raakte enkele pelotons overcompleet en werd ik met enkele anderen aangewezen voor overplaatsing naar de 'Garde Grenadiers' in Vught. In deze periode werd door Koningin Juliana een nieuw vaandel uitgereikt. Met flitsend gepoetste uitrusting stond de 'Garde' aangetreden. Hier heb ik ervaren wat het betekent om geruime tijd te staan met:  "Presenteer...Geweer!"

WERVING KCT
De laatste week van de rekrutentijd kwamen enkele officieren van het  'KCT´ om liefhebbers te werven. In sporttenue in de sportzaal; een arts liep aan ons voorbij voor eerste selectie. Hierna volgde een medische keuring, waarbij botten en ledematen uitgebreid onder de loep werden genomen. Vervolgens kregen wij een test op de hindernisbaan. Aangetrokken door de voorlichting nam ik mij voor om tot het uiterste te gaan. Na het nemen van deze baan zei de wervingsofficier: "Jij kunt goed lopen, maar het kan sneller, loop nog maar een rondje...!" Uiteindelijk bleven wij in Vught meteen handvol kandidaten over. In den lande werd deze selectie op de zelfde wijze uitgevoerd. In totaal zouden wij met 112 cursisten gaan deelnemen...!!

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

8.2 TENTENKAMP

Beschrijving van gebeurtenissen zijn enigszins chronologisch. Geen dagboek; maar aantekeningen uit het verleden zijn  gebruikt als ondersteuning. In 'mijn tijd´ duurde die 8 weken. En voor wie het einde haalde wachtte de ‘Groene Baret.’ De ECO begon voor ons toen wij het tentenkamp betraden en daar het tokkeltouw en mutsdas uitgereikt kregen. De mutsdas op een speciale manier gevouwen en opgerold, zou de komende tijd ons hoofd gaan tooien. De toggle; een stuk touw van 1.80 meter lengte. Aan een zijde een lus en aan de andere zijde een houten klos. Onschatbare diensten zou deze toggle aan ons bewijzen.

AANKOMST ROOSENDAAL
Bepakt en bezakt met plunjezak, pukkel en ransel. Op het station Roosendaal stonden enkele onderofficieren die mij naar een legertruck verwezen. Enkele cursisten waren reeds gearriveerd en hadden plaats genomen. Ik stelde mij aan hen voor en wachtte de verdere gebeurtenissen af. Even later liep weer een trein binnen waarna de drietonner vol raakte. Hierna vertrek naar het tentenkamp op de Rucphense Heide. Het tentenkamp was ongeveer zeven kilometer verwijderd van de Kazerne in Roosendaal.

Het kamp bestond uit zes cursistententen en een tent voor kadercursisten. Verder was er een keukentent en een nissenhut. Voor de nissenhut was een open plek, waar vele activiteiten zouden plaats vinden. Wassen en scheren bij een aantal zinken troggen. Toiletten; een latrine in open veld. Voor en om het kamp een hobbelige zandweg. Verder werd het kamp aan het oog onttrokken door omliggend struikgewas. De toegang tot het 'Commando Kamp' was gemarkeerd met boomstammen.

ONTVANGST
Bij het tentenkamp stond een sergeant-majoor ons op te wachtten. Vriendelijk en beminnelijk sprak hij ons toe: "Mijn naam is Bruijnooge. Vanaf nu zijn jullie cursist. Gedurende de opleiding worden mutsdassen gedragen. Alles zal hier in looppas dienen te gebeuren. Het geweer dien je altijd bij je te hebben, waar je ook gaat of staat. Hebben jullie dit begrepen?"

LOOPPAS
Wij bevestigden dit, waarna hij ons vertelde in welke tent en bij welke vaste instructeur wij werden ingedeeld. Na deze indeling namen wij onze plunjezak, pukkel en ransel op om ons naar de zojuist ingedeelde tent te begeven.  Echter ver kwamen wij niet.......zodra we de slagboom waren gepasseerd, verdween de vriendelijkheid van de sergeant-majoor als sneeuw voor de zon. Hij schreeuwde en tierde: "Ik dacht dat jullie mij begrepen hadden. Looppas... Dekken... Opstaan... Looppas........!"

VERGEET DAT NOOIT
Terwijl wij een bord met tekst naderde riep hij ons een halt toe. Wij kregen opdracht om deze tekst luid te lezen. Het was echter niet luid genoeg; nog een keer met de klemtoon vooral op de laatste zin: ‘Uw voorgangers hebben dit Korps opgebouwd door hun offergeest. Overal waar ons vaandel wapperde. In Arakan - Arnhem - Nijmegen - Eindhoven - Vlissingen - Westkapelle. Op Java en Sumatra deden de commando's hun uiterste plicht. VERGEET DAT NOOIT.’

OBSERVATIE
Hierna konden wij ons naar de zojuist ingedeelde tent begeven, waarbij vooral de looppas niet werd vergeten. Puffend door de zware plunjezak kwam ik in tent één aan. Een van de cursisten merkte op: "Jonge, jonge, wat een bullebak." Om het een en ander in mij op te nemen nam ik plaats op een van de veldbedden. Het was een 16 persoonstent; aan weerszijden van een smalle doorloop bevonden zich acht veldbedden. Bij binnenkomst van de tent zat ik aan de rechterzijde op het derde veldbed. Er hing een muffe bedompte geur.

BOOMSTAM
Nauwelijks gezeten kwam brullend en tierend een instructeur binnen. Alras bleek dit sergeant Tauran te zijn; een tanig Ambonees voormalig KNIL strijder. Met trillende snorharen riep hij: "Wat een troep, wat een troep hier. Ik breek zowat mijn nek over een boomstam die hier voor de tent ligt. Hier krijgen jullie geen tijd om te zitten. Jij, jij en jij, pak je pioniersschep en ga die boomstam begraven!" De boomstam......bleek een lucifer te zijn.

TENTOUDSTE
Elke tent had een vaste instructeur voor speciale behandelingen. Reveille om 06.00 uur; sergeant Tauran kwam op gebruikelijk wijze de tent binnen. "Opstaan... opstaan... luilakken... opstaan!" Ko Remmerzwaal; een sympathieke tentgenoot uit de Zaanstreek werd aangewezen als tent oudste en als zodanig verantwoordelijk gesteld voor onze handelingen. Ondanks onze steun aan hem, hoorden wij sergeant Tauran vaak schreeuwen: "Remmerzwaal......Remmerzwaal!"

GOUDHAANTJE 
In onze tent was eveneens een knaap ingedeeld die samen met mij vanuit Vught was geselecteerd. Het was een tanige knaap en overal haantje de voorste. De straatnaampjes 'commando' had hij al reeds op zijn uniform gestikt. Hij was meer met eigen belang bezig dan met teamwork. De eerste week na aankomst moest hij al vertrekken.

ORDE EN NETHEID 
Normen en waarden; bijgebracht vanaf het eerste uur. Orde en netheid, een must. Spelregels werden ter plaatse uitgevonden; vrijwillig of daartoe aangewezen. Hoe dan ook; instructeurs hadden steeds een of andere list om je een oor aan te naaien. "Wie heeft er een rijbewijs?" Spontaan gingen een aantal vingers in de lucht. "Mooi zo, dan zijn jullie bij deze ingedeeld in de corveeploeg.”

OPDRUKKEN
Regelmatig namen ze de cursisten te grazen. Opdrukken was een favoriete straf. Het opleidingsgebeuren werd dagelijks uitgevoerd. Regelmatig werden wij over de storm- en hindernisbaan gejaagd. De klimtoren was ook een favoriete bezigheid. Het moest steeds sneller en vaker. Op ieder moment van de dag maar ook in de nacht werden inspecties gehouden. De instructeurs wisten ons wel bezig te houden.

SAAMHORIGHEID
In de ogen van de instructeurs was er steeds een reden aanwezig om een zogeheten 'opvoedkundige maatregel' toe te passen. Bij tij en ontij klonk hun geschreeuw in onze oren. Steeds weer waren ze in staat om motivaties verder te stimuleren. Fanatieke respons was dan ook niet van de lucht. Door individuele beleving ontstond collectieve verbondenheid en saamhorigheid. Drillen, het hoorde er nu eenmaal bij.

CASANOVA
Als er post werd uitgedeeld was het gebruikelijk dat men zich een aantal malen in de voorligsteun moest opdrukken. Over het opdrukken het volgende. Een wijkgenoot haalde met mij de volgende grap uit. Op een dag kreeg ik een tiental kaarten; afzender verschillende meisjesnamen. Hoeveel keer ik moest opdrukken weet ik niet meer. Kennelijk was ik in de ogen van de instructeur een grote versierder. Herinneringen met een glimlach en een knipoog. Waarvan akte.

SERVETJE
De cursisten van de derde tent stonden onder leiding van sergeant Lambrechts. Een van de cursisten kwam uit den Haag; met zijn schelle stem tergde hij de instructeur tot het uiterste. Terwijl we aten van ons rantsoen of ons eigen potje verzorgden riep Frans van Herk: "Sergeant, waar is mijn servetje….!" De instructeur kon hem wel villen; koos een slimme manier om zich af te reageren. In dit geval koos hij mij uit om met Frans een partij te stoeien. Na enig heen en weer gedraai, sloeg ik beide armen om Frans, tilde hem lichtjes op, om vervolgens samen in het zand te belanden. Echter het lukte geen van ons beiden om de ander met de rug tegen de grond te drukken. Tenslotte gaven we elkaar de hand; hadden ook niet veel zin om ons voor de kar te laten spannen.

DOM GEWEER
Alweer een nachtmars; vermoeid keerden wij terug. Een van de mede cursisten had hoge nood gekregen en wilde zich haastig naar de latrine begeven. De instructeur schreeuwde: "Zeg cursist, waar is je geweer...?" "Vergeten sergeant…!" De rest van de dag was hij de klos; opvoedkundige maatregel 'Dom Geweer', oftewel een stuk boomstam.

MOTIVATIE
Alhoewel ik goed gemotiveerd aan de opleiding was begonnen, had ik op een morgen de neiging om mij te drukken van de dagelijkse bosloop. Nauwelijks gestart dook ik de bosjes in om mij via het struikgewas naar de achterzijde van de tent te begeven. Zo met mij nog twee anderen. Tot onze ontzetting stond sergeant-majoor Bruijnooge ons reeds op te wachten. Wij kregen een flinke uitbrander en werden naar onze reden gevraagd.

Diverse uitvluchten spookten mij door het hoofd. De een merkte op: "Ik heb pijn aan mijn voeten majoor", de ander zei: "Ik ben zo misselijk majoor…!" Bruijnooge schreeuwde: "Dan hadden jullie naar de hospik moeten gaan…!" Ik koos eieren voor mijn geld en verklaarde: "Ik heb geen excuus, ik had er balen van…!" Tot mijn verbazing sprak de sergeant-majoor: "Dat antwoord kan ik waarderen. Jullie twee kunnen alsnog aan de bosloop beginnen…!" Wijzend op mij: "Bij hoge uitzondering mag jij vandaag overslaan…!"

PESTERIJEN
De stem van een instructeur kraaide: "Aantreden." Zo snel mogelijk naar buiten om maar niet te laat te komen. Edoch het was niet snel genoeg. Zo werden we weer enige tijd bezig gehouden met omkleden en aantreden. Na enige tijd moesten wij ons voor de nissenhut verzamelen. Op de open plek lagen een aantal boomstammen. In groepen werden boomstammen op de schouders getild waarna het commando volgde: "Linker schouder...rechter schouder...!" Iemand maakte een paar opmerkingen. Opvoedkundige maatregel; een kwartier praten tegen een zogeheten praatpaal. Hetgeen hij zei was zo niet belangrijk.

SCHIETMIDDAG
Schiet middag op de schietbaan bij boer Bax. Op een afstand van honderd meter werd op vijf schijven geschoten. Evenwijdig aan deze schijven was onder het maaiveld een greppel gegraven. Met vier anderen moest ik hierin plaats nemen om na de serie schoten de resultaten aan te wijzen met een lange aanwijsstok. Bij de laatste serie schoten trof ik een slechte schutter. Geen enkele inslag in de schietschijf. Ik gaf echter een goed resultaat aan, hetgeen de instructeur wel bevreemdde; bij de laatste serie was maar door vier schutters geschoten.

VUURDOOP 
Vanaf de vijfsprong tot aan het tentenkamp moesten wij tijgerend afleggen. De vuurdoop was erg realistisch. Met mitrailleurs werd op een hoogte van 60 cm over ons heen geschoten. Donderpotten die het geluid van granaatinslagen weergaven sloegen in als mentale klappen. Het lawaai was oorverdovend. Vanwege een traangasgordijn moesten wij onze gasmaskers gebruiken. De ervaring als mijnwerker benutte ik ten volle, door mij zo laag mogelijk tegen de grond te drukken. Door transpiratie waren de glazen van het gasmasker volledig beslagen. Plotseling lag ik in een grote modderpoel. Om mij te oriënteren trok ik het gasmasker af, waarbij bleek dat ik pas de helft had afgelegd. Met betraande ogen zak ik enkele instructeurs die nieuwe traangaspotten ontstaken. Zij liepen dwars door het mitrailleurvuur; toen pas besefte ik dat er geschoten werd met losse flodders.

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

8.3 KAZERNE ROOSENDAAL

Een dag per week op bezoek voor extra trainingen. De luxe van voertuigen was voor ons niet weggelegd. Speedmars; met volle bepakking. De hindernisbaan was een vermoeiende bezigheid; klimmen springen, kruipen. Het liefst door de modder want dat zagen de instructeurs graag. Bij het kruipen onder het prikkeldraad zat de pukkel regelmatig in de weg en de sergeant maar tieren.

KLIMTOREN
Een buizen framewerk van 20 meter hoogte. In vele variaties werd de toren beklommen. Een der zijden bestond uit een houten lattenwand. In onregelmatig patroon waren blokjes bevestigd. Bestemd om de grondbeginselen bij te brengen van rots klimmen. Aan de andere zijde was op zestien meter hoogte een klein platform. Vanaf dit platform was een strak touw schuin omlaag gespannen. Men ging op het platform zitten, de houten klos van de toggle in de lus, de toggle dubbel over het gespannen touw, de handen in de ontstane lussen om vervolgens omlaag te suizen. Na de primaire toggle afdaling werd aandacht besteedt aan de 'Dodenrit'. Vanaf het platform ging men met de buik en een opgetrokken been op het touw liggen, het andere been opzij, het hoofd omlaag, de armen opzij, en.......suizen maar. Een vangnet was niet nodig; evenwijdig met het touw liep een sloot.

ONGEWAPEND VECHTEN
Boksen en ongewapend gevecht; de sportinstructeur schreeuwde: "Laat maar eens zien wat jullie van val breken terecht brengen. Op fluitsignaal ligt er iemand op de mat, op het volgende signaal weer, zo niet dan schop ik je erop!"

WAGENSPRINGEN
Met discipline en teamwork; in ijltempo werden wij vele vaardigheden de baas. Met Drietonners weer terug naar het kamp leek ons wel erg verdacht. Sergeant Tauran sprak in het Maleis tegen de chauffeur. De klep aan de achterzijde werd omlaag geklapt om vervolgens met de rit te starten. Even later riep de chauffeur iets in Maleis terug. Alras bleek het een afgesproken snelheid van 30 km te zijn. Tauran stond breed grijnzend op een zijbank en riep: "Ready…? Go... Go… Go…!"

Met aanloop en in duikvlucht sprongen wij van de wagen. Op het wegdek beland; val breken en opzij rollen want achter ons reed een volgende instructiegroep. Voorbijgangers stonden verbaasd te kijken en tikten zich tegen het voorhoofd.

SCHIFTING
Door het vele stuntwerk vond geleidelijk aan een schifting plaats. Enkelen zagen het niet meer zitten en haakten af. Het was een periode van fysiek en lichamelijk afknijpen. Vaker werden wij uit onze slaapzak gewipt voor een nachtmars of om voor de nissenhut het 'Commandolied' ten gehore te brengen. Elke nacht was je benieuwd wat er zou gebeuren; een terreinmars, inspectie, touwenbaan of weer die hindernisbaan. Elk moment konden ze je wakker maken. Klimtoren bij duisternis misschien…?

WEEKENDEN
Voordat wij op weekend verlof gingen, kregen wij een uitvoerige inspectie. Het wapen was heilig en schoon was niet schoon genoeg. Uiteindelijk  onderweg in de boemeltrein met diverse overstappen. Tijdens de eerste overstap in Breda, heerlijk croquetje trekken uit de automaat. Vervolgens weer overstappen in Eindhoven, Sittard, Heerlen, met eindbestemming Kerkrade. Urenlang onderweg, af en toe een kort dutje en oppassen om tijdig over te stappen. Een wereldreis. Het weekend thuis was een welkome afwisseling; echter bij terugkomst gingen de pesterijen onvermoeid door. Ik nam een besluit: "Mij krijgen ze niet klein, blijven lachen, ik kan en zal die groene baret verdienen. Now matter how…!

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door schupp om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Mijn Levensboek / René Schupp

↑ Terug naar de berichten